|
Wat is nieuw?
Na bijna negen jaar hebben we een nieuwe website in gebruik genomen! Een korte toelichting op de nieuwe indeling.
Allereerst is de inrichting van de verschillende onderdelen anders dan voorheen. Het onderdeel Begraafplaatsen is nu gesorteerd op provincie en Beroemde graven is ingedeeld op onderwerp. De onderdelen Artikelen en Oorlog zijn ook opnieuw ingedeeld, overzichtelijker. Aan het onderdeel Grafpoëzie is het nieuwsbrief-item "Als bloemen bij het graf..." toegevoegd, maar is ook een begin gemaakt met een verzameling historische lijk- en grafdichten. Hiermee willen we grafdichten in een bredere historische context plaatsen.
In een submenu introduceren we een aantal nieuwe onderdelen. Zo is er nu een onderdeel Funerair Nieuws met persberichten en informatie over nieuwe boeken op funerair gebied. Daarnaast is er Hulp gezocht, waar medewerkers van de website vragen kwijt kunnen i.v.m. een te verschijnen artikel. Ook is er een engelstalige sectie ingericht, bedoeld voor artikelen over Nederlandse funerair erfgoed in het buitenland. Dit onderdeel zal weliswaar niet zo snel groeien, maar we weten dat we hiermee voorzien in een behoefte.
|
|
Lees meer...
|
|
De voorgeschiedenis
Voor de geschiedenis van de Hernhutters dienen we enkele eeuwen terug te gaan in de geschiedenis.Die geschiedenis speelde zich af in Bohemen en Moravië, respectievelijk het westelijk en het oostelijk deel van Tjsechië en begon met de marteldood van de prediker Johannes Hus, die tevens professor was aan de Universiteit van Praag. Het resultaat van de verbranding als ketter van Johannes Hus op 6 juli 1415 was niet de vernietiging van diens gedachtegoed. Evenmin brak zijn dood het verzet van de mensen in Bohemen en Moravië tegen de rooms-katholieke kerk. De nieuwe leer door Hus met zijn geweldig redenaarstalent met verve gebracht, had ook een voedingsbodem gelegd voor sterk nationalistische gevoelens. Een en ander resulteerde in de zogenaamde Hussietenoorlogen in de eerste helft van de 15e eeuw. Uitkomst daarvan was uiteindelijk een hussietische kerk naast de rooms-katholieke kerk. In leer en leven wilde deze kerk een terugkeer naar de Bijbel, waarvan zij meende, dat deze in de verwereldlijkte kerk van die dagen geen rol van betekenis meer speelde. Vooral Jezus’ Bergrede uit Mattheüs 5, 6 en 7 werd leidraad voor leer en leven.
|
|
Lees meer...
|
|
De Nederlandse geschiedenis strekt zich uit over de hele wereld. Van Spitsbergen tot Brazilië en van Amerika tot India, overal zijn resten te vinden van Nederlandse handel en op veel plaatsen zijn ook begraafplaatsen aangelegd. Een van de gebieden waar de Nederlanders een aantal decennia de scepter zwaaiden was het territorium van Nieuw-Nederland in de huidige Verenigde Staten (VS). Rond dezelfde tijd vestigden de Engelsen zich in wat zij New England noemden en begonnen daar een vruchtbare kolonie die uiteindelijk de Nederlandse zou overvleugelen. Het gebied waar de Nederlanders zich vestigden, ligt verspreid over wat nu de staten New Jersey, New York, Delaware en Connecticut zijn. Vooral in de vallei langs de Hudson waren de Nederlanders zeer actief. Vreemd genoeg dateren de oudste grafmarkeringen in dat gebied pas van het begin van de 18de eeuw, hoewel de eerste vestiging er al een eeuw eerder plaatsvond. In verhouding tot New England is dat vreemd want de oudste grafmarkeringen daar dateren uit het tweede kwart van de 17de eeuw, terwijl de oudste in de Hudsonvallei zeker van 60 à 70 jaar later dateren. Aan wat er in die eeuw daarvoor gebeurde met de graven, zal in dit artikel aandacht besteed worden, maar ook aan de geschiedenis van de vele kerkhoven die de Nederlanders stichtten in hun dorpen. Ook wat er daarna met de kerkhoven gebeurde, komt in dit artikel aan bod.
|
|
Lees meer...
|
|
* Rotterdam 24 mei, 1807 - † Den Haag 4 november 1893
Wie de lijst van werken van de hand van dominee Cornelis Elisa van Koetsveld ziet, kan zich nauwelijks voorstellen, dat deze ontstaan is in wat hijzelf noemt “snipperuren”. Zijn hoofdtaak, die van predikant, mocht niet lijden onder zijn behoefte om te schrijven, zo vond hij. Overigens leverde hij juist in zijn geschriften een geweldige bijdrage aan kerk en theologie en bewees daarmee herder én leraar te zijn. Het belang daarvan werd ingezien door de Academische Senaat te Groningen, die hem op 20 mei 1865 op voordracht van de theologische faculteit een eredoctoraat in de theologie toekende. Van zijn geschriften handelt het grootste deel over stichtelijke, theologische, ethische, catechetische en homiletische stof. Het kleinste deel bevat novellen, door hemzelf uitdrukkelijk godsdienstig en zedelijk genoemd. Met name zijn Schetsen uit de pastorie te Mastland, Ernst en luim uit het leven van de Nederlandse dorpsleraar, waarvan de 9e druk nog door hemzelf is gecorrigeerd en die zelfs werd vertaald in het Engels en het Duits, werd hoog geroemd door onder anderen Potgieter in De Gids en later door Busken Huet. Men kan het als de Camera Obscura van Hildebrand duiden als een juweel op het gebied van de Nederlandse letterkunde.
|
|
Lees meer...
|
|
Er zijn veel plaatsen in Nederland die je passeert met een vaartje van een kilometer of 100, waarbij je je afvraagt 'wat ligt daar nu eigenlijk?' Zoiets heb ik bij het passeren van Zwolle en dan men name bij het stuk bos aan de linkerkant na de afslag Zwolle-Noord. Welnu, het blijkt geen bos te zijn, maar van een afstand zie je dat niet. Het is een begraafplaats daar, en wel één met een boskarakter. De begraafplaats is aangelegd op het voormalige landgoed bij de havezate Kranenburg, wat veel verklaart. Aan de lange oprijlaan staat nog de zogenaamde Prinsenpoort, bestaande uit twee hekpijlers die herinneren aan de status van het landgoed. Bijna aan het eind van de lange laan die naar de begraafplaats voert ligt aan de rechterzijde nog het oude koetshuis. Even verderop ligt op de begraafplaats ook het crematorium van Zwolle.
Ontstaan
De begraafplaats werd in 1928 vormgegeven door de firma J. Copijn en Zn. op de plaats van het voormalige landgoed Kranenburg. Dat landgoed lag destijds in de gemeente Zwollerkerspel (opgeheven in 1967). De havezate Kranenburg werd al genoemd in de 15de eeuw en is in de loop der tijd in verschillende handen geweest. In 1810 kwam het landgoed in handen van de familie Vos de Wael. Zij gebruikten het voornamelijk voor de jacht. In 1844 lieten ze de havezate afbreken.
|
|
Lees meer...
|
|
* Burum 18 september 1926 - † Kollum 5 december 2007
Foekje Dillema was de derde dochter in een gezin van 8 kinderen. Ze groeide op in eenvoud; bij de arbeiderswoning van de familie Dillema werd het water nog uit de pomp gehaald. Ze had belangstelling voor sport en was lid van V & K Kollum. Daar werd haar aangeraden aan atletiek te gaan doen waarop ze lid werd van Leeuwardense atletiekvereniging Vitesse. In mei 1948 won ze buiten mededinging haar eerste wedstrijd in het dorp Buitenpost. Haar sprintsnelheid was opvallend. Op 13 juni 1948 was haar officiële atletiekdebuut. Ze liep de 100 m in de series in 12.8 sec. en in de finale in 13 sec. Een maand later finishte ze al in 11.9 waarmee ze een serieuze bedreiging vormde voor de toen zeer populaire Fanny Blankers-Koen die het record in haar bezit had met 11.7. Foekjes internationale doorbraak volgt in augustus 1949 tijdens de atletiekwedstrijd Engeland-Nederland-Frankrijk in Londen. Ze wint de 100 zowel als de 200 m ten koste van de grote favoriete Sylvia Cheeseman. De Britse toeschouwers zijn verbaasd, zó verbaasd dat zij Foekje na deze dubbelslag de eretitel "Athlete of the Match" toekenden. Fanny Blankers-Koen, die in 1948 4 gouden medailles op de Olympische Spelen had gewonnen was afwezig, zij wenste niet tegen een verklede vent te lopen zoals ze het uitdrukte. Frits Abrahams beschrijft in het NRC-Handelsblad van 28 januari 2004 hoe de harde, egocentrische Fanny Blankers met de Friese atlete omging. In zijn biografie van Fanny merkt Kees Kooman op dat ze bij haar collega's niet erg geliefd was, ongeduldig, afstandelijk, egoïstisch. Ze kon absoluut niet tegen kritiek of haar verlies.
|
|
Lees meer...
|
|
 Dergelijke palen konden ooit in veelvoud aangetroffen worden op begraafplaatsen. Degelijk en goed zichtbaar. Een particulier biedt nu een grote partij van deze gietijzeren nummerpalen aan. De palen zijn niet bedoeld voor particulieren en worden ook niet per stuk aangeboden. Wie geïnteresseerd is in de partij kan contact opnemen met het
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
of rechtstreeks met de aanbieder:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
|
|
Vanaf 1 januari 2010 gaat de nieuwe Wet op de lijkbezorging van kracht. Diverse wetsartikelen zijn aangepast of uitgebreid. Bijvoorbeeld: Voortaan hoeft de uitvaart pas op de zesde werkdag na het overlijden plaats te vinden (dat was de vijfde dag na de dag van overlijden), de termijnen van grafrechten zijn veranderd en er moet vanaf 1 januari zorgvuldiger worden geschouwd als de overledene jonger dan 18 jaar is. Allemaal belangrijke aanpassingen, maar de echte grote verandering is dit: balsemen mag vanaf 1 januari!
‘Wilt u dat uw geliefde overledene een conserverende behandeling ondergaat?’ Vanaf 1 januari 2010 kan die vraag aan u worden voorgelegd. Het kan ook zijn dat de vragensteller c.q. uitvaartondernemer spreekt van balsemen of thanatopraxeren. Heeft u dan enig idee waar hij/zij het over heeft? Nee? Dan geeft het boek Balsemen ja / nee u de antwoorden!
|
|
Lees meer...
|
|
Vroeg of laat wordt iedereen geconfronteerd met de drie hoofdmomenten in een mensenleven: geboorte, huwelijk en dood. Deze aspecten hebben altijd een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op onderzoekers. Talrijke publicaties over deze onderwerpen getuigen hiervan. Het laatste facet van de levenscyclus, n.l. de dood, heeft lang in een taboesfeer gelegen. Toch heeft het fenomeen van de dood, waar geen ontkomen aan is, de mens steeds geïntrigeerd. Geboorte en dood zijn de meest democratische elementen in de levenscyclus. Niemand zal de man met de zeis ontlopen.
Met de tentoonstelling: “In Paradisum”, wil Museum van de Vrouw een indringend beeld geven van de katholieke begrafenis en rouwrituelen in de 19de eeuw, tot het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren 1960.
In het eerste deel worden elementen rond sterven en rouw behandeld. We zien hoe de naderende dood wordt ervaren, om vervolgens de gebruiken bij het overlijden te belichten. Dan begeleiden wij de dode, naar de laatste rustplaats. Daarbij komen ook de religieuze rituelen aan bod. Ook wordt de nodige aandacht besteed aan de rouwmode en de rouwmaaltijd.
|
|
Lees meer...
|
|
|