|
|
door Marten Mulder
|
|

De geschiedenis van glasfabricage in vogelvlucht
Wanneer we ver teruggaan in de geschiedenis komen we glas met name tegen als sieraad, in de vorm van ondoorzichtige parels. Ze zijn gevonden in Egypte en delen van Meopotamië en dateren uit omstreeks 3500 v. Chr. Vondsten van fragmenten van vazen werden gevonden in Mesopotamië en dateren uit de 16de eeuw v.Chr. In Egypte ontwikkelden rond 1500 v. Chr. handwerkslui methoden om glazen potten te vervaardigen. Mogelijk waren deze handwerkslui als slaven meegevoerd naar Egypte na succesvolle veldslagen. Enkele gevonden vazen dragen de naam van Farao Thoetmosis III (ca 1479-1425 v.Chr.). Alexandrië is een aantal eeuwen een belangrijk centrum voor glasproductie geweest. Men neemt aan, dat zich van hieruit de glasproductie verspreid heeft tot in Italië.
|
|
Lees meer...
|
|
door Marten Mulder
|
|
Het is een bekend gegeven, dat graven in oude kerken voornamelijk van aanzienlijke personen en families zijn. Herenbanken met familiewapens, rouwborden, tombes, praalgraven en rijk geornamenteerde stenen laten er geen twijfel over bestaan, dat wie hier liggen het ooit te zeggen hadden in deze streek. En voor zover het al niet af te lezen zou zijn aan genoemde funeraire stukken, men zorgde ervoor dat er niemand aan zou twijfelen wie opdrachtgever en geldschieter was geweest voor de bouw van de toren (gedenksteen boven de ingang), het orgel (cartouche op de kas van het Hoofdwerk) en ander kerkmeubilair.
De opdracht tot de bouw van een nieuwe toren voor de Hervormde Kerk van Uithuizermeeden werd gegeven door Onno Tamminga van Alberda, heer van Rensema, in 1717. Willem Alberda van Rensema schonk het huidige orgel, dat in 1785 werd ingewijd. Hij overleed in 1786 en werd als laatste bijgezet in de grafkelder onder het koor van de kerk. Aan hem herinnert het rouwbord op het koor van de kerk.
|
|
Lees meer...
|
|
door Marten Mulder
|
|
Het heeft lang geduurd voor het Stadskanaal doorgetrokken was tot de Duitse grens. In 1765 besloot het bestuur van de stad Groningen tot het graven van het nieuwe kanaal, dat nodig was in het kader van het vervenen van het omliggende gebied. In 1865 had het Stadskanaal zijn uiteindelijke lengte bereikt. Langs het kanaal verrezen huizen, landbouwers vestigden zich op de dalgronden en het dorp Stadskanaal ontstond.Naarmate het kanaal vorderde verplaatste het centrum van het dorp zich. Aanvankelijk een agrarisch dorp, kreeg nijverheid en industrie rond de eeuwwisseling een steeds belangrijker plaats. Het kanaal, de huizen langs het kanaal, boerderijen wat verder het land in, het ademt met de open ruimte van het achterland een heel eigen sfeer.
|
|
Lees meer...
|
|
door Marten Mulder
|
|
Wie een indruk wil krijgen hoe een vesting uit de tachtigjarige oorlog er moet hebben uitgezien, zal zeker een bezoek moeten brengen aan de vesting Bourtange. Het idee voor het verdedigingswerk kwam van Willem van Oranje, die vreesde voor een aanval vanuit Duitsland. Adriaen Anthoniszoon ontwierp het en in 1593 werd met de bouw begonnen. Tussen 1738 en 1742 werd de vesting nog uitgebreid, maar opgeheven in 1851 veranderde de vesting in een "gewoon" boerendorp. Veel verdween wat herinnerde aan de uitsluitend militaire functie.Tot men in 1972 begon met de reconstructie van de vesting. In 1593 werd ook de vesting Oudeschans gebouwd. Een naam overigens, die het pas later kreeg. De oorspronkelijke naam was de Bellingwolder Schans. De vesting was bedoeld om de verbinding van en naar de stad Groningen, toen nog in handen van de Spanjaarden, af te sluiten. Deze vesting had vier bastions. Een bastion of bolwerk is een vijfhoekig gemetselde of aarden uitbouw van een verdedigingsmuur of wal. In de Bellingwolder Schans werd een klein garnizoen gelegerd.
Ten noordoosten van deze vesting werd in 1629 de Langakkerschans aangelegd, die we kennen onder de huidige naam Nieuweschans. In 1672 zijn de beide vestingen nog belegerd en voor een korte tijd ingenomen geweest door de troepen van de bisschop van Münster, Christoph Bernhard Freiherr von Galen, die velen beter kennen onder z'n bijnaam Bommen Berend. In 1820 is de vesting Oudeschans opgeheven, vijfig jaar later gevolgd door Nieuweschans. Veel werd er gesloopt, maar gelukkig kon er ook heel wat worden behouden en gerestaureerd, zoals het oude garnizoenskerkje met de pastorie onder één dak.
Op een van de bastions, het dodenbastion, ligt de begraafplaats. Dat een begraafplaats werd aangelegd op een bastion heeft alles te maken met het feit, dat de vesting lag in een moerassig gebied. Een dergelijke plek is immers niet gunstig voor een begraafplaats. De begraafplaats zal vlak na de bouw van de vesting in gebruik zijn genomen. Bij graafwerkzaamheden in de wallen van de andere bastions zijn ook menselijke resten aangetroffen. Hier is verder echter geen onderzoek naar gedaan. Op de begraafplaats treffen we zeer oude zerken aan en grafmonumenten uit onze tijd. De begraafplaats wordt duidelijk gedomineerd door graven van de geslachten Diddens en Uniken.
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|