|
|
door Els Vissers
|
|
De kleinste begraafplaats van Nederland?
Ingeklemd tussen de bebouwing van de Europalaan en een grote vijver ligt de van oorsprong algemene begraafplaats van Son en Breugel. De “begraafplaats” is niet groter dan enkele vierkante meter en er bevindt zich slechts één zichtbaar graf. Hoe kwam dat graf daar? Daarvoor moeten we terug naar het eind van de 19de eeuw toen religie een grote rol speelde. Waarom bestaat het graf nog steeds? Hiervoor moeten we een blik werpen op de personen die er begraven liggen.
Op 12 juli 1895 overleed Wilhelmina Jacoba van Hoven – van Heusden in de leeftijd van 96 jaar. Zij was op 14 juni 1799 geboren te Hilvarenbeek. Op 8 september 1833 trouwde zij met Samuel van Hoven. Het echtpaar vestigde zich in Breugel. Vanaf 1837, tot aan haar dood, woonde Wilhelmina van Hoven aan de (nu) Dommelstraat 12 te Son.
|
|
Lees meer...
|
|
door Hanneke Das-Horsmeier
|
|
In 2006-2007 onderging de Vughtse St.‑Lambertustoren een ingrijpende restauratie. In augustus 2007 vond een feestelijke afronding plaats door de onthulling van een enorme grafsteen tegen de noordelijke muur van de toren. De zerk lag oorspronkelijk op het St.‑Lambertskerkhof en dekte het graf van de veertienjarige Pieter Anthony van Wiedenkeller. Hij werd in 1775 in de protestantse Lambertuskerk in Vught gedoopt en overleed in 1790. Zijn grafsteen heeft sinds 1790 op verschillende plaatsen gelegen. Naarmate het onderzoek naar de achtergronden van de zerk vorderde, ontrolde zich een opmerkelijke geschiedenis.
De familie van Pieter Anthony van Wiedenkeller
Pieter Anthony was de zoon van Johan Balthasar van Wiedenkeller en Maria Agatha Louise von Reden. Met deze ouders en zijn grootouders had hij een kleurrijke achtergrond. In de verschillende archiefstukken en publicaties worden zowel hun voor- als achternamen op diverse manieren geschreven. Zo wordt de naam van Pieter Anthony’s familie nogal eens als Van Wijdenkeller weergegeven. In dit artikel wordt gekozen voor Van Wiedenkeller, behalve als het om citaten gaat. [1]
|
|
Lees meer...
|
|
door Hanneke Das-Horsmeier
|
|
Begraven op eigen grond
Overal waar mensen zich vestigen, zal zich na korte of lange tijd de noodzaak voordoen om medemensen te begraven. In Vught lagen de oudste graven bij en in de St.-Lambertuskerk en de oude St.-Pieterskerk of Strooien kerk op het latere Maurickplein, op en rond de Joodse begraafplaats aan de Berkenheuveldreef en bij een oude kapel in Cromvoirt. In 1830 werd de Algemene begraafplaats aangelegd. Later volgden begraafplaatsen van parochies, kloosters, psychiatrisch ziekenhuis Voorburg en de protestantse begraafplaats Ouwerkerk. [1] Dit artikel zal gaan over de graven die drie aanzienlijke, Vughtse families op eigen grond hebben gerealiseerd. De oudste grafkelder op particuliere grond is die van de familie Martini aan de Martinilaan met een eerste bijzetting omstreeks 1813. Veel aandacht zal uitgaan naar grafkelders van de familie Van Beresteijn [2] die twee eeuwen op kasteel Maurick heeft gewoond: de grafkelders in de St.- Lambertus- en de St.-Pieterskerk, een grafkelder op de Algemene begraafplaats en tenslotte een grafkelder op eigen terrein in het bos van Maurick. De eerste bijzettingen vonden daar omstreeks 1840 plaats. Het derde graf op eigen grond is van de in 2003 omgekomen Mr. W.F.E. Marggraff in het park bij zijn landhuis Zionsburg in het centrum van Vught.
|
|
Lees meer...
|
|
door Leon Bok
|
|
In het noorden van Vught ligt verscholen achter een voormalig parochiecomplex een zeer bijzondere begraafplaats. Niet bijzonder in de zin dat het een katholieke begraafplaats is, maar vanwege het ontwerp! Deze begraafplaats is namelijk ontworpen door de bekende architect A.J. Kropholler. In de jaren dertig van de 20ste eeuw tekende Kropholler het ontwerp voor het klooster en bejaardentehuis "Mariënhof". Daarbij hoorde ook een kerk, woningen, verschillende scholen, een pastorie en een begraafplaats annex processiepark. Kropholler had geen beroepsopleiding tot architect genoten, maar werkte zich zelf op door werktekeningen van gebouwen te maken. In eerste instantie legde Kropholler zich toe op kantoorpanden en winkels maar in zijn latere werk verschoof het accent meer naar kerkbouw en al wat daar mee samenhing. De Mariakerk te Vught was de eerste kerk die Kropholler in Noord-Brabant bouwde. De bouw van het totale complex duurde, met enige onderbrekingen, van 1934 tot 1954. Kropholler was van mening dat kunstwerken in en om een gebouw ondergeschikt dienden te zijn aan de architectuur. De inrichting en afwerking van het complex kenmerkt zich dan ook door harmonieuze ontwerpen van de hand van Kropholler. Het was niet zo dat de ontwerpen perse voor deze kerk gemaakt werden, maar ze waren wel passend bij het geheel. Interieurstukken in de kapel van Mariënhof komen daarom sterk overeen met die in de kerk. Bij de bouw van het complex werden veel landelijke en regionale kunstenaars en andere vaklieden ingeschakeld, waaronder Mari Andriessen. In de jaren zeventig begon de neergang van het complex. Als eerste werd het processiepark afgestoten. Het werd alleen nog gebruikt door zusters en bejaarden wat de hoge onderhoudskosten niet meer rechtvaardigde. Ook de processiekapel achter de begraafplaats werd verkocht. Nog later werd de pastorie verhuurd. Na een kentering eind jaren tachtig kwam in 1999 toch het onherroepelijk besluit van het Bisdom dat de kerk onttrokken zou worden aan de eredienst. Anno 2002 is het complex bijna verlaten en wacht het op een nieuwe eigenaar. De begraafplaats wordt evenwel nog gewoon gebruikt door de parochie van Vught-noord. Het complex is inmiddels opgenomen op de lijst van beschermde rijksmonumenten.
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|