| Makam Belanda Peneleh - Surabaya |
|
| door Leon Bok | ||||
Pagina 1 van 2
De stad Surabaya werd in 1293 gesticht door Raden Wijaya. De naam komt van de haai Sura (Soera) en de krokodil Baya (Baja) die volgens een legende in gevecht gewikkeld zouden zijn in de rivier de Kali Mas (gouden rivier in het Javaans). Op de plek waar dit gevecht is geweest, ligt nu de stad. De mythe over het ontstaan van de stad geeft al aan dat water een grote rol speelt in Surabaya. Grote delen van de huidige stad bestaan uit laaggelegen grond die in eeuwen boven de zee zijn komen te liggen. De riviermonding was hoe dan ook een belangrijke plaats voor de toenmalige heersers. Toen dezen zich in 1525 bekeerden tot de islam, was dat tegelijk de start voor een periode van macht. In 1625 veroverde de Mataramdynastie uit Midden-Java Surabaya. De komst van de eerste Europeanen had vooralsnog weinig invloed op Surabaya. Wel vestigde de VOC in 1617 hier een handelspost. Nadat de VOC rond 1743 de stad overnam, werd Surabaya een belangrijke haven- en marinestad. De VOC handelde via Surabaya vooral in suiker, koffie en thee. Uiteraard vestigden zich al snel Nederlanders en andere Europeanen in de stad. Er kwam een protestantse kerk en daar werd ook in en bij begraven. Met de groei van Surabaya ontstond er behoefte aan meer begraafruimte voor Europeanen. Die ruimte kwam er rond 1793.
Eerste begraafplaatsOp 25 januari 1793 maakte de kerkmeester van de Protestantse kerk van Surabaya bekend dat begraven op het terrein rond de kerk niet meer was toegestaan omdat het kerkhof vol was. Uiteraard zal er al eerder sprake geweest zijn van het vol raken van het kerkhof. In ieder geval werd voor nieuwe graven uitgeweken naar een locatie aan de westzijde van de stad. Hier was, net
Na een onhoudbare toestand toch een oplossingIn 1839 gaf de doodgraver op Krembangan in een rapport aan dat de situatie op de begraafplaats onhoudbaar was geworden. Uitbreiding naar het omliggende terrein bleek niet mogelijk omdat het te moerassig was. Opnieuw werden er stappen ondernomen om een stuk grond buiten de stad en buiten de versterkingen van de stad (de defensielijn) te verkrijgen. De oplossing liet wederom lang op zich wachten. Op 26 februari 1846 stelde het Gouvernement een bedrag van 10.000 gulden beschikbaar voor de aanleg van een begraafplaats in kampong [3] Peneleh. Deze kampong bevond zich ten zuiden van de stad, niet ver van de Kali Mas. Al snel werd onder toezicht van ingenieur Geil begonnen met het in orde brengen van het terrein. Belangrijk daarbij was de ophoging van het terrein. Daarnaast moesten ook maatregelen genomen worden voor een goede afwatering en de aanleg van paden. In augustus 1847 kwam de nieuwe begraafplaats gereed en op 1 december was de formele openstelling. Families die op de oude begraafplaats nog over kelders beschikten, mochten, zolang er plaats was, hun doden blijven bijzetten. Over het jaar 1847 zijn geen begravingen op Peneleh bekend, maar in 1848 werden er al iets meer dan honderd doden begraven.
Peneleh in gebruikPeneleh was een Europese begraafplaats waar protestanten, rooms-katholieken, Joden maar ook inlandse en Chinese christenen werden begraven. Dat er niet een afgepaald stuk werd aangelegd voor elk geloof, geeft het ware algemene karakter van deze begraafplaats weer. Ook liggen allerlei nationaliteiten door elkaar, waardoor de bezoeker niet alleen Nederlandse teksten, maar ook Duitse en Engelse teksten kan aantreffen. Op de begraafplaats werden twee type graven uitgegeven: kelder- en zandgraven. Die laatste waren huurgraven en die werden dus voor bepaalde tijd uitgegeven. Waarschijnlijk werden deze graven meerdere malen gebruikt, wat ook aan de nummering te herkennen is. De stoffelijke resten uit de geruimde graven werden naar het knekelhuis gebracht dat ook op de begraafplaats was gebouwd. Een dergelijke voorziening kenden veel Nederlandse begraafplaatsen ook tot pakweg 1830. Nadien werden geruimde resten in Nederland vaak in een knekelput begraven. Op Peneleh was dat dus anders. Hier plaatste de lokale overheid een groot gebouw in de stijl van een klassieke Griekse tempel. Eronder werd een grote kelder aangelegd die van boven gevuld kon worden via twee ronde gaten.
De begraafplaats had een omvang van bijna 4,5 hectare. Waarschijnlijk is het hele terrein niet in een keer in gebruik genomen, maar is het begraven vanuit het midden begonnen. Dat had zeker ook te maken met het graf van resident Pietermaat (1790-1848) die na zijn overlijden een prominente plek kreeg op de begraafplaats. Geheel in het gelid werden dubbele rijen keldergraven in lange rijen rondom dit monument geschaard. De paden voor de kelders werden niet aangelegd voor een fijne wandeling maar waren louter functioneel. Op die manier konden de doodgravers via een gat aan de voorzijde een kist bijzetten in de kelder. Volgens overlevering stonden er geen bomen op de begraafplaats waardoor het een verstikkende vlakte was die zeker niet uitnodigde voor grafbezoek.
De gemeente Surabaya wachtte de groei van de Europese bevolking niet af, maar liet rond 1915 een nieuwe begraafplaats aanleggen. De verwachting was dat Peneleh al op korte termijn onvoldoende ruimte zou bieden voor het aantal verwachtte begravingen. Op dat moment waren er bijna 13.000 personen begraven op Peneleh. In 1915 waren het er jaarlijks nog bijna tweehonderd. Het terrein voor de nieuwe begraafplaats werd gevonden op zo’n 3,5 kilometer afstand van Peneleh, bij Kembang Kuning. Het zuidwestelijk van de stad gelegen stuk grond lag in een licht glooiend gebied dat tot op zo’n 15 meter boven zeeniveau lag. Het terrein kon daardoor snel in gebruik worden genomen. Dat gebeurde in 1916.
Dubbel einde voor PenelehZo’n zeventig jaar na in gebruik name was ook Peneleh te klein geworden. In oktober 1916 werd het laatste zandgraf (het 10141-ste) uitgegeven. Het graf lag helemaal achteraan op de begraafplaats. Net als bij de oude begraafplaats op Krembangan konden er nog wel doden worden bijgezet in familiegraven voor zover daarin nog plaats was. Tussen 1916 en 1964, toen de laatst bekende bijzetting plaatsvond, werden er nog enkele duizenden personen bijgezet, voornamelijk in eigen graven. Maar ondertussen was er wel heel wat veranderd. Nadat Surabaya in 1942 in Japanse handen viel, hielden dezen meer dan drie jaar de stad in hun greep. Dat gold met name voor de Europese inwoners want die werden geïnterneerd. Een grote groep mannen werd gedwongen om voor de Japanners te werken. In de registers van Peneleh zijn in die oorlogsjaren veel minder invoeringen bekend. De begraafplaats werd dus veel minder gebruikt. Veel geïnterneerden die stierven in gevangenschap werden elders begraven. Met de overgave van de Japanners in augustus 1945 brak in Nederlands-Indië een verwarde tijd aan. Er was geen sprake van een onmiddellijke terugkeer van het koloniale bestuur doordat veel Europeanen nog in kampen zaten. Velen waren verspreid over het door de Japanners bezette gebied en militairen had Nederland al helemaal niet bij de hand om de macht weer over te nemen. De Britse troepen die de Japanners moesten ontwapenen in Nederlands-Indië werden vijandig ontvangen en in Surabaya brak een verbeten strijd los. Het vlagincident op het Oranje Hotel (nu hotel Majapahit) in september 1945 en de moord op de Engelse generaal Mallaby, eind oktober zijn daar wel enkele hoogtepunten van. Het markeerde de zware strijd die de Indonesiërs vochten om hun land los te maken van de koloniale bezettingsmacht. De Indonesische nationalisten waren goed bewapend door het wapentuig dat de Japanners hadden achtergelaten. Hoewel de nationalisten na bloedige gevechten de stad uiteindelijk moeten prijsgeven, zou de trofee uiteindelijk naar hen gaan. Begin 1946 werden de Britse troepen afgelost door de eerste Nederlandse contigenten die onmiddellijk begonnen met herstel van de vooroorlogse situatie. Voorzichtig werd ook begonnen met de wederopbouw van de deels verwoeste stad. Die werd pas voltooid na de soevereiniteitsoverdracht in december 1949. Ondertus Na 1949 liep het aantal begravingen op Peneleh snel terug. Dat had vooral te maken met het feit dat veel Nederlands-Indische families terugkeerden naar Nederland. In 1955 gaf de gemeente Surabaya het beheer van de begraafplaats Peneleh op. De gemeente concentreerde zich op de andere begraafplaatsen in de stad die wel volop in gebruik waren, waaronder ook Kembang Kuning. Feitelijk werd Peneleh hiermee voor de tweede keer gesloten. De laatste begraving vond plaats in 1964.
Aftakeling
Noten
|
||||
|
Laatst aangepast op maandag 01 april 2013 19:59 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |