Start
Artikelen
Bronnen & Literatuur
|
Van Heiden Reinestein en 'Berend Botje'
(door Marten Mulder)
De Milly Van Heiden Reinestein
Door stadhouder Willem IV werd Alexander Carel Vrijheer Van Heiden tot Drost van Drenthe benoemd. Tussen de stadhouderlijke familie en de familie Van Heiden bestonden vriendschappelijke betrekkingen.
Na de dood van Alexander Carel, de eerste Drost Van Heiden volgde diens zoon Sigismund Pieter Alexander zijn vader op. Deze echter verbleef de meeste tijd in het Westen, verwierf zich daar de Utrechtse Ridderhofstad Rhijnestein en noemde zich Van Heiden Rijnestein (later: Reinestein). Het in Assen gebouwde Drostenhuis heeft de Drost nooit betrokken. Voor zover in Drenthe aanwezig, was Laarwoud in Zuidlaren het onderkomen.
Als Sigismund sterft, komt er een einde aan de "erfopvolging". Voor de heren Van Heiden een grote teleurstelling en een flinke stap terug.
Het tij keert enigszins als de in 1811 geboren Louis, graaf Van Heiden Reinestein in 1832 burgemeester van Zuidlaren wordt . Hij bleef dat tot 1838, in 1867 werd hij Commissaris des Konings. In 1882 overlijdt hij op Laarwoud. Evenals zijn zuster gravin Isabelle C. S. W. Van Heiden Reinestein is hij ongehuwd gebleven. De andere zuster, gravin Marie Frédérique, trouwde met jonkheer mr. P.A.G. de Milly, burgemeester van Zuidlaren van 1843 tot 1883. Officieel werd de naam van de kinderen De Milly van Heiden Reinestein.

Een beroemde telg
Berend Botje ging uit varen
Met zijn scheepje naar Zuidlaren
De weg was recht, de weg was krom
Nooit kwam Berend Botje weerom
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Waar is Berend Botje gebleven?
Hij is niet hier, hij is niet daar
Hij is naar Amerika
Amerika, Amerika, Amerika
Hij is naar Amerika
Op 6 september 1773 werd Lodewijk Sigismund Gustaaf, graaf Van Heiden Reinestein geboren als tweede zoon van Sigismund Pieter Alexander, graaf Van Heiden Reinestein en Drost van Drenthe. Opgeleid voor de Hollandse zeedienst begeleidt hij in het roerige jaar 1795 stadhouder Willem V naar Engeland, wordt bij terugkeer gevangen gezet, door tussenkomst van Pichegru in vrijheid gesteld en keert na ontslag uit de zeedienst terug naar het familiegoed Laarwoud te Zuidlaren.
In september 1795 wijkt hij uit naar Rusland en om daar zijn diensten aan de Tsaar aan te bieden. Zijn kennis, inzicht en inzet bezorgen hem diverse onderscheidingen en bevorderingen. Zijn voornemen terug te keren naar het vaderland werd door de Tsaar voorkomen door hem de nodige onderscheidingen en een belangrijke positie te verlenen (de weg was recht, de weg was krom).
Bij de slag van Navarin (in de oorlog tussen Griekenland en Turkije) op 8 oktober 1826, aan boord van het admiraalsschip de Azof (door velen in Nederland indertijd als Amerika betiteld!), betoonde hij dusdanige koelbloedigheid en moed, dat hij opnieuw werd overladen met onderscheidingen en een hogere positie: vice-admiraal.
Van de Grieken kreeg hij de bijnaam: BéBé (vadertje). Berend Botje!
Door het volk in Cronstadt en in Reval, van welke steden hij door de Tsaar benoemd was tot militaire gouverneur werd hij vader (Beboe) genoemd. In 1832 werd hij als held ingehaald in Nederland en bezocht verschillende plaatsen op een door koning Willem I beschikbaar gestelde stoomboot. Ook Zuidlaren werd aangedaan. Op 17 oktober 1850 overleed hij te Reval (het huidige Tallin) en werd daar begraven.
Laarwoud en de Hervormde Kerk
In 1750 kocht Vrijheer Van Heiden van de erven Selbach de havezathe Laarwoud te Zuidlaren. In 1915 werd de havezathe aangekocht als burgemeesterswoning en in 1958 in gebruik genomen als gemeentehuis.
In het koor van de kerk bevindt zich o.a. de grafzerk van Sigismund Pieter Alexander Van Heiden Reinestein, overleden in 1806 en Maria Frederica baronesse Van Reede, overleden in 1807.
Boven de adelsingang in het koor van de kerk bevindt zich het Memoriewapen voor Alexander Carel Van Heiden, Drost van Drenthe, overleden in 1776.
Literatuur
- W. Foorthuis: Berend Botje: Nederlandse zeeheld (in: Toal en Taiken, jaargang 9, nr 5)
- H. Kamphuis: Groninger Borgen en Drentse Havezaten (Walburg Pers, Zutphen, 1995)
- H. Gras e.a. : Geschiedenis van Assen (van Gorcum, Assen, 2000)
- H. J. Prakke: Deining in Drenthe (van Gorcum, Assen, 1969)
- J. Heringa e.a. : Geschiedenis van Drenthe (Boom, Meppel, 1985)
© Marten Mulder 2001
|
|