| Harlingen - Gemeentelijke begraafplaats annex Joodse begraafplaats |
|
| door Leon Bok |
|
Duistere ontstaansgeschiedenisFriesland kent een aantal typische stadsbegraafplaatsen, aangelegd in de 19de eeuw, met een allure die de steden recht deed. Grootse ingangspartijen en aandacht voor de bebouwing op de begraafplaats, laten een goed verschil zien met de typische dorpskerkhoven. Aan de Begraafplaatslaan in Harlingen ligt zo'n fraaie stadsbegraafplaats.
In het kadastrale register van 1832 wordt ene Sikke Dirks Bleeker nog als eigenaar van de nieuwe begraafplaats vermeld. Dat wijst er misschien op dat de begraafplaats destijds nog geen gemeentelijk bezit was. Uit andere bronnen komt naar voren dat Harlingen de begraafplaats rond 1834 in bezit kreeg. Dat laatste strookt ook met de dateringen op de vele grafmonumenten die in het voorjaar van 2003 gevonden zijn bij ruimingswerkzaamheden van het oudste veld op de begraafplaats. Veel grafmonumenten dateren uit de jaren dertig van de 19de eeuw. Niet lang na 1834 zal de begraafplaats ook voorzien zijn van het fraaie smeedijzeren toegangshek en het lijkenhuisje.
Joodse begraafplaatsIn de loop van de 19de eeuw kregen ook de joden de beschikking over een eigen begraafplaats op een afgeschermd deel van de algemene begraafplaats. De oude joodse dodenakker lag langs de stadsmuur aan de Willemskade, nabij de Westerkerk. Deze begraafplaats dateerde waarschijnlijk van halverwege de 18de eeuw. Aan de Begraafplaatslaan werd in 1869 een nieuwe begraafplaats aangelegd. De oude werd in 1870 gesloten. Op de algemene begraafplaats werd op een apart deel een joodse begraafplaats aangelegd die in 1909 werd uitgebreid. Toen werd de begraafplaats ook voorzien van een metaheerhuisje en een muur met daarop een ijzeren hek. In 1953 zijn hier de stoffelijke resten herbegraven van de oude begraafplaats bij de Willemskade omdat die werd afgegraven bij de herinrichting van het haventerrein. Het hekwerk rond de Joodse begraafplaats is eind jaren tachtig wegens slechte staat opgeruimd en vervangen door een haag van taxus. De grafmonumenten zijn aan het begin van de 21ste eeuw rechtgezet, schoongemaakt en opnieuw beletterd. Dit gaf het Joodse begraafplaatsje in eerste instantie een wat curieus uiterlijk. Alle stèles zagen er exact hetzelfde uit en stonden keurig in het gelid. Inmiddels is het beeld weer wat bijgetrokken.
Situatie anno 2009
Het oude veld aan de rechterzijde van de ingang is in 2003 geheel omgespit. Om hier weer te kunnen begraven zijn de vele grafmonumenten die al geruime tijd onder de grasmat lagen, naar boven gebracht. De honderden grote en kleine zerken zijn alle gedocumenteerd en een kleine selectie heeft men bewaard op de begraafplaats. Die liggen nu op het talud tussen de oude begraafplaats en de uitbreiding. De wijze waarop ze Dit oude veld is weer geheel teruggebracht in hetzelfde profiel en de nieuwe grafmonumenten die hier vanaf 2004 zijn geplaatst, vallen nauwelijks op. Ze voldoen aan de eisen die gesteld zijn om dit historische veld weer te mogen gebruiken. De reden daarvoor is dat getracht is om de karakteristieke aanblik van dit deel weer enigszins te herstellen. Er lagen immers altijd zerken en met de hedendaagse grafcultuur zou dat Het veld ter linkerzijde van de ingang wordt, met name aan de slootkant, gekenmerkt door staande stenen! Dit veld is langer in gebruik geweest en laat een kentering in de grafbedekking zien. Enkele opvallende grafmonumenten hier verwijzen naar de populaire kaatssport. Prachtige voorbeelden van lokale cultuur die het behouden zondermeer waard zijn.
Verder naar achter op de begraafplaats vindt men nog enkele laat 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse grafvelden. Daartussen staan enkele zeer fraaie, zoals het grafmonument met de engeltjes. Dit grafmonument ter herinnering aan Josina Wilhelmina Scheuer-Braams is rond 1880 vervaardigd. Het hoge zandstenen monument is rijkelijk voorzien van doodssymbolen en het monument ontleend zijn naam aan de putti (cherubijntjes) die een grote urn ondersteunen. Dergelijke engeltjes komen vaak op kindergraven voor en verwijzen naar cupido of eros! Omdat vooral het basement van het grafmonument slecht was, is het enkele jaren geleden geheel hersteld. Het grafmonument is samen met het terracotta grafmonument voor H.W. Brouwer aangewezen als rijksmonument. Ook het hekwerk, lijkenhuisje en het metaheerhuisje zijn aangewezen als rijksmonument. (2003)
Met dank aan dhr. J. van Rees Vellinga
Literatuur & bronnen
|
|
Laatst aangepast op woensdag 28 juli 2010 19:30 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |