Apeldoorn - Algemene begraafplaats Soerenseweg

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Gelderland

 

Wie aan Apeldoorn denkt, denkt al gauw aan bossen en aangenaam wonen. Diezelfde indruk krijgt men wanneer men over de algemene begraafplaats aan de Soerenseweg wandelt. Het is hier uiteraard niet aangenaam wonen, maar voor een laatste rustplaats is dit zeker niet de slechtst denkbare plek. Hoewel gezegd wordt dat de begraafplaats in de loop der tijd niet veranderd is, zal uit het volgende verhaal blijken dat ook deze begraafplaats een dynamische plek was en nog steeds is.

 

Geschiedenis

Apeldoorn was al vroeg in de geschiedenis een belangrijk kruispunt van handelswegen. Al in de twaalfde eeuw stond bij dat kruispunt de Mariakerk. Hier was ook het eerste kerkhof van Apeldoorn. De kerk en het kerkhof werden in 1842 opgeruimd om plaats te maken voor een nieuw raadhuis met een marktplein. Het kerkhof was niet meer nodig omdat aan de Loolaan in 1829 een nieuwe begraafplaats werd aangelegd, dit als gevolg van de nieuwe regelgeving omtrent begraven en begraafplaatsen. De begraafplaats aan de Loolaan heeft op zijn beurt zo’n honderd jaar de bevolking gediend. In 1923 werd de begraafplaats gesloten en tenslotte in 1953 geruimd. Op de plaats van de begraafplaats staat nu de Schouwburg Orpheus. Een aantal stoffelijke overschotten werd naar de nieuwe begraafplaats overgebracht. Deze nieuwe begraafplaats was aan het eind van de 19de eeuw aangelegd aan de toenmalige Soerensche Grintweg. Hier had het college van B&W in 1895 een perceel heide gekocht ter grootte van ruim 16 hectare. De raad werd hiervan pas later op de hoogte gesteld met de motivatie dat reeds op korte termijn behoefte zou bestaan aan een nieuwe begraafplaats, met name voor onvermogenden. Dit geeft al aan dat Apeldoorn aan het eind van de 19de eeuw een snelgroeiende plaats was.

 

Poortgebouw.In 1896 werd begonnen met de bouw van een ingangspartij aan de Soerenseweg, bestaande uit een woonhuis, lijkenhuis en dubbel toegangshek. De Apeldoornse architect J.A. Wijn tekende het ontwerp van het gebouw in een neorenaissancistische stijl. Opvallende trapgevels en natuurstenen sierornamenten karakteriseren het gebouw. In hetzelfde jaar werd ook begonnen met de aanleg. Tevens werd de beplanting langs de Grintweg doorgezet van het dorp naar de begraafplaats. Op de begraafplaats zelf werd een zeer gevarieerde beplanting aangebracht naar een plan van de firma Groenewegen & Zn. uit De Bilt. Dit plan kenmerkt zich door een mengvorm van elementen uit de romantische, landschappelijk stijl en de meer formele strakke gemengde tuinstijl. Hoewel in grondplan formeel, door een gevarieerde beplanting werd toch voor het oog een bosachtige omgeving geschapen. In 1897 werd in de gemeenteraad over het beplantingsplan vergaderd, want men vond de plannen van Groenewegen wel erg duur. In 1900 leverde een Apeldoornse firma nog aanvullende beplanting en de kwestie bleef verder rusten. De begraafplaats werd verdeeld in verschillende terreinen met vijf klassen. De 1e klasse graven waren langs de paden van de hoofdas gesitueerd.

Hoewel de begraafplaats officieel op 1 januari 1900 in gebruik werd genomen, vonden in de jaren daarvoor al een aantal begravingen plaats. Op 12 mei 1897 vond de eerste begrafenis plaats, namelijk die van de plotseling overleden burgemeester Van Hasselt. Op 6 november 1899 werd wethouder Klaarhamer hier begraven. Al in 1915 vond de eerste uitbreiding plaats. Deze was noodzakelijk geworden door de grote groei van de gemeente. Men vermoedt dat het ontwerp voor deze uitbreiding van de hand is van gemeente-architect De Zeeuw. Met de plannen van De Zeeuw kreeg de begraafplaats zijn huidige vorm, ruwweg een zeshoek, ingesloten door de Soerenseweg, Jachtlaan, Schuttersweg, Planetenlaan en Zandloperweg. De gehele begraafplaats is omgeven door een eenvoudig smeedijzeren hekwerk.

De Zeeuw gaf zijn ontwerp een strakke, formele uitstraling. Het eerder aangelegde gedeelte was daarentegen aangelegd in een landschappelijke, romantische stijl, ruim opgezet met veel gebogen paden en een grote diversiteit in beplanting. De keuze van De Zeeuw was met name ingegeven door het idee dat de ruimte efficiënter benut diende te worden, met het oog op de groeiende gemeente.
In 1940 werd wederom een nieuwe algemene begraafplaats in gebruik genomen, de Heidehof in Ugchelen. Het aantal begrafenissen aan de Soerenseweg liep daardoor terug, ook omdat de begraafplaats vol dreigde te raken. In 1989 vond een grootschalige ruiming plaatModerne urnenvoorzieningen.s en werd de 5e klasse van de begraafplaats geheel naar de eisen van de tijd ingericht en opnieuw uitgegeven voor begravingen. In de jaren negentig van de 20ste eeuw werden ook diverse voorzieningen voor het bijzetten van urnen gerealiseerd. Aanvankelijk nog wat onbeholpen op een toevallig vrijgekomen stukje, later in een meer passend ontwerp. Ook tussen de oude grafmonumenten worden veel vrijgevallen graven weer opnieuw uitgegeven.

 

Huidige begraafplaats

Zoals reeds aangegeven kenmerkt de begraafplaats zich door een bosachtige sfeer. Deze is bereikt door een landschappelijke aanleg met gebogen lanen, cirkelvormige paden, doorzichten en enkele hoofdassen. De gekozen beplanting laat een grote variatie zien, niet alleen door de wijze van aanplanting. Bospercelen worden afgewisseld met meer open velden waarin solitaire bomen staan. Ook bosschages met hoogopgaande struiken bepalen sterk het beeld. Algemeen op de begraafplaats zijn onder andere inlandse en Amerikaanse eiken, kastanjes, esdoorns, beuken en linden. Hoewel nog steeds bomen aangetroffen worden van de oorspronkelijke aanleg, zijn de meesten inmiddels vervangen. Naast loofbomen komen op de begraafplaats ook karakteristieke naaldbomen en coniferen voor. Veel naaldbomen zijn pas later in de 20ste eeuw aangeplant.

Oude grafmonumentenDe begraafplaats kent ook een grote verscheidenheid aan struiken. De afwisseling tussen bladverliezend en bladhoudend groen is dusdanig dat de begraafplaats ook in de winter een groene indruk maakt. Dit is onder andere te danken aan wintergroene sierkers, rhododendron en hulst. Vooral in de rand van de begraafplaats geeft dit de begraafplaats een goede afscherming van de omgeving. Ook bij individuele grafmonumenten zijn in de loop der jaren struiken of bomen aangeplant. Sommigen daarvan zijn inmiddels dermate uitgegroeid dat zij nu een onmisbare bijdrage leveren aan de algehele sfeer op de begraafplaats. In niet alle gevallen komt dat het grafmonument ten goede.....
Bijzondere kruiden, mossen en paddestoelen komen ook voor op de begraafplaats. Te noemen zijn onder andere het maanvarentje en de breedbladige wespenorchis.

 

Bijzondere grafmonumenten en personen

De begraafplaats in Apeldoorn kent een rijke vertegenwoordiging van de Nederlandse (lagere) adel en de gegoede hogere burgerij. Dit komt niet in de laatste plaats door de aanwezigheid van paleis het Loo in de nabijheid. Daarnaast was Apeldoorn zeer geliefd als omgeving om van het welverdiende pensioen te genieten. De variatie aan grafmonumenten met uiteenlopende stijlen, materialen en grootte is dan ook bijzonder te noemen. Grote bouwwerken zoals kapellen of mausolea komen niet voor en opvallend is ook de afwezigheid van uitbundige symboliek. Veel van de aanwezige symboliek en decoratieve motieven zijn verwerkt in de voor die tijd geldende stijlen, zoals Art Nouveau, Art Deco of Zakelijke stijl. De oudere grafmonumenten zijn het meest uitbundig en zijn vaak ook voorzien van fraaie hekken rond het monument. De latere ontwikkeling in de grafkunst, meer sober van aard, kent op deze begraafplaats ook vele voorbeelden.

De drie graftrommels bij de ingang.Her en der zijn ook nog graftrommels te vinden op de begraafplaats. Meest in het oog lopend zijn de drie in grootte variërende trommels net na de ingang aan de rechterzijde liggen. Ongetwijfeld hebben er in het verleden nog veel meer graftrommels op deze begraafplaats gelegen, maar die hebben de tand des tijds niet overleefd.

Een van de beroemdste graven is wel het graf van Auguste Marie Thérèse De Bourbon, Princesse de France, veuve de E.C. le Clercq. Zij werd geboren in Dresden op 16 mei 1835 en stierf in Apeldoorn op 26 november 1908. Rond de prinses zijn vele vragen gesteld. Was haar vader werkelijk Lodewijk XVII waar hij zich voor uitgaf?
DNA-onderzoek zou moeten uitwijzen of ze werkelijk een nakomeling van de zonnekoning was, maar al snel bleek dit niet het geval! De steen op haar graf is een eenvoudige hardstenen zerk. Bovendien is het niet haar eerste rustplaats. Zij werd eerder begraven op de afdeling 3e klasse, maar drie maanden later vond zij haar laatste rustplaats op de huidige plek op de 1e klasse. Er wordt wel gezegd dat koningin Wilhelmina hier achter zat.

Grafmonument van Baron van Heeckeren van Brandsenburg, voor de restauratie.Imposanter is het grafmonument van Lambertus Baron van Heeckeren van Brandsenburg. Het monument, niet lang geleden geheel gerestaureerd, staat direct links na de ingang. Het forse grafmonument wordt geflankeerd door twee grote engelen van marmer die in 1906 werden gemaakt door de Amsterdamse firma B. Tax.Op een hoge opstand zijn diverse symbolen opgenomen zoals een urn, triomfboog, gebroken zuil en een zon. De klassieke vormgeving van het monument, omzoomd door een smeedijzeren hekwerk maakt een imposante indruk. In het familiegraf zijn niet lang na elkaar twee baronnen begraven. Het grafmonument werd opgericht in 1906 na het overlijden van de eerste baron. Deze Lambertus jr. Het gerestaureerde monument.was op 19-jarige leeftijd door een val van zijn paard om het leven gekomen, zoals ook op de zerk die voor het monument ligt, vermeld staat. Senior overleed in 1913 en werd ook bijgezet in het graf, evenals zijn weduwe Jacomine C.S. Tissot van Patot, die in 1934 overleed. Na haar was er niemand meer die het graf onderhield waardoor het lange tijd in slechte staat verkeerde. Inmiddels verkeert het monument weer in een uitstekende staat kunnen voorbijgangers genieten van de rijke beeldhouwkunst.

Verder op de begraafplaats herinnert een rij van twintig identieke stenen aan een van de grootste rampen die Apeldoorn ooit heeft getroffen. Hier rusten de doden die vielen door een bizar vliegtuigongeluk. Op 7 oktober 1946 vloog sergeant-vlieger Max Christern boven Apeldoorn. Grafmonumenten_vliegtuigongelukHij was die dag opgestegen van het militaire vliegveld Valkenburg nabij Katwijk voor een oefenvlucht. Hij wilde wellicht de aandacht trekken van zijn moeder om haar zo een groet te brengen. Zijn machine, een Firefly, vloog daarbij op een gegeven moment zo laag dat het in botsing kwam met de hoek van het gebouw van de HBS aan de Jachtlaan. Daarbij boorde een losgeschoten brandstoftank zich met volle kracht in het dak van de gymnastiekzaal. Het vliegtuig zelf stortte vlak bij de school neer. In de gymnastiekzaal waren op dat moment 27 leerlingen aanwezig, waarvan 22 overleden door de klap en de daarop volgende brand. De piloot kwam ook om het leven terwijl zijn moeder ook om het leven kwam door een hartaanval.

In 1987 werd het poortgebouw op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. In 2000 volgde een meer algemene erkenning voor het poortgebouw en de begraafplaats en werd het geheel op de rijksmonumentenlijst bijgeschreven. (2002/2011)

 

Literatuur

  • 100 jaar Nieuwe Begraafplaats aan de Soerensche Grintweg. Mei 1997; Steeman, Ton; Uitgegeven door de gemeente Apeldoorn.
  • Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur, deel Midden en Oost; Oldenburger-Ebbers, Carla e.a.; 1996; blz. 77.
  • Begraven & begraafplaatsen. Monumenten van ons bestaan; Kok, Henk L.; 1994, blz. 93.
  • Monumenten in Nederland, Gelderland; Stenvert, Ronald; 2000; blz. 77
  • Dodenakkers. Kerkhoven, begraafplaatsen, grafkelders en grafmonumenten in Nederland; Raak, Cees van, 1995, blz. 57-58.

 

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section