|
Het is een bekend gegeven, dat graven in oude kerken voornamelijk van aanzienlijke personen en families zijn. Herenbanken met familiewapens, rouwborden, tombes, praalgraven en rijk geornamenteerde stenen laten er geen twijfel over bestaan, dat wie hier liggen het ooit te zeggen hadden in deze streek. En voor zover het al niet af te lezen zou zijn aan genoemde funeraire stukken, men zorgde ervoor dat er niemand aan zou twijfelen wie opdrachtgever en geldschieter was geweest voor de bouw van de toren (gedenksteen boven de ingang), het orgel (cartouche op de kas van het Hoofdwerk) en ander kerkmeubilair.
De opdracht tot de bouw van een nieuwe toren voor de Hervormde Kerk van Uithuizermeeden werd gegeven door Onno Tamminga van Alberda, heer van Rensema, in 1717. Willem Alberda van Rensema schonk het huidige orgel, dat in 1785 werd ingewijd. Hij overleed in 1786 en werd als laatste bijgezet in de grafkelder onder het koor van de kerk. Aan hem herinnert het rouwbord op het koor van de kerk.
Op dit koor staat ook het grafmonument voor Rudolf Huinga op Ungersma uit 1574. Het is een houten grafmonument, waarop een wit geverfd zandstenen beeld de overledene in wapenrusting voorstelt met een doodskop in de hand en een leeuw aan zijn voeten. Ooit stond dit grafmonument midden op het koor, maar in 1640 werd het naar de zuidzijde verplaatst.
De Huinga's waren een Stad-Groninger geslacht, dat vanaf de 13e eeuw een aantal burgemeesters heeft geleverd. Een familie, die vooral in de 15e eeuw erg uitgebreid was, maar in de 17e eeuw uitstierf. Rudolf bewoonde de borg Ungersma, die in de 17e eeuw werd afgebroken. De Latijnse tekst op het monument luidt in dichterlijke vertaling:
Gelijk des kunstenaars hand weet, uit de ruwe zerk met smaak aan 't menselijk beeld een schone vorm te geven, zo paart de Almachtige, verheven boven 't zwerk met 't lichaam ene ziel, bestemd voor beter leven. En dit onzichtbaar snoer, dat beiden saam verbindt wordt eens weer losgerukt, op hoog bevel des Heren. Gelijk de sterveling in 't stof zijn oorsprong vindt, zo zal zijn lichaam ook tot d'aarde wederkeren.
Een buiten-gewoon graf treffen we aan de noordzijde van de kerk aan. Buiten de kerk dus. Het was immers het graf van een "gewone" sterveling: Jacob Alders. Buitengewoon vanwege de afbeelding en de tekst op de steen. Op de kleine steen lezen we:
1805 den 19 november is de eerzame Jacob Alders, zoon van Aldert Jebbes en Fenje Jacobs woonagtig op de Meeden in het 36-ste jaar zynes ouderdoms overleeden
Op de steen met de afbeelding van een boerenwagen, getrokken door een span paarden, lezen we:
Gedenkt al wie dit schrift koomt leezen an my, die deze zerk bedekt. Hoe broos kortstondig is ons leeven na Gods vrymagtig wys bestek. 'k Was midden in myn levensuiren gesond en sterk en in den drom, wensch dat myn leeftydt voort zou duiren tot aan de grysen ouderdom. Maar ach 't gebeurde in die dagen dat ik door Gods voorzienigheid moest ryden met de paardenwagen daar wierd myn einde voorbereid. De molen, daar men gerst laat malen daar hield ik paard en wagen stil om gort aldaar vandaan te halen doch anders was des Heeren wil. De paarden die het malen zagen die wierden vreselyk ontstelt die sprongen met my van de wagen met een verschrikkelyk gewelt. Ik had het leidzeel in myn handen dus was myn val zeer wonderlyk groot, myn knie verbriselt met zyn banden dit was het middel van myn dood. Hierna leefd'hy ruim twintig weken met pyn en smarten overlaan totdat zyn lichaamskracht bezweken de weg van alle vleesch moest gaan.
(2002)
Literatuur
- Heden en verleden van de Nederlands Hervormde Kerk te Uithuizermeeden; (1981)
- Nieuwe Groninger Encyclopedie, REGIO-Project uitgevers Groningen (1999)
- Groningen Gids voor cultuur en landschap, Profiel, Bedum (1994)
- Groninger Borgen en Drentse Havezathen, Herma Kamphuis; Zutphen (1995)
|