| Amsterdam - Begraafplaats Sint Barbara |
|
| door Leon Bok |
|
De LiefdeIn 1845 kreeg Amsterdam haar eigen Rooms-katholieke begraafplaats. Buiten de stad waren eerder al de Rooms-katholieke kerkhoven van Diemen (1827), Buitenveldert (1835) en Osdorp (1843) geopend. Die lagen destijds kilometers van de stad en de Rooms-katholieken in Amsterdam hadden nog steeds geen eigen begraafplaats. Het was de pastoor van de kerk De Liefde die op een kavel grond vlakbij zijn kerk uiteindelijk in 1845 de eerste Rooms-katholieke begraafplaats stichtte. De kerk die daar al in 1786 was gebouwd, lag toen aan de rand van de stad, enkele honderden meters van de buitengracht. De begraafplaats kreeg eveneens de naam De Liefde, een naam die ook overging op de statie. Dat de gekozen plek feitelijk zeer ongunstig was, bleek slechts 50 jaar later. De stad strekte zich toen al uit tot nabij de begraafplaats en ruimte voor uitbreiding van de begraafplaats was er niet meer. Die uitbreiding was echter hard nodig, want de snelgroeiende stad bracht jaarlijks meer dan 1.000 doden met zich die men wilde begraven in gewijde grond.
Op zoek naar een nieuwe begraafplaatsDe directie van begraafplaats De Liefde onderhandelde vanaf 1881 met de gemeente Amsterdam om te kijken naar de mogelijkheden voor een uitbreiding van de dodenakker. Omdat deze onderhandelingen niet erg vlot verliepen, richtte de blik van de directie zich ook op de overkant van de Kostverloren vaart. De gronden die men daar op het oog had, behoorden echter aan de gemeente Sloten, die het terrein al verkocht bleek te hebben. Daarna voerde de zoektocht de directie van de begraafplaats naar de Watergraafsmeer, aan de oostkant van de stad. De grond die men hier op het oog had, bleek veel te duur en bovendien viel de Watergraafsmeer kerkelijk onder Diemen. In 1888 bood makelaar Wiegland de directie enkele stukken grond aan langs de Spaarndammerdijk, wederom in de gemeente Sloten. Op vrijdag 7 september 1888 gingen enkele leden van het bestuur het terrein, gelegen in de Overbraker Binnenpolder, bezichtigen. Het bleek te gaan om een stuk grond, behorend aan twee eigenaars, waarvan een onlangs was overleden. Een van de stukken kwam kort daarna in veiling en de directie besloot men te gaan bieden. Men bracht het hoogste bod uit waardoor de directie eigenaar werd van de boerenhofstede Leeuwendael. Maar liefst twaalf ha. land inclusief boerderij. Men betaalde 39.753,86 gulden voor de grond, een niet gering bedrag. Maar met alleen de grond was de directie er nog niet.
Plannen makenNa de aankoop van de grond bood architect A.C. Bleijs (1842-1912) aan om, geheel belangeloos, een plan te maken voor de nieuwe begraafplaats. Bleijs had tot dan toe voornamelijk kerken ontworpen, waaronder de Heilige Nicolaas bij het station in Amsterdam. Bleijs maakt meerdere ontwerpen voor de begraafplaats en de kapel. Hij situeerde de kapel centraal in de hoofdas aan het eind waar deze goed zichtbaar was. Wat Bleijs ontwierp, was echter naar de mening van de directie van de toekomstige begraafplaats te duur. Daarop tekende Bleijs een zogenaamde 'hulpkapel' links van de ingang van de begraafplaats. Deze kapel, van vakwerk, zou later vervangen worden door een stenen kapel. Bleijs tekende verder nog aan het grondplan en hij ontwierp de monumentale ingang en een beheerderswoning. Na goedkeuring door de directie van begraafplaats De Liefde, kon in september 1891 begonnen worden met het werk. Overigens vond men de aangekochte percelen, langwerpig van vorm, niet zo geschikt om in zijn geheel te benutten. Benutting van de hele lengte zou betekenen dat er veel te ver gelopen moest worden. Later werden daarom de gronden achter de begraafplaats geruild tegen gronden ter weerszijden van de begraafplaats.
De aanlegVoor de nieuwe begraafplaats werd in eerste instantie een stuk van drie à vier hectare gereed gemaakt. Als eerste werden voorbereidingen getroffen voor de aanvoer van zand voor de ophoging van het terrein. Het kwam goed van pas dat de spoorbaan Amsterdam-Haarlem van de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM) net achter het terrein liep. Daardoor kon met de HIJSM een contract gesloten worden voor de aanvoer van zand. Het zand voor de hulpbanen, 10.000 m3, werd gratis geleverd. In januari 1892 kon begonnen worden met de aanvoer van de bijna 130.000 m3 die nodig was voor de ophoging. Het zand werd aangevoerd uit de duinen bij Castricum. Tot half mei leverden 487 treinen van de HIJSM het benodigde zand. Inclusief het bouwen van een spoorbrug, arbeidsloon en bijkomende werkzaamheden kostte de ophoging bijna 110.000 gulden. De forse laag zand, wel zeven meter hoog, liet men daarna een aantal maanden liggen om in te zakken. Toen het zandlichaam voldoende ingeklonken was, kon in september 1892 begonnen worden met de bouw van de woningen, de kapel, het hek en de aanleg van het plantsoen. Tot 27 september 1893 werd dagelijks door gemiddeld veertig arbeiders gewerkt aan de aanleg.
De inwijdingEen belangrijk moment was de inwijding van de begraafplaats op 27 september 1893. Monseigneur H. Poppen, deken van Amsterdam, verrichtte de kerkelijke plechtigheden in aanwezigheid van alle pastoors, kapelaans, de directie, de burgemeester van Sloten, de bouwmeester en talloze belangstellenden. Na afloop van de plechtigheden gebruikte men een eenvoudige lunch waarbij enkele sprekers het woord namen. De voorzitter van de directie bracht naar voren dat de begraafplaats nu nog klein was, maar hij sprak de hoop uit dat deze snel geheel voltooid zou worden opdat alle gelovigen van het dekenaat een prachtige rustplaats zouden vinden. De burgemeester van Sloten voegde ook nog toe dat de begraafplaats weldra niet meer onder zijn gemeente zou vallen maar, beter passend, bij de stad Amsterdam. Dat moment kwam in 1896 toen een deel aan de overzijde van de Kostverloren Vaart door Amsterdam werd geannexeerd. In 1921 zou de rest van de gemeente Sloten volgen.
De begraafplaats in gebruik
Vanaf 1898 werden op De Liefde geen nieuwe algemene graven meer uitgegeven. Op het deel van de algemene graven werd in 1912 het Bilderdijkpark aangelegd en een parkherstellingsoord. Bijzettingen in eigen graven zouden nog toegestaan worden tot 1936. In 1962 werden de laatste restanten van het kerkhof geruimd. Veel stoffelijke resten, van vooral bekende en vooraanstaande Amsterdamse katholieken, waren toen al overgebracht naar Sint Barbara. Het graf van Bleijs, die in 1912 op de Liefde was begraven, werd vreemd genoeg niet overgebracht en werd uiteindelijk geruimd. Alleen het oude lijkenhuisje, in het huidige Bilderdijkpark, herinnert nu nog aan begraafplaats De Liefde. Ondertussen gingen de kerkelijke plechtigheden op het kerkhof, waar jaarlijks rond de 1.000 doden werden begraven, niet altijd naar wens. Vaak was er ergernis over het optreden der kapelaans. Die ergerden zich op hun beurt vaak weer aan het lange wachten of aan de, in hun ogen te uitbundige, uitingen van rouw door de vele bloemenkransen. De tuinman die de begraafplaats onderhield, bleek na verloop van tijd zijn werk niet goed aan te kunnen. De begraafplaats begon een verwaarloosde indruk te maken. De tuinman werd ontslagen en ook andere maatregelen werden genomen. Dit alles speelde in de jaren dertig van de 20ste eeuw, nog maar veertig jaar na de opening.
Renovatie en verder gebruikDe hele begraafplaats werd in de jaren dertig grondig aangepakt, maar ook werden er weer plannen gemaakt voor een nieuwe kapel. Een ontwerp werd gemaakt door Lau Peters (1900-1969). Maar door de economische crisis werden de kosten voor de directie wederom te hoog en men koos voor herstel van de oude.
Belangrijke grafmonumentenOp Sint Barbara zijn bijzondere personen begraven en herbegraven. De beheerder zal ze u graag tonen, als u hem treft. Maar voor wie liever op eigen houtje over de begraafplaats wandelt, zijn er genoeg interessante monumenten te vinden. Aan de andere kant van de brede hoofdlaan liggen nog enkele grafmonumenten van bekende Amsterdamse katholieke families. Zo liggen hier leden van de familie Bensdorp. Gerard Bensdorp richtte in 1840 een cacao- en chocoladefabriek op in Amsterdam. Later breidde Bensdorp de productie uit naar Bussum en naar het buitenland. In 1962 nam Bensdorp het bekende Blooker in Amsterdam over, waarna de fabriek werd gesloten. In 1972 werd Bensdorp zelf overgenomen door Unilever. Het merk Bensdorp bestaat nog steeds. Het grafmonument van de familie valt op door de zandstenen opstand achter het keldergraf met daarop christelijke afbeeldingen waaronder de zeven werken van barmhartigheid. Een andere bekende Amsterdamse naam is die van de familie Boldoot. Een dubbele zerk met daarachter een abstracte calvarie met kruis vormt de laatste rustplaats voor leden van deze familie. Boldoot werd opgericht in 1789 in een pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal te Amsterdam. Daar startte men in een apotheek met de verkoop van een zelf ontwikkeld, op alcohol gebaseerd geneesmiddel. Dat middel zou goed zijn tegen hoofdpijn en andere kwaaltjes. Hoewel het middeltje niet erg werkzaam bleek, werd het in de loop van de 19de eeuw populair als toiletartikel (Eau de Cologne). Vanaf 1876 werd het ook in zeep verwerkt en daarmee groeide de productie van het middel. In 1902 vestigde Boldoot een nieuwe zeepfabriek aan de Haarlemmerweg, niet ver van Sint Barbara. Het bedrijf was bij uitstek een katholiek bolwerk waar de katholieke waarden door de familie hoog gehouden werden.
Sint Barbara vandaagDe begraafplaats is in de loop van de 20ste eeuw ingehaald door de stad. De begraafplaats lag altijd al tussen twee spoorlijnen, maar verder nog in het weidse polderland. Nu is dat weidse polderland alleen nog aan weerszijden te vinden, althans een stukje. Ook is er nog een klein stukje van de oude dijk bewaard, maar verder is de omgeving veranderd in een industriegebied. Desondanks is er een ontwikkeling op gang gekomen in de laatste jaren waardoor het groen in de omgeving weer terrein wint. Inmiddels is de begraafplaats uitgegroeid tot zes hectare. Uitbreidingen rond de eeuwwisseling aan de linker- en rechterzijde waren nodig geworden om nieuwe graven te kunnen aanbieden. Mogelijk vinden er in de toekomst nog verdere uitbreidingen plaats.
Met dank aan de heer J. Degenkamp, beheerder
Literatuur
Internet
|
|
Laatst aangepast op zaterdag 21 mei 2011 09:30 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |