| Haarlem - Algemene Begraafplaats De Kleverlaan |
|
| door Leon Bok |
|
Begraven in Haarlem in de 18de eeuwNet als in veel andere steden werd de gegoede Haarlemse burgerij begraven in de kerk. De Grote kerk nam een belangrijke plaats in binnen dat begraven. Voor wie dat niet kon betalen, restte het kerkhof. Bewoners buiten de stad kregen in 1636 de beschikking over een eigen openbare begraafplaats aan de Dreef. Dit zogenaamde Zuiderkerkhof was speciaal voor mensen die buiten de zuidelijke stadsgrachten woonden. Deze begraafplaats werd tot 1832 gebruikt. Verschillende doden werden daarna naar de Kleverlaan overgebracht. In 1858 werd het terrein aan de Dreef verkocht waarna er in 1875 een woonhuis werd gebouwd. Nog later werd hier de Dreefschool in gebruik genomen. Aan de noordzijde van de stad werd in 1673 het Noorderkerkhof aangelegd op het Statenbolwerk, ten westen van de Kennemer- of Nieuwpoort. Deze begraafplaats, ook wel De Punt genoemd, was vooral bestemd voor armen en onvermogenden. Joodse inwoners van Haarlem moesten tot 1770 hun doden naar Amsterdam brengen alwaar de arme joden en kinderen op Zeeburg werden begraven en de rijkere op Muiderberg. In 1770 kreeg de joodse gemeente in Haarlem toestemming om ten oosten van de Nieuw- of Kennemerpoort een eigen begraafplaats aan te leggen op het bolwerk. Tien jaar volgde een kleine uitbreiding doordat men iemand buiten de begrenzing had begraven. Daarna werd het kleine stukje grond van een haag voorzien zodat er geen fouten meer gemaakt konden worden. Tot 1832 werd op het bolwerk begraven. In het laatste kwart van de 18de eeuw begon het te gisten in Holland. Steeds meer revolutionaire ideeën kwamen overwaaien uit Frankrijk en de onrust nam sterk toe. Op het terrein van begraven leidden al die ideeën al rond 1779 tot een zogenaamde buitenbegraafplaats ‘Ter Navolging’ in Scheveningen. Hoewel reinheid en hygiëne de aanleiding waren, bleef het slechts bij een handjevol andere initiatieven. Vanaf 1795, met de komst van de Fransen, werd in Holland een verbod uitgevaardigd op het begraven binnen de steden. Verschillende groepen vochten om de macht en in 1797 werd het verbod alweer ingetrokken. Maar hier bleef het niet bij want bij de inlijving van Holland in het Franse keizerrijk in juli 1810 werd alle Franse wetten van toepassing. Dat hield in dat het wederom verboden werd om te begraven binnen de steden. Een enkele stad had rond die tijd al een begraafplaats buiten de bebouwde kom aangelegd, maar vaak ongebruikt. In aller haast werd in Haarlem de oude begraafplaats op het Statenbolwerk, De Punt geheten, gereed gemaakt voor meer begravingen. Ook burgers ontplooiden initiatieven om hun doden te kunnen begraven. Willem Borski, bankier en makelaar in fondsen, tevens eigenaar van landgoed Elswout in de Kennemerduinen, was zo iemand. Zo lang zijn familie niet begraven kon worden in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, wilde hij hen begraven op een deel van zijn landgoed nabij Overveen. De begraafplaats was vooral bedoeld voor aanzienlijke burgers zoals Borski. Hijzelf werd er echter nooit begraven want toen hij in 1814 overleed, waren de Fransen alweer verdwenen en was daarmee het verbod opgeheven. Veel Haarlemse families lieten na het vertrek van de Fransen in 1813 hun dode familieleden weer opgraven van de buitenbegraafplaats om ze gewoon in de kerken te begraven, zoals men gewend was. De begraafplaats De Punt bleef in gebruik, getuige ook de tekening die architect en tuinkundige Jan David Zocher jr. (1791-1870) in 1821 maakte voor een plan voor het plantsoen op de bolwerken. Daarin nam hij de begraafplaats op, maar lang zal er niet meer gebruik van gemaakt zijn. In 1829 werd een verbod geëffectueerd dat begraven binnen steden met meer dan 1.000 inwoners niet meer toestond. Begraafplaatsen dienden buiten de bebouwde kom, op voldoende afstand, aangelegd te worden. Voor de gemeente Haarlem was dat aanleiding om een geheel nieuwe begraafplaats te laten ontwerpen. Alle bestaande begraafplaatsen zouden worden gesloten.
Zocher biedt de oplossingDoor een aardig toeval was de zoektocht van de gemeente Haarlem naar een locatie voor een nieuwe begraafplaats snel over. Jan David Zocher jr. deed de gemeente namelijk het voorstel zijn recent verworven buitenplaats Akendam over te nemen voor het stichten van een begraafplaats. Akendam was een buiten uit het laatste kwart van de 18de eeuw dat door Arnoldus Martinus Pennick Hooft werd ingericht en voorzien van een park. Na zijn overlijden in 1818 trouwde zijn weduwe met Zocher die zelf ook al een buitenplaats bezat. In 1826 kwam Akendam in bezit van het echtpaar, waarop Zocher besloot het buiten aan de gemeente te verkopen. Het goed kostte de gemeente 9.000 gulden. Daarvoor kreeg men het huis Akendam met omliggende gronden in bezit, staande op de hoek van de Kleverlaan, langs de doorgaande weg naar Alkmaar. De nieuwe begraafplaats moest ruimte bieden voor alle gezindten, inclusief de joden. Die laatste hadden, net als de katholieken, veel bezwaren tegen deze gezamenlijke opzet. De katholieken wilden niets liever dan een eigen begraafplaats opdat zij hun eigen gebruiken en rites konden uitvoeren. Daar ging de gemeente niet of nauwelijks op in want bij de aanbesteding bleek al dat een kapel en kruis Net als de katholieken vonden de joden dat een begraafplaats met een openbaar karakter niet voldeed aan hun religieuze eisen. Men gaf aan de gemeente te kennen dat men het stuk grond graag aankocht zodat zij alleen zeggenschap zouden hebben. De gemeente ging daar niet op in, maar beloofde plechtig aan de joodse gemeenschap dat de begraafplaats nimmer geroerd zou worden. Daarmee konden de joden wel leven, zeker ook toen bleek dat het begraafplaatsje als het ware op een eiland zou komen te liggen. Degene die de aanleg hiervoor ontwierp was J.D. Zocher jr.
AanlegZocher had Akendam niet zomaar aangeboden aan de gemeente. Hij leverde er namelijk een ontwerp voor de aan te leggen begraafplaats bij. Aanvankelijk hadden Gedeputeerde Staten negatief gereageerd op de koopsom en de ligging. Zij suggereerden een plek dichter bij de singels. Na enig onderzoek bleek de locatie toch de meest gunstige en gingen Gedeputeerde Staten akkoord.
In gebruikname
Behalve een kapel op het katholieke deel stond nabij de ingang ook nog een gebouwtje waarover weinig bekend is. De houten kapel werd gebouwd naar een ontwerp van Zocher en uitgevoerd door de Haarlemse aannemer N. Swarte. Oorspronkelijk was de kap voorzien van een rieten bedekking maar dit was begin jaren tachtig zo verrot dat men van plan was het geheel te slopen. Gelukkig kon met het aanbrengen van een bedekking van golfplaten erger voorkomen worden.
Eerste uitbreidingRond 1880 werd duidelijk dat het algemene gedeelte van de begraafplaats vol zou raken en dat een uitbreiding nodig was. Al in 1879 had Louis Paul Zocher (1820-1915), de zoon van J.D. Zocher een ontwerp gemaakt voor een uitbreiding in noordelijke richting. Ook gemeentearchitect Jacques Leijh maakte een ontwerp, maar dan voor de westzijde. Uiteindelijk werd gekozen voor het ontwerp van L.P. Zocher. Zocher was net als zijn vader architect voor gebouwen en tuinen. Hij had een grote belangstelling voor landschapsinrichting. Tot 1870 werkt hij samen met zijn vader. Werken die Zocher aanpakte, behoorden tot de topprojecten in die tijd, zoals begraafplaats Zorgvlied voor de gemeente Nieuwer-Amstel, Westerveld bij Driehuis en de uitbreiding van het Vondelpark in In het plan van de jonge Zocher laat zich al een kleine kentering in de begraafcultuur herkennen. Niet alleen ontwierp hij een grafkeldergalerij maar ook lagen veel meer graven aan pad dan in het oude deel. De galerij was bedoeld om het noordelijke deel van de begraafplaats een goede afsluiting te geven. Het onderdeel werd niet meteen uitgevoerd maar kreeg later een grootste invulling. De uitbreiding kreeg een eigen ingang in dezelfde trant als de oorspronkelijke hoofdingang. In 1887 waren de werkzaamheden gereed en kon ook dit deel in gebruik worden genomen.
Leijh had eerder in 1887 ook het kleine huisje nabij de noordelijke zij-ingang aan de Schoterweg ontworpen. Dit huisje dat het steenhouwershuisje wordt genoemd, is bedoeld als bewaarplaats voor materiaal. Onder een kleine overkapping konden bezoekers ook schuilen voor de regen. De naam is aan het huisje gegeven omdat veel steenhouwers hier hun werk konden doen, zoals het kappen van letters. Ook sloegen steenhouwers hier hun materiaal op.
Joodse begraafplaatsIn de eerste helft van de 19de eeuw groeide de joodse gemeenschap in Haarlem harder dan men had verwacht. Naast een grotere synagoge in 1841 was er ook al snel een nieuwe begraafplaats nodig. Die kwam er in 1877, gelegen langs de Amsterdamsche Straatweg. Er doen over de aanleg wat verschillende jaartallen de ronde, maar duidelijk is dat de joodse gemeenschap een nieuwe begraafplaats kreeg. Toch werd de oude joodse begraafplaats nog tot 1923 gebruikt. Toen waren hier enkele honderden doden begraven. In 1960 werd de eerste joodse begraafplaats op het Bolwerk geruimd onder rabbinaal toezicht. De stoffelijke resten werden overgebracht naar de nieuwe begraafplaats, evenals de in goede staat verkerende grafmonumenten. De slechte werden vernietigd. De oude begraafplaats bleef, zoals beloofd, in stand.
Tweede uitbreidingBij de aanleg van de begraafplaats had Haarlem minder dan 25.000 inwoners. Toen de eerste uitbreiding in gebruik werd genomen, waren dat er bijna 50.000 en na 1900 groeide het aantal inwoners door naar ruim 70.000. En ook al daalde het sterftecijfer, het aantal sterfgevallen nam wel toe. Met de verwachting dat Haarlem nog verder zou groeien, was een tweede uitbreiding nodig. De enige mogelijkheid was naar het westen waar nog ruim drie hectare grond beschikbaar was. In 1912 werd begonnen met de plannen. Direct werd weer aan Zocher gedacht, maar die was inmiddels 92 jaar oud en niet meer in staat om het werk op te pakken. In eerste instantie maakte de directeur Openbare Werken L.C. Dumont een plan, maar B&W wensten meer alternatieven. Aan L.A. Springer (1855-1940) werd vervolgens verzocht een aantal ontwerpen te maken. Springer had rond die tijd zijn sporen op het gebied van begraafplaatsen ruimschoots verdiend. Hij ontwierp veel uitbreidingen van begraafplaatsen, maar was het meest bekend om zijn ontwerp voor de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam (1892). In en rond Haarlem had Springer villaparken opgeleverd en ook het Kleverpark, het Haarlemmerhoutpark en het Zuiderhoutpark waren van zijn hand. In de loopbaan van Springer had zich ondertussen wel een kentering voltrokken. Van landschappelijk georiënteerde ontwerpen ging hij naar een gemengde stijl en later naar een vrij geometrische stijl. Deze meer functionele ontwerpstijl paste perfect bij de opvattingen die inmiddels vaste voet hadden gekregen in de begraafwereld: elk graf moest toegankelijk zijn via een eigen toegang en de graven kregen naar verhouding meer ruimte en meer groen toegemeten. Daar pasten rechte paden en een overzichtelijke structuur bij. Het contrast van zijn ontwerpen met de reeds aanwezige delen was bijzonder groot. Van de twee plannen die hij voorlegde aan B&W, sloot plan B meer aan bij de rest,
Naast de centraal in de hoofdas opgenomen abri werd achterop het nieuwe deel in 1926 ook een schaftlokaal met bergruimte gebouwd. In een eerdere fase was ook rekening gehouden met een aula en een opzichterswoning, maar die zijn later uit het ontwerp geschrapt.
Verder gebruikNadat de begraafplaats zijn volle omvang had gekregen van meer dan acht hectare, bleef niet alles bij het oude. Door een stuk vijver te dempen werd rond 1920 een toegang gecreëerd naar de eerdere uitbreiding. Dit maakte de logistiek op de begraafplaats veel gemakkelijker. In 1925 kreeg de nieuwe Nadat in 1937 aan de Vergierdeweg de nieuwe Noorderbegraafplaats in gebruik werd genomen, raakte de oude begraafplaats wat in de vergetelheid. Dat werd nog versterkt nadat in 1958 een grote katholieke begraafplaats werd geopend, eveneens aan de Vergierdeweg. Ondanks dat er op de oude begraafplaats feitelijk nog ruimte genoeg was, met name op de algemene delen, gebeurde er niets. De faciliteiten van de begraafplaats pasten steeds minder bij de wensen van de nabestaanden die daarnaast hun dierbaren vaker lieten cremeren. Er werden geen nieuwe graven meer uitgegeven en de inkomsten liepen sterk terug. De opzet van de begraafplaats bracht echter hoge kosten met zich mee waardoor in de jaren zestig ideeën ontstonden om de begraafplaats in te richten als wandelpark. Daarop werd het oudste deel van de begraafplaats (inclusief het katholieke deel) met ingang van februari 1969 gesloten verklaard. Er zouden op de rest van de begraafplaats alleen nog bijzettingen mogen plaatsvinden. In het begin van de jaren negentig van de 20ste eeuw lag het aantal begravingen op de oude begraafplaats rond de dertig per jaar. De problemen ten aanzien van het onderhoud werden alleen maar groter en een nieuwe bestemming bleek niet op korte termijn te realiseren.
Donkere toekomstMet een slechte financiële situatie werden binnen de gemeente allerlei plannen bedacht voor de toekomst. Deze liepen uiteen van het bouwen van een crematorium tot gehele ruiming om er kantoren en woningen te bouwen. Eind jaren tachtig zag de Dienst Hout en Plantsoenen wel wat in het idee vervallen graven te ruimen om deze weer opnieuw uit te geven. De politiek besliste echter anders. Het idee was om bij de Noorderbegraafplaats een crematorium te bouwen, de faciliteiten daar te verbeteren, de nieuwe katholieke begraafplaats te sluiten en op de oude begraafplaats alleen het gedeelte bij het mausoleum nog open te houden als exclusieve begraafplaats. De rest kon dan park worden. In mei 1994 werd de verdere sluiting van de oude begraafplaats een feit. De oude naam van de begraafplaats ‘Akendam’, werd aan de Noorderbegraafplaats gekoppeld. Nu leek definitief het doek te zijn gevallen voor de begraafplaats. Slecht onderhoud had veel gevergd van de uitstraling en ook de gebouwen verkeerden in slechte staat. In 1995 werden rechthebbenden die bezwaar hadden gemaakt tegen de sluiting in het gelijk gesteld. De gemeente had onzorgvuldig gehandeld inzake de sluiting en moest feitelijk de procedure opnieuw starten. Maar het tij leek gekeerd. De bouw van een crematorium zou de tekorten op de begraafplaatsen kunnen doen afnemen en van een sluiting van de oude begraafplaats werd afgezien. De begraafplaats die nu Kleverlaan werd genoemd, kwam meer
WedergeboorteDat de begraafplaats aangewezen is als rijksmonument zal niemand die de begraafplaats bezocht heeft, bevreemden. De oorspronkelijke aanleg en de latere uitbreidingen geven immers een fraaie vormenstaal van diverse stijlen die in de 19de en 20ste eeuw in de landschapskunst werden toegepast. De glooiende paden van het eerste ontwerp met verrassende doorzichten, de uitbreiding waarin het mausoleum een imposante indruk maakt in een Engels cultuurlandschap en de haast klassieke vormen in het ontwerp van Springer leveren elk een eigen karakter aan de begraafplaats waardoor een wandeling zo aangenaam is. De honderden gedenktekens spreken over de geschiedenis van Haarlem en alle vertellen ze een verhaal. Het keerpunt voor de begraafplaats zorgde voor nieuwe investeringen, een ander onderhoudsbeleid en nieuwe faciliteiten met ondermeer asbestemmingen. In 1999 werd het mausoleum gerenoveerd. Dat was zeker nodig want verbouwing en slecht onderhoud hadden door de tijd hun sporen nagelaten. Binnen- en buitenzijde werden in oude luister hersteld, maar binnen werd wel het een en ander gemoderniseerd. Verder werd een centraal verwarmingssysteem aangelegd. In het souterrain is centraal een columbarium ingericht. Ook de andere gebouwen werden in de loop van de tijd aangepast en opgeknapt. Het vlakbij het mausoleum staande steenhouwershuisje dat ook al lange tijd in slechte staat verkeerde, is inmiddels ook fraai gerestaureerd. Daarbij is de oude overkapping aan de zijde van de begraafplaats weer in ere hersteld. Deze was in de jaren zestig van de 20ste eeuw afgebroken omdat dit deel op instorten stond. Het metaheerhuisje op de joodse begraafplaats werd in 2000 weer voorzien van een zinken dak, zoals het waarschijnlijk origineel ook heeft gekend. De stèles die hier het beeld kenmerken, zijn merendeel voorzien van Hebreeuwse opschriften. Door de vele bomen wordt het eiland gekenmerkt door een zeer rustieke sfeer. Op het katholieke deel, nu grotendeels een leeg grasveld, staat nog steeds het kapelletje uit 1832. Na sluiting van dit deel werd de kapel jarenlang gebruikt als opslagruimte. In 2002 is de kapel gerestaureerd en kan het weer gebruik worden voor kleine uitvaarten. Als een van de laatste zaken werd het toegangshek aan de Kleverlaan aangepakt. Het hek had in de loop der jaren veel van zijn uitstraling verloren. Het ijzerwerk was sterk verroest en het metselwerk van de pijlers had te lijden gehad van uitzettende ankers. Er werd ook onderzoek gedaan naar de kleuren van het hekwerk. De hekken waren van oorsprong groen geverfd en later van donkergrijs naar een aluminiumkleur te zijn aangepast. Er werd niet weer gekozen voor de oorspronkelijke kleur maar voor een meer sprekende kleurstelling. Terwijl het hekwerk zwart werd geverfd kregen de decoratieve elementen een opvallende laag bladgoud. Bij het herstel is zoveel mogelijk het originele materiaal gespaard, maar waar nodig zijn nieuwe materialen gebruik, zoals de bevestigingen die nu in roestvast staal zijn uitgevoerd. Alleen de zandstenen afdekkingen zijn nog niet behandeld, maar dat valt nauwelijks op nu het hek weer straalt als nooit tevoren. Naast dit alles is ook de beplanting op begraafplaats in de afgelopen jaren hersteld. De verscheidenheid was in de loop der jaren teruggelopen maar deze is weer behoorlijk hersteld. Men vindt op de Kleverlaan een uitgebreide verzameling boomsoorten (ruim tachtig) en variëteiten. Naast veel voorkomende soorten als iepen, eiken en beuken komen daarnaast ook exotischer soorten zoals
Bijzondere grafmonumenten voor bijzondere personen
Op de nu ruim acht hectare grote begraafplaats zijn in de loop der tijd duizenden Haarlemmers begraven. Onder hen veel gewone mensen wier naam niemand meer wat zegt, maar er zijn hier ook verscheidene beroemde personen begraven. Helden als wielrenner en schaatser Jaap Eden (1873-1925) hebben hun laatste rustplaats gevonden. Zijn grafmonumenten toont Eden op de fiets terwijl een gebeeldhouwde lauwerkrans een hoek van het monument siert. Ook een aantal van de Naast enkele lokale beroemdheden zijn hier ook de graven te vinden van de natuurkundigen Hendrik Antoon Lorentz (1853 - 1928) en Pieter Zeeman (1865-1943) die in 1902 de Nobelprijs voor natuurkunde wonnen. Herinnering aan nationale gebeurtenissen vinden we hier ook, zoals in het grafmonument voor professor E.W. Walch (1890-1934). Walch was hoogleraar in de gezondheidsleer in Batavia en had voor de Rockefeller Foundation onderzoek gedaan naar onder andere de bestrijding van malaria. Hij kwam om bij het vliegongeluk met de Uiver in Rutbah Wells (Irak). Architect Cornelis Outshoorn (1810-1875) en diens zoon ligt hier ook begraven. Outshoorn was min of meer de huisarchitect van de Amsterdamse Bouw Maatschappij en ontwierp veel van de bouwprojecten die Sarphati had bedacht. Zo is het Amstelhotel een van zijn ontwerpen. Maar Outshoorn maakte vooral naam met zijn ontwerp voor het spectaculaire, geheel uit glas en ijzer opgetrokken Paleis voor Volksvlijt (1859-1864) in Amsterdam. Tragiek is er in het grafmonument van de zeven meisjes die op 21 februari 1945 gedood werden bij een beschieting door een Engels jachtvliegtuig. De meisjes waren alle kinderen van enkele personeelsleden van drukkerij Johan Enschedé. Ze waren met een bus op weg naar pleeggezinnen op het platteland, precies op de dag dat geallieerde vliegers carte blanche hadden gekregen om op alles te schieten wat reed.
Een bezoek waardEr valt nog veel meer over de Kleverlaan te vertellen en zeker ook over talloze personen die hier begraven zijn. Beter is het de begraafplaats eens te bezoeken en te proeven hoe de ideeën over begraven vorm kregen in een periode van bijna tweehonderd jaar. Voor wie geïnteresseerd is in bomen vindt op de Kleverlaan een waar arboretum. (2002-2011)
Literatuur
Internet:
Met dank aan Harrie Boelé, beheerder Kleverlaan |
|
Laatst aangepast op zondag 08 januari 2012 10:14 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |