Amsterdam - De Joodse Begraafplaats Zeeburg

Geschreven door Leon Bok op . Gepost in Noord-Holland

 

Wat veel mensen zien van de begraafplaats Zeeburg is een muur (foto Ada Wille)Wellicht de meest onbekende begraafplaats van Amsterdam en tegelijk ook de minst zichtbare, bezit wel zodanige betekenis dat deze op korte termijn een gemeentelijk monument zal kunnen worden. Voor veel voorbijgangers lijkt het een deel van het Flevopark, maar niets is minder waar. Zeeburg is een van de grootste joodse begraafplaatsen van West-Europa, zeker gemeten naar het aantal hier begraven personen. De geschiedenis van de begraafplaats gaat bijna drie eeuwen terug en is sterk verbonden met het arme Joodse proletariaat van Amsterdam. Deze bevolkingsgroep had in de Tweede Wereldoorlog het grootste aantal slachtoffers te betreuren. Zij hadden immers niet de middelen om naar elders te vluchten of om onder te duiken. Na alles wat deze bevolkingsgroep was overkomen, werd hen na de oorlog ook nog eens een deel van de begraafplaats afgenomen. Twee en een halve eeuw begraven woog niet op tegen de stedelijke vooruitgang. Eind jaren vijftig van de vorige eeuw werd een deel van de begraafplaats geruimd en raakte de plek door de aanleg van nieuwe wegen geïsoleerd. Eind 2008 is de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg opgericht met het doel deze begraafplaats en de vele hier begraven joodse Amsterdammers uit de vergetelheid te halen, het verval een halt toe te roepen en bovendien een educatief centrum in te richten om daarmee het verleden met het heden en ook met de omgeving te verbinden.

 

Lange aanloop

{sidebar id=35}

De joodse gemeenschap in Amsterdam vindt haar ontstaan in de 16de eeuw onder invloed van de Spaanse inquisitie. Aanvankelijk waren de joden die naar Nederland kwamen met name afkomstig uit Spanje en Portugal. In 1597 - reeds vijf jaar na de verbanning van de joden uit Spanje - verwierf Emanuel Rodrigues Vega, een koopman, het poorterschap [zie kadertekst] van Amsterdam. De Amsterdamse kooplui handelden waarschijnlijk al geruime tijd met Portugese en Spaanse Joden die zich in de 16de eeuw in Antwerpen hadden gevestigd. Er woonden rond die tijd waarschijnlijk meer joodse families in Amsterdam, maar van een joodse gemeenschap was nog geen sprake. Rond 1602 is er sprake van dat er een georganiseerde gemeenschap ontstaat. Het aantal Joden in Amsterdam wordt rond 1600 op veertig geschat, allen van oorsprong uit Spanje en Portugal. Bewijs dat er sprake is van een georganiseerde gemeenschap is te vinden in het feit dat enkele Joden grond kochten nabij Groet om hier een begraafplaats te stichten. De stad Amsterdam weigerde de Joden immers binnen de gemeentegrens een eigen begraafplaats. De stad Alkmaar was de kleine gemeenschap echter gunstiger gezind, vandaar dat ook enkele families daar gingen wonen. Maar de handelsstad Amsterdam bleef de meest geëigende stad om zich te vestigen. Menig verzoek werd dan ook aan de stad gericht om een stuk grond te bemachtigen voor een begraafplaats. In 1614 konden twee privépersonen in Ouderkerk aan de Amstel grond bemachtigen namens twee joodse gemeenten. Op deze begraafplaats werden aanvankelijk ook Hoogduitse Joden (ook aangeduid als Ashkenazische joden of oosterse joden) begraven. Deze Joden had zich inmiddels ook in Amsterdam gevestigd. Van deze Joden, vooral afkomstig uit Duitsland en Polen, is in eerste instantie weinig bekend. Het waren vaak armere nieuwkomers waarvan de meesten als slager aan het werk gingen. Ze werkten voor de rijke Spaans-Portugese gemeenschap en voegden zich ook naar hun gewoonten. Zo werden tussen 1616 en 1630 achtentwintig Hoogduitse Joden begraven op de Portugese begraafplaats. Pas in 1639 richtten de Hoogduitse Joden hun eigen gemeente op, noodgedwongen, omdat het reglement van de Portugese gemeenten niet-leden verbood aan diensten in de Portugese synagoge deel te nemen. Toen ook nog de begraafplaats voor hen zijn poorten sloot, diende de jonge gemeente op zoek te gaan naar een eigen begraafplaats.

 

Muiderberg

In 1642 kon de Hoogduitse gemeente bij Muiderberg een geschikt stuk grond kopen voor hun begraafplaats. Een lening van de Portugese gemeente maakte de aankoop mogelijk. Omdat de gemeenschap al voorzag dat zij flink zou groeien in de toekomst, beoogde de joodse gemeenschap gronden te verwerven met voldoende mogelijkheid tot uitbreiding. Muiderberg bood die mogelijkheid en bovendien bleek de net aangelegde trekvaart van Amsterdam naar Naarden een gunstige mogelijkheid voor vervoer per boot van de doden en hun naasten.

In 1660 werd een stuk grond van de begraafplaats verkocht aan Poolse Joden die een eigen gemeente hadden opgericht. Toen deze aparte gemeente in 1673 werd opgeheven, kwam het Poolse deel weer bij de rest.

Ondertussen bleef de Joodse bevolking in Amsterdam flink groeien door vervolging van joden in Oost- en Midden-Europa. Terwijl het aantal Portugese Joden stagneerde, groeide de Hoogduitse gemeenschap al snel uit tot de grootste groep joden in de stad. Dat waren met name arme en kinderrijke gezinnen, wat uiteindelijk ten aanzien van het begraven tot problemen leidde. Niet elk gezin kon de kosten opbrengen voor een begrafenis op of reis naar Muiderberg. Er was in die tijd bovendien een zeer grote kindersterfte, veelal veroorzaakt door de armoedige woonomstandigheden en achterblijvende gezondheidszorg, voor zover deze al bestond. Ook voor de joodse gemeente liepen de kosten steeds hoger op. Die droeg namelijk in veel gevallen de kosten voor het begraven van de armen om in de religieuze verplichting van een joodse begrafenis tegemoet te komen. Daarom besloot de gemeente op zoek te gaan naar een dichter bij Amsterdam gelegen geschikte begraafplaats voor armen, kinderen onder de dertien, vreemdelingen, criminelen, gemengd gehuwden en leden die vanwege de religieuze kalender [zie kadertekst] of politieke omstandigheden niet op Muiderberg begraven konden worden. {sidebar id=36}

 

Zeeburg

De koopbrief uit 1714In 1714 kocht de joodse gemeente een stuk grond langs de Sint Anthoniesdijk (latere Zeeburgerdijk) aan voor 5.000,- gulden. Het oppervlak bedroeg drie morgen, iets minder dan drie hectare. De begraafplaats lag ongeveer op twee kilometer buiten de Muiderpoort en was dus lopend in 20 minuten te bereiken. Het stuk grond kende een wat vreemde geschiedenis want in 1651 was op deze plek de dijk tijdens een storm doorgebroken. Daardoor was een diepe poel ontstaan die men De Braak noemde. Later werd de poel gedempt en op die plek richtte men de begraafplaats in. Op 12 oktober 1714 werd de begraafplaats in gebruik genomen. De eerste begrafenis was van een jongetje genaamd Israël Lisser.

Al snel kocht de gemeente meer grond aan zodat men zeker kon zijn van voldoende ruimte voor verdere uitbreiding. Al in 1722 kocht de joodse gemeente van het Leprozenhuis een extra stuk land aan. Niet veel later werd een conciërge aangesteld, want de nabijheid van de stad leidde ook tot vandalisme.

In 1753 volgde nog een grondaankoop, dit keer het land van Jaspar Bolte. De totale begraafplaats bereikte daarmee een oppervlak van 14 morgen en 327 roeden, ofwel bijna 14 hectare. Aan de dijk werd in 1758 een metaarhuisje gebouwd.

 

Nieuwe tijden onder de Fransen?

Met de komst van de Fransen in 1795 leek er in eerste instantie niet veel te veranderen voor de joodse gemeenschap. Maar de patriottische ideeën van vrijheid, gelijkheid en broederschap vormden voor sommige Joden reden om een eigen (afgesplitste) gemeente op te richten die de nadruk legde op het staatburgerschap en niet op de godsdienst. Ook deze jonge gemeente wenste een eigen begraafplaats en die werd in 1797 in Overveen aangelegd. De nieuwe gemeente verzoende zich in 1808 alweer met de oude gemeente. De begraafplaats in Overveen bleef echter voor vele vooraanstaande Joden tot de Tweede Wereldoorlog een alternatief.

Toen de Fransen in 1810 Nederland bij het Franse keizerrijk voegden, werd hier ook het decreet ingevoerd waarin verboden werd nog langer te begraven in kerken en binnen de bebouwde kom. Dat leverde voor de stad een groot probleem, maar niet voor de joodse gemeenschap. Hun begraafplaatsen lagen alle buiten de stad, voldeden aan alle moderne eisen en de Franse overheerser stond hen daarom toe deze begraafplaatsen gewoon te blijven gebruiken. Na het vertrek van de Fransen bleef voor Zeeburg alles bij het oude. Honderden stoffelijke overschotten werden hier per jaar ter aarde besteld en nog steeds veel jong overleden kinderen en vroeggeborenen. Waarschijnlijk kreeg slechts een enkeling een grafsteen op zijn graf. Veelal moest volstaan worden met een houten stèle en waarschijnlijk nog vaker met helemaal niets. Het waren immers nog steeds niet de meest draagkrachtige leden van de gemeenschap die hier hun laatste rustplaats vonden. Waarschijnlijk dateren de weinige nu nog zichtbare grafstenen uit de 19de en 20ste eeuw.

 

Verdere uitbreidingen

Het grote aantal begravingen noodde de joodse gemeente om steeds uit te kijken naar mogelijkheden voor uitbreiding. In 1867 nam de joodse gemeente wederom een nieuw gedeelte van de begraafplaats in gebruik en in 1871 kocht de joodse gemeente nogmaals extra grond aan. Tegen die tijd strekte de begraafplaats zich uit van de Zeeburgerdijk tot de ringvaart van de Watergraafsmeer, een afstand van zeker 850 meter. De begraafplaats was door de aaneenschakeling van percelen geen eenheid, maar een lappendeken van drie velden waarvan een deel van elkaar gescheiden werd door een wetering.

Aan de zuidzijde, de kant van de Watergraafsmeer, werd een hoge muur gebouwd met daarin een poort.

Om een idee te krijgen van de getallen waar we aan moeten denken bij het aantal begravingen op Zeeburg en hoe dit verdeeld was, kan het volgende overzicht van het jaar 1889 dienen. In dat jaar werden op Muiderberg begraven:

  • 235 volwassenen en
  • 5 kinderen.

In datzelfde jaar werden op Zeeburg begraven:

  • 221 volwassenen,
  • 341 kinderen en
  • 159 levenloos geborenen kinderen.

Dat impliceert dat in dat jaar op elke werkdag (op sabbat (of sjabbat) en op feestdagen werd immers niet begraven) er gemiddeld twee tot drie begrafenissen plaats hebben gevonden.

In de jaren daarvoor en daarna zal dat getal niet veel afgeweken hebben. In totaal zijn er op Zeeburg in elk geval meer dan 100.000 doden begraven. Over die aantallen lopen de meningen echter uiteen, maar met een gemiddelde van 500 begravingen per jaar zou het getal goed kunnen kloppen. Er zijn echter ook schattingen dat het aantal begraven personen aanzienlijk hoger ligt op 200.000 tot zelfs 250.000 personen.

In 1895 werd voor het eerst een deel van de begraafplaats opgehoogd. Dat gebeurde waarschijnlijk op een weinig efficiënte manier, want de grond zakte spoedig weer in. Later volgden meer ophogingen.

Ondertussen gingen de veranderingen in de lijkbezorging en de eisen die aan begraafplaatsen werden gesteld ook niet voorbij aan Zeeburg. In de loop van de 19de eeuw bezochten de nabestaanden steeds vaker de begraafplaats en hierdoor werden andere eisen gesteld aan de begraafplaats. Om daaraan tegemoet te komen, werden in 1902 looppaden aangelegd en kregen de graven onderling wat meer ruimte.

Die extra ruimte leverde echter weer een probleem op omdat rond die tijd ook duidelijk werd dat Zeeburg vol dreigde te raken. Met het oog op de toekomst zou de situatie op Zeeburg wel eens heel problematisch kunnen worden. Rond 1900 woonden er bijna 60.000 Joden in Amsterdam [1] en dat aantal zou nog doorgroeien, zo was voorspeld. Dat was echter niet het enige dat verontrustend was voor de joodse gemeente. Het bleek dat de gemeenschap snel vergrijsde en dat het sterftecijfer onder Joden rond 1920 op zou lopen tot boven het gemiddelde van andere gezindten. Er zou dus op korte termijn veel meer ruimte nodig zijn.

 

Teloorgang van Zeeburg

In 1907 kocht de joodse gemeente grond aan voor een begraafplaats buiten Diemen. Na een uitvoerige voorbereiding, de bouw van de nodige voorzieningen kon deze nieuwe begraafplaats in 1914 in gebruik worden genomen. Op Zeeburg vonden daarna tot 1942 nog incidenteel begravingen plaats, vooral van echtelieden die in de buurt van hun geliefde begraven wilden worden en daartoe een graf hadden gereserveerd. In de oorlog vonden talrijke illegale begrafenissen plaats op Zeeburg en ook in de jaren daarna vond er regelmatig nog een begrafenis plaats.

Ondertussen was de gemeente Amsterdam ten oosten van de begraafplaats begonnen met de voorbereidingen voor de aanleg van een park. Op de percelen tussen de begraafplaats en het Nieuwe Diep startte de gemeente in 1914 met een onteigeningsprocedure voor de aanleg van dat park. Vanaf 1921 werd de ondergrond geschikt gemaakt voor het aan te leggen park waarmee daadwerkelijk in 1926 werd begonnen. Voor de begraafplaats betekende dat ondermeer dat de wetering die de grafvelden in tweeën deelde, werd gedempt. In plaats hiervan werd een toegangsweg aangelegd naar het park waardoor de tweedeling in stand bleef. In 1938 werd aan het eind van dit pad een monumentale zandstenen poort uit 1770 geplaatst. Deze was afkomstig van het plein bij de Muiderpoort waar deze niet meer nodig was. In 1943 werd het park officieel Flevopark genoemd.

Ook aan de westzijde raakte de begraafplaats ingeklemd. Daar was aan het begin van de 20ste eeuw begonnen met de bouw van de Indische buurt. Rond de jaren veertig werden hier de laatste huizen gebouwd. Daarmee was de begraafplaats klem komen te liggen tussen een woonwijk en een park.

De Tweede Wereldoorlog bracht voor de begraafplaats weinig goeds. Op last van de bezetter moest de beheerder H. de Vries de woning bij de begraafplaats verlaten. Al in de oorlog en in de jaren daarna raakte de begraafplaats verwaarloosd. Het huis was ontdaan van al het hout en dat was mogelijk ook het lot van tal van houten stèles die op de begraafplaats gestaan zullen hebben. Dat hout werd gebruikt in het laatste oorlogsjaar om op te stoken. Het huis werd na de ooPlattegrond met begraafplaats uit 1949, voor dat een deel geruimd werd.rlog met de grond gelijk gemaakt. De begraafplaats kreeg geen prioriteit bij het herstel van de joodse infrastructuur.

In de jaren die volgden was de begraafplaats het speelterrein voor de jeugd uit de buurt. Plannen werden er ook gemaakt. Zo was er al in 1946 het plan van de gemeente Amsterdam om op de begraafplaats volkstuintjes aan te leggen. De joodse gemeenschap stond er niet afwijzend tegenover, maar het plan werd nooit uitgevoerd. Wel werden in 1952 de afsluitingen van de begraafplaats zo goed mogelijk hersteld.

 

De kop eraf

De uitbreiding van de stad Amsterdam ging helaas ook niet aan Zeeburg voorbij. In 1956 werd de Flevoweg aangelegd, die aansloot op de Amsterdamse Brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Die brug zorgde voor een betere verbinding met Amsterdam-Noord. Voor de oprit van de brug moest een deel van de begraafplaats wijken. Ongeveer twee hectare van het oudste gedeelte langs de Zeeburgerdijk werd daartoe geruimd. Hier lagen ongeveer 28.000 doden begraven. Onder rabbinaal toezicht werden de lichamen opgegraven en overgebracht naar een grafvak op de begraafplaats Diemen. Ondanks de oproep de begraafplaats niet te betreden, was de begraafplaats 's zomers een geliefde plek (foto Ada Wille)Hier werden de stoffelijke overschotten herbegraven en de weinige grafmonumenten teruggeplaatst. De hele operatie duurde twee jaar. Daarmee was letterlijk de brede kop van de begraafplaats verdwenen. Alleen de lange smalle percelen die later waren aangekocht bleven over. Dit deel werd nadien aan het lot overgelaten en bleek gemakkelijk toegankelijk. De jeugd voetbalde tussen de grafstenen en omwonenden gebruikten het terrein om hun honden uit te laten, te zonnebaden of te picknicken. Het duurde niet lang voordat het hele terrein overwoekerd raakte en de overgebleven stèles verzakten en omvielen.

Een artikel in het Parool van 18 juni 1982 zorgde ervoor dat de begraafplaats niet meer zo gemakkelijk toegankelijk bleef. Het artikel was van de hand van Boudewijn Büch die schreef over de zich hier verpozende zonaanbidders. Afspraken met de gemeente Amsterdam zorgden ervoor dat er daarna regelmatig gemaaid werd. Halverwege de jaren negentig waren die afspraken weer vergeten en kon de natuur op de begraafplaats opnieuw zijn gang gaan. Daarmee zette het verval door, tot 2006.

overzicht_(Ada)

Stichting Eerherstel

Eind 2006 besloot een aantal particulieren zich het lot van de begraafplaats Zeeburg aan te trekken. Ze vonden dat de staat van de begraafplaats in schril contrast stond met de in het Jodendom belangrijke opdracht zorg en respect te betonen voor overledenen en hun nagedachtenis. De pogingen om de verwaarlozing te stoppen leidden in 2008 tot de oprichting van de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Voor de begraafplaats, nu nog acht hectare groot, wil voornoemde stichting komen tot herstel en restauratie. De plannen betreffen een klein deel van de begraafplaats waar weer een herkenbare joodse begraafplaats dient te ontstaan. Tegelijkertijd met de herbouw van een klein reinigingshuis (metaarhuis) zal een educatiecentrum worden ontwikkeld, waarmee een verbinding tussen het verleden - het Amsterdams joodse proletariaat - en het heden, alsmede de omgeving is beoogd. De ecologische waarde van het totale gebied wil men behouden. Die waarde is curieus genoeg ontstaan door de jarenlange ernstige verwaarlozing en door de afsluiting van het terrein. Het feit dat de begraafplaats werd aangelegd op een drassige ondergrond zorgt ervoor dat flora en fauna hier goed gedijen. Dit maakt dat de plannen van de stichting zich ook kunnen richten op educatie over flora en fauna.

Ondanks de slechte toestand van de begraafplaats wordt toch nog af en toe op Zeeburg begraven. Dat zou nodig zijn omdat anders de eeuwige grafrust in gevaar komt, maar zolang de begraafplaats haar bestemming houd is er niets aan de hand. Bij elke nieuwe begraving wordt zorgvuldig gekeken naar een geschikte plek zodat oudere graven niet geschonden worden.

Winterbeeld_stichtingDe stichting beoogt de plannen na een inmiddels afgeronde voorbereidingsperiode voortvarend uit te voeren, zodat de plannen uiterlijk in 2014 gereed zullen zijn. Dan bestaat de begraafplaats driehonderd jaar. Ondertussen is de stichting begonnen met informatieavonden en ook is de fondsenwerving gestart om de benodigde gelden voor het uitvoeren van de plannen bij elkaar te krijgen. Geschat wordt dat hiervoor ongeveer een half miljoen euro nodig is. De stichting rekent daarbij op bijdragen van particulieren, organisaties voor goede doelen en monumenten, alsmede de overheid.

Met de realisatie van de plannen zou Nederland weer toegang krijgen tot een bijzondere plek, want dat deze begraafplaats een speciale plaats inneemt in de Joodse, de Amsterdamse en ook de Nederlandse sociaal-culturele geschiedenis is zeker. Ook voor het funerair-historische erfgoed is de begraafplaats van grote betekenis. Helaas is dat belang nooit erkend in de zin van een monumentenstatus. Dat is waarschijnlijk door onbekendheid veroorzaakt, omdat er alle reden is deze begraafplaats hetzij tot monument van de gemeente Amsterdam en/of tot rijksmonument aan te wijzen. Goed mogelijk dat dit verzuim in de komende tijd alsnog teniet kan worden gedaan. [2010]

 

Literatuur:

  • Michman, Jozeph, Hartog Beem en Dan Michman; Pinkas. Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland, Ede/Antwerpen 1992
  • Roever, Margriet de en Jenny Bierenbroodspot; De begraafplaatsen van Amsterdam, Amsterdam 2004
  • Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg, m.m.v. Wille, Ada; Joodse Begraafplaats Zeeburg, niet langer negeren, Amstelveen 2010.

 

Internet:

Noot

  1.  Volgens Pinkas. Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland.

 

Met dank aan drs. Bart Wallet, docent UvA, alsmede Universiteit Leuven en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg.

 

Giften op naam van de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg zijn zeer welkom:
rekeningnummer 402570022, ABN-AMRO.

 

 

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section