| Muiderberg - Familie- of Lutherse begraafplaats |
|
| door J. Th. van Mierlo |
|
De gemeente Muiden bestaat uit het stadje Muiden en het dorp Muiderberg. Samen hebben de twee plaatsen vijf begraafplaatsen, waarvan maar liefst drie in Muiderberg. En twee daarvan zijn toch wel bijzonder te noemen binnen de funeraire geschiedenis van Nederland. Allereerst de grootste joodse begraafplaats van Nederland, eigendom van de Amsterdamse Joodse Gemeente en als tweede de familiebegraafplaats waar veel Lutheranen uit Amsterdam werden begraven. Beide begraafplaatsen representeren unieke uitingen op het gebied van de lijkbezorging. Maar ook de andere drie begraafplaatsen in de gemeente Muiden zijn de moeite van het bekijken waard. Jan van Mierlo, de beheerder van de joodse begraafplaats in Muiderberg, schreef erover.
De nieuwe Familie- of Lutherse begraafplaats in Muiderberg
Als Tobias Kanth in 1797 en zijn vrouw in 1799 overlijden, zijn de bezittingen van de familie aanzienlijk uitgebreid. Hun kleinzoon en erfgenaam Jan Hendrik is dan nog minderjarig en omdat diens vader Jan Kanth inmiddels is overleden, worden drie bewindvoerders aangewezen die de erfenis van Jan Hendrik moeten beheren. Het beheer verloopt niet al te soepel, gezien de vele wisselingen van bewindvoerders in de jaren daarna. Vanaf het moment dat Jan Hendrik Kanth meerderjarig is en het beheer in eigen hand gaat nemen, blijkt onder andere dat in Amsterdam een stalhouderij annex (lijk)-koetsen verhuurbedrijf tot het bezit te horen, gerund door de compagnon van zijn grootvader, Hendrik Holst, van beroep grafdelver. Vermoedelijk was het bedrijf te vergelijken met een begrafenisonderneming. Jan Hendrik verkoopt de helft van de begraafplaats aan Hendrik Holst. De begraafplaats wordt sindsdien meer dan alleen als familiebegraafplaats gebruikt. In een akte uit 1811 wordt de vrouw van Jan Hendrik, Lamberdina Sophia Goezee gemachtigd voor verkoop van grafruimten en het beheer van de begraafplaats. In deze akte wordt de begraafplaats aangeduid als Nieuwe of Lutherse begraafplaats. In 1817 gaat het merendeel van de belangen naar Hendrik Holst. Door verervingen komt het in 1863 handen van Barend Preijer en zijn neef Hendrik Hiebink, die de helft van zijn tante Constantia Maria Holst erfde. In 1870 wordt Mr. Jacob Domela Nieuwenhuis zakelijk waarnemer voor Hendrik. In de periode 1813 en 1850 hebben veel families van Lutherse huize een graf op de begraafplaats gekocht; ook de Amsterdamse Lutherse diaconie en de diaconie van het weeshuis kwamen in bezit van graven en kelders. Als in 1879 de naamloze vennootschap" Maatschappij tot exploitatie van de familiebegraafplaats Muiderberg" wordt opgericht, is Hendrik Hiebink uitgekocht met behoud van een eigen grafkelder en graf respectievelijk de nummers 79 en 308.In 1880 wordt voor de som van ƒ 514,10 de waranda aan het hoofdgebouw gebouwd. In 1881/84 wordt de begraafplaats verfraaid door middel van beplanting. De koepel wordt gerestaureerd en verder wordt het monumentale hek van de ingang gerestaureerd. Ook de put bij het hoofdgebouw wordt opgeknapt en de begraafplaats is aanzienlijk verbeterd. In 1885 kunnen opnieuw tien aandelen worden uitgeloot maar de belangstelling voor de begraafplaats te Muiderberg is nog steeds niet erg groot. Het bestuur blijft echter optimistisch. Reden van dat optimisme vormden de plannen van de gemeente Amsterdam om begraven binnen de stad te verbieden, maar de concurrentie van andere en nieuwe begraafplaatsen blijkt moordend. Om het aanzien en de bereikbaarheid voor de koetsen op de begraafplaats te verbeteren, werd in 1889 een tweede poort gemaakt (de huidige hoofdpoort) en het hek vernieuwd. In 1882 had de Gooise tram maatschappij zelfs een rijtuig laten ombouwen omdat het dacht diensten te kunnen verlenen aan de Joodse en Lutherse gemeentes voor het vervoer van Amsterdam naar Muiderberg. Wegens gebrek aan belangstelling is het rijtuig na ruim een jaar weer omgebouwd.
Enkele op de begraafplaats begraven personenWanneer je de begraafregisters doorbladert, kom je tal van grote namen uit de Amsterdamse politieke en zakenwereld tegen. Zo is op de begraafplaats ook een graf te vinden van grootgrondbezitter en eigenaar van de kruitfabriek, Johannes Jacob Bredius. Ook de Families Koch, Holst en Crommelin, nauw verbonden aan het dorp, hebben hun familieleden er laten begraven. Verder zijn er bekende letterkundigen als Justus van Maurik, Jan Frederik Helmers en Samuel lperuszoon Wesselius begraven. En niet te vergeten de componist Gustav Adolf Heinze. Uit de politiek vind je namen als Brugmans, Crommelin, Den Tex en Domela Nieuwenhuis. Het grote monument is uitgevoerd in hardsteen en wit marmer en bestaat uit een omrasterd grafteken met achterliggend aarden grafperk boven een kelder. Op het monument zijn in opvallende letters de familienamen aangebracht: 'GROEN' op het zuiden en 'VAN STOCKUM' op het westen. Verder bevat het monument de volgende doodssymboliek: gekruiste palmbladeren (overwinning op de dood) die bijeengehouden worden door een staartbijtende slang (ouroboros, oneindigheid), de gevleugelde zandloper (vergankelijke tijd), de vlinder (onsterfelijke ziel) en de omgekeerde brandende fakkel (wederopstanding) gekruist met de zeis (onverbiddelijke dood). Het monument wordt bekroond door een urn met rouwsluier uitgevoerd in wit marmer. Dit symboliseert het afdekken van het leven. De meest opvallende elementen van het monumenten bevinden zich op de voet van het monument: op beide hoeken ligt een hond, symbool van trouw. Het gehele monument wordt omgeven door hardstenen palen met kettingen ertussen. Onder een houten kap ligt de toegang tot de kelder. (2006)
Literatuur
Internet
Deze tekst werd geschreven door J.Th. van Mierlo in oktober 1999 voor de tentoonstelling "Begraven in Muiden en Muiderberg" welke toen gehouden werd in de Grote kerk van Muiden. In 2006 is het artikel opnieuw geredigeerd.
|
|
Laatst aangepast op woensdag 28 juli 2010 14:25 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |