| Bergen (NH) - Ruïnekerkhof |
|
| door Leon Bok | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geschiedenis kerkDe eerste kerk in deze omgeving stond niet in Bergen zelf maar in Schoorl. De kerk in Schoorl werd voor het eerst genoemd in 1094. In datzelfde jaar werd ook gesproken over de schenking van een kapel in Bergen door de Bisschop aan het kapittel van St. Jan in Utrecht. Hoe het met de exacte ouderdom zit, is niet bekend, maar de kapel in Bergen viel geruime tijd onder de parochie van Schoorl. De plek die voor de kapel in Bergen was gekozen, lag wat hoger dan de omgeving. Dat was niet voor niets want hoog water zorgde destijds regelmatig voor overstromingen in het gebied rond Bergen. De kapel lag centraal ten opzichte van een aantal buurtschappen die samen Bergen vormden. De kapel diende voor die buurtschappen ongetwijfeld ook voor de dodenmissen en uitvaarten. Rondom de kapel was een grote ruimte vrijgelaten waar voldoende plek was om te begraven. Hoewel Bergen een klein dorp was, was het welvarend. Dat blijkt wel uit het feite dat de bevolking in staat was om in de 13de eeuw te starten met de bouw van een volwaardige kerk. Deze kerk werd gewijd aan Petrus en Paulus. De bouw zou bijna anderhalve eeuw duren. Het resultaat was een forse driebeukige kerk in een laat-gotische stijl. De kerk was wellicht te groot voor de lokale bevolking maar als gevolg van een gebeurtenis uit 1421 zou de kerk toch veel volk trekken. Tijdens de St. Elisabethsvloed spoelde nabij Bergen de kerkschat van het overstroomde Petten aan. In 1422 bleek het zeewater in een kistje met hosties in bloed te zijn veranderd. Deze gebeurtenis werd bekend als het Mirakel van het Heilig Bloed. De jaarlijkse processie die daarna plaatsvond, trok veel mensen naar Bergen. Over hoe er in de eerste eeuwen begraven werd op het kerkhof is weinig bekend. Dat is niet ongebruikelijk want ook bij andere kerken is daarover weinig te vinden.
Ontstaan ruïneDe grote kerk van Bergen was geen lang leven beschoren. In 1574 werd de kerk verwoest door een brand, gesticht door plunderende troepen onder leiding van Diederick van Sonoy. Deze gebeurtenis speelde zich af in de nadagen van het beleg van Alkmaar. De brandstichting werd ingegeven door een tactiek van de verschroeide aarde. Het zou de Spanjaarden geen kans geven nog iets te veroveren rondom Alkmaar. Hoe dan ook, de kerk werd hierna niet meer herbouwd. Het dorp kon een dergelijke investering niet nog eens opbrengen. Aan het eind van de 16de eeuw was alleen het koor gedeeltelijk hersteld en liet men de restanten van het schip aan zijn lot over. Nadat het stof weer was neergedaald, werd de kerk weer in gebruik genomen. Dit keer echter door protestanten want in 1578 kreeg Bergen zijn eerste predikant. Hij zal voornamelijk druk zijn geweest met het herstel van de kerk. Bij het dichtmetselen van het koor werden stenen gebruikt die afkomstig waren van de toren. In 1597 was de nieuwe kerk gereed, soberder dan tevoren en de oude sporen uitgewist door witkalk. Wie het ook druk had met de kerk was de Heer van Bergen, Anthonis Studler van Surck. Hij bepaalde in de heerlijkheid Bergen ondermeer wie predikant werd en zal ook invloed uitgeoefend hebben op de wijze van herstel van de kerk en het behoud van de restanten. Wellicht werden die bewaard als voorbeeld of als waarschuwing. De kerk werd ook op andere wijze gebruikt door de Heer van Bergen. In 1661 liet hij een nieuwe grafkelder maken in de noorderzijkapel. Nadat de heerlijkheid overging op de Graven van Nassau Woudenberg maakten ook zij gebruik van de grafkelder.
Nieuwe vernielingen
Noodzaak voor een nieuwe begraafplaatsNa de Franse tijd werd het weer rustig in Bergen. De kleine gemeente begroef haar doden in de kerk en op het kerkhof. Na het verbod op begraven in de kerk, dat inging in 1829, begroef men alleen nog op het kerkhof. Noodzaak voor een nieuwe begraafplaats was er niet. Het dorp had destijds ongeveer 800 inwoners, dus ruim onder de grens van 1.000 die gold om een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Op het kerkhof was voldoende ruimte voor het aantal doden, zo’n 25 per jaar. In deze tijd verschenen er waarschijnlijk ook steeds meer grafmonumenten, veelal stèles. De koster had altijd het register bijgehouden van de graven op het kerkhof. Sommige van de stèles uit de laatste dagen van het kerkhof zijn bewaard gebleven. Het einde van het kerkhof kwam nadat halverwege de 19de eeuw het aantal inwoners van Bergen behoorlijk was gegroeid. Op termijn zou het kerkhof niet meer voldoende ruimte bieden. Sommige graven werden al na zeven jaar geruimd, iets wat niet lang daarna bij wet verboden werd.
GebruikenTot in de 19de eeuw kende Bergen zijn eigen tradities rondom het begraven. Daarbij speelden de buren een belangrijke rol. Dit zogenaamde nabuurschap heeft lange tijd een grote rol gespeeld in het sociale leven. De buren zorgden voor bewassing en het kleden van de dode. Ook droegen ze zorg voor alle benodigdheden rondom het sterfgeval evenals voor het uitnodigden van degenen die de begrafenis moesten bijwonen. De buur ter rechterzijde had de taak het lijk op te eisen met de woorden ”de tijd is verschenen, dat het lijk ter aarde wordt besteld”. Daarna werd de kist gesloten en met behulp van anderen op een boerenwagen geladen. De kist werd afgedekt met een zwart doodskleed. Het zwart werd in sommige gevallen verruild voor een wit doodskleed, zoals bij kraamvrouwen. De tocht naar het kerkhof voerde langs een van de twee doodwegen. Zij die van Oostdorp kwamen, namen de Oostdorperdoodweg, de huidige Karel de Grotelaan. Westdorpers gingen over Den Ouden Burger Doot Wegh, de huidige Kerkelaan of Hoflaan. Bij de poort van het kerkhof aangekomen, werd de kist op een baar geplaatst en onder gelui van de klokken tweemaal rond het kerkhof gedragen. Aan het klokgelui kon de Bergense bevolking horen om welke dode het ging. Luidde de klok één keer dan werd een kind begraven, twee keer was voor een ongehuwde volwassene, drie maal voor een gehuwde volwassene. Vier keer luidde de klok voor iemand die omgekomen was bij een ongeluk. Voor zelfmoordenaars werd de klok niet geluid. Diens kist werd ook niet gedragen maar gesleept. De plek voor deze doden was in de noordwestelijke hoek van het kerkhof. Dit was feitelijk een van de meest beschaduwde plekken van het kerkhof, letterlijk de donkere kant. Na de begrafenis was er altijd een zogenaamde ‘koude tafel’ voor de gasten. Warme bollen wittebrood met boter en krentenbollen met in het midden een bolletje suiker met boter werden dan gegeten. Daarbij werd brandewijn gedronken.
In de kerk
Grafmonumenten bij elkaar
De zerken die door Bloys van Treslong-Prins beschreven werden, lagen destijds al langs de noordmuur, maar de stèles stonden nog verspreid op het kerkhof. Nadat in 1955 nog een tweetal zerken uit de kerk waren gehaald, zijn de verspreid staande stèles ook bijeen geplaatst. In 1987 beschrijft Zeiler in zijn rapport [1] vierentwintig grafmonumenten. Zeiler merkt op dat enkele eerder genoemde monumenten verdwenen lijken te zijn en dat enkele die hij beschrijft niet eerder werden genoemd. Van de vierentwintig stenen waren er zeven stèles en zeventien zerken. Sommige grafmonumenten verkeerden destijds al in een dusdanig slechte staat dat Zeiler adviseerde om deze terug te brengen in de kerk. Zeiler maakte een opsomming van de volgende grafmonumenten, hun staat en het advies dat hij in 1987 meegaf.
Het advies dat eveneens in 1987 ingewonnen werd bij de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) stelt dat de zerken beter naar de zuidgevel overgebracht kunnen worden zodat ze in de schaduw liggen. Verder zouden een vijftal zerken beter overgebracht kunnen worden naar de kerk. Een hekwerk zou er voor moeten zorgen dat de bezoekers niet meer over de stenen kunnen lopen. Het enige dat daarna gebeurde was dat in 1988 een eenvoudig hekwerk is geplaatst. Andere plannen bleken te kostbaar.
Vandaag de dag
Wie nu van links naar rechts langs de stenen loopt, overziet vier eeuwen begraafcultuur in Bergen. De eerste paar stenen zijn 19de-eeuws en van het type dat vrij gebruikelijk was in die tijd, zonder symboliek. De eerste steen die opvalt, is de zerk van Cornelis en Anna Oldenburg (nr. 7) met een kruis aan de bovenzijde. Waarschijnlijk waren zij net als Schouten van katholieke huize. De stèle van Jacoba van den Bergh is een heel aparte (nr. 9). Het uit één stuk gehouwen monument bevat een basis waarop tekst is opgenomen met daarop een versmallend, obeliskvormig deel dat bekroond wordt met een cirkelvormig element. Onderin de obelisk was ooit een afbeelding opgenomen maar die is vervaagd. Ook in de cirkel bevond zich ooit een object, maar ook dat is weg. Het curieuze monument trekt in de rij wel de aandacht. De zerk van haar man, Pieter Hell, ligt ervoor maar valt veel minder op. De zerk voor Leonard Leenders, gestorven in 1707 komt uit de kerk en bevat een familiewapen (nr. 12). Twee zerken naar rechts ligt een brede zerk voor de familie Ramp met het familiewapen waarin een molenrad is opgenomen. Daarnaast zijn de kwartieren van gelieerde families opgenomen. Daar weer onder is een cartouche zichtbaar waarin een uitgesleten opschrift bekroond door een doodshoofd met gevleugelde zandloper is opgenomen. De grafkelder van de familie lag vroeger bij de ingang van de kerk en is sterk belopen. De oudste grafsteen in het rijtje is die van de kinderen Cloeck (nr. 16) De drie kinderen stierven tussen 1599 en 1607. Vader Jacob Andriesz. Cloeck was Schout van Bergen en liet op de zerk zijn initialen opnemen in een ovaal schild.
De stenen die de laatste van de rij vormen, zijn behoorlijk versleten of weinig belangwekkend. Voor alle grafmonumenten samen kan gesteld worden dat het jammer is dat ze op zo’n wijze tentoongesteld worden. Ze lijden weliswaar niet meer van voetstappen of maaimachines die er tegen aan rijden, maar het is duidelijk dat beter onderhoud of een restauratie deze stenen veel goed zou doen. (2011)
Noot
Literatuur
Internet
Met dank aan de heer W.J. Bleijs, Historische Vereniging Bergen (NH).
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Laatst aangepast op donderdag 15 september 2011 23:46 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |