| Heiloo - Begraafplaats van de Willibrordusstichting |
|
| door D.C.T. Slagter |
|
De Willibrordusstichting aan de Kennemerstraatweg 464 in Heiloo staat bij veel mensen bekend als een psychiatrische inrichting. Op 26 september 1927 kocht de Congregatie van de Broeders van Onze Lieve Vrouwe van Lourdes de landerijen van het voormalige landgoed IJpensteijn met de bedoeling hier een psychiatrische inrichting te laten bouwen. In de herfst van 1928 ging het bouwproject van start en op 8 februari 1930 werd de eerste patiënt opgenomen. Omdat het terrein van de Willibrordusstichting sinds 2006 een geïntegreerd deel uitmaakt van Heiloo, kan men het tegenwoordig heel gemakkelijk betreden. Tot in de jaren 90 was ‘de Stichting’ echter een vrij besloten gemeenschap. Een gemeenschap die zich kenmerkte door de aanwezigheid van onder andere een eigen kerk, bakkerij, keuken, technische dienst, feestzaal, arbeidstherapeutisch centrum en mortuarium. Daarbij waren er natuurlijk de verschillende afdelingen waar mensen woonden, verzorgd of verpleegd werden. Een begraafplaats mocht daarom niet ontbreken.
De begraafplaatsAchter op het terrein, voorbij het dierenpark en rechts van de weg die naar de uitgang aan de Kanaalweg gaat (sinds 1 augustus 2006 ‘De Hoge Venne’ geheten), ligt de begraafplaats. De begraafplaats wordt omheind door struiken en bomen. Via een grindpad en tussen de rododendrons en treurwilgen door, loopt een pad omzoomd door een coniferenhaag naar de kop van de begraafplaats. Voordat men de eigenlijke begraafplaats opgaat, bevindt zich aan de rechterzijde een apart veldje waar ook enkele mensen zijn begraven. Het betreft hier de graven van niet-katholieken (ongedoopten) en mensen die door suïcide om het leven zijn gekomen. Niet-katholieken en mensen die suïcide hadden gepleegd, mochten namelijk niet in gewijde aarde worden begraven [1]. Al in het eerste jaar van haar bestaan, in 1930, heeft de Willibrordusstichting grond gereserveerd voor een kerkhof ter grootte van een halve hectare. In dat eerste jaar overlijden tien patiënten, van wie er zeven op deze, toen nieuwe, begraafplaats worden begraven. In april van dit jaar wordt hier de eerste overledene begraven. In 1931 vindt uitbreiding plaats naar driekwart hectare. De grond moet zestig centimeter worden opgehoogd vanwege de hoge grondwaterstand. Die grond wordt verkregen door het afgraven van het aangrenzende stuk weiland en “bollengrond des gebuurs” [2].Toch is de grondwaterstand ook hierna nog zo hoog, dat per graf maar een persoon begraven kan worden. In 1932 wordt de begraafplaats uitgebreid tot een hectare. Er wordt een brede sloot omheen gegraven, terwijl ook de ophoging met grond van elders doorgaat. Men zorgde er steeds voor dat er een gedolven graf beschikbaar was, zodat men bij slecht weer en een onverwacht sterven niet in de problemen kwam. De kinderen van de bewoner, die in de personeelswoning bij de poort aan de Kanaalweg woonden, gebruikten die graven wel eens bij het verstoppertje spelen. Deze personeelswoning werd in 2007 afgebroken. In 1936 vond op de begraafplaats nog steeds verdere ophoging plaats. Toen ook werd de beplanting aangelegd naar ontwerp van de landschapsarchitect K.E. van Nes, die ook de opdracht had voor het ontwerp van het gehele terrein van de Willibrordusstichting. Op 2 maa Vermoedelijk werd tussen 1980 en 1982 een renovatie van het kerkhof uitgevoerd. Het verhaal gaat dat Martin Kuilman, directeur behandelzaken, bij een rondgang over het terrein toevallig bij de begraafplaats kwam en zag hoe deplorabel de situatie was. De directie nam daarop een besluit tot renovatie. De patiënten van het Amantiuspaviljoen, die in de herfst van 1980 in dit nieuwe paviljoen naast de begraafplaats waren gehuisvest, maakten echter veel bezwaar tegen de kruizen op de graven, omdat ze daar elke dag tegenaan moesten kijken. Het toenmalige hoofd civiele dienst kreeg opdracht een en ander weer in orde te maken. Hij bedacht de huidige rechthoekige tegeltjes met klein kruisje, in plaats van de staande kruizen. Leden van de technische dienst maakten een paar mallen en goten de tegeltjes volgens een door het hoofd civiele dienst uitgedacht procedé. Daarop werden de plaatjes van kunststof geschroefd waarop de naam van de overledene kwam te staan met geboorte- en overlijdensdatum. Het terugplaatsen van deze tegeltjes met namen is niet helemaal goed verlopen. Hier en daar heeft helaas verwisseling van locatie plaatsgevonden.
De indeling van de begraafplaatsAan het hoofdeinde van de begraafplaats staat een groot kruis. Daarvoor bevindt zich het graf van rector Boon (*20-2-1902, †18-8-1939), rector van de Willibrordusstichting van 18-81934 tot 18-8-1939. Rechts daarvan is ruimte voor drie rijen graven. Alleen de eerste, de bovenste, is gebruikt voor vier overledenen. De rijen twee en drie zijn niet gebruikt. Op de eerste rij liggen begraven:
Op de derde rij liggen begraven:
Noten
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in jaargang 5, nummer 2 (december 2011) van de Heylooer Cronyck, het blad van de Historische vereniging Oud Heiloo. |
|
Laatst aangepast op zondag 25 maart 2012 18:35 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |