Haerst - Het graf van de negerslaaf Afdrukken
door René ten Dam   

 

 

Graf van LepejouIn het bos van Huize Arnichem ligt een graf met twee stenen verscholen. Op de voorste steen staat Arabisch schrift, de achterste steen heeft een Latijns opschrift. Er staat: 'LEPEJOU CUI ET NOMEN APOLLONATUS IN INSULA CELEBES OBIIT 23 JULY 1828' oftewel "Lepejou, die ook Apolloon wordt genoemd, is geboren op het eiland Celebes en is gestorven op 23 juli 1828". De aanwezigheid van de Arabische tekst lijkt er op te wijzen dat Lepejou inderdaad een islamitische Indiër was en geen neger.

Mogelijk is Lepejou verkocht als slaaf in Zuid-Amerika. De zoon van August en Jeanette, negers in de kolonie Demerary in voormalig Brits-Guyana zou, volgens verhalen, het leven hebben gered van Joan Hendrik Tobias, de toenmalige bewoner van Huize Arnichem. Als dank nam Tobias de jongen mee naar Nederland. De Arabische tekst maakt ook een andere interpretatie mogelijk van de relatie tussen de jongen en Tobias: "De heer heeft zijn trouwste dienstknecht dit graf gewijd, omdat hij hem dankbaar is en altijd aan hem denkt".
Volgens het gemeentearchief is Pelejou overleden op 33-jarige leeftijd, andere bronnen beweren dat de jongen slechts 16 is geworden en weer andere 23. Ook is niet duidelijk of de jongen er nog wel ligt begraven. In 1979 werd het graf geschonden. Beide grafstenen zijn daarbij gebroken en het graf werd gedeeltelijk opengemaakt. Mogelijk is daarbij een schedel meegenomen uit het graf, maar ook daarover bestaat geen duidelijkheid. (2001)

 

 

Literatuur

  • C. van Raak, Dodenakkers (Amsterdam, 1995), 158-159
  • 'Graf van de Negerslaaf' in Langs dodenakkers in het Overijssels Vechtdal, p10
  • Trouw. Landschapswandelingen 26 augustus 2000

 

 

Laatst aangepast op zondag 03 januari 2010 19:31



Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld.