| Nieuw-Lekkerland - Oude gemeentelijke begraafplaats |
|
| door Leon Bok |
|
Bijzondere situeringDe plek die voor de nieuwe begraafplaats gekozen werd, lag langs de Zuider-Lekdijk, ongeveer driehonderd meter ten oosten van de Nederlands Hervormde kerk. Dit gebied, buitendijks gelegen, oostelijk van de dorpsbebouwing van Nieuw-Lekkerland, bestond destijds uit opstrekkende percelen dwars op de rivier. Aan die zijde was in die tijd nog nauwelijks bebouwing en ook aan de andere kant van de dijk was er voldoende afstand tot de bestaande woningen. De dijk was destijds wel veel smaller en tussen dijk en de begraafplaats lag een zogenaamde lage kade die via een dam overbrugd werd. De begraafplaats had oorspronkelijk een oppervlak van ongeveer 1250 m2. Het rechthoekige terrein had een breedte van 25 meter en een diepte van 50 meter. Voor de ophoging is waarschijnlijk rivierzand gebruikt. De keuze voor deze locatie zal ondermeer te maken hebben gehad met de goede bereikbaarheid voor het hele dorp en het relatieve gemak om materiaal voor de ophoging aan te voeren.
De inrichtingZoals gezegd, lag de toegang tot de begraafplaats achter een kleine dam, waar een dubbel smeedijzeren hekwerk met gietijzeren pijlers werd geplaatst. Over de hele breedte werd vervolgens een laag smeedijzeren hekwerk op bakstenen voet geplaatst. Of het hekwerk en de toegang ook dateren uit de aanlegtijd is onzeker. Vermoedelijk dateert het toegangshek van rond 1870. Dat vermoeden hangt samen met een gebeurtenis die het jaar daarvoor plaatsvond. Al vanaf 1863 huurde de burgerlijke gemeente namelijk een deel van de begraafplaats, maar die situatie werd in 1869 meer definitief. De gemeente diende namelijk vanaf dat jaar een eigen algemene begraafplaats te hebben. Huren of medegebruik werd ook toegestaan, dus dat was voor de gemeente een gemakkelijke oplossing. Mogelijk dat toen ook het nieuwe hek is geplaatst. Van oorsprong kende de begraafplaats drie klassen, gerekend van voor naar achter. De eerste klasse betrof een groot deel links van het hoofdpad en een kleiner deel ter rechterzijde. Dit was het gedeelte voor de grootste graven en dus voor de gegoede families. De tweede klasse, meestal voor de middenklasse, liep vervolgens tot aan de laatste twintig meter van de begraafplaats en daar begon de derde klas. Die klasse was meestal voor de minst vermogenden en hier vond men dan ook de kleinste graven, vaak dicht op elkaar. Hier stond dan aan het eind ook het drenkelingenhuisje dat bij de aanleg van de begraafplaats was gebouwd. Het houten gebouw werd geplaatst op een bakstenen plint die afgesmeerd werd met cement. Wellicht stond het huisje van oorsprong wat hoger om te voorkomen dat het bij een overstroming direct onder water kwam te staan. Na verschillende Na verschillende malen opgehoogd te zijn, werd de begraafplaats in 1903 ook belangrijk uitgebreid. Daarbij werd een ongeveer even groot deel aan de rechterzijde van de begraafplaats bij het oorspronkelijke deel getrokken. Hierdoor werd de begraafplaats twee maal zo groot. Van de oude situatie is nog een kaart overgeleverd. In hoeverre de klassenverdeling doorgezet is na deze uitbreiding is niet duidelijk. Vermoedelijk is het oude systeem deels intact gebleven en is het grootste deel van de uitbreiding tweede klasse geworden. Het is mogelijk dat het afscheidingshek, dat in de afwerking ook een andere detaillering laat zien dan het toegangshek toen pas geplaatst is.
GrafmonumentenDirect rechts na de ingang, op de voormalige eerste klasse, trekt een tweetal grafkelders de aandacht. Tot in de jaren zestig van de 20ste eeuw waren er bijna tien van dergelijke kelders te vinden op de begraafplaats. Die zijn echter, op twee na, gesloopt. De eerste nog bestaande grafkelder heeft een bakstenen opbouw, in het midden gedekt met een hardstenen Even verderop ligt een tweede kelder van de familie Smit, ditmaal voor Leonardus Johannes Smit. De kelder, die op zich dezelfde opbouw kent als de eerste kelder, ligt met de opening naar de buitenzijde van de begraafplaats gericht. Aan de achterzijde van de kelder, naar de begraafplaats toe, is een detonerende granieten tekstplaat aangebracht. Aan de voorzijde is de gepleisterde kelder voorzien van een klassiek gebroken fronton met in het midden een omfloerste urn. In de gevel is een stalen deur opgenomen met in het vlak daarboven een guirlande. Naast de bijzondere grafkelders zijn op het eerste klasse deel ook een aantal opvallend gave hardstenen zerken te vinden, zoals die van L. Terneeden, die meer dan een halve eeuw als geneesheer werkzaam was in Nieuw-Lekkerland. Een enkel grafmonument is omgeven met een smeedijzeren hekwerk. Het beeld dat dit deel van de begraafplaats oproept, is dat van een vroeg 20ste–eeuwse dodenakker. De variatie aan grafmonumenten in vorm, uiterlijk en toepassing is groot. Waar geen grafmonument is geplaatst, liggen hardstenen blokken met daarop de grafnummers en de naam van de familie die het recht op die graven heeft. In sommige gevallen zijn meerdere van dergelijke blokken op één graf geplaatst. Elders op de begraafplaats vallen nog enkele grafmonumenten op. Dat zijn de graven voor hen die gevallen zijn in de Tweede Wereldoorlog. Zeker vier Bijzonder qua materiaal, maar ook qua verhaal, is het geëmailleerde bordje op het kindergraf van de vijfjarig Christiaan Teunis Mourik, die in februari 1956 door het ijs zakte en jammerlijk verdronk. Het vroor die hele dag, maar het ijs was blijkbaar niet overal sterk genoeg.
Vandaag de dagDe groei van het dorp Nieuw-Lekkerland heeft zich voornamelijk afgespeeld in de Nieuw-Lekkerlandse polder. Ook langs de dijk is de bebouwing in de loop der jaren verdicht. In de directe omgeving van de begraafplaats valt dit nog enigszins mee. De oude dijk is verbreed en in 1982 is een nieuwe dijk ten noorden langs de begraafplaats getrokken. Hierdoor heeft men vanaf de begraafplaats geen zicht meer op de Lek. Het perceel ten oosten van de begraafplaats, dat eveneens is opgehoogd, wordt gebruik voor opslag van containers en maakt een rommelige indruk. Ten westen van de begraafplaats is langs de dijk een woning gebouwd waarvan de tuin nog op het oude niveau ligt, zeker drie meter onder de kruin van de dijk. Hierdoor is alleen aan deze zijde nog te zien dat de begraafplaats fors opgehoogd is. Wie echter eenmaal op de begraafplaats is, ervaart weinig meer van de omgeving door de groene zoom rondom. Langs de dijk vormt een rij van zeven beuken, samen met het smeedijzeren hekwerk, de afscheiding. Een aantal beuken is van recente datum, gezien hun voorgangers door ouderdom waren gesneuveld. Aan de overige zijden wordt de begraafplaats van de omgeving gescheiden door een opgaande smalle groensingel waarin verschillende soorten loofbomen, waaronder wilg, voorkomen. Verder is aan de noord- en oostzijde een ligusterhaag geplant. Hoewel de dodenakker ogenschijnlijk een originele indruk maakt, is dat niet het geval. Ophogingen hebben veel van de oorspronkelijke opzet teniet gedaan. Mogelijk zijn alleen de locatie van het lijkenhuisje, de as daar naartoe en het hekwerk langs de dijk origineel. Het smeedijzeren spijlenhekwerk staat vandaag de dag op een gecementeerde voet met op korte afstanden Achter het toegangshek, dat zich inmiddels ter rechterzijde van het grondvlak bevindt, strekt zich de begraafplaats uit als een grote zandvlakte. In die zandvlakte zijn op symmetrische wijze de grafmonumenten geplaatst. Qua hoogte ligt de begraafplaats nu ongeveer op het niveau van de oude dijk, zeker drie meter boven het oorspronkelijke maaiveld. Op de begraafplaats zijn geen paden aangebracht; er is enkel ‘naakt’ zand. Vanaf de entree heeft wel altijd een hoofdpad midden over de begraafplaats gelegen, afgelijnd met bomen of struiken. Nu begint halverwege een rij coniferen die het zicht ontnemen op het drenkelingenhuisje dat achter op het perceel staat. Verder staan op de begraafplaats nog een geënte treur-es en een treurbeuk. Helemaal achterin, aan het eind van het hoofdpad, staat nog steeds het drenkelingenhuisje, annex lijkenhuisje. Het grijs geschilderde gebouw is voorzien van late
Waardering voor de begraafplaatsIn 2006 ontfermde een kleine werkgroep van de Historische Vereniging West-Alblasserwaard zich over de oude begraafplaats. De werkgroep achtte de sober aangelegde dorpsbegraafplaats van bijzondere betekenis voor de lokale geschiedenis van Nieuw-Lekkerland. Daarom liet de werkgroep Bureau Funeraire Adviezen een waardering maken, waaruit naar voren kwam dat de begraafplaats niet alleen bijzonder is voor Nieuw-Lekkerland, maar zeker ook een boven-regionale waarde vertegenwoordigd. Dat heeft te maken met de bijzondere locatie, de geschiedenis van de plek en de personen die er begraven zijn. Groot belang kon volgens de waardering ook gehecht worden aan het drenkelingenhuisje en het gave toegangshek. De werkgroep heeft zich de waardering ter harte genomen en in 2007 is de werkgroep dan ook begonnen met het herstel van het drenkelingenhuisje. Verrotte delen werden vervangen en het huisje werd voorzien van een nieuw dak. Ook kreeg het gebouwtje een complete schilderbeurt.
Niet lang daarna werd de stichting Tot behoud en gebruik van de oude algemene begraafplaats Nieuw-Lekkerland in het leven geroepen. Die stichting zorgt nu samen met de gemeente ervoor dat de begraafplaats behouden wordt en in gebruik blijft. De stichting neemt daarbij het onderhoud van het drenkelingenhuisje plus het hek aan de dijkzijde voor haar rekening en de gemeente knapt de grafkelder op, verwijderd geen stenen meer en onderhoud de rij coniferen. Ook zal de gemeente een aantal oude, zieke bomen vervangen door nieuwe, uit de kluiten gewassen exemplaren. Daarmee wordt een belangrijk monument behouden. (2011)
Nieuw-Lekkerland, Lekdijk bij 89. Monumentenstatus: gemeentelijk monument (sinds 2010).
Literatuur:
Internet:
Met dank aan Bas de Lange, stichting Tot behoud en gebruik van de oude algemene begraafplaats Nieuw-Lekkerland |
|
Laatst aangepast op zondag 17 april 2011 19:55 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |