| Witsen, Nicolaas |
|
| door Leon Bok |
|
* Amsterdam, 8 mei 1641 - † Amsterdam, 10 augustus 1717
Jonge levensjarenNicolaas Witsen werd geboren op 8 mei 1641 als derde zoon van Cornelis Jan Witsen en Catharina Opsie. Het echtpaar kreeg later nog twee zoons. De vijf kinderen zouden zich bijna allen weten te onderscheiden in hetzij het politieke bestuur, het krijgsbedrijf of de wetenschappen. Of er nog andere kinderen waren dan de vijf zoons is niet bekend. Witsen kreeg een gedegen opleiding. Eerst aan de Latijnse school en daarna aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. Al op 15-jarige leeftijd reisde Witsen met zijn vader naar Engeland. In 1663 ging Witsen rechten studeren aan de Leidse universiteit, waar hij zich ontwikkelde als arabist. Direct na zijn promotie, in 1664, vertrok hij naar Rusland in het gevolg van de ambassade van Jacob Boreel. In Rusland constateerde hij tot zijn verbazing dat niemand zich daar met kunst of wetenschap bezighield. Zijn aantekeningen zou Witsen later gebruiken om een boek te publiceren over Rusland. Na terugkomst in Nederland in 1665 maakte hij nog meer reizen door diverse delen van Europa. In 1669 overleed zijn vader, waarna Witsen werd benoemd in de vroedschap van Amsterdam. Het werd nu tijd voor meer serieuze zaken.
Schrijver/burgemeesterIn 1671 publiceerde hij zijn eerste boek Aeloude en Hedendaegsche Scheepsbouw en Bestier. De prenten in dit boek waren afkomstig van door Witsen zelf gemaakte houtsneden. Het boek, een opeenhoping van feiten, werd al gauw als een standaardwerk gezien. Zelfs tsaar Peter de Grote wist het boek op zijn waarde te schatten. Correspondentie tussen Witsen en de tsaar leidde tot de bestelling van enkele oorlogsschepen bij Amsterdamse werven. Als dank kreeg Witsen recht op Rusland handel te drijven. In 1674 huwde Witsen met Catharina de Hochepied, dochter van een vermogende Waalse predikant. Het echtpaar kreeg vier dochters die echter allen vroeg stierven. In de jaren hierna verbleef het gezin in Den Haag maar in 1680 keerde het echtpaar terug naar Amsterdam. Vanaf 1682 tot 1705 vervulde Witsen dertien maal het ambt van burgemeester van Amsterdam. Zijn burgemeesterschap verliep zeker niet zonder problemen. Zo raakte Witsen in gewetensnood toen hij in 1688 de overtocht van Willem III van Oranje naar Engeland moest steunen, om daar Jacobus II van Engeland, de katholieke koning en Willems schoonvader, van de kroon te stoten. Tijdens het Aansprekersoproer bleef Witsen op z’n post in het stadhuis, terwijl het gevaar bestond dat zijn huis geplunderd werd. In 1690 had Witsen ook het boek Noord en Oost Tartaryen gepubliceerd. Hierin beschreef hij, vijfentwintig jaar na zijn reis naar Moskou, wat hij in Siberië en omringende landen had gezien. Het boek bevatte ook de eerste kaart van Siberië. Later, in 1705 verscheen een tweede editie en postuum nog één in 1785. Wat de scheepvaart betreft publiceerde Witsen in 1692 ook nog het tweede deel van zijn overzichtswerk onder de titel Architectura Navalis. Als bestuurder was Witsen in 1702 betrokken bij de onderhandelingen tussen Frederik I van Pruisen met de Staten-Generaal over de nalatenschap van Willem III van Oranje, de koning-stadhouder. In 1704 werd hij ambachtsheer van Amstelveen. Witsen was ook betrokken bij de erfenis van Johan van Scharphuizen, de gouverneur van Suriname en plantage-eigenaar.
Verzamelaar en wetenschapper
Naast zijn werkzaamheden als burgemeester van Amsterdam had Witsen ook nog voldoende tijd om zich bezig te houden met de kunsten en wetenschappen. Zo had hij een aandeel in het ontwerp van de vesting Naarden en in de plannen voor de verbetering van de zoetwatervoorziening van de stad. Hij ondersteunde ook andere wetenschappers, zoals de Gorkumse gebroeders Van der Heyden, uitvinders van de slangbrandspuit. Zij droegen hun boek aan Witsen op, net als tientallen andere auteurs.
Laatste levensjarenIntriges in de vroedschap en de dood van zijn goede vriend Hudde in 1705, deden Witsen besluiten zich terug te trekken uit de actieve politiek. Op andere terreinen bleef Witsen wel druk bezig, zo blijkt uit het vermogen dat hij belegde in allerlei zaken. De stad Amsterdam vergat hem niet. Zo kreeg hij in 1713 een gouden gedenkpenning van de stad bij de Vrede van Utrecht.
Toen hij op 10 augustus 1717 in Amsterdam zijn laatste adem uitblies, beliep zijn vermogen bijna één miljoen gulden. Maar dat was nog niet alles want daarbij waren de vele geschenken en giften die hij had ontvangen als bestuurder niet meegeteld. Zijn erfgenamen konden niet alleen op geld rekenen, maar ook op delen van zijn enorme verzameling boeken en manuscripten. Andere delen van zijn verzameling werden geveild en zullen ongetwijfeld veel geld hebben opgebracht. Dat Witsen een belangrijk persoon was, blijkt ondermeer uit het fictieve verhaal dat de tsaar van Rusland bij het sterfbed van Witsen had gezeten. Witsen werd begraven in het kerkje van Egmond aan den Hoef. Zijn weduwe overleed 11 jaar later.
Witsen’s laatste rustplaats
De kerk waarin Witsen werd begraven was in 1633 door de hoogmogende heren der staten van Holland, toenmalige eigenaar van de heerlijkheid Egmond, gebouwd. Dat was gebeurd op de plaats van een oudere kerk, de slotkapel bij kasteel Egmond, die in 1431 was gesticht. De grafkelder voor De tekst in het cartouche is gesteld in het Latijn, waarvan de vertaling als volgt luidt: Aan de eeuwige nagedachtenis van Nicolaas Witsen Dertien maal Burgemeester en Raad van de Stad Amsterdam; eertijds met den titel van woordvoerder als buitengewoon gezant der Staten van het Verenigde Nederland afgevaardigd naar de Koning van Groot Brittannië Willem III; Bevelhebber der Oost-Indische Compagnie; en belast met het toezicht en medeaanlegger van havens en zeegaten; voorts zich van de waarneming van zeer grote en belangrijke posten in het binnen- en buitenland op uitmuntende wijze gekweten hebbende ten opzichte van de Staat; En zich aldus voor het ganse vaderland verdienstelijk gemaakt hebbende; Een voortreffelijk beoefenaar ten slotte der schone kunsten en deswege een groot voorstander en begunstiger van allen die deze letteren beminnen, hoogachten en beoefenen; Hebben zijn bedroefde bloedverwanten dit openlijk gedenkteken niet zonder tranen gewijd. Overleden 9 augustus van het jaar de Heils 1717 oud 76 jaren 3 maanden 2 dagen.
De kelder waarin Witsen begraven werd, is in 1913 nog eens geopend. Tijdens een restauratie waarbij een nieuwe orgelzolder werd gebouwd, was het noodzakelijk de zerk op de kelder enigszins te verschuiven. Toen men de zerk weer op z’n plaats wilde leggen, bleek er wat puin in de kelder gevallen te zijn. Nader onderzoek in de kelder leerde dat daar een gaaf geraamte lag met de schedel naar het westen gericht. Het lichaam lag dus naar de epitaaf gericht. Het geraamte lag op de houten bodem van een kist die verder geheel vergaan was. Rondom lag een laagje modder dat mogelijk daar terecht was gekomen doordat bijna twee eeuwen lang het schrobwater in de kelder was gelopen. In de modder vond men een koperen plaat die mogelijk ooit op de kist had gezeten. Het opschrift luidde als volgt: De heer en mr. Nicolaas Witsen Burgemeester en raad der stad Amsterdam Commissaris van de pilotage Ambachtsheer van amsterveen, urk en emmeleroort: Mitsgaders bewindhebber van de oostindische compagnie Etc. etc. etc. Geboren A 1631 den 3 May – Gestorven A 1717 den 9 Augusti
De geboortedatum is waarschijnlijk verkeerd genoteerd want dat moet 8 mei 1641 zijn.
In de garderobe
Al met al niet de plek die je zou verwachten voor iemand die waarschijnlijk in onze tijd zo in de Quote 500 had kunnen staan. (2010)
Literatuur
Met dank aan Rob Genot (onderzoek)
|
|
Laatst aangepast op maandag 07 maart 2011 19:32 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |