|
door Marten Mulder
|
|
De joodse begraafplaats van Winschoten herinnert aan een grote joodse gemeenschap in Noord-Nederland voor de Tweede Wereldoorlog.
Op deze begraafplaats treffen we op het grafmonument voor Johan Bloemendal een grafdicht aan. Johan was 27 jaar toen hij in 1909 overleed. De afgebroken zuil bevestigt zijn overlijden op jeugdige leeftijd.
Jeugdig is hij van ons heengegaan Oprecht en goed was steeds zijn levensbaan Heldhaftig droeg hij steeds zijn smart Al riep de dood reeds vroeg hem uit zijn lijden. Nooit zal zijn beeld uit onze gedachte scheiden.
|
|
Lees meer...
|
|
door Marten Mulder
|
|

De rode torenspits is op afstand duidelijk herkenbaar. Het is de torenspits van de kerk van Terband, even ten noorden van het klaverblad van de A7 en de A32, dat Terband scheidt van Heerenveen. Op het ruime en fraaie kerkhof bevindt zich het kerkgebouw, dat in 1845 de oude en vervallen kerk, gewijd aan de Heilige Catharina, verving. Treft het kerkgebouw al door haar bouwstijl, dat van het neoclassicisme, de grafmonumenten niet minder. Niet in het minst geldt dat de zerk op het graf van Jan Jacob Woltman. Met name het gedicht treft een gevoelige snaar. Jan Jacob leefde slechts één jaar.
Voor immer blijft gij leven, In onze erinnering, De geur is na gebleven, Ook toen de bloem verging.
|
|
Lees meer...
|
|
door Marten Mulder
|
|
Het huidige lijkenhuisje heeft niet de uitstraling, die we ervaren bij het zien van de verschillende zerken en stèles op de algemene begraafplaats van Holwierde. De herinneringssteen, die werd ingemetseld is afkomstig van het oorspronkelijke lijkenhuisje. De aanvankelijke plannen tot een uitgebreide renovatie zijn waarschijnlijk bijgesteld vanwege het kostenplaatje. Het jaartal 1866 op de herinneringssteen geeft in elk geval het stichtingsjaar van de begraafplaats aan. De begraafplaats van Holwierde bezit een schat aan grafpoëzie. Ruim zestig zerken en stèles zijn voorzien van een grafdicht.
|
|
Lees meer...
|
|
door Marten Mulder
|
|
Het is een bekend gegeven dat grafdichten rouleren. Op verschillende begraafplaatsen ontdek je identieke grafdichten, of grafdichten, die op onderdelen zijn aangepast aan de levensgeschiedenis van een overledene. Een en ander kan ook voorkomen op dezelfde begraafplaats, zoals op de begraafplaats Oosterse Es te Appelscha. Jeen Pieters Stoker was 23 jaar, toen hij overleed in 1908. Het grafdicht is toespitst op zijn jeugdige leeftijd:
Bouw niet op jeugd noch frissche leên Op beide mocht hij zich beroemen, Die sluimert onder deze steen; De schoonste zijn de teêrste bloemen.
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|