|
door René ten Dam
|
|
Op het kerkhof bij 'het kerkje aan de zee' in Urk is een stuk geschiedenis af te lezen van dit oude vissersdorp. Het kerkje stamt uit 1786, het werd opgebouwd nadat de voorganger in 1714 als gevolg van een zware storm was ingestort. De graven in de kerk werden bij de restauratie geruimd en de resten werden in een verzamelgraf op het kerkhof bijgezet.
De eerste steen in 1786 werd gelegd uit naam van Henrik Hooft, een burgemeester van Amsterdam en ambachtsheer van Urk en Emmeloord. Bestuurszaken van de heerlijkheid Urk werden in die tijd vanuit Amsterdam geregeld. Pas na de Franse tijd zou Urk een zelfstandige gemeente worden.
|
|
Laatst aangepast op zaterdag 28 januari 2012 20:13 |
|
Lees meer...
|
|
|
door Leon Bok
|
|
In de jongste provincie van Nederland vinden we vooral hekwerken van na de Tweede Wereldoorlog. Het oudste toegangshek dat de provincie kent, staat op het kerkhof in Urk. Dat hek dateert van 1876 en is een traditioneel smeedijzeren hek tussen gietijzeren pijlers. Het bevat het funeraire symbool bij uitstek in de vorm van een schedel met knekels boven de ingang. Op de andere begraafplaatsen in Flevoland is de toekomst van begraafplaatshekken niet echt te vinden. Of het moet zo zijn dat uniformiteit en elektrisch bediende hekwerken in de toekomst meer en meer zullen worden toegepast voor begraafplaatsen.
|
|
Laatst aangepast op zaterdag 28 januari 2012 20:14 |
|
Lees meer...
|
|
door René ten Dam
|
|
De klokkenstoel in Middelie is nog niet eens zo oud, hij werd gebouwd in 1979. De klok zelf daarentegen is al honderden jaren oud. Tot 1823 was het kleine Middelie een tweebeukige gotische kerk rijk. In dat jaar werd de kerk gesloopt en vervangen door een zaalkerk. Pas later werd een toren bij de kerk gebouwd. Maar ook deze kerk bleef niet staan voor de eeuwigheid. In de jaren '60 van de vorige eeuw bleek het gebouw in zo'n slechte staat dat sloop noodzakelijk was. De klok bleef echter bewaard. En dat laatste is zeker niet vanzelfsprekend.
Als vele klokken werd de klok van Middelie in de oorlogsjaren door de Duitse bezetter geroofd, maar wonderwel keerde de klok naar de oorlogsjaren terug. De 600 kilo zware klok is in 1670 gegoten door Pieter Hemony in Amsterdam. Op de tekst een latijnse tekst. In vertaling luidt deze: Zolang de klok klinkt, verdeel ik de tijd gelijkelijk. Petrus Hemony maakte mij te Amsterdam in het jaar des Heren 1670.
|
|
Laatst aangepast op zondag 29 mei 2011 17:32 |
|
Lees meer...
|
|
door Leon Bok
|
|
In deze aflevering van ‘Pisbakken en kakdozen’ besteden we nog één keer aandacht aan toiletgelegenheden op begraafplaatsen of kerkhoven. De in de afgelopen afleveringen behandelde toiletgebouwtjes, pisbakken of urinoirs vormen een uitstervend fenomeen. Hoewel de behoefte aan een gelegenheid voor de kleine of grote beurt onverminderd aanwezig blijft, verdwijnen ze vaak geruisloos. Hygiëne, stank of andere overlast zijn goede redenen, maar jammer is het wel. Nog één keer een wat vreemd aandoend urinoir in Hitzum bij Franeker.
Aan de achterkant van het kerkhof bij de Nederlands hervormde kerk van het terpdorp Hitzum is in een hoekje een vreemd object te zien. Het hoekje wordt gevormd door de uitstekende consistorie en het schip van de in 1883 gebouwde kerk. Het object is een stuk gebogen golfplaat, gevat in een ijzeren frame. Het frame is gesmeed van plat ijzer in een licht gebogen vorm zodat de golfplaat er gemakkelijk op gemonteerd kon worden. Aan de voorzijde is de rand van het frame zichtbaar. Meest opvallend zijn de uiteinden van de zijstangen die bovenop doorgezet zijn in kleine knoppen, gelijkend op vazen. Het frame is groen geverfd terwijl de golfplaat onbeschilderd is. Aan de binnenzijde is een eenvoudige metalen urinoir aangebracht, aangesloten op een afvoer. Op de vloer ligt een vierkante betonplaat. Gezien de grote hoeveelheid takjes, blaadjes en ander afval in het urinoir wordt deze niet meer gebruikt. Toch is het urinoir aardig onderhouden en het is de hoop dat dit fraaie stukje werk hier nog lang mag blijven. Of het nou wel of niet voor de kleine boodschap wordt gebruikt!
|
|
Laatst aangepast op zaterdag 08 januari 2011 19:26 |
|
door Leon Bok
|
|
Voor veel begraafplaatsen was de bouw van een lijkenhuisje, verplicht gesteld vanaf 1872, een behoorlijk probleem. In sommige gevallen beschikte men nauwelijks over de middelen, maar vooral over het nut van zo'n huisje werd getwijfeld. Er werden dan ook nogal inventieve oplossingen gevonden waarbij veel geld uitgespaard werd. Zo zijn in het land diverse lijkenhuisje in de oksel van toren en schip van een kerk gebouwd. Ze vallen soms nauwelijks op, maar die in Marum is zo fel gekleurd dat die niet gemakkelijk over het hoofd gezien kan worden. Het huisje is aan de achterzijde van de oude hervormde kerk geplaatst. Aan materiaal heeft het huisje niet veel gekost. Op een laag muurwerk is een lange houten wand geplaatst, aan de korte kant een deur en een lessenaardak maakt het huisje af. Het materiaal voor twee andere wanden, alsmede een extra hoeveelheid dakpannen kon hiermee bespaard blijven. In de archieven wordt het huisje pas vermeld in 1930 als het huisje hersteld moet worden. Vanaf 1993 is de stichting Oude Groninger Kerken eigenaar van kerk en dus ook van het lijkenhuisje dat aan de kerk vastzit. Bij de restauratie in 2004 werd ook het houten huisje gerestaureerd. Daarna kreeg het huisje een bijzondere bestemming. Het is ingericht als de cel van een witte non, een vroegere bewoonster van het nabij gelegen klooster van Trimunt. De cel vormt ook het beginpunt van de Witte Nonnen wandelroute die leidt door een fraai stuk van het zuidelijk Westerkwartier.
Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van augustus 2008
|
|
Laatst aangepast op zaterdag 08 januari 2011 19:21 |
|
door René ten Dam
|
|
Wie aan Holten denkt, denkt aan de Holterberg. En aan het Canadese War Cemetery daar. Op de prentbriefkaart zijn nog de kruizen te zien die in het begin de graven kenmerkten.
In het voorjaar van 1945 passeerde het Tweede Canadese Korps Holten tijdens de opmars naar het noorden van Nederland. De Commandant, Lt. Generaal G.G. Simonds leek het gebied op de Holterberg een passende laatste rustplaats voor zijn gevallen landgenoten. De burgemeester van Holten, Mr. W.H. Enklaar, deed wat in zijn macht lag om de begraafplaats te laten realiseren. De begraafplaats werd aangelegd door Canadese soldaten, die moesten wachten op hun repatriëring naar hun vaderland, volgens de richtlijnen van de Commonwealth War Graves Commission (C.W.G.C.).
|
|
Laatst aangepast op zondag 11 december 2011 17:00 |
|
Lees meer...
|
|
|
|
|
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende > Einde >>
|
|
Pagina 1 van 7 |