Haaksbergen - De slachtoffers van de April-Meistakingen van 1943

Geschreven door Eric Ooink op . Gepost in Grafmonumenten

Gedenkteken BroeierdTegenover de Universiteit Twente aan de Hengelosestraat in Enschede staat, in de groenstrook tussen hoofdrijbaan en parallelweg, een eenvoudig houten kruis. Deze herinnert aan acht arbeiders van Textielfabriek Jordaan die begin mei 1943 een zinloze dood stierven. Dit vanwege hun deelname aan de Meistaking van 1943. Onderstaand verhaal poogt dit drama in de historische context te plaatsen.

Op donderdagmorgen 29 april 1943 ontvingen de redacteuren van het Twentsch Nieuwsblad in Enschede een telexbericht, die zij met ontzetting en vrees lazen. Er zou in de loop van de dag een persbulletin verschijnen met de bekendmaking dat Nederlandse oud-militairen die gevochten hadden tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 zich vrijwillig moesten melden voor krijgsgevangenschap. De Duitsers hadden namelijk arbeidskrachten nodig. Honderdduizenden soldaten hadden begin februari 1943 de dood gevonden in Rusland. Het oorlogsleger moest weer op sterkte komen. Duitse mannen werden hiervoor uit hun werk gehaald en als soldaat naar de linies gestuurd. Onmiddellijk belden de journalisten in Enschede hun collega’s in Hengelo. Het nieuws ging snel door de streek. Voor de ramen van de drukkerij (H.L. Smit & Zn.), midden in het centrum van Hengelo, werden in de middagpauze nieuwsbulletins gehangen. In korte tijd stond het bij de ramen van de drukkerij zwart van de mensen, die met ontzetting het nieuws lazen. Enigen riepen: “We gooien ’t spul er bij neer”. Het bericht verspreidde zich snel door fabrieken en kantoren. Om half drie staakten de arbeiders van Stork, daarna werd ook in andere Hengelose bedrijven het werk neergelegd. De telefooncentrales in Twente stonden roodgloeiend. Alles bijeen leidde dit tot stakingen in de Twentse fabrieken en op het platteland van Noord- en Oost-Nederland.Haaksbergenaren die in Hengelo werkten en in staking waren gegaan, spoedden zich naar ons dorp om hier het nieuws te verspreiden. ’s Middags staakten de 900 medewerkers van Jordaan & Zonen als eersten. Daarna werd hun voorbeeld gevolgd door het personeel van de gemeente en Odink & Koenderink. Een dag later legden ook de medewerkers van de Twentsche Kabelfabriek en Textielfabriek Ten Hoopen het werk stil. Gaandeweg verspreidde de staking zich over bedrijven in het noorden, oosten en zuiden van het land. Een teleurstelling voor de stakers was dat de Nederlandse Spoorwegen bleven rijden. Ook bleef het stil in en rond Amsterdam, waar men de bloedige nasleep van de Februaristaking van 1941 nog in het geheugen had.

Grebbeberg - Alexander van Lith

Geschreven door Rindert Brouwer op . Gepost in Grafmonumenten

Portret Van Lith (foto Ton van Lith)Op 20 mei 1940 overleed Alexander Cornelis (Lex) van Lith, reservekapitein van de luchtwachtgroep Den Bosch, als gevolg van een bombardement op het vrachtschip Pavon, waarmee hij samen met 1435 militairen werd geëvacueerd vanuit Duinkerken. Hij werd in de buurt van Calais in de duinen begraven, maar dat werd niet zijn definitieve rustplaats. Hij werd later herbegraven op het parochiekerkhof van Sint Joris in Eindhoven. En nog later, op 12 mei 1980 werd hij samen met zijn vrouw Geertruda Johanna Maria (Truce) Derks herbegraven op het Militaire ereveld Grebbeberg te Rhenen in graf 5 op rij 11.
Ton van Lith, hun jongste zoon, was drie jaar toen zijn vader overleed, maar het lot van zijn vader heeft hem nooit losgelaten. Op latere leeftijd ging hij op zoek naar informatie over zijn vader en over wat er allemaal gebeurd was. Jaarlijks legt hij of laat hij bij de dodenherdenking op 4 mei een bloemstuk leggen bij het graf van zijn ouders. Zijn zoektocht naar zijn vader zit verwerkt in onderstaand verhaal.

DE TRAGEDIE MET HET VRACHTSCHIP PAVON

Vrachtschip PavonNa 14 mei 1940 waren uit Noord-Brabant duizenden militairen weggevlucht richting Zeeland, België en Noord-Frankrijk met het doel Frankrijk of Engeland te bereiken. Een deel, ca. 2000 militairen van o.a. de Peeldivisie, kwam aan in Duinkerken en werd daar tijdelijk gehuisvest in de Jean-Bart Kazerne. De Franse positiecommandant, brigadegeneraal Jules Henri Watrin, wilde de Hollanders zo snel mogelijk kwijt. Daartoe vorderde hij van de marineleiding het schip de Pavon, een middelgroot vrachtschip dat in 1939 door de Franse marine was gevorderd. In totaal werden 1.200 Nederlandse militairen ingescheept en deels ondergebracht in vrachtruimen onderdeks. Toen de Franse kapitein vervolgens naar Cherbourg wilde vertrekken, hield de generaal de boot tegen. Hij eiste dat ook de resterende Nederlanders aan boord werden genomen. De Franse kapitein protesteerde tegen die opdracht, maar pas nadat 235 extra manschappen waren ingescheept en het schip echt tjokvol zat, liet de generaal de resterende Nederlanders aan wal blijven.
De Pavon vertrok daarna met 1.435 Nederlandse militairen met eindbestemming La Rochelle, de oorspronkelijke thuishaven van de Pavon. Aan boord waren maar twee reddingsboten voor ca. 40 man! Rond 22.30 uur op die 20e mei werd de Pavon door een Duitse bommenwerper aangevallen. De eerste vier bommen misten, de vijfde trof zijn doel en maakte het schip vleugellam. Om zinken te voorkomen stuurde de kapitein de Pavon op het strand bij Les Hemmes de Marck, vlakbij Calais. Daardoor kon het grootste gedeelte van de opvarenden ontsnappen. Bij het bombardement en de navolgende ontscheping kwamen 50 militairen om het leven. Een van de overledenen was Reserve-Kapitein A. C. van Lith van de luchtwachtgroep ‘s-Bosch. Het bombardement van de Pavon heeft hij overleefd, maar de poging om aan land te komen is hem noodlottig geworden. Hij viel in zee bij de poging een reddingssloep tewater te laten, waarna hij verdronk. Zijn lichaam spoelde op 22 mei aan bij Oye Plage en werd daar in een tijdelijk graf in de duinen begraven.

LEX VAN LITH

Lex van Lith werd als Alexander Cornelis van Lith geboren op 13 september 1897 te ’s Hertogenbosch. Van Lith was in het civiele leven referendaris bij de gemeente Eindhoven en bekleedde daarnaast tal van maatschappelijke functies. Sinds 1920 werkte hij op de afdeling Financiën van de gemeente Eindhoven. Hiernaast worden in de Eindhovensche & Meijerijsche Courant van 01.07.1940 al zijn functies opgenoemd. Hij was gehuwd met Geertruda Johanna Maria (Truce) Derks (1898-1967) en had vijf kinderen: Frans (1927-1987), Ans (1928), Will (1932), Lex (1933) en Ton (1937). Omdat Ton weinig wist van zijn vader, hem eigenlijk niet gekend heeft, ging hij, de jongste van het gezin, op zoek naar mensen die zijn vader gekend hadden en die hem iets konden vertellen over de gebeurtenissen rond de dood van zijn vader. En zo kwam hij in contact met de pastoor van Waalwijk M.D. Lam (1909-1981), die destijds als majoor-aalmoezenier Lam ook aan boord was van de SS Pavon. Samen met pastoor Lam ging Ton van Lith in 1980 naar de plek waar het drama zich had afgespeeld bij Les Hemmes de Marck en naar de plaats waar zijn vader aanvankelijk was begraven in de duinen van Oye Plage. Van het schip de Pavon, die nog een tijd als schietschijf van de Duitsers had gediend, was geen spoortje overgebleven. Pastoor Lam kon nog de omgeving aanwijzen, waar het graf moet zijn geweest. Ook nam hij in 1984 op aanraden van pastoor Lam contact op met het radioprogramma ‘Adres Onbekend’ van de KRO, het eerste zoekprogramma van Nederland dat al sinds 1971 bestaat. Het leverde hem een aantal contacten en gesprekken op, maar vooral veel informatie. En toen er later ook nog papieren van zijn vader opdoken, kon hij eindelijk het plaatje compleet krijgen en de dood van zijn vader een plaats geven.

GRAFPLAATSEN

22.05.1940 - Oye Plage: tijdelijk graf

Detail grafkruis (foto Ton van Lith)Nadat het lichaam van Lex van Lith was aangespoeld op 22 mei 1940, werd hij in een tijdelijk graf in de duinen bij Oye Plage begraven. Op dezelfde plaats waren nog een stuk of vijf andere slachtoffers voorlopig begraven.
Op het graf werd een eenvoudig houten kruisje geplaatst met op de dwarsbalk ter identificatie de naam van het slachtoffer. De Fransen konden de tekst van zijn naamplaatje blijkbaar niet goed lezen, want er staat: Capitaine A.C. Vieu Lith - Hertogenback. Het was echter genoeg om het graf terug te vinden en hem te identificeren toen Lex van Lith vanuit Nederland werd opgehaald.

04.07.1940 - Eindhoven: parochiekerkhof Sint-Joris

Grafmonument Eindhoven (foto Ton van Lith)Nadat het fatale bericht over de dood van Lex van Lith pas laat in juni was aangekomen in Eindhoven, werd er actie ondernomen om zijn lichaam naar Nederland te halen. Na het regelen van de formaliteiten werd Jacques van der Meulen, Opel-dealer en eigenaar van taxibedrijf Veta Taxi, ingeschakeld, die met een chauffeur en met een jongere broer van Lex, Wilhelmus van Lith (Oom Wim) naar Noord-Frankrijk vertrok. Vanuit Eindhoven werd een houten kist met een zinken binnenkist meegenomen naar Oye Plage, waar het lichaam werd opgegraven, geïdentificeerd en gekist. Op dezelfde dag werd de terugtocht ondernomen en werd het lichaam van Lex van Lith direct begraven op het parochiekerkhof Sint-Joris in Eindhoven. De Mis van Requiem vond plaats op maandagochtend 8 juli om 10 uur in de Parochiekerk van St. Georgius te Stratum.
Op het graf kwam een monument met onder het kruis de afbeelding in reliëf van een zinkend schip; daaronder kwam later een plaquette met het em-bleem van de Luchtwachtdienst, met centraal de verrekijker. Op de sokkel waren boven zijn naam de attributen uitgebeeld die behoorden bij zijn militaire functie: de kapiteinskepie, de sabel en de verrekijker en propeller (luchtwachtdienst); aan weerszijden van de grafsteen stond een zuiltje met een brandende fakkel, symbool van een (hernieuwd) leven en geloof in de wederopstanding. In hetzelfde graf op het parochiekerkhof Sint-Joris is later zijn vrouw Geertruda Johanna Maria (Truce) Derks (28.09.1898 - 05.05.1967) begraven.

12.05.1980 - Rhenen: Militair Ereveld Grebbeberg

Grafmonument Grebbeberg (foto Ton van Lith)Op 12 mei 1980 zijn beide echtelieden door de Oorlogsgravenstichting op het parochiekerkhof Sint-Joris in Eindhoven opgegraven en samen herbegraven in Rhenen op het Militaire Ereveld Grebbeberg in rij 11 graf 5. Op het grafteken kwam alleen de naam van Alexander Cornelis van Lith te staan met de afkortingen Res. Kapt. V.L.S.K. / LW D. GR. ’S-Bosch = Reserve Kapitein Vrijwillig Landstorm Korps / Luchtwachtdienst Groep ’s Hertogenbosch.

HERDENKINGMONUMENTEN

LES HEMMES DE MARCK

Er vinden nog regelmatig herdenkingen plaats op het strand van Les Hemmes de Marck, waar de Pavon was gestrand en er is tevens een speciale herinneringstegel aangebracht op de muur van de kerk in het plaatsje Les Hemmes de Marck. Daarop wordt de navolgende tekst getoond:

20-21 mai 1940
Des soldats Hollandais survivants du bombardement de leur bateau le ’Pavon’ commémorent en ces lieux les camarades de combat qui perdirent leur vie pour notre liberté d’aujourd’hui. Le peuple Hollandais se joint à eux pour toujours et remercie le peuple Français pour leur hospitalité.

In vertaling: De overlevende Nederlandse soldaten van het bombardement van hun schip de ‘Pavon’ herdenken op deze plaats hun strijdmakkers die hun leven lieten voor onze vrijheid van vandaag. Het Nederlandse volk voelt zich voor eeuwig met hen verbonden en toont haar dankbaarheid aan het Franse volk voor haar gastvrijheid.

EINDHOVEN: MONUMENT IN HET STADHUIS

Een monument in het Stadhuis in Eindhoven herinnert aan vier ambtenaren van de gemeente die tijdens de bezettingsjaren 1940-1945 of de politionele acties na 1945 in het voormalige Nederlands-Indië door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen.
Het monument in het stadhuis in Eindhoven bestaat uit twee plaquettes, de eerste uitgevoerd in zwarte steen en de tweede in kunststof.

De tekst op de rechterplaquette luidt:

GEVALLEN

LEX VAN LITH
JOS PRINSEN
TOM VERHOEVEN
PIET BASTIAENEN

 

De tekst op de linker plaquette luidt:

ALEXANDER CORNELIS VAN LITH
JOSEPHUS ANTONIUS PRINSEN
THOMAS PETRUS MARIA CORNELIS VERHOEVEN
PETRUS HIERONIMUS BASTIAENEN

VIER NAMEN; VIER AMBTENAREN VAN DE GEMEENTE EINDHOVEN.
VIER MENSEN DIE STIERVEN VOOR DE VRIJHEID VAN HUN LAND.'

Erelijst VAN GEVALLENEN 1940-1945

Sinds 1960 ligt in de hal van ingang Binnenhof 1a van de Tweede Kamer der Staten-Generaal de Erelijst van Gevallenen 1940-1945. Dit document bevat de namen van degenen die in de Tweede Wereldoorlog als militair of als verzetsstrijder voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn gevallen. Iedere dag wordt door een medewerker van de Tweede Kamer een pagina omgeslagen, zodat voor het publiek nieuwe namen te zien zijn. Op dit moment zijn er in de Erelijst ongeveer 18.000 namen opgenomen. Op pagina 1366 staat A.C. van Lith. (versie: 15 januari 2017)

 

Met dank aan Ton van Lith voor het aanleveren van informatie en foto’s

 

 

Een vergeten graf uit de Eerste Wereldoorlog

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in (Herdenkings-)monumenten WOI

OverlijdensakteIn het Groningse Nieuw-Beerta ligt een bijna vergeten slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. Vergeten omdat geen gedenkteken zijn graf meer siert, vergeten omdat niemand weet wie hij is. Daarnaast zijn er twijfels over de nationaliteit. Zelfs over de omstandigheden waaronder hij om het leven is gekomen, is onduidelijkheid. Op de overlijdensakte staat daarover alleen vermeldt dat “een onbekend manspersoon” is overleden te Nieuw Statenzijl, een gehucht in het uiterste puntje van Groningen, daar waar de Westerwoldse Aa uitmondt in de Dollard. Hier ligt een sluizencomplex dat zijn oorsprong heeft in de zeventiger jaren van de 19de eeuw. Het ligt op een steenworp afstand van de Duitse grens die loopt langs de benedenloop van de Westerwoldse Aa richting Bad Nieuweschans.
Het overlijden van het onbekende slachtoffer werd op 10 juli 1917 aangegeven door rijksveldwachter Jan de Jonge en arts, Barteld Oosterhuis, beiden uit Beerta. De overlijdensakte meldt verder nog ‘vermoedelijk van Servische nationaliteit, oud naar gissing ongeveer dertig jaren. Meerdere gegevens zijn omtrent dezen persoon niet bekend.’ Waarop zijn nationaliteit is gebaseerd, is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk had hij een Servisch uniform aan, maar waarschijnlijker is dat hij zwarte burgerkleding droeg met merktekens en het woord Kriegsgefangener op zijn rug. In die periode kwamen er in de omgeving vaker krijgsgevangenen de grens over, meestal Russen, soms ook een enkele Serviër. Ook dat kan in de beoordeling mee hebben gespeeld.

H.J. Popping, de archeoloog die een verkeerde keus maakte

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in De verzwegen graven van de oorlog

Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog is niet altijd zwart of wit zoals het met regelmaat geschetst wordt. We noemen het gebied daartussen vaak grijs, waar ook wel de term veelkleurigheid wordt gebruikt voor al die mensen die zich tussen de uitersten van goed en fout bewogen. Dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog mensen zijn geweest die de ergste misdaden hebben begaan, lijdt geen enkele twijfel. De meesten zijn daarvoor gestraft, in een aantal gevallen zelfs met de meest ultieme straf, de doodstraf. Van enkelen van hen resteert nog een graf. Dat is belangrijk om het verhaal te kunnen blijven vertellen, ook vanuit funerair oogpunt. Begraafplaatsen zijn immers een afspiegeling van onze maatschappij en onze geschiedenis. Op die begraafplaatsen liggen dan ook mensen die een rol hebben gespeeld in de Tweede Wereldoorlog en zelf om het leven kwamen. Verzetsstrijders, burgerslachtoffers, NSB-ers, joden, soldaten en zoveel meer. Dergelijke grafmonumenten kenmerken zich soms door gebruik van specifieke symboliek of een tekstuele verwijzing. Soms is er alleen een datum op een grafmonument die ons even stil laat staan, zoals 8 maart 1945, de dag van de represailles voor de zogenoemde aanslag op Rauter een dag eerder. Honderden verzetsstrijders en gewone burgers werden er in het land doodgeschoten.
Velen overleefden de oorlog ook, zowel ‘goede’ als ‘foute’ mensen. Ook hun graven maken onderdeel uit van een verhalende geschiedenis. Een voorbeeld is het graf van Hendrik Jan Popping, die een belangrijke rol speelde in de vooroorlogse geschiedschrijving van de Stellingwerven, een gebied in het oosten van Friesland, ten zuidoosten van de rivier de Tjonger. Voor de keuzes die hij heeft gemaakt in de oorlog werd hij later gestraft. Popping werd na de oorlog als mens verguisd en was als archeoloog deels vergeten. Een korte geschiedenis over zijn leven en werk.

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section

Contact

E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.