Recent toegevoegde artikelen


Voormalige erevelden in Indonesië
Geschreven door René ten Dam   

 

Vlak na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er in het toenmalige Nederlands-Indië eenentwintig erevelden voor de slachtoffers van de oorlog. Anno 2010 zijn er nog zeven Nederlandse erevelden over.

 

Ontstaan van de erevelden

In 1946, nog geen jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, gelastte de Legercommandant in het toenmalige Nederlands-Indië de oprichting van het Centraal Bureau Gravendienst. Deze gravendienst was werkzaam onder leiding van de adjudant-generaal van het Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger (K.N.I.L.). De gravendienst was verantwoordelijk voor het aanleggen van begraafplaatsen waar de slachtoffers, zowel burger als militair, van de oorlog in Zuidoost-Azië begraven konden worden.

Voormalig Ereveld Bandjermasin (foto: Oorlogsgravenstichting)Na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesie in 1949 kwamen de erevelden op 1 januari 1952 onder het beheer van de Oorlogsgravenstichting (O.G.S.). De Oorlogsgravenstichting was in 1946 opgericht met als doel om de graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers, burgers en militairen die na 9 mei 1940 gevallen zijn, in te richten en te onderhouden. Met de soevereiniteitsoverdracht over Nederlands-Indië kwam een einde aan het K.N.I.L. en daarmee ook aan de Gravendienst. Een groot aantal taken van de Gravendienst werd overgedragen aan de Oorlogsgravenstichting.

In 1949 waren er eenentwintig erevelden, naast het vooroorlogse ereveld Peutjoet in Atjeh. Nederland wilde in eerste instantie al deze erevelden in stand houden, maar het zou tot 1970 duren voordat definitief overeenstemming was bereikt met de Indonesische autoriteiten over de erevelden. Al in 1958 had de bevelhebber van de Indonesische landstrijdkrachten namelijk al bepaald dat het aantal Nederlandse erevelden teruggebracht moest worden tot twaalf. De erevelden die opgeheven moesten worden waren: Ambon, Bandjermasin, Ketapang, Kupang, Menado, Muntok, Padang, Peutjoet, Tarakan en Tjililitan. De andere erevelden zouden kunnen blijven bestaan.

Lees meer...
 
Jan Verleun - Verzetsstrijder tot de dood
Geschreven door Pauline Wesselink   

 

De gedenksteen op de BoomkerkIn de buitenzijde van de toren van de rooms-katholieke kerk H. Franciscus van Assisi oftewel de Boomkerk aan de Amsterdamse Admiraal de Ruyterweg is een gedenksteen aangebracht. Op het ontwerp van Willem IJzerdraat staat een vrouwenfiguur met een zwaard in haar hand die haar kind tegen het kwaad (slang) verdedigt en een boom, vergezeld door de tekst: 1940 1945 - Den Vaderlandt Getrouwe - Jan Verleun - Gerard Steen.

Verzetsstrijder Jan Verleun van de groep CS-6 is op 7 januari 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Hij was toen 24 jaar. Hetzelfde lot trof de twintigjarige Gerard Steen op 15 april 1945 in Sint Pancras.

 

Ik had een wapenbroeder

Over Gerard Steen zijn slechts enkele feiten bekend [1], over Jan Verleun is meer te lezen dankzij zijn zus Do en W. F. Hermans. Twaalf dagen na zijn dood is op 19 januari 1944 voor Jan Verleun in de Boomkerk een bijzondere mis opgedragen. De organist speelde daarbij het soldatenlied: ‘Ik had een wapenbroeder, geen dapperder dan hij…’. Ruim een week na deze requiemmis arresteerden de Duitsers de pastoor van de parochie, de pater die de mis had opgedragen, en de organist. De bezetters hadden er aanstoot aan genomen dat het soldatenlied was gespeeld voor een verzetsstrijder die aanslagen had gepleegd [2].

 

Lees meer...
 
Fusilladeplaats Rozenoord in Amsterdam
Geschreven door Pauline Wesselink   

 

Langs de Amsteldijk in Amsterdam ligt Rozenoord, een herinneringsplaats voor de mannen die daar door de bezetter werden doodgeschoten. Een langslopende De fusilladeplaats door bomen aan het zicht onttrokken  (foto: Leon Bok)passant komt niet te weten wie daar zijn gefusilleerd en waarom. Op een aan een ruwe steen bevestigde bronzen plaat staat slechts: Op deze plaats werden in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog meer dan 100 Nederlanders door de Duitse bezetter gefusilleerd.

Jaarlijks worden op 4 mei bij Rozenoord de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht. De fusillades werden iets ten zuiden van de huidige herdenkingsplaats voltrokken. In 1973 werd de vlaggenmast op de fusilladeplek vervangen door een natuurstenen De bronzen gedenkplaquette (foto: Leon Bok)monument met de tekst „Voorjaar 1945‟. Na de aanleg van de Rozenoordbrug in 1981 is het naar het noorden verplaatst en kwam de huidige gedenkplaat erop [1]. Zou het niet eens tijd worden - 65 jaar na onze bevrijding - om de slachtoffers bij Rozenoord een naam te geven? Het Rozenoordpad, een zijpad van de Amsteldijk, is een geliefd wandel- en fietspad voor de bewoners uit de buurt [2]. Het pad is genoemd naar een rozenkwekerij die daar omstreeks 1900 werd aangelegd. `Rozenoord´ werd vervolgens een attractie met een rozentuin waarin de bezoekers vooral op zondagen graag wandelden om vervolgens in het in Byzantijnse stijl uitgevoerde theepaviljoen een versnapering te gebruiken. Tijdens de economische crisis van de jaren dertig werd het attractiepark opgeheven en in 1941 verdween ook de kwekerij. De gemeente Nieuwer Amstel kocht het terrein ten behoeve van de uitbreiding van de begraafplaats Zorgvlied. Tijdens de hongerwinter van 1944/1945 onderschepte de onder Duits gezag staande Crisis Controle Dienst er soms de voedselaanvoer voor hongerig Amsterdam.

Lees meer...
 
Seyffardt - De dood van een gevallen generaal
Geschreven door René ten Dam   

 

Portret Hendrik Alexander SeyffardtVanaf begin 1943 pleegden Nederlandse verzetsstrijders een reeks van aanslagen op verschillende collaborateurs. Het eerste kopstuk dat doel werd van deze acties was de bevelhebber van het Nederlandse Vrijwilligerslegioen, luitenant-generaal H.A. Seyffardt.

Hendrik Alexander Seyffardt, geboren in 1872,was de zoon van voormalig minister van oorlog A.L.W. Seyffardt. Op vijftienjarige leeftijd werd hij als cadet ingeschreven aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Het werd een begin van een lange militaire carrière, die aanvankelijk eindigde in 1934 toen hij als chef van de generale staf met pensioen ging. Hij zette zich vervolgens politiek in voor het zeer autoritair gerichte Verbond voor Nationaal Herstel. Seyffardt stond destijds bekend om zijn sterke anticommunistische en pro-Duitse gevoelens. In deze periode begon Seyffardt met het schrijven van artikelen in Volk en Vaderland, het weekblad van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). In 1937 zou hij voor een half jaar lid zijn van deze partij. In augustus 1941 liet hij zich opnieuw inschrijven, ditmaal echter als geheim lid, tevens werd hij begunstiger van de Germaanse SS.

Lees meer...