De tragische reis van dertien Haarlemse bleekneusjes in 1945

Geschreven door Pim de Bie op . Gepost in Algemeen

 

Hongerwinter 1944-45. Strenge vorst en geen andere brandstof dan een boompje uit het plantsoen. Voedsel was vrijwel niet verkrijgbaar. Ieder leed onder de Duitse bezetting en de schaarste aan de meest elementaire levensbehoeften. Vooral in de steden was de nood groot. De firma Joh. Enschedé en Zonen, Grafische Inrichtingen N.V. in Haarlem probeerde een bijdrage te leveren om het leed van de kinderen van personeelsleden enigszins te verzachten. Enschedé ontwikkelde een plan voor het tijdelijk onderbrengen van deze kinderen bij pleeggezinnen in een gebied waar nog wel wat voedsel voorhanden was, het noordelijk deel van Noord Holland. Tot februari 1945 hadden drie transporten naar Graft-De Rijp plaatsgevonden. Naar het zich liet aanzien zouden deze kinderen daar de voorgenomen periode van 6 weken of 3 maanden kunnen blijven.

 

De dag van vertrek

Op 21 februari 1945 stond op het Klokhuisplein in Haarlem een bestelauto van de afdeling Expeditie van Enschedé gereed. Die dag zou het vierde en laatste transport plaatsvinden. In de morgen verzamelden zich 13 kinderen, weggebracht door hun ouders, met hun koffertjes, tassen en knuffels bij de Wagenpoort, de personeelsingang van het bedrijf. De kinderen variëerden in leeftijd van 5 tot 13 jaar. Nerveus voor wat hen in het verre Graft te wachten stond, dribbelden ze rond de auto waarin de begeleidster, mej. J.G.H. Kirsten, de bagage in ontvangst nam. Chauffeur W. van Deventer had 22 jaar ervaring bij de firma Enschedé. Hij zou deze rit, en dat was nog niet eerder voorgekomen, vergezeld worden door zijn collega Karel W. Petrick. Nog voor het vertrek merkte Van Deventer tegen Petrick op dat er "vandaag weleens geschoten zou kunnen worden". Hij doelde waarschijnlijk op de recente waarschuwing op de Engelse radio dat alle rijdende voertuigen onder vuur zouden worden genomen.

De transportauto was een kleine bestelauto die gebruikt werd voor het vervoeren van bankbiljetten, postzegels en ander drukwerk van niet te grote omvang. Er was een cabine met plaats voor twee personen en een door twee achterdeuren afgesloten vrachtruimte. In de wand tussen de bestuurderscabine en de vrachtruimte was een raampje evenals in ieder van de twee achterdeuren. De vracht kon op een vlakke vloer geladen worden.Drukkersmerk van de firma Enschedé Ter gelegenheid van het vervoer van de kinderen waren twee houten banken tegen de zijwanden en één tegen de voorwand geplaatst die voldoende zitruimte boden voor de 13 kinderen en hun begeleidster. De buitenzijde van de auto was geheel donkergroen, de bedrijfskleur van de firma. Aan weerszijden stond het goudkleurige, gekroonde drukkersmerk van de firma. Dit drukkersmerk bestond uit een monogram van de letters I en E, naar de stichter van het bedrijf, Izaak Enschedé.

Wernart van Deventer, geboren 25 december 1899, ging officiëel door het leven als Wernard. Bij de inschrijving in het geboorteregister is waarschijnlijk een vergissing gemaakt.Wernart van Deventer (foto: mw. Tonny van Deventer-Warners) Zijn ouders Johannes van Deventer en Hendrika van den Klinkenberg hebben bedoeld de naam Wernart te doen inschrijven en die naam is ook altijd, behalve in officiële stukken, gebruikt. Hij was getrouwd met Hendrika Maria Handgraaf (1902-1985) en uit hun huwelijk werd een zoon geboren, Johannes, roepnaam Joop (1926-2004). Naast zijn werk voor de afdeling Expeditie deed Van Deventer ook particuliere chauffeurswerkzaamheden voor de familie Enschedé. Hij kreeg regelmatig opdracht om groenten in Noord Holland of roggebrood in Ugchelen te gaan halen dat dan aan de werknemers werd uitgedeeld.

Karel Wilhelm Petrick werd op 17 september 1909 te Zeist geboren. Na 10 jaar bij de Oprechte Haerlemse Courant te hebben gewerkt trad hij als chauffeur-motorrijder op 6 maart 1939 in dienst van de firma Enschedé. In 1935 was hij gehuwd met Hilde Hedwig Sutter (1910-1986). Zij kregen een dochter, Jenny H. (1938) en een zoon, Johan K. (1950). Hij werd in 1953 benoemd tot onderchef van de afdeling Expeditie waarna in 1955 promotie tot chef van de afdeling Vervoer volgde. Karel Petrick overleed op 5 maart 1982.

De 21e februari 1945 was een heldere dag. Onder de 13 kinderen waren 2 zusjes en 1 broertje en zusje, vijf kinderen waren buurtgenootjes. Desondanks was de sfeer in het wagentje ietwat bedrukt. Afscheid van je familie, vreemde gezichtjes, waar komen we terecht? Om de kinderen zo veel mogelijk bij te staan was mej. J.G.H. Kirsten van de afdeling Bedrijfspolitie door de firma Enschedé mee gestuurd.

Johana Gerhardina Helena (Annie) Kirsten werd op 9 maart 1915 geboren als dochter van Henk J. Kirsten en Elisabeth Johanna Gompertz. Reeds op 11-jarige leeftijd gaf ze de voorkeur aan de naam Antie en nadat ze in 1940 onder de indruk was geraakt van de figuur Anthy, hoofdpersoon in het boek Anthy. De roman van Rhodus van Guido Milanesi (uitgave S.W. Melchior, Amersfoort, 1912), gaf ze te kennen voortaan Anthy te willen heten. Ze had twee zusters mw. E.E.J. (Bé) Saarloos-Kirsten (1910-2004) en mw. P.J. (Nel) Warmerdam-Kirsten (1918). In 1943 had zij zich verloofd met Wim Verbeek, een beroepsfotograaf uit Groningen die in 1942 een aantal portretfoto's van haar maakte. De relatie werd echter verbroken. Ze was als stenotypiste o.a. werkzaam geweest bij het schoenenmagazijn Huf in de Grote Houtstraat te Haarlem (1938-1942) waarna ze van 1942 tot 1944 werkte voor het Rijksbureau voor IJzer en Staal in Den Haag. Op 1 juli 1944 trad ze in dienst bij de Bedrijfspolitie van Joh. Enschedé en Zn. Samen met haar moeder maakte ze deel uit van de Burgerwacht.
Anthy Kirsten (foto: Wim Verbeek (1942))Anthy Kirsten was een sociaal voelend mens. Pas na de oorlog werd de omvang van haar werk voor het ondergrondse verzet bekend. Om begrijpelijke reden was zij daar zeer zwijgzaam over, zo zwijgzaam dat zelfs haar moeder (haar vader was in 1941 overleden) wel vermoedens had, maar pas na de oorlog kennis kreeg van haar ondergronds werk. Met gevaar voor eigen leven bracht zij op 18 augustus 1942 een joodse vriendin uit Den Haag naar een onderduikadres in Nieuw Vennep. Na de oorlog verklaarde deze onderduikster dat Anthy regelmatig contact met haar hield en dat zij haar moeder in Den Haag gedurende Duitse razzia's terzijde stond. Ook verzorgde zij in Haarlem een Joodse dame met haar dochter. Zij nam goederen en papieren van Joodse mensen in bewaring, die na de oorlog door haar moeder zijn teruggegeven. In haar verklaring is nog opgenomen dat zij in Amsterdam ondergronds samenwerkte met een tweetal mannen. Het onderdak verlenende gezin in Nieuw Vennep bevestigde na de oorlog dat Anthy hen nadrukkelijk om hulp had gevraagd en op allerlei gebied heel veel hulp heeft geboden, zowel illegaal als sociaal. Uit een verklaring van haar chef bij Huf blijkt dat Anthy het mogelijk heeft gemaakt dat haar Joodse collega's konden onderduiken. Hij verschafte haar gedurende twee jaar iedere maand 6 levensmiddelenkaarten waardoor zij van elkaar wisten, zonder daar ooit over te praten, Joodse onderduikers te helpen. Hij is er van overtuigd dat zij ook geallieerde vliegers hulp heeft geboden. De tragiek van haar leven is dat juist een aanval van een geallieerde vlieger haar noodlottig is geworden. Daarnaast was Anthy een kreatieve vrouw. Ze speelde toneel, werkte mee aan voordrachtsavonden, schreef gedichten en was gevorderd met het schrijven van een roman waarvan het handgeschreven concept in bezit van de familie is.

 

De reis

Na omstreeks 9 uur afscheid van de ouders, familie en andere belangstellenden te hebben genomen, reed het busje via Beverwijk naar Alkmaar. Aan de grens van Haarlem stond op de Jan Gijzenbrug een bord waarop een in het Duits gestelde waarschuwing voor schietgevaar van Engelse vliegtuigen. Even vóór Limmen werd één van de meisjes onpasselijk. Zij kwam in de cabine tussen Van Deventer en Petrick zitten.

Een duidelijke reden waarom via Alkmaar werd gereden is niet bekend. Graft-De Rijp ligt ten zuidoosten van Alkmaar waardoor het rijden via deze stad een omweg betekent. Voor de hand zou hebben gelegen over binnenwegen op de dorpjes aan te sturen. Misschien was het door de bezetters verboden af te wijken van de grote wegen, misschien moest een door de Duitsers aangewezen route gevolgd worden of werd zoveel mogelijk de beschutting van de bebouwde kom gezocht.

De ten oosten van Alkmaar gelegen Nieuwe SchermerwegNa het centrum van Alkmaar gepasseerd te zijn, wilde Petrick aan het eind van de ten oosten van Alkmaar gelegen Nieuwe Schermerweg rechtsaf slaan, de N 242 op. Omstreeks half 12 uur bereikte het busje deze T-kruising. De situatie ter plaatse was begin 2005 vrijwel onveranderd. Rechts van de Nieuwe Schermerweg is een fietspad aangelegd en de T-kruising is thans van verkeerslichten voorzien. Op deze plaats sloeg het noodlot toe.

Op de Engelse radio was gewaarschuwd dat overdag op alle rijdende voertuigen zou worden geschoten. Het is aannemelijk dat dit te maken had met de jagers die de grote stroom Amerikaanse bommenwerpers overdag op hun vlucht naar Duitsland beschermden maar op de terugweg vrij mandaat kregen omdat na het droppen van hun last de bommenwerpers meer vliegsnelheid hadden en daarom ook minder bescherming van de jagers behoefden. Na Dolle Dinsdag patrouilleerden regelmatig groepjes van vier terugkerende geallieerde jagers boven bezet Nederland. Er waren ook individueel opererende jagers die op hun terugvlucht geheel hun eigen gang gingen. Alle voertuigen die op deze vluchten aan de horizon verschenen werden op de korrel genomen, ook treinen. Bekend is een geval waarbij een trein herhaaldelijk in lengterichting werd beschoten. Na de eerste aanval moet het de piloten duidelijk zijn geweest dat ze met in hoofdzaak vrouwen en kinderen te maken hadden en zeker niet met militair vervoer. Toch werden nog drie aanvallen uitgevoerd. Zelfs werd niet geschroomd fietsers onder vuur te nemen. Op 25 februari 1945 werd onder Noord- en Zuid Schermer een melkwagen van de weg geschoten. De chauffeur vond hierbij de dood. Op 17 april 1945 bracht een chauffeur uit Alkmaar een gezin met 2 kinderen van Wieringermeer naar Beemster. Hun auto voerde een witte vlag maar er werd desondanks in de Schermer toch een aanval op ondernomen. De chauffeur, de moeder en haar negen dagen oude zoontje kwamen hierbij om.
Oorlogsvoering is een hard bedrijf, ook de burgerbevolking lijdt hieronder. Desondanks is het tevens in hun belang dat militaire verplaatsingen zo veel mogelijk worden voorkomen en tegengegaan. In dit kader waren aanvallen van geallieerde jagers op voertuigen die deel uitmaken van een militair transport te billijken. Het is maar de vraag of er rechtvaardiging is te vinden voor het continueren van beschietingen van treinen, voertuigen en fietsers waarbij het duidelijk was dat men hier te maken had met weerloze burgers.

 

De aanval

In de bocht naar rechts zag Petrick heel hoog een vliegtuig naar beneden duiken, waarop hij de auto afremde en op ongeveer 20 meter na de bocht tot stilstand kwam. Henk de Jong, toen 15 jaar oud, was met zijn vader op de fiets op "hongertocht". Zij reden op de Nieuwe Schermerweg waar het Enschedé-wagentje hen inhaalde. Bij het horen van vliegtuiggeronk doken zij in de berm en zagen dat de groene bestelauto ongeveer 50 meter bij hen vandaan, even na de kruising stil hield. Nabij het centrum van Alkmaar zag Albert Baas uit vrijwel het niets een Engelse jager verschijnen die zich op zijn linker zij legde en dwars over Alkmaar in oostelijke richting terugvloog. Het toestel zette laag de aanval op de auto in en trof deze in de flank.
De thans 70-jarige Bob Griffioen, één van de kinderen die in de auto zat, herinnert zich "het werd ineens licht in de auto, ik zag dat een deel van het dak er af geschoten was". Petrick, Van Deventer en het meisje sprongen uit de cabine. Van Deventer opende de achterdeuren om Anthy Kirsten en de kinderen gelegenheid te geven uit de auto te komen. Hierna rende hij met Bob Griffioen aan de hand naar de kant van de weg waar een dekkingsgat was en zorgde er voor dat Bob in de kuil terechtkwam. Zelf lag hij naast het gat aan de rand van de berm. Ook Petrick had een dekkingsgat gevonden.
Na in zuid-oostelijke richting te zijn uitgevlogen beschreef het toestel in de lucht een wijde acht om een tweede aanval in te zetten. Piet van Wieringen, die op het land bij Oudorp aan het werk was en daarbij door een dijk geen zicht op de auto had, zag nadat hij in de verte wat "geroffel" had gehoord, de jager boven zijn hoofd een wijde boog beschrijven. "Hij vloog zo laag dat ik de piloot kon zien". Henk de Jong staat nog duidelijk voor de geest dat het vliegtuig bij zijn tweede aanval zeer laag kwam aanzetten en nog vóór de brug over het kanaal begon te vuren.
Bij deze tweede aanval werd Van Deventer in zijn been getroffen. Over de plaats waar Anthy Kirsten zich bevond verschillen de verklaringen. Volgens Petrick bevond ze zich met enkele kinderen naast het rechter achterwiel. Henk de Jong heeft echter gezien dat zijn vader Anthy Kirsten later uit een dekkingsgat haalde. Zij was al overleden, de zich onder haar lichaam bevindende kinderen stierven kort daarna. Bij deze tweede aanval heeft Piet van Wieringen een "pfhuff" gehoord waarna grote rookwolken opstegen. Petrick heeft gezien dat de generator van de auto ontplofte wat "erg veel rook en stoom verwekte". Dat zou de waarneming van Van Wieringen kunnen bevestigen. Petrick verklaarde nog dat het vliegtuig twee bommen afwierp die enige honderden meters verder terechtkwamen. Henk de Jong heeft een bom op enige kilometers zien exploderen.

Kort na de laatste aanval arriveerde een vijftal mensen van een toen nog nabij gelegen boerderij. Zij verleenden de eerste hulp. Petrick heeft samen met een Duitse spoorwegbeambte het rechter been van Van Deventer afgebonden. Ook de vader van Henk de Jong verleende bijstand bij het met kogels doorzeefde voertuig. De omgeving van de auto was bezaaid met patroonhulzen. De gevolgen van de aanvallen waren desastreus. Wernart van Deventer was ernstig gewond. Zijn rechter been was vrijwel van zijn romp gescheiden. Anthy Kirsten was op slag dood evenals 6 kinderen, 2 kinderen waren gewond waarvan 1 zeer ernstig. Karel Petrick en 5 kinderen (Jopie Bon, Egene le Fabre, Bob Griffioen, Nellie Klein en Joop Meenderink) hadden de ramp zonder lichamelijke verwondingen overleefd.
De overleden slachtoffers, Van Deventer en de twee gewonde meisjes werden naar het Centraal Ziekenhuis, het huidige Medisch Centrum, Wilhelminalaan 12 gebracht. Van Deventer op een open melkwagen, de twee gewonde meisjes Corrie Poelman en Toosje Kerkhof per brandweerauto. Corrie Poelman was er zo slecht aan toe dat zij om 18.00 uur overleed. De overlijdensakte vermeldt abusievelijk dat zij op 22 februari 1945 te zes uur zou zijn gestorven. De verwondingen van Van Deventer bleken dermatig ernstig dat zijn been moest worden geamputeerd. De overlevenden werden in de Rijkskweekschool aan het Nassauplein ondergebracht. Het busje werd afgevoerd naar het toenmalige bureau van de gemeentepolitie in de Sint Laurensstraat. "De enorme kogelgaten maakten grote indruk en zijn me als het ware nog sterker bijgebleven dan de wagen zelf" verklaart Albert Baas die de auto bij het politiebureau heeft zien staan. Het met de hand geschreven politierapport nr. 522 van die dag geeft aan dat het ongeluk om 12 uur telefonisch door de marechaussee is gemeld. Om 18.00 uur werd een aanvullend rapport opgemaakt waarin mededeling over het zojuist overlijden van een der gewonden, de namen met adressen van de overledenen zowel als van de overlevenden. Later is het dagrapport uitgetypt en onder nr. 598 in het politie-archief opgenomen.

 

De gevolgen

De families van de kinderen, de vrouw van Van Deventer en de moeder van mej. Kirsten konden door de slechte telefoonverbindingen pas later in de middag op de hoogte gesteld worden. Familie werd verzocht voor idenficatie naar Alkmaar te komen. Door gebrek aan vervoersmogelijkheden zijn de nabestaanden per fiets naar Alkmaar gereden. Een zwaardere helletocht is nauwelijks denkbaar. Mw. Van Deventer bleef bij haar zuster in Alkmaar logeren zodat zij haar man zo veel mogelijk kon bezoeken en bijstaan. Op 2 maart 1945, 10 dagen later dus, fietste ze 's middags weer naar Haarlem om enkele zaken die de aandacht vroegen te regelen. Bij aankomst wachtte haar zoon Joop haar reeds op met de mededeling dat het ziekenhuis haar terugkomst dringend gewenst achtte in verband met de verslechterde toestand van haar man. Per fiets ging zij weer terug, maar werd onderweg door een Duitse militaire auto aangehouden omdat zij zich buiten de toegestane uren op straat bevond. Na haar verklaring te hebben gehoord werd zij door de Duitsers naar Alkmaar gereden. Nog diezelfde avond, om 22 uur en in aanwezigheid van zijn vrouw, stierf Wernhart van Deventer.
De balans opmakend waren 7 kinderen, één van de chauffeurs en de begeleidster verongelukt, 1 kind was gewond en 5 kinderen met bijrijder Petrick hadden de aanval zonder lichamelijk letsel overleefd.

In het ondergronds verschijnende De Vrije Alkmaarder, nieuwsbulletin van Alkmaar en omgeving, uitgave van: Het Parool, Vrij Nederland en Robu, werd in de uitgave van Vrijdag, 23 februari 1945, no. 9/574 een artikel gewijd aan de beschieting dat de kop droeg: "Aan wie de schuld". Het artikel stelt dat "dit ongeluk misschien voorkomen had kunnen worden, als men zijn verantwoordelijkheid in dezen beter had gekend". Het bericht gaat verder met "ziedaar de eerste fout", dat de wagen "op Duitsche wijze gecamoufleerd was, dus: vanuit de lucht moest worden aangezien voor een wagen bestemd voor vijandelijk transport". Een geheel onjuiste voorstelling van zaken. Zoals reeds eerder vermeld was de auto in de bedrijfskleuren van Enschedé uitgevoerd. De Vrije Alkmaarder vervolgt met "Waarom - en dit was de 2e fout - geschiedde dit vervoer overdag en niet tegen de schemering". Om de eenvoudige reden dat de Duitsers niet toestonden dat men zich in spertijd buitenshuis bevond. "Tenslotte was een ernstige fout nog, dat de leidster de kinderen liet schuilen bij de auto".De Vrije Alkmaarder Dat laatste is onzeker maar zelfs als dit zo is realiseerde De Vrije Alkmaarder zich niet, in haar ijver om de kritiek van de Alkmaarse bevolking op het gebeurde te ontzenuwen, dat in de directe omgeving van de plaats van de beschieting slechts enkele schuilplaatsen waren. Een paar dekkingsgaten en de luwte van de auto. De omgeving bestaat verder uit niets anders dan open polderlandschap. Bovendien was er in de korte tijdspanne tussen de aanvallen slechts tijd om zo veel mogelijk kinderen uit de auto te krijgen. Kennelijk vond de schrijver van het artikel en de verantwoordelijke redacteur de schuldvraag van meer importantie dan de dood van 7 kinderen en 2 volwassenen. Geen woord van medeleven of troost. Voorbijgegaan wordt aan het feit dat chauffeurs en begeleidster met gevaar voor eigen leven geprobeerd hebben hulp te bieden, dit met de dood moesten bekopen en zich bijgevolg niet meer tegen de beweringen van De Vrije Alkmaarder konden verdedigen. Natuurlijk is het zo dat de geallieerden met verlies van veel levens alles in het werk hebben gesteld ons land te bevrijden. Zij verdienen ons respect. Dat neemt niet weg dat er ook dingen fout zijn gegaan. Het was beter geweest die vergissingen onder ogen te zien in plaats van onmiddellijk de schuldvraag te stellen en de verantwoording bij onschuldige slachtoffers te leggen.

 

De begrafenissen

In de Haarlemsche Courant van zaterdag 24 februari 1945 verschenen twee rouwadvertenties, die van Anthy Kirsten en van Elfrieda Ingeborg Griffioen (6 jaar). Ook in de edities van 27 februari en 7 maart 1945 stonden enkele rouwadvertenties.Rouwadvertenties Anthy Kirsten en Elfrieda Ingeborg Griffioen

In het mortuarium van het voormalige Sint Elisabeth's Gasthuis aan de Kleine Houtstraat in Haarlem werden de lichamen van de gestorven kinderen en Anthy Kirsten opgebaard. In het midden Anthy Kirsten en in een halve cirkel daar om heen de kistjes met de meisjes. Slechts één lichaam verkeerde in aanschouwelijke staat. Omdat de overige stoffelijke overschotten zo gruwelijk verminkt waren werden op verzoek van de families de kisten gesloten.
De teraardebestelling van Anthy Kirsten vond plaats op maandag, 26 februari 1945 om 15 uur op de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan in Heemstede. Haar moeder kon om emotionele reden niet aanwezig zijn. Het was een stralende zonnedag. Bloeiende crocussen op den doodenakker. Ronkende, dood en verderf zaaiende vliegmachines aan een vlekkeloos blauwe hemel. In de aula was door haar collega's een dodenwacht betrokken. A.D. Huijsman, directielid van de firma Enschedé en haar directe chef, C. Mouwen, spraken woorden van bewondering en waardering. Een buurman las namens zijn zoon, die met Anthy bevriend was, een afscheidsgroet. Na troostende woorden van haar dominee droegen acht leden van de bedrijfspolitie, gevolgd door een grote schare familie, vrienden, kennissen en collega's, haar lichaam naar haar laatste rustplaats.Graf Anthy Kirsten te Heemstede Ze werd ter ruste gelegd bij haar vader in graf Z-195 waar een schat aan bloemen zich uitspreidde. Zij is niet ingeslapen, zij is ontwaakt.

De familie (waarschijnlijk haar moeder, mevr. E.J. Kirsten-Gompertz met haar twee overgebleven dochters, Anthy's zusters dus) heeft na haar overlijden een zevental gedichten van Anthy verzameld en deze in een gedrukt bundeltje Herinnering aan onze Anthy gepubliceerd. Aan het tweede hierin opgenomen gedicht is een overdenking toegevoegd:

Om de vreugde van het wederzien te beleven
Moet men het leed van het afscheid kennen.

Na de oorlog zond haar moeder onder de nummers 15064 en 17436 tweekeer een "Opgave voor de eerelijst der namen van hen, die voor het vaderland zijn gevallen" in. Over de vraag of het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, het huidige Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie deze aanvragen heeft gehonoreerd kon het NIOD geen duidelijkheid verschaffen.

Op verzoek van de begraafplaats en met toestemming van de familie werd in 1998 in verband met een herschikking van vak Z, het graf, waarin inmiddels haar moeder op 8 januari 1974 was begraven, enigszins gedraaid, waarbij de stoffelijke resten ongemoeid bleven. Tot voor kort lag op het graf een marmeren boek waarop op de linkerbladzijde staat Mij spreekt de blom een tale en op de rechter Hier rust onze lieve Anthy, gevallen bij haar hulp aan de menschheid. Geb. 9 Maart 1915. Overl. 21 Febr 1945. Dit grafornament bevindt zich thans bij de familie.Detail grafmonument Kirsten De grafrechten zijn in 2004 verlopen en door de familie niet verlengd. Het zal van de welwillendheid van de Algemene begraafplaats Heemstede afhangen hoe lang het graf nog in stand gehouden zal worden.

Dinsdag 27 februari 1945, de dag na de begrafenis, vond in de Grote- of Sint Bavokerk op de Grote Markt een openbare uitvaartdienst voor de 7 kinderen plaats. Voor de preekstoel waren de kistjes opgesteld; de ouders en naaste familieleden hadden rondom deze opbaring plaatsgenomen. De kerk was tot de laatste plaats bezet met belangstellenden die van de gelegenheid om de dienst te kunnen bijwonen gebruik maakten om hun medeleven te tonen. Na de dienst passeerde de stoet die de 7 slachtoffertjes naar hun laatste rustplaats bracht, het Klokhuisplein. Daar werden kransen van directie en personeel van Enschedé aan de baren gehecht. In het mausoleum van de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan in Haarlem waren de ouders, familieleden, de voltallige directie van Enschedé, vertegenwoordigers van het personeel en het mannenkoor Johez aanwezig. Bij aankomst van de stoet viel een fijne regen. Gemeenschappelijk kindergraf te HaarlemGedekt door een schat aan bloemen werden de 7 kistjes opgebaard waarna B.F. Enschedé, directeur van de firma, hun nog jonge leven memoreerde en woorden van troost en medeleven sprak. Een afgevaardigde van het personeel schetste de tot standkoming van het plan om de meest behoeftige kinderen naar buiten te sturen: En nu het resultaat: inplaats van versterkt treft hun dat lot. Ds. Van der Waal kon zich de vraag van ouders indenken: Waarom laat God toe dat ons kind dat wij uitstuurden omdat er hier hongersnood heerscht, omdat wij ouders gaarne alles wilden doen voor onze kinderen en omdat wij het beste voor hen zochten, zoo van ons weggenomen wordt? Na zijn preek zong het Johez-mannenkoor het "Beata Mortuï", Zie den rechtvaardige, hoe hij sterft en zijn werken volgen hem na. Nadat de dragers hun droeve last naar het gemeenschappelijke graf (1-O 1286/87/88) hadden gedragen daalden de 7 kistjes langzaam, zij aan zij, in de groeve. Elly van Ake, Jenny van Ake, Elly Griffioen, Elsina Jansen, Iny Koning, Carla de Mes en Corrie Poelman.Rouwkaart Wernart van Deventer

In het personeelsblad Centrale Johez Vereeniging no. 67 van 2 maart 1945 verscheen een In Memoriam waarin een kort verslag van de begrafenis van de 7 slachtoffertjes is opgenomen en mej. A. Kirsten wordt herdacht.

De rouwkaart van Wernart van Deventer vermeldt dat hij op 7 maart 1945 vanuit de rouwkamer van het St. Elisabeth's Gasthuis in Haarlem om 15.30 uur werd begraven.

In de aula van de Algemene begraafplaats te Heemstede memoreerde B.F. Enschedé, directeur van Enschedé, Wernart van Deventer als een volijverige chauffeur waarmee hij persoonlijke banden had onderhouden. Zijn chef herdacht Van Deventer als iemand die ook onder de zoo bijzonder moeilijke en gevaarvolle oorlogsomstandigheden trouw op zijn post bleef. Een persoonlijke vriend schetste hem als mens en vriend. Graf Wernart van Deventer te HeemstedeNadat het "Largo" van Händel ten gehore was gebracht werd de onder bloemen bedolven baar naar graf M 156 gedragen, waar zijn moeder reeds eerder was begraven. Op 23 december 1947 werd hij door familieomstandigheden herbegraven in graf AB-008, waar op 11 januari 1985 ook zijn vrouw ter ruste werd gelegd.

De grafrechten zijn in 2004 verlopen en door de familie niet verlengd. Ook hier zal het van de welwillendheid van de Algemene Begraafplaats Heemstede afhangen hoelang het graf nog in stand zal worden gehouden.

 

Epiloog

De directie van de firma Enschedé had de Haarlemsche Courant verzocht een verslag te maken "van de plechtigheid van 27 februari op de algemene Begraafplaats". Bij brief van 1 maart 1945 bood de Haarlemsche Courant het verslag aan waarna Enschedé dit samen met een beschrijving van de begrafenissen van Wernart van Deventer en Anthy Kirsten bundelde en in gedrukte vorm onder de titel In Memoriam liet verschijnen.

Grafmonument voor de kinderenDe rechten van het kindergraf zijn door de firma Enschedé afgekocht, waardoor het voortbestaan is gewaarborgd. De gemeente Haarlem heeft op zich genomen het onderhoud kosteloos te verrichten. Nadat in november 1945 een door IJsbrand Kok ontworpen en door beeldhouwer Veldheer uitgevoerd grafmonument was geplaatst werd dit in februari 1946 door B.F. Enschedé overgedragen waarna één der ouders, J. Griffioen, een dankwoord sprak. In 1998 liet Enschedé het monument geheel restaureren.

In 2004 overleed een moeder van één van de kinderen. Haar laatste wens was zich met haar dochter te herenigen door haar as over het graf te laten verstrooien.

In de brochure van de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan in Haarlem is onder "Rondgang langs enkele bijzondere monumenten/bezienswaardigheden" de volgende beschrijving opgenomen: "Graf van zeven meisjes die kort voor het einde van de oorlog zijn omgekomen. De zeven maakten deel uit van een groep kinderen van personeel van de Grafische Inrichting van Joh. Enschedé, die op weg was naar pleeggezinnen op het platteland om een beetje aan te sterken. Door een tragische vergissing werd de bus aangevallen door Engelse vliegtuigen". In vrijwel dezelfde bewoordingen besteden Margreeth Pop en Jaap Temminck in hun Kleverlaan. De geschiedenis van een begraafplaats aandacht aan het kindergraf.

Gedenksteen Stichting Museum EnschedéIn de na-oorlogse jaren werd in de Wagenpoort een herdenkingssteen onthuld waarop de namen van personeelsleden die in de oorlog zijn gevallen. Ook de namen van Wernart van Deventer en Anthy Kirsten zijn hierop vermeld. Nadat het bedrijf naar de rand van Haarlem verhuisde, werd de steen bij de Stichting Museum Enschedé ondergebracht.

In 2003 verscheen een zevendelige editie waarin het 300-jarig bestaan van de firma Joh. Enschedé wordt herdacht. In deel 3 "Personeelskantine" is een bladzijde aan het trieste gebeuren gewijd. (2005)

 

 

Bronnen

  • Bob Griffioen te Haarlem
  • mw. Tonny van Deventer-Warners te Hoofddorp
  • mw. Anthy E. Saarloos te Uithoorn
  • Peter Saarloos te Haarlem
  • mw. Marga Scheffer te Hoofddorp
  • Jan van Baar, Regionaal Archief Alkmaar
  • Piet van Wieringen te Alkmaar
  • Henk de Jong te 's Gravenhage
  • Albert Baas te Bergen (NH)
  • Johan de Zoete en Andrea Roosen, Stichting Museum Enschedé te Haarlem
  • Harry Boelé, beheerder Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan te Haarlem
  • Beheerders Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan te Heemstede
  • Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) te Amsterdam
  • mw. Margot Pollak-Prins, brief van 30 november 1943 uit het concentratiekamp te Vught
  • Rapport gemeentepolitie Alkmaar van 21 februari 1945, nr. 598
  • De Vrije Alkmaarder: Aan wie de schuld?, 23 februari 1945, nr. 9/574
  • Haarlemsche Courant, 24 februari 1945; 290e jaargang, no. 47
  • K.W. Petrick: Verslag van het ernstig ongeluk tijdens de reis naar De Rijp op 21 februari 1945, februari 1945
  • mej. D. Verveer te Scheveningen, brief van 25 november 1946
  • D. Enthoven te Nieuw Vennep, brief van 25 november 1946
  • B.H.G. Veling te Haarlem, brief van 26 november 1946

 

Literatuur

  • Centrale Johez Vereniging: In Memoriam... en Mej. A. Kirsten, 2 maart 1945, no. 67
  • Joh. Enschedé en Zn.: In Memoriam, 1945
  • Johez Nieuws, De overdracht van het Grafmonument, 1 maart 1946, 14e jaargang nr.7
  • A. Korthals Altes: Luchtgevaar
  • Jan van Baar, Gerrit Valk: Alkmaar 1940-1945, kroniek van de bezettingsjaren, 1995
  • OHV Graft-De Rijp: 1940-1945, oorlogsjaren in Schermerhorn, 1995
  • Gemeente Haarlem, sector Stadsbeheer, afdeling Begraafplaatsen: de Kleverlaan, een monument als hedendaagse begraafplaats
  • Margreeth Pop en Jaap Temminck: Kleverlaan. De geschiedenis van een begraafplaats, 2002
  • Frans Willem Lantink, Koosje Sierman, Johan de Zoete: Joh. Enschedé 2003-1703. Voor stad en staat. Beelden van driehonderd jaar bedrijfsgeschiedenis, 2003