| Max Meijer, oorlogsslachtoffer door toeval |
|
| door Leon Bok |
|
Max Meijer
Als sportvisser hield Max ervan een dobbertje uit te gooien, als zorgzame huisvader was hij altijd tijdig weer thuis. Zo sprong hij op vrijdag 18 augustus 1944, na een visdag bij Kasteel Vliek in Ulestraten, ook weer op zijn fiets. In de buurt van de Spoorbrug te Maastricht aangekomen, reed hij nietsvermoedend zijn dood tegemoet. Hij moet compleet verrast zijn door het bombardement en liet waarschijnlijk direct het leven.
Het bombardement
En inderdaad werd pas alarm gegeven, nadat de vliegtuigen een eerste en daarna een tweede bommenlast, van nog grotere omvang, hadden uitgeworpen. Een waarschuwing had waarschijnlijk minder doden tot gevolg gehad en Max Meijer had waarschijnlijk in dat geval ook een veilige plaats opgezocht. Nu waren de gevolgen meer dan verschrikkelijk. De bommen troffen de Spoorbrug niet, maar vernielden de Zinkwitfabriek die aan de oever lag. Ook de daarnaast liggende vloertegelfabriek Rama aan de Franciscus Romanusweg werd getroffen (vandaag de dag bevindt zich hier de Media Markt). Naast de fabrieken werd ook de dichtbevolkte woonwijk in de naaste omgeving getroffen. Dit deel van Maastricht stond ook bekend als het Roed Dörrep. Aan de andere kant van de Maas vielen ook bommen. Daar werd met name de wijk Quartier Amélie aan de Fransensingel, het zogenaamde Krejjedörrep (Sinteldorp) getroffen. Een ware ramp. Het aantal doden bedroeg uiteindelijk 120 (103 burgers en 17 Duitse militairen). Verder werden nog eens 65 zwaar gewonden opgenomen in het ziekenhuis. In totaal werden 325 percelen getroffen, waarvan er 29 totaal vernield en 26 onherstelbaar beschadigd waren. De overige 270 waren min of meer te herstellen. Het "Krejjedörrep" was geheel verwoest en moest worden afgebroken. Het bombardement trof ook nog eens 1.550 mensen die dakloos waren geworden. Het onder het puin vandaan halen van de slachtoffers kostte twee volle dagen, waarna de stoffelijke resten in de Dominicanenkerk werden opgebaard. Het ruimen van het puin nam meer dan een week in beslag.
Max Meijer werd direct na het bombardement als vermist opgegeven. Zijn kinderen, familieleden en collega's gingen de dag na het bombardement op de plek des onheils naar Max zoeken. Zij konden de vermiste identificeren aan enkele persoonlijke voorwerpen, waaronder een identificatiebewijs. Ook werden stoffelijke resten herkend, voldoende om een begrafenis te mogen houden.
De begrafenissen De Duitse bezetter organiseerde op de Algemene Begraafplaats aan de Tongerseweg te Maastricht een massale begrafenis. Families die hiervan gebruik maakten, hoefden niets te betalen. De gemeente Maastricht zou alles regelen. Als verwacht trachtte de Duitse bezetter uit deze gebeurtenis het maximale propagandavoordeel te halen: de geallieerden hadden immers de eigen bevolking gebombardeerd! Meermaals werd het genereuze aanbod van bezetter en gemeente genegeerd en werden de slachtoffers op het eigen parochiekerkhof van herkomst begraven.
Dezelfde dag werden ook de overige slachtoffers van het bombardement begraven. In de Sint Servaaskerk werd een plechtige Hoogmis opgedragen door Mgr. Lemmens, bisschop van Roermond. Voor de protestantse slachtoffers werd tegelijkertijd een rouwdienst in de Sint Janskerk gehouden. Tijdens deze diensten stonden de lijkkisten op het Vrijthof op karren gestapeld. Na afloop werden ze in een stoet naar het kerkhof aan de Tongerseweg overgebracht. Het moet een indrukwekkende gebeurtenis zijn geweest, wat ondermeer blijkt uit het volgende dagboekcitaat van een ooggetuige: "Alle kisten bedekt met een schat van bloemen. Duizenden langs de weg! Zaten reeds uren tevoren te wachten. Om de stoet hing een vreselijke reuk. Velen hielden een zakdoek voor de neus. Vooral bij het zien van de kleine kistjes konden velen hun tranen niet bedwingen." De gemeente droeg zorg voor een algemeen graf (dat inmiddels is opgeheven) met een monument waarop de namen van de overleden slachtoffers stonden vermeld.
De bevrijding
Ter nagedachtenis Van de meeste slachtoffers is op de begraafplaatsen in Maastricht geen aandenken meer te vinden. Wel is er in het Roed Dörrep een monument ter nagedachtenis opgericht. Het staat op het Schildersplein, in het midden van de wijk die in 1944 zo zwaar getroffen werd. Maar daar stond het niet altijd. De beeldhouwer Jean Sondeyker kreeg de opdracht voor het monument en ontwierp een vleugellamme vogel in keramiek. Het werd een 1 meter hoog en 1.20 meter breed beeld, geplaatst op een voetstuk van 1 bij 1 meter. De "Vleugellamme Vogel" werd in 1951 onthuld op het pleintje bij de Antonius Bieleveltstraat. Na enkele jaren werd het monument door baldadige jongeren vernield en van zijn sokkel gehaald. Het monument werd hersteld en op 18 augustus 1964, de dag waarop het twintig jaar geleden was dat de ramp zich had voltrokken, kon de herdenking op een waardige wijze worden gehouden. Vanwege de kwetsbare keramiek hoopte men het beeldje ooit in brons te kunnen doen gieten. Op 17 december 1965 werd deze wens gerealiseerd. De in brons gegoten vogel werd op een nieuwe sokkel geplaatst. Het kreeg toen ook zijn definitieve standplaats op het Schildersplein. Op de sokkel staat in bronzen letters: "Ter herinnering aan hen die vielen bij het bombardement op 18 aug. 1944".
Het grafmonument van Meijer
“BID HIER VOOR DE ZIEL VAN ZALIGER JOHANNES MARINUS MEYER GEB. 26-3-1890 TE ROTTERDAM DIE ONS OP DEN 18-8-1944 TE MAASTRICHT PLOTSELING ONTNOMEN WERD GODS NAAM ZIJ GEZEGEND EN VAN JOZEFINA KORNELIA LUDWINA FLEISCHEUER GEB. 26-6-1887 TE HEERLEN OVERL. 11-1-1983 TE MAASTRICHT“
Bijna veertig jaar heeft de weduwe van Max Meijer haar verdriet moeten dragen door deze toevallige gebeurtenis op die ene zwarte vrijdag zo vlak voor de bevrijding.
(2009)
Bronnen en literatuur
Met dank aan Breur Henket van de Stichting Grafmonumenten Sint Pieter
|
|
Laatst aangepast op dinsdag 02 februari 2010 20:56 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |