| Het Joodse graf in Wijhe |
|
| door Leon Bok |
|
Wie de gemeentelijke begraafplaats Rust Zacht te Wijhe bezoekt, vindt daar een aantal
Wat gebeurde er die dag
In de vroege nacht was uit Amsterdam een vrachtwagen vertrokken met daarin 25 à 30 mensen onder begeleiding van de Ordnungspolizei (ook wel Grüne Polizei genaamd). Onder de mannen en vrouwen in de vrachtwagen waren ook enkele kinderen. Het waren verraden Joden en verzetslieden die naar kamp Westerbork werden gebracht. Hoe de tocht van Amsterdam richting Westerbork verliep, is niet bekend. Wat we wel weten, komt door de vreselijke gebeurtenis die zich bij Wijhe afspeelde. Rond half zes in de ochtend reed de vrachtwagen op de IJsseldijk iets ten zuiden van Wijhe. Rond dat tijdstip werd de vrachtwagen opgemerkt door een Mosquito jachtbommenwerper die langs de rivier speurde naar doelen om aan te vallen. Het vliegtuig maakte deel uit van een groep van 25 jachtbommenwerpers die om 03.51 uur waren opgestegen van de basis Blackbushe, ten westen van Londen. Zeven toestellen van die groep hadden de opdracht om in Overijssel transporten van V-wapens op te sporen. Toen het toestel rond half zes op de dijk een voertuig bespeurde dat in de richting van Zwolle reed, werden eerst lichtkogels afgeschoten. Toen het de bemanning duidelijk was dat het ging om een grote Duitse vrachtauto werd een duikvlucht ingezet. Met het boordgeschut werd de vrachtwagen beschoten en daarna vanaf een andere zijde nog eens. De bemanning kon niet weten dat hier om een transport van mensen ging, maar de tragedie was al gebeurd. Minstens zeven Amsterdammers werden onmiddellijk dodelijk getroffen. Ook onder de Duitsers viel een onbekend aantal slachtoffers, onder wie de chauffeur. Die overleed dezelfde dag nog in het Sophia-ziekenhuis in Zwolle. Van de gewonden die ook naar het achttien kilometer verderop gelegen ziekenhuis werden vervoerd, overleden er nog eens drie. De twee doktoren die te hulp waren geschoten, verzorgden de gewonden zo goed als mogelijk. De Duitsers die ook snel ter plekke waren, zorgden er allereerst voor dat hun kameraden naar Zwolle gebracht werden. Dat gebeurde met een andere auto. Pas later ging men over tot een zoekactie naar ontsnapte gevangen. Als een geluk bij een ongeluk hadden enkele inzittenden van de vrachtauto zich uit de voeten kunnen maken. De meesten vonden in de omgeving een onderduikadres en konden daarmee de laatste twee maanden tot het eind van de oorlog overbruggen. Slechts één ontvluchtte vrouw, zwanger, werd opnieuw door de Duitsers gearresteerd nadat ze zich niet tijdig had verborgen. Hoeveel mensen precies in de vrachtwagen hadden gezeten, is niet bekend en dus ook niet hoeveel door de beschieting uiteindelijk gevlucht zijn. De meeste doden werden begraven op begraafplaats Kranenburg in Zwolle. De meeste graven zijn inmiddels al geruimd. Eén dode werd begraven in Wijhe: Willy Polak.
Wie was Willy Polak?Polak was een van de zwaar gewonden die niet lang na de dramatische gebeurtenis overleed. Hij was met een aantal anderen naar een nabij gelegen huis gebracht voor verzorging, maar hij haalde het niet. Polak werd ter aarde besteld op de algemene begraafplaats Rust Zacht. Nimmer had de in Amsterdam geboren Willy Polak kunnen bedenken dat hij in Wijhe zijn laatste rustplaats zou vinden.
Het echtpaar verhuisde in de oorlog naar de Nieuwe Herengracht 141-II, aan de rand van het gebied waar de Joden in de oorlog nog mochten wonen. Daar kreeg het jonge echtpaar op 1 mei 1943 hun eerste kind: Frank. Rond die tijd moet Willy feitelijk al ondergedoken zijn geweest; althans zal het zijn omgeving niet bekend zijn geweest dat hij Joods was. Volgens familiebronnen droeg Willy nimmer de na zondag 3 mei 1942 verplichte Jodenster. Hij werd actief in de hulpverlening aan Joodse onderduikers en mogelijk ook niet-Joodse onderduikers. Zo zorgde Willy ondermeer voor de aanvoer van bonnen ten behoeve van die onderduikers. De vrouw van Puck's broer nam dat bezorgen van hem over op tijden dat Willy weer voor een paar dagen moest onderduiken. Kennelijk werd Amsterdam in het voorjaar van 1944 echt onveilig. Het gezin verbleef van 28 mei 1944 tot en met 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) in Bussum. Daar hielden ze zogenaamd "vakantie". Het gezin verhuisde in oktober 1944 naar de Plantage Middenlaan 26-huis, naast de Hollandsche Schouwburg. Juist dat gebouw was tot in november 1943 gebruikt om Joden te verzamelen en af te voeren naar vernietigingskampen. Na november 1943 waren er officieel geen Joden meer in Nederland, met uitzondering van een groep gemengd-gehuwde Joden (Joden met een niet-Joodse huwelijkspartner). Willy’s ouders Salomon Polak en Roosje Sluijter, zijn bijna zeker via de Hollandsche Schouwburg op transport gezet. Zij werden op 6 juli 1943 in Sobibor vergast en verbrand. Bij onraad kroop Willy in de kruipruimte van hun woning. Feitelijk was hij ondergedoken bij Puck op wier naam het huis stond. Waarschijnlijk is Willy in januari 1945 opgepakt en overgebracht naar het Huis van Bewaring aan het Kleine Gartmanplantsoen. Of hij verraden is en door wie, is nooit duidelijk geworden. Puck was op dat moment zwanger van hun tweede kind. In de vroege ochtend van 6 februari 1945 bevond Willy zich in de vrachtwagen die dat vreselijke noodlot tegemoet ging. Willy liet Puck en uiteindelijk twee kinderen achter. Zijn dochter Willeke Aletta (roepnaam Wicky) werd enkele maanden na zijn dood geboren. Puck is later hertrouwd en overleed in 1986. Het grafmonumentWilly werd in tegenstelling tot de traditie en de regels van de bezetter begraven op een algemene begraafplaats. Zowel in Zwolle als in Deventer was een Joodse begraafplaats, maar daar kon begin 1945 niet meer begraven worden. Willy werd begraven in opdracht van de doktoren die bij het ongeluk hulp boden en de lokale notaris. Het graf werd wel helemaal achteraan op de begraafplaats neergelegd, ver voorbij de andere graven. Het graf zal niet direct een grafmonument hebben gekregen. Na afloop van de oorlog is het graf aangemerkt als een oorlogsgraf. Het grafmonument is dan ook een standaardmonument in witte kalksteen met een afgeronde bovenzijde. Bovenin is geen teken opgenomen, zoals wel gebruikelijk bij veel van dergelijke monumenten. Wel de tekst ‘gevallen voor het vaderland’. Daaronder de naam W. Polak en daar weer onder de geboorte en sterfdatum.
De oorlogsgravenstichting wilde het graf in 1976 over laten brengen naar het ereveld in Loenen. Weduwe en kinderen waren daar faliekant tegen, wat de familie ook aan de Oorlogsgravenstichting heeft geschreven. Het graf is gelukkig voor de geschiedenis op zijn oorspronkelijke plek blijven liggen. De betrokkenheid van de familie Polak en Veldhuis bij het graf is nog immer groot. Willy's zoon, Frank, heeft inmiddels als gastspreker veel verteld over zijn vader en de gebeurtenissen in 1945 en daarna. Ook wordt het graf regelmatig bezocht door familieleden. (2010)
Literatuur
Internet
Met dank aan Teun Oosterbroek, Dennis Ouderdorp en Frank Polak
|
|
Laatst aangepast op zondag 12 december 2010 19:02 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |