Het verdwenen graf van Max Blokzijl

Geschreven door René ten Dam op . Gepost in De verzwegen graven van de oorlog

 

Na de executies van Max Blokzijl en Anton Mussert werden beide mannen begraven in een massagraf op de Algemene begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag. Eerder al waren Meinoud Rost van Tonningen en Robert van Genechten in hetzelfde massagraf begraven. Rost van Tonningen pleegde zelfmoord in de strafgevangenis, nog voor het tot een proces was gekomen. Hij stierf op 6 juni 1945. Robert van Genechten werd na een proces ter dood veroordeeld, maar pleegde zelfmoord. Dat deed hij op 13 december 1945, de dag nadat hij had gehoord dat Mussert ter dood was veroordeeld. Robert van Genechten zou in 1958 herbegraven worden in Utrecht. De beenderen van Anton Mussert zouden eindigen in een knekelput, tenminste volgens de officiële lezing. Wat gebeurde er met de resten van Max Blokzijl?

Max Blokzijl

Max Blokzijl begon in 1903 als journalist bij het Algemeen Handelsblad in Amsterdam. Bekendheid bij het grote publiek kreeg hij in 1907 na de publicatie van Avonturen als straatmuzikant waarin zijn belevenissen met Jean-Louis Pisuisse als verklede Italiaanse straatmuzikanten in Nederland beschreven werden. Het boekje was een enorm succes, waarna de beide mannen de daaropvolgende jaren als 'reizend[e] correspondent[en]' optraden voor het Algemeen Handelsblad. Daarbij trokken ze door diverse Europese landen, maar reisden ook door China, Japan, Siberië en Rusland. In 1913 trok Blokzijl als correspondent naar Berlijn, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij drie jaar in Nederland bij een landweerbataljon. In het laatste oorlogsjaar verbleef hij als oorlogscorrespondent in diverse landen. Eind 1918 vertrok Blokzijl weer naar Berlijn, waar hij tot 1940 als correspondent van zijn krant zou blijven. Hij maakte heel bewust de opkomst van het nationaal-socialisme mee en werd in 1935 geheim lid van de NSB. Het Algemeen Handelsblad was een liberale krant waarin Blokzijl zijn bewondering voor het nationaal-socialisme niet kwijt kon. Daarom publiceerde Blokzijl anoniem in het nationaal-socialistisch weekblad De Waag.

Al snel na het begin van de Duitse bezetting in mei 1940 kreeg Blokzijl diverse aanbiedingen om zich in te zetten voor de verspreiding van het nationaal-socialistische gedachtegoed in Nederland. In juni 1941 aanvaardde hij de functie van het hoofd van de afdeling perswezen van het departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Daarmee werd hij de toezichthouder op de Nederlandse pers, zij het ook feitelijk ondergeschikt aan de Duitse Pressereferent bij het Rijkscommissariaat. Zijn functie combineerde Blokzijl vanaf 1941 met functies binnen de NSB, waar hij plaatsvervangend leider van de hoofdafdeling Pers en Propaganda en leider van de afdeling Pers van het Hoofdkwartier was. Zijn grootste bekendheid kreeg Blokzijl als radiospreker. In februari 1941 startte hij met een serie wekelijkse praatjes over zijn belevenissen in Duitsland: 'Ik was er zelf bij', al vrij snel gevolgd door andere series, waaronder 'Brandende kwesties'.

blokzijlWekelijks gaf Blokzijl op donderdagavond commentaar op actuele toestanden en gebeurtenissen. Deze praatjes, ruim achthonderd in totaal, zou hij blijven houden tot het einde van de bezetting, met een korte onderbreking na Dolle Dinsdag, toen ook Blokzijl in paniek vluchtte.
Blokzijl speelde met zijn praatjes in op de gevoelens van twijfel die bij vele Nederlanders leefden. Gruwelen van de bezetting werd afgeschilderd als onvermijdelijke bijverschijnselen van een omwenteling naar de 'nieuwe tijd'. Dat duizenden luisteraars hem brieven schreven naar aanleiding van zijn praatjes, getuigde van zijn enorme populariteit. Blokzijl ging daarbij een stuk subtieler te werk dan de gebruikelijke schreeuwerige nazi-propaganda. Hij bleef beschaafd en gemoedelijk en probeerde zijn publiek aan het denken te zetten of aan het twijfelen. In de laatste maanden van de bezetting was Blokzijl zelfs dagelijks te horen, hoewel met het radioverbod zijn praatjes nog maar voor een klein publiek te horen geweest zullen zijn. Op 6 mei 1945 werd zijn laatste praatje uitgezonden. Hij eindigde met de woorden: "Wij komen terug, luisteraars!' Drie dagen later werd Blokzijl gearresteerd in het gebouw waar de Duitse zendinstallatie zich bevond. In afwachting van zijn proces werd hij de Scheveningse Strafgevangenis vastgezet.

 

Zijn proces en het einde

spot1Door de regering in Londen werden al ver voor de bevrijding van Nederland voorbereidingen getroffen om na de bevrijding te komen tot een snelle, strenge en rechtvaardige afrekening van hen die oorlogsmisdaden hadden gepleegd of de bezetter hulp hadden verleend. Voor de zware gevallen werden Bijzondere Gerechtshoven ingesteld en de in 1870 afgeschafte doodstraf werd zelfs opnieuw ingevoerd. De berechting kwam echter traag op gang en dat terwijl men snel resultaat wilde. Max Blokzijl was de eerste die voor een Bijzonder Gerechtshof moest opkomen. Op 11 september 1945 stond hij terecht in Den Haag. Het proces vond onder grote publieke belangstelling plaats. De zitting duurde slechts een halve dag. Blokzijl werd gedagvaard voor het veelvuldig voeren van propaganda, grotendeels per radio, 'gericht op het breken van het geestelijk verzet van het Nederlandse volk tegen de vijand en ontrouw worden van dat volk aan zijn regering en de geallieerde zaak...'. De procureur-fiscaal eiste de doodstraf en twee weken later volgde de uitspraak. De eerste woorden van de President waren: "Het Hof heeft u ter dood veroordeeld...". Blokzijl werd verlof verleend om beroep in cassatie in te stellen. De publieke belangstelling was bij deze zitting op 14 november veel geringer. Op 5 december werd het beroep in cassatie verworpen.
Op verzoek van zijn vrouw diende Blokzijl een verzoek tot gratie in bij koningin Wilhelmina. Blokzijl werd in de gevangenis geplaatst op een speciale afdeling voor ter dood veroordeelden. Na verloop van tijd kreeg hij Mussert en Van Genechten als buren.
Op donderdag 14 maart 1946 bracht dominee Veldkamp, die Blokzijl in de laatste maanden van zijn leven veel zou bezoeken, hem de mededeling dat zijn gratieverzoek was afgewezen en dat de executie was bepaald op zaterdagochtend in alle vroegte. Zijn eerste reactie was: "Ze hebben Pisuisse doodgeschoten, nu schieten ze mij ook dood".

Aangezien men bang was dat Blokzijl zelfmoord zou plegen, werd hij continu gecontroleerd in deze laatste dagen. De dag voor zijn dood mocht Blokzijl de gehele dag doorbrengen met zijn vrouw. Verschillende personeelsleden van de gevangenis kwamen afscheid nemen. 's Avonds nam Mussert afscheid, beiden groetten elkaar met de 'Hitlergroet'.
De volgende dag, rond zes uur, werd Blokzijl door de commandant van de gevangenis uit zijn cel gehaald en begeleid naar een kleine colonne vrachtwagens op de binnenplaats van de gevangenis. De colonne bracht Blokzijl naar de Waalsdorpervlakte waar het vonnis voltrokken zou worden. Twaalf soldaten waren aangewezen. Twee bedankten en werden vervangen. In alle stilte werden de voorbereidingen getroffen. Bevelen werden niet gegeven en alle handelingen werden voorgedaan door de commandant. Tien over zeven klonk het enige commando: "Vuur!". Blokzijl zeeg ineen en een dokter constateerde de dood. Het lichaam werd meteen losgemaakt van de paal en overgebracht naar de Algemene Begraafplaats in Den Haag waar het lichaam in het geheim werd begraven op een afgelegen deel. Van Genechten was na zijn zelfmoord al eerder begraven in dit grafveld en later zouden Rost van Tonningen en Mussert volgen.

grafveld2De weduwe van Max Blokzijl kreeg nooit officieel te horen waar haar man begraven lag, ondanks herhaalde verzoeken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken weigerde de locatie bekend te maken met een verwijzing naar een mogelijke verstoring van de openbare orde. Het is echter onwaarschijnlijk dat de weduwe niet op de hoogte is geweest van het bestaan en de locatie van het massagraf. Rie Mussert bracht er immers regelmatig een bezoek en zij had aangegeven dat ze soms bloemen aantrof. Ook voor de weduwe van Rost van Tonningen was het massagraf geen geheim. Voor meerdere betrokken mensen moet bekend zijn geweest wie hier begraven lagen, al was de exacte locatie onbekend.
De weduwe kreeg ook geen toestemming om haar man elders te herbegraven, zodat eind 1959 zijn resten verdwenen in een knekelput op de begraafplaats.

Het is aannemelijk dat wanneer Blokzijl in latere jaren veroordeeld zou zijn geweest, dat dit naar alle waarschijnlijkheid een vrijheidsstraf zou zijn geworden en niet de zwaarste mogelijke straf, de doodstraf. Vergeleken met tal van oorlogsmisdadigers, zoals daar zijn de Vier van Breda, lijken de misdaden van Blokzijl minder ernstig. Hoewel niet moet vergeten worden dat voor velen Blokzijl met zijn radiopraatjes de belichaming is geweest voor het verraad van het land aan een bezetter. Hij is zonder twijfel de belangrijkste propagandist voor het nationaal-socialisme in Nederland geweest. De ernst daarvan mag niet onderschat worden.
Blokzijl zelf schreef in zijn afscheidsbrief aan zijn advocaat dat hij een voorbeeld moest zijn: "Over mij is niet recht gesproken, ik val als eerste offer van een politieke afrekening". (2008)

 

Literatuur

  • A.H. Paape, 'Ten geleide' in: Het Proces Blokzijl Amsterdam 1946/1989
  • René Kok, Max Blokzijl - Stem van het nationaal-socialisme, Amsterdam 1988
  • A.A. de Jonge, 'Blokzijl, Marius Hugh Louis Wilhelm (1884-1946)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland. [13-03-2008]

 

Beeldbank

Tijdelijk niet beschikbaar

  • Begraafplaatsen
  • WO II
  • Crematoria

 

Foreign section