| De liquidatie van Fake Krist op 25 oktober 1944 |
|
| door Pim de Bie |
|
Op 11 september 1933 besloot Fake Krist lid te worden van de Nationaal-Socialistische Beweging, de NSB, een organisatie die al voor de oorlog sympathiseerde Krist werd op 1 januari 1904 in Beilen (Dr.) geboren. Rond de twintiger jaren werkte hij bij de marechaussee in Beverwijk gevolgd door 3 jaar bij de halpolitie van het Staatsvissershavenbedrijf in IJmuiden. In augustus 1932 stapte hij over naar de gemeentepolitie in Haarlem waar hij op het bureau aan de Smedestraat werkzaam was. Kort nadat hij in Haarlem was komen werken overleed op 23-jarige leeftijd zijn vrouw Neeltje Spreij. Zij werd op 15 september 1932 op de de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan in Haarlem begraven waarna op 22 oktober 1932 een grafsteen met haar naam werd geplaatst. Na het uitbreken van de oorlog werd Krist een fanatiek lid van de NSB. Als politiebeambte viel hij onder de Sicherheidsdienst (SD) waar hij zich met veel inzet bezig hield met het opsporen van joden, onderduikers en verzetsmensen. Hij stond bekend om zijn wreedheid bij verhoren en martelingen. De aanslag op 30 januari 1943 waarbij de Duitse onderofficier Bamberger op de Verspronckweg in Haarlem werd neergeschoten vormde aanleiding voor het opstellen van een lijst met 100 namen van de leden van de Joodse Raad in Haarlem op wie de Duitse vergeldingsactie zich zou gaan richten. Krist was samen met o.a. de SD-er Ernst Wehner betrokken bij het samenstellen van deze lijst. Op 2 februari 1943 werden 10 personen die op de lijst stonden in de duinen bij Bloemendaal geëxecuteerd. Daarnaast presteerde hij het om samen met een paar medewerkers in 1944 in één nacht 26 mensen te arresteren. Eind mei 1944 werd op een zolderkamertje aan de Schotersingel 77 de Luisterpost Haarlem in gebruik genomen. Onder andere werd het politiebureau Nassauplein afgeluisterd waar Fake Krist als SD-handlanger inmiddels zijn bureau had gevestigd. Al snel werd duidelijk dat Krist veel namen van onderduikers en verzetsmensen kende. Zodra Krist over de telefoon meedeelde dat hij arrestaties zou gaan verrichten, werd een koerier uitgezonden om te gaan waarschuwen. Om zoveel mogelijk mensen te kunnen arresteren werkte Krist samen met de SD-ers P.J. Faber en Ernst Knorr die op 7 september 1944 in Groningen Esmée van Eeghen vermoordden. De leiding van het verzet besloot in september 1944 dat deze levensgevaarlijke collaborateur uit weg geruimd moest worden. Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, deed de Raad van Verzet een eerste poging om Krist op te ruimen. Deze mislukte omdat Krist er lucht van kreeg. Op dezelfde dag lukte wel de aanslag op zijn medewerker Harm Smit. Krist zegt op 5 oktober 1944 in een afgeluisterd telefoongesprek over deze aanslag: Op mij hebben ze die dag ook geloerd maar toen ben ik net de poort uitgegaan en niet de voordeur waar die kerel op de loer stond. Die kerel heeft nou kouwe voeten. Ook twee pogingen van een verzetsgroep die vanuit het Stoop’s Bad opereerde mislukten. Hij was thans een gewaarschuwd man en dus op zijn hoede. Op zijn missies door de stad liet hij zich begeleiden door een met een karabijn bewapende man. De Haarlemse Politieknokploeg ging zich nu nauwgezet voorbereiden op een aanval om hun verachte collega tot zwijgen te brengen. Krist was in de kost bij het NSB-echtpaar Wim en Alida Rozeboom aan de Westergracht 42, een rijtjeshuis aan de kant van de kathedrale basiliek Sint Bavo. Krist was gewend om ’s morgens om half negen op de fiets naar zijn bureau te gaan. Het leek het gunstigst om hem vanaf de overkant van de gracht, vanuit de Bavoschool neer te schieten. Gezien de afstand van 40 à 50 meter was hiervoor een scherpschutter nodig. Cor van Stam, gewestelijk commandant Strijdend Gedeelte van de Binnenlandse Strijdkrachten voor gewest 12, Noord-Holland West wees hiervoor Gommert Krijger (schuilnaam Zwarte Kees) van het Haarlemmermeerse verzet aan. Er werd een ploeg van drie man geformeerd, Gommert Krijger, Jan Overzet en Chris Treffers. Via het schoolhoofd waren ze in het bezit van de sleutel gekomen en op 25 oktober 1944 vonden ze in het gymlokaal op de eerste verdieping, naast de Leidsezijstraat, een goede plaats met uitzicht op het stuk gracht waar Krist aan de overkant van het water zou passeren. In de omgeving hielden leden van de Knokploeg een oogje in het zeil. Geheel onverwacht kwam ineens de conciërge van de school het gymlokaal binnen. Hij werd vastgebonden.
Krist’s lichaam werd naar het Elisabeth’s Gasthuis overgebracht.
Op 30 oktober 1944 om 14 uur vond op de Algemene Begraafplaats Kleverlaan in Haarlem de begrafenis van Krist plaats. Hij werd zonder In 1949 werd in het plantsoen het beeld Treurende Vrouw van prof. L.O. Wenckebach onthuld. Op 10 stenen rond het voetstuk staan de namen van de 10 gefusilleerden. Het boek De Aanslag van Harry Mulisch is op de liquidatie en de gevolgen daarvan gebaseerd. (2010)
Bron
Literatuur
|
|
Laatst aangepast op woensdag 08 juni 2011 21:24 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |