| Seyffardt - De dood van een gevallen generaal |
|
| door René ten Dam |
|
Hendrik Alexander Seyffardt, geboren in 1872,was de zoon van voormalig minister van oorlog A.L.W. Seyffardt. Op vijftienjarige leeftijd werd hij als cadet ingeschreven aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Het werd een begin van een lange militaire carrière, die aanvankelijk eindigde in 1934 toen hij als chef van de generale staf met pensioen ging. Hij zette zich vervolgens politiek in voor het zeer autoritair gerichte Verbond voor Nationaal Herstel. Seyffardt stond destijds bekend om zijn sterke anticommunistische en pro-Duitse gevoelens. In deze periode begon Seyffardt met het schrijven van artikelen in Volk en Vaderland, het weekblad van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). In 1937 zou hij voor een half jaar lid zijn van deze partij. In augustus 1941 liet hij zich opnieuw inschrijven, ditmaal echter als geheim lid, tevens werd hij begunstiger van de Germaanse SS.
Seyffardt stond door zijn rol symbool voor de militaire collaboratie en daarmee werd hij een belangrijk doelwit voor het verzet. Seyffardt maakte ook onderdeel uit van het schaduwkabinet van ‘Gemachtigden’ dat Mussert op 1 februari 1943 had ingesteld. Seyffardt was hierin ‘Gemachtigde’ voor het Vrijwilligerslegioen. Het verzet was bang dat als Mussert aan de macht kwam, Seyffardt een algemene militaire dienstplicht zou invoeren, waarbij dienstplichtigen in dienst zouden moeten treden van de Duitse bezetter. In de ogen van het verzet was Seyffardt daarom een grote bedreiging.
De liquidatieVanuit de Correlistraat 6 in Amsterdam opereerde de linkse verzetsgroep CS-6. De groep was bekend geworden met een aantal spectaculaire acties in Amsterdam in de voorgaande oorlogsjaren. In januari 1943 kreeg de leider van de groep, Gerrit Kastein, het idee om een aantal verraders en collaborateurs uit te schakelen met als doel de Duitse gelederen verder te demoraliseren na de Duitse nederlaag bij Stalingrad. Hun eerste doelwit werd Seyffardt, boegbeeld van het Nederlandse Vrijwilligerslegioen. Op 5 februari ging bij Seyffardt thuis in Scheveningen de deurbel. Seyffardt opende en zag de jonge Jan Verleun en Kastein. Verleun opende onmiddelijk het vuur en Seyffardt zeeg ineen. Er vanuit gaande dat Seyffardt dood was, vluchtten Verleun en Kastein. Seyffardt overleed echter pas de volgende dag, nadat hij nog had kunnen vertellen dat de daders mogelijk studenten waren. Zijn laatste wens was echter dat er geen represaillemaatregelen tegen hen getroffen zouden worden. De Duitse bezetter trok zich hier niets van aan en hield razzia’s op de universiteiten en hogescholen in Amsterdam, Delft, Utrecht en Wageningen. In totaal werden 1800 jongemannen tussen de achttien en vijfentwintig jaar, waaronder ruim 600 studenten, opgepakt en afgevoerd naar het concentratiekamp Vught. De meeste studenten werden vrijgelaten nadat ze een loyaliteitsverklaring hadden getekend. In het derde nummer van het, dat jaar voor het eerst verschenen, ondergrondse Trouw werd de moord op Seyffardt veroordeeld. “De aanslag draagt niet het karakter van verdediging tegen een aanval, maar van een strafgericht tegen een landverrader. Een onwettig strafgericht, want het zwaard tot handhaving van het recht is aan de overheid toevertrouwd, niet aan particulieren.” Volgens Trouw moest de politieke moord als misdrijf worden gezien, het is “een middel erger dan de kwaal”. […] “De politieke moord past bij de nationaal-socialistische beschouwing: recht is wat voor den staat nuttig is.”
De plechtigheidOp 10 februari vond ’s ochtends een plechtigheid plaats op het Binnenhof in Den Haag. Voor de ingang van de Ridderzaal was een katafalk geplaatst met daarop de kist met het ontzielde lichaam van Seyffardt. Op de kist lag de oranje-blanje-bleu-vlag van het Legioen, met daar bovenop de verkregen ordetekenen en de sabel van Seyffardt. Aan weerszijden van de kist stonden hoge zuilen met erevlammen. Daarachter een erewacht, gevormd door enkele mannen van het Vrijwilligerslegioen met de standaard en verder vertegenwoordigers van de SS, de W.A., de N.S.B. en de Jeugdstorm en hun vaandels. Tijdens de hele plechtigheid vlogen Duitse vliegtuigen ereronden boven het Binnenhof. Vanaf half tien liep een lange stoet van belangstellenden langs de baar. Nadat verschillende troepenonderdelen zich hadden opgesteld, verschenen Rauter, Seyss-Inquart, Mussert en andere hoge autoriteiten. Nadat de troepenonderdelen hun eerbewijzen hadden gebracht en het muziekkorps een treurmars had gespeeld, nam Mussert het woord. Hij sprak vol lof over het soldatenhart van Seyffardt die zich, volgens hem, had ingezet voor volk en vaderland, tot hij in zijn huis werd neergeschoten. “Hij heeft het groote voorrecht gehad om op een leeftijd, waarop anderen sterven in hun bed, te vallen als soldaat. Dit vervult ons met ontroering en tempert onze smart. Generaal Seyffardt, wij zijn niet alleen gekomen om u te herdenken en uitgeleide te doen. Wij zijn gekomen ook om u te danken en om in het aangezicht van den dood u een gelofte te doen. […] Honderden zijn gevallen in het Legioen en gij hebt hun lot nu gedeeld, […] Uit naam van het Nederlandsche volk – zoover het begrip heeft van de enorme worsteling van deze tijd – zeg ik u, generaal Seyffardt, dat wij het communisme hier zullen uitroeien met wortel en tak. De groote worsteling van Duitschland en Italië met hun verbondenen, is ook onze worsteling.”
Voorafgegaan door een muziekkorps van de Wehrmacht begaf de stoet zich door de stad naar het begin van de Leidse straatweg. Hier werd, onder het spelen van “Ik had een kameraad” en het lossen van drie salvo’s de kist geplaatst in de auto die het lichaam van Seyffardt naar het crematorium in Velsen bracht. De beelden van de plechtigheid zouden de volgende dag al in de bioscopen te zien zijn. ’s Middags vond een bescheiden plechtigheid plaats in het crematorium in Velsen waar enkel Terwijl de kist daalde, klonken de klanken van Schuberts Ständchen uit het orgel. Seyffardts zoon, H. Seyffardt Jr., dankte namens de familie voor de belangstelling en merkte op dat de achtergeblevenen geen wraakgevoelens zouden koesteren. Tot slot werd “Wilt heden nu treden” gespeeld.
De gevolgenHet verzet ging intussen door met het plegen van aanslagen op vooraanstaande personen. Op 9 februari werd de vrouw van secretaris-generaal Reydon doodgeschoten door Kastein. Reydon zelf zou enkele uren later zwaargewond raken en uiteindelijk een paar maanden later alsnog aan zijn verwondingen overlijden. De bezetter reageerde furieus op de executies. Het zette geheime eenheden in en onder de codenaam Silbertanne Aktion werden tientallen onschuldige Nederlanders vermoord. Gerrit Kastein werd op 19 februari 1943 gearresteerd door de Sicherheitsdienst (SD). Hij probeerde zelfmoord te plegen door geboeid aan een stoel uit een raam te springen. Hij overleed in het ziekenhuis aan een schedelbasisfractuur. Hij ligt begraven op Ereveld Loenen (A-113).
Bronnen
Literatuur
Internet
|
|
Laatst aangepast op zaterdag 11 december 2010 18:15 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |