| Home |
| Artikelen |
| Begraafplaatsen |
| Beroemde graven |
| Grafpoëzie |
| Oorlog |
| Joodse grafsymboliek |
|
|
Boek: Graf van een rabbijn.
Davidsster: Van oudsher een joods symbool. De davidsster staat voor goddelijke bescherming, zoals samengevat in de alchemistische figuren voor vuur en water, welke twee driehoeken zijn. Handen van een Cohen: De handen van een Cohen, een priester, werden zo gehouden bij het uitspreken van de priesterzegen in de synagoge. (Jodenbergje, Hardenberg). Kan en schaal: De (waterschenkende) kan en schaal van de Leviet, de tempeldienaar, die deze hanteert bij de rituele handwassing van een Cohen, voorafgaand aan de Kohaniem-zegenspreuk. Keter Tora: De Keter Tora (de kroon van de Tora), symbool van een rabbijn. Levensboom: De levensboom geeft het beëindigde leven weer. Menorah: of de zevenarmige kandelaar. Symbool voor de goddelijke aanwezigheid. De zeven armen staan voor de zeven scheppingsdagen. Mesje en klem: Het mesje en klemmetje van een Mohel, de rituele besnijder. Omgehakte boom: Een omgehakte boom of een boom die door een bijl wordt omgehakt, verwijzend naar een (te jong) afgebroken leven. Sjofar: De sjofar of ramshoorn waarop de overledene in de synagoge blies tijdens Rosj Hasjana (Nieuwjaar) en op Jom Kipoer (Grote Verzoendag) aan het einde van de dag. (Jodenbergje, Hardenberg). Trap: Een symbool van het opklimmen tot een hoger niveau, nader tot de hemel, waarbij een hand het gordijn weghoudt. Vlam: eeuwige vlam, de ner tamid. |
|
Laatst aangepast op donderdag 22 december 2011 19:05 Heeft u op- of aanmerkingen over bovenstaand artikel? Uw reactie wordt op prijs gesteld. |