Persoonlijke verhalen

Kampen - De plechtige herbegrafenis van een middenhandsbeentje

 

In oktober 2016 zag ik als bestuurder van Stichting Stadsherstel Kampen (SSK) dat er plannen waren voor het vestigen van een onderkomen voor mensen met een beperking. Stichting Philadelphia wilde slopen en nieuw bouwen aan de 1e Ebbingestraat 10-12 in Kampen.

Foto van het oude pand aan de 1e Ebbingestraat in 2016 (foto Annie van 't Zand).Het pand (een voormalige lagere school, MULO en wijkcentrum, waar het om ging) was een wederopbouwpand in uitermate gave staat dat in aanmerking zou komen voor de status van gemeentelijk monument. Alle reden dus om ons licht hierover op te steken bij zowel de gemeente als Philadelphia. Na uitgebreide pogingen om het pand te behouden bleek dit uiteindelijk niet mogelijk vanwege eisen vanuit de gehandicaptenzorg. Uiteindelijk ging SSK onder meerdere voorwaarden, tegen al haar principes in, in dit bijzondere geval akkoord met sloop en herbouw. De reden hiervoor was dat het ging om een zeer kwetsbare doelgroep, waarmee SSK rekening wilde houden. Het nieuwe pand is geopend in januari 2020.

Voormalige joodse begraafplaats

Foto van het nieuwe pand aan de 1e Ebbingestraat in 2021 (foto Annie van 't Zand).Het was bij SSK bekend dat op de plek van het schoolplein een joodse begraafplaats had gelegen, alle reden om als voorwaarde te stellen dat de gemeente en Philadelphia hiernaar onderzoek zouden doen. Vervolgens heb ik contact opgenomen met opperrabbijn Bynjomin Jacobs van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) om na te gaan of de ruiming/verhuizing van deze begraafplaats in 1948 wel onder rabbinaal toezicht was gegaan. Tenslotte had de begraafplaats hier bijna twee eeuwen gelegen.

Geschiedenis voormalige joodse begraafplaats

In 1764 nam de joodse gemeente een begraafplaats in gebruik bij het “Bolwerk bij de Veenepoort”. In de achttiende eeuw was de houding van Kampen ten opzichte van de joden over het algemeen positief, al wilde de stad de komst van arme joden tegenhouden. Ook het kerkbestuur wilde, om economische redenen, de vestiging van vreemde joden beperken tot groothandelaars en renteniers. Gedurende de laatste helft van de achttiende eeuw moest het stadsbestuur herhaaldelijk ingrijpen bij interne conflicten binnen de joodse gemeenschap. In deze periode waren de Kamper joden voornamelijk werkzaam in de vleeshouwerij, de veehandel en de detailhandel. Sommige joden konden reeds toetreden tot het koopliedengilde. De voormalige joodse begraafplaats met tuinderij in de winter van 1930 (foto Stadsarchief Kampen).Na de burgerlijke gelijkstelling van 1796 nam het aantal joden snel toe. Naast de eerdergenoemde beroepen bleven handel en kleinhandel de voornaamste bezigheden. Ondanks het feit dat Kampen de oudste joodse gemeente van de provincie Overijssel was, werd Zwolle aangewezen als residentie van het regionale consistorie. De oude begraafplaats aan het “Bolwerk bij de Veenepoort” werd in 1829 gesloten en er werd een nieuwe begraafplaats ingericht op de Zandberg te IJsselmuiden. In 1843 werd een deel van de graven op de oude joodse begraafplaats overgebracht naar de andere zijde van de weg, de huidige 1e Ebbingestraat.

Op enkele oude foto’s is de vroegere joodse begraafplaats aan de 1e Ebbingestraat zichtbaar. Het vele zichtbare groen is niet van de joodse begraafplaats maar met name van een aanliggend park op het oude bolwerk en een kwekerij. In 1955 werd op het hier getoonde terrein in opdracht van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt een lagere school en MULO met een wijkcentrum gebouwd. Overzicht van de joodse begraafplaats van Kampen aan de Rondeweg in IJsselmuiden (foto Annie van ’t Zand).Ook kwam er een schoolplein. De restanten van de joodse begraafplaats uit 1843 waren al in 1948 verplaatst naar de in 1829 aangelegde begraafplaats op de Zandberg, inmiddels gelegen aan de Rondeweg te IJsselmuiden. Door de Jodenvervolging gedurende de Tweede Wereldoorlog, de Shoah, was de joodse gemeenschap in omvang sterk afgenomen. Daardoor kon men de kosten voor een eigen begraafplaats niet meer opbrengen uit eigen middelen. De burgerlijke gemeente heeft zich vervolgens rond 1951 moreel verplicht om voor een periode van 100 jaar de joodse begraafplaats in IJsselmuiden te onderhouden.

Onrust over de ruiming van de Joodse begraafplaats in 1948

In 2004 ontstonden er in Kampen hardnekkige geruchten dat de ontruiming van de joodse begraafplaats aan de 1e Ebbingestraat in 1948 niet op juiste wijze zou zijn verlopen. De geruchten gingen over het vermeende dumpen van stoffelijke resten van die voormalige joodse begraafplaats aan de 1e Ebbingestraat in diepe kolken rond Kampen. Op grond van deze geruchten is vervolgens onderzoek uitgevoerd door de Kamper gemeentearchivaris en de stadsarcheoloog. Zij hebben onder andere gesproken met diverse Kampenaren over de geruchtmakende affaire die zich in het midden van de jaren vijftig zou hebben afgespeeld tijdens de bouw van de school naast de oude joodse begraafplaats Dit onderzoek is destijds ook besproken met de opperrabbijn.

De toegangspoort van de joodse begraafplaats van Kampen aan de Rondeweg in IJsselmuiden (foto Annie van ’t Zand).In juli 2004 gaf de gemeente Kampen aan dat het verplaatsen van joodse graven eind 1948 destijds op waardige wijze is gebeurd en dat er geen enkel bewijs is gevonden dat de op het terrein van de voormalige begraafplaats gevonden stoffelijke resten gedumpt zouden zijn in kolken buiten de stad. Volgens de stadsarcheoloog is het niet honderd procent uit te sluiten dat er na het herbegraven toch resten op de voormalige begraafplaats zijn achtergebleven. De opperrabbijn aanvaardde dat mogelijke resten waren achtergebleven, maar liet die rusten waar ze lagen, aldus de gemeente.

Hoe nu verder

Tijdens de gesprekken die in 2017 volgden tussen SSK, Philadelphia en opperrabbijn Jacobs werd besloten om in ieder geval een historisch en archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Daarbij waren de stadsarcheoloog Alexander Jager en de archeoloog van het Interprovinciaal Opperrabbinaat (IPOR), specialist Joodse herbegraving, Leo Smole betrokken. Voorop stond het in stand houden van de grafrust dan wel het eventueel herbegraven van eventuele gevonden resten. Tijdens de onderzoeken en de opvolgende werkzaamheden hebben de beide archeologen nauw contact onderhouden. Uiteindelijk werd na de sloop van de (school)gebouwen een middenhandsbeentje gevonden in een boring en dit beentje is vervolgens overgedragen aan het IPOR.

De herbegrafenis van het middenhandsbeentje

De verzamelde beenderen worden plechtig begraven op de oude Joodse begraafplaats Amersfoort (foto: Leo Smole).Op 27 oktober 2019 hebben opperrabbijn Jacobs en archeoloog Smole het uit de boring afkomstige middenhandsbeentje op gepaste wijze herbegraven. Het middenhandsbeentje werd om praktische redenen overgebracht naar een verzamelgraf op de oude joodse begraafplaats in Amersfoort aan de Bloemendaalsestraat. Daar staat een zerk met daarop in het Hebreeuws de tekst "verzamelde beenderen". Deze plek wordt gezien als een goede locatie voor het beentje van de onbekende persoon.

Tijdens de herbegrafenis werd eerst vergeving gevraagd voor wat ze aan het doen waren, voor als ze het onverhoopt verkeerd hadden aangepakt voor de overledene. Omdat niet bekend was van wie het beentje afkomstig is, werd vervolgens gebeden voor de zielenrust van de overledene (Joods of misschien wel niet?). Bij gebrek aan een naam werd een aantal psalmen gezegd waarvan de beginletters het woord Nesjama of "ziel" vormen. Vervolgens is het kuiltje door beiden dicht geschept.

Het voelde voor alle betrokkenen goed om het project zo af te sluiten.

 

Met dank aan het stadsarchief Kampen en Leo Smole