Verhalen achter grafmonumenten

Schildwolde - Grafmonument Kornelis Tjaarts Geertsema

 

Het grafmonument van Kornelis Tjaarts Geertsema (1848-1935) op de begraafplaats van Schildwolde mag men wel een heel bijzondere noemen. Mogelijk is het grafmonument na de dood van Geertsema in 1935 in de plaats gekomen voor een monument dat was geplaatst voor zijn dochter Klasina Havina, overleden in 1885 en zijn eerste echtgenote Johanna Havings Steenhuis, overleden in 1901.

Grafmonument GeertsemaIn 1912 hertrouwde Geertsema met Antje Gerrits Wagenaar, met wie hij tot zijn overlijden in Apeldoorn woonde. Zij zal de opdracht hebben gegeven tot het vervaardigen van het huidige monument.

In het oog springt het wit marmeren deel van de kopsteen, voorzien van een kroon. Niet een enkele tekst is aangebracht, maar een veelheid aan teksten, die voor de toeschouwer in deze geseculariseerde tijd al spoedig als overdadig zullen overkomen. Men moet ook al erg Bijbelvast zijn, wil men begrijpen wat er staat. Dit alles gevat als het ware in een cartouche, omlijst door palmtakken die staan voor Christus’ overwinning op de dood.

JEZUS

onze GOEL en KONING

zij
eeuwig eer lof en dank ‘S.D.G.’
voor
“de bewuste hoop”

geschonken
aan deze zijne elven


De verwijzing naar Johannes 18 vers 36-37 direct onder de kroon dat het grafmonument siert verduidelijkt veel. Het is een tekst uit de lijdensgeschiedenis van het moment dat Jezus voor stadhouder Pilatus staat. Pilatus wil dat Jezus zich verantwoordt op het punt van de ingebrachte beschuldiging, dat Hij zich Koning der Joden zou hebben genoemd:

Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier. 
Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem

Wel Koning dus, maar van een Koninkrijk dat niet van deze wereld is. 

BovenzijdeVoorafgaand aan KONING lezen we onze GOEL. De goël is in het Oude Testament de losser. Het is een naaste bloedverwant, die wanneer iemand in armoede is vervallen en een deel van zijn land moet verpanden, zich aanmeldt om het pand voor hem in te lossen, zodat het land in de familie bleef. Mocht iemand om schulden als slaaf verkocht worden, dan was het de goël, de losser, die hem vrijkocht. Op de goël, rustte ook de plicht van bloedwraak, opdat een moordenaar zijn rechtvaardige straf niet zou ontlopen. Bovendien was de goël degene, die wanneer een man kinderloos stierf, de kinderloze weduwe tot vrouw nam. Het eerste kind uit die verbintenis zou dan worden beschouwd als kind en erfgenaam van de overledene. Van dit laatste vinden we een treffend voorbeeld in het Bijbelboek Ruth, waar Boaz optreed als losser en Ruth, de weduwe van zijn bloedverwant Machlon tot vrouw neemt. Uit deze verbintenis zal Obed geboren worden, die we tegenkomen in de geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1: 1-17).

Jezus wordt op dit monument beleden als de Goël, de Losser, de Verlosser, die onze schuld bij God heeft ingelost. Daarom eeuwig lof, eer en dank voor de bewuste hoop, geschonken aan deze zijne elven. Een verwijzing naar de elf discipelen, die, pars pro toto, staan voor allen die in Jezus geloven. De letters S D G staan voor Soli Deo Gloria, God alleen de eer.

Een drietal bijbelteksten onder de cartouche zouden we kunnen zien als een onderbouwing voor de lofzang die op het grafmonument is aangebracht. Het begint met de zogenaamde Moederbelofte uit het Oude Testament (Gen.3: 15): 

En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. 

Wanneer Adam en Eva het paradijs, de Hof van Eden, moeten verlaten als gevolg van het begaan van de zonde, het eten van de vrucht van de boom in het midden van de Hof en Eva wijst op de slang die haar heeft verleid, wordt de slang vervloekt en volgt deze belofte. Het beeld is dat van de mens die trapt op de kop van de slang, maar die op haar beurt de giftanden slaat in de opgeheven hiel van de mens. Achter deze vijandschap mogen we de strijd zien van de duivel, die zich bedient van de slang, en Christus als zaad van de vrouw, die de duivel zal overwinnen in zijn kruisdood.

Over die dood sprak Jezus bij zijn intocht in Jeruzalem als de tijd, die gekomen was dat de  Mensenzoon tot majesteit zou worden verheven. (Johannes 12: 28,32)

Vader, verheerlijk Uw Naam. Er kwam dan een stem uit den hemel, zeggende: En Ik heb Hem verheerlijkt, en Ik zal Hem wederom verheerlijken.

En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken.

Twee verzen uit Openbaring 19 willen nog eens wijzen op Jezus als Koning in zijn heerlijkheid. (Openbaring 19: 11,16)

En ik zag den hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.

En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren. 

AchterzijdeOp de achterzijde van het monument, gevat in een kruis, symbool van het christelijk geloof, worden in teksten en met woorden de belangrijke momenten en begrippen van en voor het christelijk geloof geduid. Het kruis zelf weer staat tussen een hart en een anker en vormt daarmee samen de drieslag van ‘geloof, hoop en liefde’. Waar de staande balk en de dwarsbalk elkaar kruisen, zien we de naam van God in letters, die elkaar omringen. Het offer dat Jezus Christus bracht in zijn kruisdood, de liefde van God, die in dit alles zichtbaar werd en de werking van Gods Geest in vermelde vrede, het is díe boodschap, die de opdrachtgeefster van het monument heeft willen uitdragen.

Bij dit kruis passen de woorden uit Johannes (19: 30,33,34):

Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.

Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet.

Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.

Toch is er zorg over die boodschap. Dat blijkt uit Psalm 81:12:

Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israël heeft Mijner niet gewild.

Waarom deze tekst op deze plaats? Is het vanuit bezorgdheid, dat de opdrachtgeefster ons overlaadt met bijbelteksten? Dat zou best kunnen. Het leven van Kornelis Tjaarts Geertsema, geboren als zoon van Tjaart Kornelis Geertsema en Johanna Havings Steenhuis op de Geertsemaheerd te Schildwolde, speelt zich af tussen 1848 en 1935. Het zijn de jaren, waarin kerkelijk Nederland geconfronteerd wordt met veel kerkelijke strijd, die ook aan Schildwolde niet is voorbijgegaan. Het zijn de jaren, waarin de Afscheiding (1834) van Ds. Hendrik de Cock leidde tot het stichten van nieuwe kerkelijke gemeenten, zo ook in Schildwolde.

WoningVoor de bouw van een kerkgebouw in Schildwolde doneerde Tjaart Geert Geertsema, overgrootvader van Kornelis Tjaarts Geertsema duizend gulden, een voor die tijd zeer groot bedrag. Op zich was het al bijzonder, dat een “dikke” (= boer met veel land) boer zich afscheidde van de plaatselijke hervormde kerk. De op het monument aangebrachte tekst Psalm 81: 12 wil nog eens duidelijk maken, dat je je als kerk wel Gods volk kunt noemen, maar dat je desondanks toch Gods stem niet hebt gehoord. De boodschap van de Afscheiding en volgende afscheidingen, zoals die van de Doleantie van Abraham Kuyper, klinkt er in door.

De bijbeltekstenwijzen op het GELOOF, waaruit mensen de kracht putten om op weg te gaan (Genesis12:4 en Hebr. 11:29).

En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging. 

Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; hetwelk de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken. 

De volgende teksten wijzen op de HOOP, die mensen mogen hebben, wanneer ze Jezus volgen (Johannes 3: 16, 17,18 en Johannes 14: 19,26,27):

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.

Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. 

Nog een kleinen tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven.

Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.

Op de LIEFDE wijzen de laatste verzen (Johannes 15: 9. 14):

Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad; blijft in deze Mijn liefde.

Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebiede. 

Dit alles moet uitlopen op het EEUWIG LEVEN, zoals we zien aangebracht op de voet van het kruis.

Bronnen:

  • Bijbel in Statenvertaling, 2004
  • rouwadvertenties in Nieuwe Apeldoornse Courant van 4-7-1935 en in het Nieuwsblad van het Noorden van 5-7-1935 via Delpher.nl

Literatuur

  • Anneke M. Teule- Veldkamp e.a., Een terugblik op tien eeuwen Schildwolde; 1994
  • K. ter Laan, Geschiedenis van Slochteren; 1962
  • H. Veldman, Hendrik de Cock afgescheiden en toch betrokken; 2004

Internet:

  • JacobBoerema.nl Boerderijen, huize en hun bewoners te Schildwolde (geraadpleegd 23-10-2018)

 

 


© 2019 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.