Gelderland

Wezep – Particuliere begraafplaats landgoed IJsselvliedt

 

In Gelderland liggen tussen Elburg en Hattem aan de Zuiderzeestraatweg meer dan tien historische buitenplaatsen. In de gemeente Oldebroek ligt bij Wezep sinds de achttiende eeuw het landgoed IJsselvliedt. Het huidige huis werd gebouwd door Richard Andreas Ludolphi Nobel, wiens laatste rustplaats op het landgoed ligt. Ook de laatste bewoners liggen hier begraven.

De bewoners van IJsselvliedt

Het landgoed is in de achttiende eeuw ontstaan. Als eerste eigenaar van het huis wordt genoemd Johan Beeldsnijder Steenbergen (1675-1751), burgemeester van Kampen en lid van de magistratuur tussen 1697 en 1748. Niet alleen liet hij een huis bouwen, maar ook een park met waterpartijen en een zogenaamd sterrenbos. Het landgoed heeft nog het achttiende-eeuwse lanenstelsel. Over het oude huis is weinig bekend, maar het vermoeden bestaat dat het aan de overzijde van de Zuiderzeestraatweg heeft gestaan, bij de paddenpoel in ’t Vinkennest. De paddenpoel is destijds ontstaan omdat de grond vanwege de hoge grondwaterstand nodig was voor een ophoging voor het huis.

In 1824 liet Richard A.L. Nobel het oude huis afbreken en een nieuw landhuis bouwen, op een andere plek en voorzien van een gracht. Nobel had het landgoed weten te kopen mede dankzij het vermogen van zijn vrouw Arnoldina Johanna Gockinga. Nobel woonde in Zwolle en gebruikte IJsselvliedt als zomerhuis. De familie bezat eerder in Zwollerkerspel een landgoed met dezelfde naam, maar besloot dit te verlaten nadat over dit landgoed de Willemsvaart werd gegraven. Vermoedelijk heeft de familie de naam IJsselvliedt meegenomen naar hun nieuwe landgoed. In 1829 werd de Zuiderzeestraatweg aangelegd en het landgoed in twee gedeelten opgesplitst. Voordien was er sprake van een wijd gebied dat zo’n 350 hectare moet hebben beslagen. In 2008 was het landgoed nog 220 hectare in omvang, waarvan meer dan 70% als landbouwgrond werd gebruikt.

Grafkelder familie NobelNa de dood van Richard Nobel in 1839 ging het landgoed over naar zijn zoon mr. Carel Johan Richard Nobel (1820-1885) die net als zijn ouders het grootste deel van het jaar in de Kamperstraat in Zwolle verbleef en het landgoed voornamelijk als zomerverblijf gebruikte. Carel Johan Richard Nobel was een vermogend man, advocaat van beroep en in 1851 burgermeester van Oldebroek. Van 1853 tot 1862 was hij lid van de Provinciale Staten van Gelderland en van 1862 tot 1884 lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zowel Richard Nobel als zijn zoon Carel Johan Ricard liggen begraven op de begraafplaats van het landgoed.

Na de familie Nobel kwam het landgoed in handen van de adellijke familie Van Palland. Omdat deze familie geen mannelijke opvolger had, ging het landgoed in 1926 over op een neef, mr. Johan Paul graaf van Limburg Stirum. Bij de erfenis was bepaald dat het bezit hem slechts zou worden geschonken op de voorwaarde dat hij er ook zou gaan wonen. De achterliggende gedachte hierbij was dat het landgoed hierdoor intact zou blijven en bovendien goed zou worden onderhouden. Van Limburg Stirum liet tuinarchitect L.A. Springer een nieuw ontwerp maken voor de directe omgeving van het huis, waarbij de landschappelijke aanleg grotendeels door een formele aanleg werd vervangen.

Portret van Johan Paul Graaf van Limburg Stirum (1873-1948). Gouverneur-generaal (1916-21). Van Limburg Stirum was een gerenommeerd diplomaat wiens carrière in 1896 startte bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Van 1906 tot 1908 fungeerde hij als gezantschapsraad te Constantinopel, waarna hij tot 1913 werkzaam was als chef van het kabinet van de minister in Den Haag. In 1913 nam hij gedurende negen maanden het gezantschap in Peking waar, om vanaf maart 1914 als gezant werkzaam te zijn in Stockholm. In 1916 werd hij benoemd tot gouverneur-generaal in Nederland-Indië. Gedurende zijn bestuursperiode zette Van Limburg Stirum aan tot staatkundige hervorming, een belangrijke eis van de nationalistische beweging. Hoewel Van Limburg Stirum als vooruitstrevend te boek stond en een grote zelfstandigheid van Nederlands-Indië nastreefde, schuwde hij krachtige maatregelen niet. Zijn politieke speelruimte was sterk gereduceerd vanaf eind 1919, mede door het vertrek van zijn belangrijkste en vooruitstrevendste adviseurs naar Nederland. Ook de verhouding met de nieuwe minister van Koloniën stond op gespannen voet. In 1922 keerde Van Limburg Stirum als gezant te Cairo terug in diplomatieke dienst. Na een drietal ambteloze jaren werd hij in 1927 gezant te Berlijn. Hij stak zijn afschuw voor het opkomende nazibewind niet onder stoelen of banken, maar bleef er in functie tot 1937. Toen hij voor Hitler onaanvaardbaar was geworden omdat minister-president Hendrik Colijn hem als één der weinige Nederlandse diplomaten van formaat had bestempeld, werd Van Limburg Stirum benoemd tot gezant in Londen, waarmee werd voorkomen dat Hitler officiële stappen kon ondernemen wat tot zijn terugroeping zou leiden. Van Limburg Stirum bleef in Londen tot kort na het uitbreken van de oorlog in september 1939.

Tijdens de oorlogsjaren werd het landgoed gevorderd door de Duitsers en werd het huis grotendeels ingericht als Ortskommandantur, waarbij de Ortskommandant ook in het landhuis woonde. De graaf en gravin bleven tijdens de oorlogsjaren in het landhuis en bewoonden een kamer op de eerste verdieping.

Het echtpaar Van Limburg Stirum bleef kinderloos en de graaf bepaalde dat na het overlijden van beiden het landgoed in handen zou komen van een stichting, bestuurd door neven en nichten, waarbij onder meer bepaald werd dat de opbrengsten van het landgoed ten goede zouden komen aan doelstellingen van maatschappelijk nut.

Trouw 1948De graaf overleed plotseling op 17 april 1948, nadat hij twee weken eerder een heup had gebroken bij een val. Hij werd onder grote belangstelling begraven en met een eenvoudige boerenwagen naar zijn laatste rustplaats op het landgoed gebracht. Hij werd begraven in een eikenhouten kist, met daaromheen een loden en daaromheen een kist van dikke eikenplanken, gezaagd van bomen op het landgoed. De gravin bleef op het landgoed wonen en overleed op 2 november 1955. Zij werd in besloten kring bijgezet. Na het overlijden van de gravin werd het landhuis verhuurd aan het Ministerie van CRM en werden er Indische Nederlanders ondergebracht die na de soevereiniteitsoverdracht in 1950 de voorkeur hadden gegeven naar Nederland te gaan. Na dertien jaar kwam het huis leeg te staan en mede dankzij een grote gift kon het Nederlandse Rode Kruis het landhuis in 1972 in gebruik nemen als vakantieverblijf voor chronisch zieken en gehandicapten. Het Rode Kruis exploiteerde het hotel tot 2014, waarna stichting Groepshotel IJsselvliedt de taken van het Rode Kruis overnam.

De begraafplaats

Aan het eind van de IJsselvliedtlaan ligt op een kleine heuvel, omgeven door een beukenhaag de begraafplaats van het landgoed. Het toegangshek is geplaatst tussen twee gemetselde pijlers. Links van de ingang ligt de grafkelder voor de familie Nobel, bedekt met een eenvoudige zerk. Hier is Richard A.L. Nobel († 1839) bijgezet samen met zijn vrouw († 1872), zijn zoon Carel Johan Richard Nobel († 1885) met zijn eerste vrouw J.P. Sandberg († 1876) en twee van hun kinderen († 1848 en 1872). Rechts van de ingang staat het mausoleum voor Johan Paul graaf van Limburg Stirum en zijn echtgenote Catharina Maria Rolina van Sminia.

MausoleumHet mausoleum is gebouwd op een rechthoekig grondplan. De gevels zijn gepleisterd en witgeschilderd. Het trasraam, in baksteen, wordt aan de bovenzijde afgesloten met een rollaag. De hoeken zijn verzwaard met steunberen. Het mausoleum heeft een overstek, rustend op zware, niet geprofileerde gootklossen. In de lange gevel zijn ter weerszijden van de deur plaquettes aangebracht. Links: “N. 27 november 1875 / OB. 2 november 1955 / Jonkvrouwe Catharina Maria Rolina van Sminia / echtgenote van Mr. Johan Paul Graaf van Limburg Stirum”. Rechts:  “N. 2 februari 1873 / OB. 17 april 1948 / Mr. Johan Paul graaf van Limburg Stirum / Hij diende Nederlands-Indië en Nederland als gouverneur generaal en als gezant".

Grafsteen voor twee huisdierenOp de begraafplaats zijn ook de lievelingsdieren van het echtpaar begraven, het paard Mila en de ezel Hans en twee honden. Op hun graven liggen kleine grafzerken. De zerken zijn slecht leesbaar, maar waarschijnlijk liggen er ook huisdieren van eerdere bewoners begraven.

De begraafplaats is in 1994 aangewezen als gemeentelijk monument. In 2006 werd de begraafplaats aangewezen als rijksmonument (nr. 529083) vanwege de historische verbondenheid met het complex IJsselvliedt en het type begraafplaats.

 

Literatuur

Internet


© 2019 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.