Kunst & Cultuur

Pisuisse, Jean-Louis

 

* Vlissingen 6 september 1880 - † Amsterdam 26 november 1927

 

pisuisse21sIn het gezin van Jacobus Servaas Pisuisse (1836-1904), inspecteur bij het loodswezen, en Wilhelmina Jacoba Schipper (1845-1928) werd Jean-Louis als enige zoon en laatste van 6 kinderen geboren. Hij bezocht in Middelburg de HBS en wilde in eerste instantie onderwijzer worden. Uiteindelijk voelde hij zich toch meer tot de journalistiek aangetrokken. Zijn eerste artikelen schreef hij voor de Middelburgsche Courant. Op 20-jarige leeftijd vertrok hij naar Amsterdam waar hij eerst bij de Amsterdamsche Courant en later bij het Algemeen Handelsblad werkte. Op 5 mei 1903 trouwde hij met Jacoba (Coba) Smit (1877-1933) en vertrok als correspondent van het Algemeen Handelsblad naar Londen waar hun 2 kinderen Jacques Servaas (1904-1973) en Eline Marquérite (1905-1949) werden geboren. In 1906 keerde de familie terug naar Amsterdam.

Jean-Louis trok samen met zijn collega Max Blokzijl in zwierige kledij door het land waarbij zij op hun meegenomen muziekinstrumenten liedjes ten gehore brachten. Van hun avonturen werd in een dagelijkse rubriek in het Algemeen Handelsblad verslag gedaan. Later verschenen deze reportages in boekvorm. Ze hadden zo veel succes dat zij ook in theaters gingen optreden en van 1908 tot 1911 met een internationaal repertoire een wereldreis maakten. Gedurende deze wereldreis leerde Pisuisse in Parijs het Franse chanson en het cabaret artistique kennen wat voor hem aanleiding was zich in die richting te ontwikkelen. Optredend in Soerabaja ontmoette hij in 1909 de jonge actrice Fie Carelsen (5 april 1890-21 juli 1975), een ontmoeting die op beider leven van grote invloed zou blijken te zijn. Hij vroeg haar in zijn inmiddels opgerichte cabaret De Kattebel op te treden. Zij worden verliefd. De echtscheiding van Jean-Louis en Coba Smid werd in 1912 een feit. Hij besloot de journalistiek vaarwel te zeggen en zich geheel te weiden aan het levenslied en de intieme kleinkunst zoals hij dat in Parijs had gezien. In 1910 schreef hij De Franse Gouvernante wat grote bekendheid kreeg. In het Scheveningse Kurhaus bracht hij in 1912 een cabaretprogramma. Hij blijkt zich in het theater van de kleinkunst zeer thuis te voelen.

Op 14 augustus 1913 trad hij in het huwelijk met Fie Carelsen waarna hij op een buitenlandse tournee ging. Hij zong en bracht zijn conferences in verschillende talen. Gedurende de Eerste Wereldoorlog was hij weer correspondent voor het Algemeen Handelsblad en trad samen met Fie Carelsen op voor de soldaten. Ze zongen o.a. liedjes van de tekstschrijver/componist Dirk Witte waarmee ze veel succes oogsten. M'n eerste beter bekend als Het meisje van de zangvereniging (1914) en Mens durf te leven (1918) hadden nationale bekendheid. Fie Carelsen keerde zich steeds meer tot het grote toneel, ze werd een gevierd actrice. Pisuisse was hierdoor genoodzaakt andere artiesten voor zijn cabaret aan te trekken zoals Willy Corsari, Koos Speenhof, Paul Collin, Louis Davids en Margie Morris en het duo Tholen en Van Lier. Door hun beider, individueel succes groeiden de echtelieden uit elkaar. Toen Pisuisse in 1919 de 26-jarige Belgische zangeres Jenny Elbers-Gilliams (3 mei 1892-26 november 1927) in zijn cabaretgezelschap opnam mondde dit uit in een affaire die in 1920 de geboorte van hun dochter Jenneke (Jenny) tot gevolg had. Fie verliet in dat jaar de echtelijke woning aan de Vondelstraat in Amsterdam en ging in Den Haag wonen. Ofschoon Pisuisse aan beide vrouwen zeer gehecht was liet Fie Carelsen zich op 14 november 1925, zij het met pijn in haar hart en met de aantekening "tijdelijk ontbonden", van hem scheidden.

gillisuis102

Op 16 juli 1927 trouwde hij met Jenny Gilliams. De spanningen groeiden omdat Pisuisse zich eens te meer realiseerde dat beide vrouwen in zijn leven een cruciale rol speelden. Een Indische tournee van 1925 tot 1927 leek die spanningen ietwat te verminderen, maar toen Jenny een kortstondige romance met collega Tjakko Kuiper had, leidde dat tot vele conflicten. Jenny koos uiteindelijk voor Pisuisse hetgeen Kuiper moeilijk kon aanvaarden. Hij beging een wanhoopsdaad; op 26 november 1927 schoot hij op het Rembrandtsplein in Amsterdam de echtelieden dood waarna hij de hand aan zichzelf sloeg.

In de tot chapelle-ardente ingerichte Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam werd op 1 december 1927 een afscheidsdienst gehouden. De eikenhouten kisten waren voorzien van koperen platen waarop hun naam en geboorte- en overlijdensdatum. Toen om half tien de zaal voor het publiek werd opengesteld, namen zeer velen afscheid van het echtpaar. Op weg naar Den Haag werd de rit binnen de bebouwde kom van Amsterdam onder begeleiding van hun collega's en vrienden stapvoets afgelegd. Aangekomen bij de begraafplaat Oud Eik en Duinen in Den Haag werden de kisten in treurig, grauw weer onder grote belangstelling in graf 1-3217 neergelaten, eerst Jean-Louis daarna zijn vrouw Jenny. Hun begrafenis was tot een huldebetoon uitgegroeid.

pisuisse103Omdat de families Pisuisse en Gilliams een meningsverschil hadden werd Jenny op 27 maart 1928 uit het graf verwijderd en in het naastgelegen graf 1-3218 herbegraven. Dat opende voor Fie Carelsen, die in 1970 de eigendomsrechten van het graf van Pisuisse had verkregen, de mogelijkheid om bij testament te bepalen dat zij in zijn graf zou worden bijgezet hetgeen na haar dood in 1975 geschiedde.

Jean Louis Pisuisse is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het Nederlandse cabaret. Hij was de eerste die een volwaardig cabaretgezelschap samenstelde en dat ook gedurende vele jaren in stand hield.Hij was ook de eerste die als conferencier optrad en daarbij, gesteund door zijn eruditie, hoge artistieke maatstaven hanteerde. Door zijn sterke persoonlijkheid en visie was hij bovendien van grote invloed op talloze artiesten. 

 

Literatuur

  • Willy Corsari: Liedjes en herinneringen (1972)
  • Jenny Pisuisse: Jean-Louis Pisuisse. De vader van het Nederlandse Cabaret (1977)
  • Wim Ibo: Pisuisse, Jean Louis (1880-1927) - Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 2 (1985)
  • Anke Hamel: Mijn liefste lief. Brieven van Jean-Louis Pisuisse aan Fie Carelsen (1989)

 

 


© 2018 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.