Letteren

Achterberg, Gerrit

 

* Nederlangbroek 20 mei 1905 - † Leusden 17 januari 1962

 

Gerrit Achterberg is één van Nederlands meest besproken dichters. Thematiek in zijn werk is de verzoening tussen leven en dood door middel van het gedicht.

Gerrit Achterberg werd in 1905 in Neerlangbroek geboren als zoon van een koetsier. Hij groeide op in Neerlangbroek, maar bracht de wintermaanden door in Den Haag. Bij gebrek aan een christelijke school in Neerlangbroek volgde de jonge Gerrit onderwijs in Wijk bij Duurstede en Utrecht. In 1924 haalde hij zijn hulpakte en werd aangesteld als onderwijzer op de hervormde lagere school in Opheusden. Om onder dienst uit te komen ging Achterberg studeren voor zijn hoofdakte, maar deze zou hij nooit behalen. Zijn hart ging namelijk uit naar de poëzie en niet naar het onderwijs. In 1927 zou hij definitief afgekeurd worden voor militaire dienst, wegens 'zielziekte'. In deze periode leerde hij Cathrien van Baak kennen, maar haar vader verbood het Achterberg al snel met zijn dochter om te gaan. Het driftige karakter van Achterberg was de belangrijkste reden. Een daarop volgende relatie werd om dezelfde reden eveneens door de vader van zijn geliefde afgebroken. Door deze gebeurtenissen en door de matige ontvangst van zijn bundel Afvaart, raakte Achterberg steeds meer in zichzelf gekeerd en sociaal geïsoleerd.

In 1932 zou zijn vader Gerrit naar de psychiatrisch-neurologische kliniek van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht brengen. De daarop volgende jaren zou hij vaker wegens psychopathie worden opgenomen. Intussen had Achterberg het onderwijs vaarwel gezegd en werkte als ambtenaar bij de Landbouw Crisis Organisatie. In 1937 werd hij als crisisambtenaar overgeplaatst van Den Haag naar Utrecht, waar hij op kamers woonde bij een hospita. Datzelfde jaar nog zou zich een drama afspelen, waar anno 2003 literatuurwetenschappers, Achterberg-adepten en anderen zich nog steeds over buigen. Centraal daarbij staat de vraag of de moord door de persoon Achterberg op zijn hospita en de verwonding van haar dochter al dan niet een rol mogen spelen in de waardering van de dichter Achterberg. Beschuldigingen als 'quasi-literair-kritische vuilspuiterij' worden afgewisseld met 'de werking van de witwasmachine van de Achterbergwetenschap'.

Na een half jaar voorlopige hechtenis werd Achterberg niet schuldig bevonden en buiten vervolging gesteld, maar hij kreeg wel T.B.R. Achterberg werd geplaatst in de inrichting in Rekken, waar hij de bundel Blauwzuur schreef. In 1943 kreeg Achterberg proefverlof. Hij ontmoette Cathrien van Baak weer en dit keer bleven ze elkaar zien. Het paar trouwde in 1946. Achterberg bleef al die jaren angstig voor zijn eigen gemoedstoestand, bang als hij was om weer opgenomen te worden. Zijn verleden moest geheim blijven, zodat niemand hem daar op kon afrekenen. In 1955 werd de terbeschikkingstelling uiteindelijk opgeheven.

ANP-917418Bekroningen als de P.C. Hooftprijs in 1949 en de Constantijn Huygensprijs in 1959 hebben hem mogelijk een gevoel van maatschappelijke rehabilitatie gegeven. Hij was ook een rustiger mens geworden en bereidde een uitgave van zijn verzamelde werk voor dat bij zijn zestigste verjaardag zou moeten verschijnen. Echter in januari 1962 overleed Achterberg aan een hartaanval. Na het manuscript van Vergeetboek bij uitgever Querido te hebben afgeleverd, werd Achterberg bij een bezoek aan Bert Bakker onwel. Thuisgekomen stond hij er op om zelf eerst de auto nog in de garage te zetten. Daar werd Achterberg getroffen door een hartaanval en overleed. Vijf dagen later werd hij begraven op begraafplaats Rusthof in Leusden. Honderden vrienden en bewonderaars namen afscheid van een groot dichter en een gekweld persoon. Bert Bakker sprak bij het graf. In eerste instantie was Achterberg in het verkeerde graf gelegd, maar toen alle aanwezigen waren vertrokken, werd de fout hersteld. Met behulp van Staatsbosbeheer werd in Donderen een zwerfkei gevonden voor op het graf. Harry Mulisch stelde voor om het kwatrijn 'Grafschrift' uit Osmose in bronzen letters op de kei te plaatsen.

achterberg2'Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf.
De namen afgelegd, die hij verwierf.
Behoudens deze steen, waarop geschreven:
de dichter van het vers, dat niet bedierf.'

Het graf (no. XXII-506), waar in 1989 ook zijn vrouw Cathrien werd begraven, is omringd door grote rododendrons. Tegenover het graf staat een stenen bankje, waar nog regelmatig bewonderaars in alle rust hun respect tonen.

 

Literatuur

  • M.A.B. Blaauboer, 'Gerrit Achterberg (1905-1962) - onwillig onderwijzer, dichter' in: Utrechtse biografieën - Het Kromme Rijngebied, Utrecht (2002)
  • W. Hazeu, Gerrit Achterberg: een biografie, Amsterdam (1988)
  • W.A. Ornée, 'Achterberg, Gerrit (1905-1962)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2, Den Haag (1985)
  • Letter & Geest, Trouw zaterdag 7 december 2002