Begraafplaatsen

Grafpoëzie te Solwerd

Het kerkdorp Solwerd, als dorp nauwelijks meer herkenbaar nu het is vastgegroeid aan de stad Appingedam, ontleent zijn naam aan de wierde waarop het ligt. De betekenis van de naam Solwerd is: wierde in een poel, in een zompig, drassig gebied.

Er moet in de Middeleeuwen een steenhuis bij Solwerd hebben gestaan, een versterkt huis van waaruit in die tijd de macht werd uitgeoefend in de streek. In 1530 wordt melding gemaakt van de sloop van het huis. Het dorp zelf kreeg zijn bekendheid door het hostiemirakel. Solwerd werd hierom een bedevaartsplaats. Nu herinneren aan dit alles nog slechts de Heiliggravenweg en de naam ‘Hilghe Stede’ van een imposante villa in de omgeving van de plek waar ooit de aan het mirakel gewijde kapel stond. De diefstal in 1502 van een zilveren ciborium (miskelk) met drie gewijde hosties uit één van de kerken van de stad Groningen was aanleiding tot het stichten van de kapel. De hosties werden drijvend, stralend van licht en ongeschonden aangetroffen in een sloot vlakbij de kerk van Solwerd. Boven het putje dat men in de sloot had uitgegraven, verrees de kapel die de naam Heiliggravenkapel kreeg. Onder het hoofdaltaar bevond zich de overwelfde toegang met trap tot de put. Aan het water uit de put werd geneeskrachtige werking toegeschreven. Een toeloop aan bedevaartgangers was het gevolg, niet in het minst door heiligverklaring van de plek door de Paus.

De kerk

NH kerk SolwerdToen in 1536 de parochiekerk van Solwerd, gewijd aan Jacobus, door oorlogshandelingen in de as werd gelegd, ging de Heiliggravenkapel als zodanig functioneren. In 1594 werd de kapel bij de definitieve overgang naar de reformatie bestemd voor de protestantse eredienst. Toch is eerst in 1682 het putje gedempt. In 1783 werd de kapel gesloopt. Een nieuwe kerk verrees in datzelfde jaar op de plek van de oude middeleeuwse parochiekerk. Het is de huidige eenvoudige zaalkerk. In plaats van een toren werd er een klokkenstoel geplaatst.

Het kerkhof

Op het kerkhof ontdekken we indrukwekkende zerken en andere grafmonumenten, royaal voorzien van funeraire symboliek. Op een aantal zerken zien we ook grafdichten aangebracht. Het mag duidelijk zijn dat bepaalde families niet onbemiddeld waren. We kunnen dit zien aan de zerken van de familie Spithost. Adel ontbrak ook niet op het kerkhof. Zo liggen er enkele leden van het geslacht Lewe van Aduard begraven.

Grafmonument PeckerEen aantal predikanten van Solwerd vonden hier eveneens hun laatste rustplaats; hun graven liggen dicht bij elkaar.  Op het graf van Ds. Johannes Cannegieter, die in Solwerd predikant was van 1809 tot zijn overlijden in 1845, lieten zijn kinderen een zandstenen zuil met gesluierde urn als grafmonument  plaatsen ten blijvende herinnering aan onze dierbare ouders en beminde zuster. Ook ligt er begraven Dr. Ubbo Petrus Okken, die er als predikant stond van 1848 tot zijn overlijden in 1900. Een viertal zerken dekken de graven van het echtpaar Okken, vader Waldrich Okken en dochter Henrica Atje Ayota. Het graf van Ds. Abraham de Pecker, predikant te Solwerd van 1902 tot zijn overlijden in 1930, en zijn vrouw is omrasterd met een gietijzeren hekwerk en voorzien van marbrieten naamplaten.

De Weem

De WeemDe predikanten hebben de imposante weem bewoond die er al sinds 1554 staat. Die weem, een pastorie-boerderij, herinnert aan een tijd waarin de pastoor en na de reformatie de predikant inkomsten verwierf door de landerijen, behorend bij de weem, te doen bebouwen of te laten begrazen. In eigen beheer of verhuurd. Aan de weem van Solwerd herkennen we nog de schuur en stallen, al zijn die in later tijd voor bewoning en kerkewerk geschikt gemaakt.

Een Groninger predikant, die naast zijn ambt het boerenbedrijf uitoefende en daarin naam maakte, was Dr. J. A. Uilkens (1772-1825). Op dat terrein experimenteerde hij met nieuwe landbouwtechnieken en kreeg al snel landelijke bekendheid en erkenning als landhuishoudkundige. Uilkens is predikant geweest in Lellens en Eenrum. Bij de landelijke oprichting van leerstoelen Landhuishoudkunde in 1815 mocht hij die leerstoel bekleden aan de Groninger Akademie. In 1821 bedankte hij voor het hoogleraarsambt te Leiden, waar men hem graag had gezien om zijn grote deskundigheid. Uilkens overleed op 30 mei 1825 en ligt begraven in de A-kerk te Groningen.

Dr. Ubbo Petrus Okken

Grafmonumenten voor de familie OkkenUbbo Petrus Okken werd geboren op 22 0ktober 1820 te Leer (Ostfriesland) als zoon van de onderwijzer Waldrich Okken en Meike Goudschaal. Aan de Akademie te Groningen studeerde hij theologie en promoveerde er in 1846. Van 1848 tot aan zijn overlijden op 6 maart 1900 was hij predikant te Solwerd en Marsum. Ofschoon hij hoogleraar had kunnen worden, bleef hij zijn gemeente trouw. Okken, die aan de Groninger Akademie onder andere Prof. Dr. P. Hofstede de Groot als leermeester had gehad, wordt met Dr. Adriaan Louis Poelman, predikant te Noordbroek, wel beschouwd als pionier van het modernisme in de provincie Groningen. Op zeker moment heeft Okken met Poelman, wiens modernisme hij te ver vond gaan, gebroken. Terwijl Ubbo Petrus Okken het gedachtengoed van de zogenaamde Groninger richting bleef toegedaan, koos zijn zoon Lambertus als predikant de kant van de orthodoxie. Mogelijk was dat de invloed van zijn moeder Bouwina Henderika van der Tuuk, wier denken gekenmerkt werd door een milde rechtzinnigheid. Lambertus diende onder andere de Groninger hervormde gemeenten van Wagenborgen en Spijk. Hij overleed op 2 september 1930 op 78-jarige leeftijd in Heerde. Dochter Titia, zuster van Lambertus, kreeg zeer grote bekendheid als schrijfster in de streektaal. Een reeks van bundels met verhalen verscheen van haar hand verschenen. Titia trouwde op 19-jarige leeftijd met Ds. Roelof de Haas en overleed op 29 januari 1928 op 74-jarige leeftijd in Zwolle, waar haar zoon predikant was. Ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag werd op 1 november 1953 een gedenksteen aangebracht aan de Weem. Bij de graven van Ubbo Petrus Okken en zijn echtgenote Bouwina Henderika van der Tuuk bevinden zich ook de graven van Waldrich Okken, vader van Ubbo Petrus, die op 11 november 1858 overleed op 71-jarige leeftijd en van Henrica Atje Ayota, dochter van het echtpaar Okken, die op 21 februari 1955 overleed op 93-jarige leeftijd.

Grafdichten

Graf Hindrik BouwesHet kerkhof van Solwerd telt een aantal grafdichten. Op de zerk van Hindrik Bouwes (1853-1883) zien we diverse funeraire symbolen. In de ouroboros, de slang die in zijn staart bijt, is zijn naam gevat. De afgeknotte zuil, de treurwilg, de zeis en de vlinder, zij symboliseren zijn sterven. De afgeknotte zuil wijst bovendien op het jonge overlijden van Hindrik. Hij werd slechts 30 jaar. Het aangebrachte grafdicht luidt:

HIJ DAALDE IN DE GROEVE NEER,
ONTRUKT AAN ZIJNE VRINDEN.
WIJ ZIEN HEM EENMAAL ZALIG WEER,
ZOO WIJ DEN WEG DES LEVENS VINDEN
.

Bij de derde en vierde regel zullen we zeker moeten denken aan de woorden, die Jezus sprak in Johannes 14. Daar lezen we in de Statenvertaling, de gebruikelijke vertaling van die tijd: “Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anders zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij. Thomas zeide tot Hem: Heere wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe kunnen wij den weg weten? Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”

Op de zerk van zijn vader Klaas Bouwes (1822-1863) lezen we:

GEEN LIEFDE, NOCH VRINDEN, GEEN TROOST,
GEEN LIGCHAAMSKRACHT KON BATEN,
DE DOOD KWAM ONVERWACHTS,
HIJ MOEST DEEZ AARD VERLATEN.

In het grafdicht treffen we in tegenstelling tot de grafdichten van de zoon en de zuster geen Bijbelse notie aan. Om de afgeknotte zuil slingert een rozentak met twee rozen. Ook Klaas stierf jong, 41 jaar oud.

Grafzerk Grietje BouwensGrietje Bouwes (1828-1882) was een zuster van Klaas. Op haar zerk zien we als funeraire symbolen de treurwilg, de zeis en de vlinder. Het grafdicht luidt:

HOE SNEL ZIJT GIJ ONS TOCH ONTVLODEN
DIE MET ONS DEELDET VREUGD EN SMART,
NEEN, NIET TE MIDDEN VAN DE DOODEN
ZOEKT U HET DIEP GEWONDE HART.
HIER RUST SLECHTS STOF, MAAR WAAR GIJ ZIJT
HEERSCHT LEVEN EN ONSTERFLIJKHEID.

Op de zerk van haar echtgenoot Arent Klaassen Stikker (1828-1908), die na Grietjes overlijden hertrouwde met Ida Kuipers, lezen we als grafdicht:

Grafzerk Arent Klaassen StikkerTOEN WIJ TROUWDEN MET ONS BEIDEN
WAS ’T OM BLIJVEN, NIET OM SCHEIDEN.
’T BLIJVEN HADT EEN WIJL ZIJN BEURT
MAAR NU IS DIEN BAND GESCHEURD;
GOD, DIE WEET HOE LANG ’T ZAL DUREN
OF WIJ TWEE ZIJN WEER GEBUREN.
HIJ WIL ONS OPWEKKEN UIT HET STOF
OCH MOCHT HET ZIJN TOT ’S HEEREN LOF.

Het is een grafdicht, dat getuigt van werkelijkheidszin en van geloofsvertrouwen. Ontroerend zijn de versregels: “God, die weet hoe lang ’t zal duren of wij twee zijn weer geburen”: in de dood weer naast elkaar: (ge)buren.

Rijk versierd met grafsymboliek is ook de zerk van Gezina Jans Staal (1813-1885). Binnen de ouroboros is haar naam gevat. Een krans drapeert een sarcofaag. Twee vlinders vliegen rond. Zeis en zandloper bevinden zich aan de linkerkant van de sarcofaag. Aan de rechterzijde als symbolen van de sterfelijkheid bot en schedel. In de rechterhoek de stralen van een opkomende zon met daarin een oog: het alziend oog. Dit alziend oog heeft een Egyptische achtergrond en staat voor Horus, die als zonnegod de rol kreeg van de opgaande en de neergaande zon. Vereerd als valk was zijn rechteroog de zon. Op grond van de tekst van het grafdicht mogen we stellen, dat met het alziend oog God wordt bedoeld. De hoek, waarin de zon met zijn stralen is geplaatst, heeft min of meer de vorm van een driehoek en zou dan een verwijzing kunnen zijn naar de Triniteit, God als de Drieënige: Vader, Zoon en Heilige Geest.

Grafzerk Gezina Jans StaalHet grafdicht luidt:

SLAAP ZACHT, SLAAP NU, O MOEDER, ZACHT!
BEWAAKT DOOR DE EEUWGE OPPERMACHT,
MOGE U DE VREEDZAME AARDE DEKKEN;
EENS WIJKT OOK DE ALLERLAATSTE NACHT.
EENS ZAL HET MORGENROOD U WEKKEN:
SLAAP ZACHT, SLAAP NU, O MOEDER, ZACHT.

Het grafdicht klinkt haast als een wiegelied. Een wiegelied bij de doodsslaap. Maar wel een lied in gelovig perspectief: “Eens wijkt ook de allerlaatste nacht. Eens zal het morgenrood u wekken”.

Solwerd mag dan geen bedevaartsplaats meer zijn: de kerk, de weem en het kerkhof zijn een bezoek zeker waard.

 


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.