Grafmonumenten

Gevallen bij Roosendaal

 

Hoe een huisvader uit Enter bij Roosendaal zodanig gewond raakte dat hij een aantal dagen later in Bergen op Zoom om het leven kwam. Dat vraag je je af bij het zien van het grafmonument van Gerrit Jan Puppels op de nieuwe gemeentelijke begraafplaats van Enter.

Wie was Gerrit Jan Puppels?

Puppels_in_uniform

Puppels werd op 22 november 1904 geboren te Enter, zoon van Gerrit Jan Puppels (Peppels) en Regina Kooy. Op 8 december 1927 trouwde hij met Gerritdina Geertruida Wassink, geboren op 6 april 1902. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren. Op 18 juni 1928 Gerrit Jan, op 24 mei 1930 Janna en op 24 november 1932 Reginus.

Het gezin leefde in Enter en kwam rond van de werkzaamheden die Puppels had als vrachtwagenchauffeur. Tegen de tijd dat het Nederlandse leger in 1939 mobiliseerde, zat Puppels echter in de werkverschaffing bij de aanleg van het kanaal door Twente. Vader Puppels behoorde tot de oudste lichting die ook onder de wapenen werd geroepen. Op dat moment zal hij 34 of 35 jaar oud zijn geweest. Hij had zijn dienstplicht waarschijnlijk vervuld bij het 19e Regiment Infanterie, maar bij het uitbreken van de oorlog bevond Puppels zich als dienstplichtig soldaat bij de 3e compagnie van het 1e bataljon van het 41e Regiment Infanterie (41 R.I.). 

De 10de mei

Toen de Duitsers in de vroege ochtend van 10 mei 1940 ons land binnenvielen, was het gemobiliseerde Nederlandse leger weliswaar slecht uitgerust en bewapend, maar wel op volle oorlogssterkte gebracht. In de jaren voor de oorlog waren bij verschillende uitbreidingen van het leger enkele nieuwe regimenten gevormd uit al bestaande regimenten. Zo waren in 1913 en 1939 uit 2, 6 en 11 R.I., de stamonderdelen van de Limburgse Jagers, negen nieuwe regimenten voortgekomen, waaronder ook 41 R.I. (uit 6 R.I.). Puppels bevelvoerder bij de 3e compagnie was de sectiecommandant J.B. Hoogerheiden, reserve 1e luitenant [1]. Reserve Kapitein P.A.M.G Mignot was de commandant van het 1e bataljon. Dat bataljon van het 41 R.I. maakte op 10 mei deel uit van de Peeldivisie onder het III Legerkorps. Puppels compagnie bevond zich in vak Bakel van de Maaslinie, dat liep ten zuiden van Vierlingsbeek en ten noorden van Venlo. De bataljons van 27.R.I. waren achter de Peel-Raamlinie gelegerd, terwijl een bataljon van 26 RI en dat van Puppels achter de Maas stelling namen. Het bataljon I 41 RI lag in het noordelijke deel, nabij de dorpen Wannsum, Blitterswijk en omgeving. De eenheden die aan de Maas lagen, werden niet ondersteund door artillerie. Wel waren enkele stukken 8 staal [2] en pantserafweergeschut aanwezig, maar die waren bestemd voor de bestrijding van pantserwagens. Het was aan deze bataljons de taak de opmars van de Duitsers te stoppen en te vertragen en daarna terug te trekken op de Peel-Raamlinie. Ze konden redelijk ordelijk terugtrekken omdat er in hun gebied geen Duitsers verschenen. De Duitsers maakten op 10 mei vooral gebruik van een doorbraak bij Mill. Verkenners drongen enkele kilometers diep door in de Peel-Raamlinie. Hoewel een grote troepenopmars nog uitbleef, kreeg het noordelijk deel van de Peel-Raamstelling om negen uur die vrijdagavond het bevel hun deel te ontruimen. Dit bevel was afkomstig van Kolonel Schmidt, bevelhebber van de Peeldivisie. De troepen werden daarop teruggenomen op de Zuid-Willemsvaart. Het zuidelijke deel van de stelling kreeg pas op 11 mei het bevel terug te vallen. 

De 11e mei

In de vroege ochtend van 11 mei trokken de meeste troepen van de Peel-Raamstelling daadwerkelijk terug op de Zuid-Willemsvaart. Daarbij lieten de troepen alle artillerie (36 x 8 staal), zware mitrailleurs en verbindingsmiddelen achter. Dit was niet omdat men hals over kop vluchtte, maar omdat er geen tractie beschikbaar was voor de vele zwaardere stukken. Bij de 'linie' langs de Zuid-Willemsvaart, die daarop in het geheel niet was voorbereid, werd vervolgens door enkele bataljons weerstand geboden. Een deel van de bataljons uit de omgeving Mill was uitgeschakeld en het resterende deel trok zonder oponthoud door naar het westen. Dat waren vooral eenheden uit het zuiden van de Peel-Raamstelling. Zij hadden onderweg opdracht gekregen stelling te kiezen ten noorden van Tilburg. Al met al was de Peeldivisie aan het eind van de dag behoorlijk uit elkaar geslagen. Verschillende eenheden waren met elkaar vermengd. Die avond had Schmidt van de te hulp geschoten Fransen opdracht gekregen zijn troepen terug te nemen op de lijn Tilburg- 's-Hertogenbosch. Doordat de verbindingen verbroken waren, konden slechts enkele eenheden bereikt worden. De opdracht werd dan ook niet uitgevoerd. Ondertussen bereikten de eerste Nederlandse troepen Roosendaal. Die dag werd het centrum van Roosendaal zwaar gebombardeerd door de Duitsers waarbij tientallen slachtoffers vielen. Die aanvallen met Stuka's waren onderdeel van de luchtsteun aan de troepen om de opmars van Franse troepen te verhinderen. Ondertussen stroomden Duitse troepen verder naar het westen en werd de bevelhebber bij toeval gevangen genomen door snel oprukkende Duitse panzer-troepen. Onder de Nederlandse troepen heerste chaos. 

De 12e mei en daarna

Op de 12de mei maakten de eerste Duitse grondtroepen contact met de luchtlandingstroepen bij de Moerdijkbrug. Die waren de dag daarvoor kort aangevallen door een Frans eskadron pantserwagens. Dit eskadron zou de Franse generaal Mittelhauser naar Den Haag brengen, maar door Duitse luchtsteun werd die doortocht snel afgeblazen. Nederlandse troepen waren inmiddels grotendeels verdwenen, terwijl het westen van Brabant herhaaldelijk door de Duitsers gebombardeerd werd om het oprukken van de eigen troepen gemakkelijker te maken. Het gevolg was dat de Franse generaal Georges zijn troepen het beval gaf allen de directe omgeving van Antwerpen te verdedigen. Later die dag trokken de Fransen zich langzaam terug op het bruggenhoofd Roosendaal - Bergen op Zoom. Terugtrekkende Franse en Nederlandse troepen werden voortdurend beschoten en op de wegen naar het westen vielen daarbij een aantal slachtoffers. Puppels was ondertussen ook met de troepen terug getrokken naar Roosendaal. Op de weg van Wouw naar Roosendaal maakte hij deel uit van een groepje van zes soldaten. Soldaat Drost die erbij was, heeft later de familie verteld wat er toen gebeurde. Uit een vliegtuig werd een kleine granaat of bom afgeworpen waarop de groep zich zo snel mogelijk uit de voeten maakte om in de berm beschutting te zoeken. Puppels en nog een andere soldaat hadden de pech geen goede dekking te hebben gevonden en werden getroffen door scherven. Puppels raakte gewond aan zijn zij, maar volgens Drost niet ernstig omdat Puppels na de aanval weer opstond en met hen praatte. Hij had echter wel veel pijn. Toen daarop een auto verscheen die in de richting van Breda ging, heeft men de auto aangehouden en de chauffeur gevraagd of die Puppels naar een ziekenhuis kon brengen. De auto is vrijwel zeker niet naar Breda gegaan, want nog dezelfde dag werd Puppels binnengebracht in het Algemeen Burger Gasthuis in Bergen op Zoom. Op dinsdag 14 mei rukten de Duitse troepen Roosendaal binnen en nog dezelfde dag namen zij ook Bergen op Zoom in waarbij enkele Franse troepen werden ingesloten.

Een dag later capituleerde Nederland nadat het centrum Rotterdam de dag ervoor zwaar gebombardeerd was door de Duitsers. Zeeland hield het langer uit en capituleerde, na zwaar verzet, op de 17de. De volgende dag, de 18de mei, overleed soldaat Puppels aan zijn verwondingen in het ziekenhuis. Hij was op dat moment 35 jaar oud. De volgende dag werd Puppels begraven in een militair graf op de algemene begraafplaats van Bergen op Zoom. Bij de opname in het ziekenhuis is Puppels gemeld als een soldaat van het 27 C.Mr., wat staat voor de 27e Compagnie Mortieren. Van deze compagnie stierven op de 12de mei nog twee andere mannen in de omgeving van Wouw, de een mogelijk door Frans vuur en de andere bij een luchtaanval. Door de verwarring kan Puppels op die wijze bij een verkeerd onderdeel zijn genoteerd. 

Het grafmonument in Enter

Enkele weken na de begrafenis van Puppels is zijn lichaam opgegraven en overgebracht naar Enter. De rust in het land was wedergekeerd en Puppels kon op die manier in zijn geboortedorp een permanent graf krijgen, op de nieuwe algemene begraafplaats. Zijn weduwe zal het nieuws van de oorlog en de dood van haar man met ontzetting hebben vernomen. Ze werd echter gesterkt in haar verdriet door de aandacht van Puppels meerderen. grafmonument_PuppelsWaarschijnlijk op initiatief van zijn kameraden kwam er al snel een passend grafmonument op het graf waar reserve-luitenant Hoogerheiden niet lang daarna een krans liet leggen namens het Nederlandse Leger. In de jaren daarna werd telkens met de dodenherdenking op de begraafplaats de dood van Puppels herdacht. Later kwam er in het centrum van Enter een monument, waar men daarna de doden herdacht.

Het grafmonument van Puppels is een typisch monument uit de overgangsfase in de eerste helft van de 20ste eeuw. Het is een bredere stèle met boog-vormige beëindiging, gevat tussen twee bredere kolommen. De kolommen reiken tot ongeveer 2/3 van de hoogte van de stèle. Stèle en kolommen zijn op een bredere rand gezet die ook de aanzet vormt voor de banden en de flagstones die het grafvak vullen. Het geheel is uit hardsteen vervaardigd. Aan de voorzijde is in de flagstones een vierkante opening gelaten dat opgevuld is met wit grind. In het grind is een bloemenvaas gestoken. Zowel de stèle, kolommen als de onderrand bevatten tekst of symbolen. In de rondboog bovenin is een palmtak aangebracht met daaronder de tekst:

HIER RUST
ONZE GELIEFDE MAN EN VADER
GERRIT JAN PUPPELS
ECHTG. VAN
G.G. WASSINK
GEB. 22 NOV. 1904 TE ENTER
OVERL. 18 MEI 1940
TE BERGEN OP ZOOM
-------------------
HIJ WERD 12 MEI 1940 BIJ DE
VERDEDIGING VAN ZIJN VADERLAND
GEWOND BIJ ROOSENDAAL
2 COR. 12:9
RUST ZACHT

Op de onderrand is nog een tekst opgenomen: "OPGEDRAGEN AAN DE FAMILIE DOOR ENTERSCHE MILITAIREN". Op de linker kolom is een palmtak opgenomen met daaronder gekruiste geweren. steleDe symboliek op de rechter kolom is wat minder gemakkelijk te duiden: wederom een palmtak met daarnaast drie lijnen met verschillende lengte. Daaronder een helm op wingerdbladen. De drie lijnen verwijzen waarschijnlijk naar het boek Prediker, hoofdstuk 4. Dit gedeelte wordt nog al eens in huwelijksdiensten gebruikt: twee mensen, die met elkaar een verbond aangaan en daarin een derde (God) betrekken- het zogenaamde drievoudige snoer, dat niet snel weer verbroken wordt. Stèle en kolommen zijn voorzien van een gezwarte omranding. Ook de letters, alle verheven, zijn gezwart terwijl de achtergrond geruwd is. Samen met de verse bloemen op het graf valt het monument op tussen de andere ingetogen grafmonumenten waarvan de meeste uit dezelfde tijd dateren. En zo hoort het ook, de grafmonumenten voor hen die vielen voor het vaderland, behoren herdacht en gezien te worden.

 

 

Noten

  1. Jacobus Bertus Hoogerheiden (geboren 1905) werkte later in de oorlog voor de LO-LKP Land van Heusden en Altena. Hij was ook werkzaam voor de O.D. en Groep Albrecht. Hij werd op 3 maart 1945 gearresteerd als gevolg van het doorslaan van een gevangene. Samen met drie andere leden van zijn groep werd Hoogerheiden op 30 april gefusilleerd in Fort De Bilt. Hij werd begraven op de N.H. Begraafplaats te Giessen (N.Br.). (bron: Overwater, A.M.; De gevallenen in de forten van Utrecht 1942-1945, Barendrecht 1997.)
  2. Een kanon, in 1880 geleverd aan het Nederlandse leger door Krupp. Het kanon had een diameter van ongeveer 8 centimeter, vandaar de naam 8 staal.

Met dank aan de heer Reginus Puppels

 

Literatuur

  • Amersfoort, Herman e.a.; Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied, 's-Gravenhage 2005.
  • Jong, dr. L. de; Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3, mei '40, 's-Gravenhage 1970. 

Internet

NIEUW IN DE WEBSHOP


© 2018 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.