Grafmonumenten

Schiermonnikoog – Vooroorlogse oorlogsdoden op het kerkhof

 

Het is 7 maart 1940 en in Europa is het oorlog. Nederland, ingeklemd tussen de grootmachten Engeland en Duitsland die op dat moment al met elkaar in oorlog zijn, blijft vooralsnog afzijdig. Een half jaar daarvoor was Duitsland op 1 september 1939 in het oosten zijn buurland Polen binnengevallen. Twee dagen later verklaarden Frankrijk en Engeland de oorlog aan Duitsland. Vanwege de oorlogsdreiging was Nederland op dat moment al begonnen met het mobiliseren van zijn troepen, maar het hoopte net als tijdens de oorlog van 1914-1918 buiten schot te blijven.

De eerste Nederlandse oorlogsdoden vallen echter al wel in deze periode. Hoewel Nederland nog niet actief betrokken is bij de oorlog laat die hier wel zijn sporen na. Zo wordt op het strand van Schiermonnikoog die dag in maart een vliegtuigbom gevonden en achter op een fiets naar het dorp vervoerd. Enkele uren later zou de bom de levens eisen van drie eilanders.

Een boei op het strand

Op woensdagmiddag 7 maart liep de 22-jarige burgemeesterszoon, Henri van den Berg, over het strand van Schiermonnikoog. Bij het Strandhotel zag hij, naar wat hij dacht, een aangespoelde boei liggen. Hij rommelde er wat mee, maar besloot het voorwerp te laten liggen. Niet veel later fietste de 30-jarige Anne van Dijk langs het strand en hij vond hetzelfde object. Ook hij dacht met een boei te maken hebben en nam deze om die reden achter op zijn fiets mee naar huis. Thuisgekomen informeerde hij ’s avonds de burgermeester die vervolgens een kijkje kwam nemen. De burgermeester waarschuwde Van Dijk voorzichtig te zijn, “je kunt nooit weten wat het is”.

Grafmonument Freerk Bandstra

Waarom Van Dijk het advies van de burgemeester in de wind sloeg is onduidelijk, maar mogelijk wilde hij het waardevolle koperen omhulsel van de vermeende boei verwijderen om deze zelf te gebruiken of te verkopen. Hij leende een schroevendraaier en een moersleutel en begon te sleutelen. Even later kwamen twee van zijn buren, de 40-jarige Freerk Bandstra en de 30-jarige Rinze Visser, een kijkje nemen. Geïnteresseerd bleven ze staan en keken toe hoe Van Dijk de ontsteking moet hebben losgemaakt. Op dat moment ontplofte de bom. De ravage was enorm. Van alle drie de mannen werden de benen van het lijf gerukt. Bandstra had bovendien een grote wond in de buik en was op slag gedood door de vernietigende bom.

Grafmonument Anne van DijkDe explosie was in de wijde omgeving te horen geweest en van alle kanten kwam hulp toegesneld. Het beschikbare verband bleek te weinig en men nam zijn toevlucht tot de lakens van hotel Van der Werff. Het lichaam van Bandstra werd naar zijn woning gebracht. Rinze Visser leefde nog, maar was zwaargewond. Met een brancard van het Groene Kruis werd hij naar zijn woning vervoerd. Niet lang daarna zou hij aan zijn verwondingen overlijden. Anne van Dijk was na de vernietigende klap nog bij kennis. In eerste instantie werd hij naar zijn woning vervoerd, maar de arts vond het noodzakelijk dat Van Dijk zo spoedig mogelijk naar het ziekenhuis in Leeuwarden zou worden gebracht. De bedoeling was dat Van Dijk met de reddingboot ‘Insulinde’ naar de vaste wal zou worden vervoerd. De Insulinde was op dat moment echter met militairen op zoek naar mijnen en met het seinen werd een vergissing gemaakt, waardoor de boot het eiland passeerde. Uiteindelijk werd Van Dijk met een beurtschip naar Oostmahorn gebracht.[1] Daar aangekomen overleed Van Dijk nog voordat hij kon worden overgebracht naar de gereedstaande ambulance. De volgende dag werd het lichaam van Anne van Dijk met het beurtschip teruggebracht naar Schiermonnikoog.

Bij nader onderzoek bleek maar een gedeelte van de springstof, waarschijnlijk alleen de ontsteker, in de bom tot ontploffing te zijn gekomen. Wanneer de bom volledig zou zijn ontploft, waren er in het dorp waarschijnlijk veel meer slachtoffers gevallen. Een dag na het incident werd een tweede vliegtuigbom op het strand gevonden. Opvallend genoeg werd deze bom ook door de vinder meegenomen naar zijn huis, waarbij het onderweg zelfs van de bagagedrager van de fiets viel. De bom werd in de tuin gedeponeerd, maar voordat deze schade kon aanrichten, werd de bom door militairen onschadelijk gemaakt.

Stille getuigen op het kerkhof

Grafmonument Rinze VisserOp 11 maart, vier dagen na de verschrikkelijke gebeurtenis, werden de drie mannen onder grote belangstelling begraven op het kerkhof van Schiermonnikoog. Als eerste werd om twee uur Anne van Dijk begraven vanuit hotel Van der Werff, waar hij lag opgebaard. Ds. Vermaath uit Anjum voerde het woord en een broer van de overledene dankte iedereen voor de belangstelling. Om drie uur werd Rinze Visser begraven vanuit de Gereformeerde kerk, waarbij Ds. Van Wieren het woord voerde en vervolgens de oudste broer van Rinze Visser iedereen bedankte voor de bewijzen van deelneming. Als laatste werd om vier uur Freerk Bandstra vanuit zijn sterfhuis begraven, waarbij de uitvaart werd geleid door Ds. Huisman uit Paesens.

De drie mannen liggen anno 2018 nog steeds begraven op het kerkhof bij de Got Tsjark. Hun namen staan vermeld op de herdenkingsplaquette in de kerkmuur. Voor het grafmonument van Rinze Visser is het even zoeken. De stèle ligt horizontaal op het graf van zijn vrouw Rinske, die later is hertrouwd.

Geen ‘oorlogsslachtoffers’

Herdenkingsplaquette op het kerkhof.Uit onderzoek blijkt dat in de periode van 1 september 1939 tot 10 mei 1940 als direct of indirect gevolg van de Tweede Wereldoorlog zo’n 430 Nederlanders het leven verloren. [2] De meesten van hen waren burgers, van wie er 260 omkwamen aan boord van een koopvaardij- of visserschip. In ieder geval twintig burgers kwamen in Nederland zelf om het leven, veelal als gevolg van een verkeersongeluk, maar enkelen ook bij een schietincident. Toch zijn deze doden niet erkend als officiële oorlogsslachtoffers en dat heeft vooral te maken met de definitie die de Oorlogsgravenstichting (OGS) hanteert voor oorlogsslachtoffers. Voor de OGS zijn dat ‘burgers en militairen die [na 9 mei 1940] in de strijd met de vijand of door hun handelingen of houding tegenover de vijand het leven hebben verloren. Ook mensen die tijdens de door de vijand opgelegde internering of vervolging overleden zijn’, worden hiertoe gerekend. Deze definitie is nauwer dan bijvoorbeeld de Commonwealth War Graves Commission (CWGC) hanteert, waardoor Nederlandse burgers die op grondgebied van de Commonwealth door bombardementen het leven verloren, door de CWGC als oorlogsslachtoffer worden erkend, maar niet door de OGS. Dit lijkt wrang, zeker als men beseft dat bijvoorbeeld de honderden doden die omkwamen bij het bombardement op Rotterdam in mei 1940 of het vergissingsbombardement op Nijmegen in februari 1944 niet als oorlogsslachtoffer worden gezien. Voor mensen die zijn omgekomen door oorlogsgeweld zoals een beschieting of bombardement hanteert de OGS het bredere begrip ‘slachtoffer van de oorlog’. Dat geldt bijvoorbeeld voor de zeven slachtoffers van het bombardement op 28 juli 1943 op Schiermonnikoog. Echter niet voor de drie mannen die tijdens de mobilisatieperiode op 7 maart 1940 hun leven verloren. Hoe ondoordacht hun actie ook mag zijn geweest, zij verloren het leven als gevolg van de strijd die op dat moment al in Europa woedde.

Nóg een vooroorlogs slachtoffer

Aangespoeld lijkDe dood van een andere eilander illustreert dat nog beter. Twee dagen eerder verloor de 59-jarige Ruurd Teensma het leven. Het zou echter bijna een maand duren voordat zijn lot bekend werd. Op 5 maart 1940 vertrok het schroefstoomschip de ‘Grutto’ uit de haven van Londen met als bestemming Rotterdam. Aan boord de eerste stuurman Ruurd Teensma. Nadat de loods was afgezet bij de Downs was er geen contact meer met het schip, maar de Grutto zou nooit aankomen in Rotterdam. Op 8 maart werd door een loodsboot uit Vlissingen een aantal scheepsonderdelen aan land gebracht die herkend werden als afkomstig van de Grutto. Een Belgische treiler vond in de buurt van Thornton Ridge, een zandbank voor de kust van België en Nederland, een boei met het opschrift ‘Grutto Rotterdam’. Ook zagen zij een lijk drijven op zee.

Grafmonument Ruurd TeensmaVan de achttien bemanningsleden werden uiteindelijk slechts drie mannen teruggevonden. Matroos B. van der Spek spoelde op 29 maart 1940 bij Callantsoog aan en werd op 2 april begraven op Nieuw Eykenduynen in Den Haag. Het lichaam van Ruurd Teensma spoelde op 29 maart op Texel aan, waar hij de volgende dag werd geïdentificeerd door zijn vrouw en zoon. Op 2 april werd hij onder grote belangstelling begraven op het kerkhof van Schiermonnikoog. Op 6 juni spoelde het lichaam van Rudolf Ludwig aan op Vlieland. Waarschijnlijk is hij in zijn woonplaats Rotterdam begraven. De andere vijftien bemanningsleden staan nog steeds te boek als vermist. Het graf van matroos Van der Spek is intussen helaas geruimd.

Pas lang na de oorlog werd bekend dat de Grutto op 5 maart 1940 om 20.38 uur (Duitse tijd) op de Noordzee op positie 51°41’NB. en 02°47’OL. was getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot ‘U.17’. De torpedo trof de Grutto achter het middenschip; de romp brak direct in twee stukken, die onmiddellijk in de golven verdwenen. Van de achttien slachtoffers staat niemand bij de Oorlogsgravenstichting geregistreerd als oorlogsslachtoffer. Alleen Ruurd Teensma en bootsman Leendert Beukelaar staan geregistreerd als ‘slachtoffer van de oorlog’; de andere slachtoffers dreigen als oorlogsdode in de vergetelheid te geraken.

 

Noten

[1] Schip dat een gereguleerde dienst voor zowel handel, vee als passagiers onderhield tussen twee havensteden.

[2] Bart FM Droog, Oorlogsslachtoffers Nederlandse burgers - 1 september 1939 – 9 mei 1940 (versie 31 oktober 2018)

 

Literatuur

Bron

  • Stichting Maritiem-Historische Databank: Grutto – ID 2606 (geraadpleegd 2-12-2018) https://www.marhisdata.nl/schip&id=2606
  • Correspondentie administratie begraafplaats Nieuw Eykenduynen, Den Haag (d.d.4-12-2018).

 

Met dank aan Bart FM Droog


© 2019 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.