(Herdenkings-)monumenten WOI

Dokkum - Frans Bosmans, een Belg in Friesland

Verscholen tussen de bomen en struiken op de Dokkumer gemeentelijke begraafplaats Damwâldsterreedsje ligt het eenvoudige, maar toch statige graf van Frans Bosmans, een Belgische soldaat die in januari 1919 overleed aan de Spaanse griep. Bosmans is één van de honderden Belgische soldaten die gedurende of kort na de Eerste Wereldoorlog in Nederland een laatste rustplaats vond.

Oorlog in Europa

Grafmonumenten DokkumDe Eerste Wereldoorlog, ook wel Grote Oorlog, begon met de Oostenrijks-Hongaarse invasie van Servië op 28 juli 1914, een maand na de moord op aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw door een Bosnisch-Servische nationalist. Een conflict was geboren. Duitsland en aanvankelijk ook Italië, kozen beide de kant van Oostenrijk-Hongarije in de strijd. Zij stonden tegenover Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Rusland. Enkele dagen na de invasie van Servië, op 4 augustus, vielen Duitse troepen België binnen om van daaruit Frankrijk te kunnen aanvallen. Jozef Bosmans, de oudste zoon uit het bakkersgezin van Petrus Bosmans en Dorothea van Hoven in Herenhout, was één van de eerste slachtoffers. Hij raakte gewond aan zijn arm. Een dag later nam zijn jongere broer Frans als oorlogsvrijwilliger dienst in het Belgische leger. Frans was op dat moment 23 jaar oud en werd ingedeeld bij de 18de reservebatterij van de vestingartillerie van de versterkte stelling Luik. Als lid van de reservebatterij was hij gelegerd tussen de forten, samen met de 3de legerdivisie. De batterijen waren vooral gelegerd ín de forten zelf. De eerste Duitse aanval leverde nog grote verliezen op voor de aanvallers. Maar toen op 11 augustus de forten rondom de stad systematisch in puin werden geschoten met zwaar geschut, waaronder de beruchte Dikke Bertha, een houwitser met een kaliber van maar liefst 420 mm, was de weerstand van het Belgische leger in en rond Luik snel gebroken. Na 18 augustus was het Belgische leger genoodzaakt zich terug te trekken naar de versterkte stelling van Antwerpen. Ook Frans Bosmans vertrok naar Antwerpen.

Vlucht naar Nederland

Zicht op barak HarderwijkOp 14 september werd Bosmans overgeplaatst naar de 15de reservebatterij. Twee weken later stonden de Duitse troepen voor Antwerpen en begonnen ook daar de omliggende forten te vernietigen. Toen op 6 oktober burgers het advies kregen de stad te verlaten, duurde het nog slechts enkele dagen voordat Antwerpen zich op 10 oktober 1914 gewonnen gaf. Een enorme stroom oorlogsvluchtelingen kwam op gang: honderdduizenden burgers en zo’n veertigduizend Belgische soldaten vluchtten naar Nederland. Daar kwam Frans Bosmans op 10 oktober aan in het Zeeuwse Klinge. Twee dagen later arriveerde hij in Harderwijk. Harderwijk was als garnizoensstad één van de aangewezen plaatsen waar buitenlandse militairen geïnterneerd zouden worden. Dit was een gevolg van de neutraliteit van Nederland, waarbij het land militairen van oorlogvoerende landen in afzondering diende te houden om daar te verblijven voor de duur van de strijd. Niemand hield er op dat moment rekening mee dat de strijd nog vier jaar zou duren.

De Nederlandse overheid was verrast en niet voorbereid op de opvang van duizenden militairen en de minister van Oorlog liet een viertal vaste interneringsdepots bouwen voor Belgische militairen in Gaasterland, Oldebroek, Zeist en Harderwijk. Toen Kamp Harderwijk gereedkwam eind december van het eerste oorlogsjaar, verhuisde ook Frans Bosmans naar het kamp. Daar vermaakte hij zich onder andere als muzikant in de fanfare, maar toch deed ook hij, net als vele anderen, een poging te ontsnappen uit het kamp om zich weer aan te sluiten bij de Belgische troepen in zijn vaderland. Hij werd echter door de douane aangehouden en teruggestuurd naar Harderwijk. Kamp Harderwijk groeide al snel uit tot een dorp op zich met een bibliotheek, theater, muziekkiosk, ziekenzaal, een school, een frituur, drukkerij, krantenkiosk, postkantoor en restaurants. Er waren ruim vijftig sportverenigingen; van gymnastiek en atletiek tot tennis en voetbal. De voetballers speelden zelfs wedstrijden tegen ploegen van andere buitenlandse geïnterneerden. In 1917 werd door de Belgen in Harderwijk zelfs de grootste wielerbaan van Nederland aangelegd, waar regelmatig nationale en internationale wedstrijden werden verreden. De Belgen zorgden zelf voor de uitbating.

De liefde in Dokkum

Leeuwarder Courant 22 11 1917Naarmate de oorlog voortduurde, bleven veel Nederlandse mannen gemobiliseerd. Er ontstond een groot tekort aan arbeidskrachten en tegelijkertijd werd de toestand in de interneringskampen onhoudbaar als het ging om hygiëne en andere omstandigheden. Het moreel bij de geïnterneerde militairen verslechterde met de dag en de Nederlandse overheid stond toe dat de militairen buiten hun kamp werk zochten, ook om het tekort aan arbeidskrachten te kunnen opvangen. Frans Bosmans vond in maart 1917 in het Friese Dokkum werk als meubelmaker. Niet lang daarna vond hij in Dokkum de liefde van zijn leven, de 22-jarige Jeltje Kramer. Op 28 oktober 1917 trouwden ze en half maart 1918 werd hun dochtertje Emmy geboren. Het gezin woonde in een diakoniewoning. Toen dat werd geveild, werd het pand aangekocht door de werkgever van Frans waardoor het jonge gezin hier kon blijven wonen.

Einde van de oorlog

Op 11 november 1918 werd een wapenstilstand gesloten tussen de strijdende partijen. Een maand later ging Frans Bosmans terug naar het Belgische Herenhout om zijn terugkomst met vrouw en kind voor te bereiden. Het hele gezin Bosmans had de oorlog overleefd en het weerzien was dan ook vol vreugde. Na enige tijd keerde Frans terug naar zijn gezin in het verre Dokkum. Zijn tocht was een lange ontbering en vergde het uiterste van hem. Verzwakt kwam hij in Dokkum aan en werd al snel ziek. Frans bleek ten prooi gevallen te zijn aan de gevreesde Spaanse griep, die juist in die periode al veel slachtoffers had geëist. Ook Jeltje en Emmy werden ziek, maar alleen Frans overleefde het virus niet en stierf op 12 januari 1919.

Hoewel Frans katholiek was, werd hij niet begraven op de katholieke begraafplaats van Dokkum. Dat zou namelijk betekenen dat zijn geliefde Jeltje niet naast hem begraven zou kunnen worden. Frans gaf om die reden al voor zijn dood aan dat hij begraven wilde worden op de algemene begraafplaats in Dokkum. En zo geschiedde.

Leeuwarder Courant 18 03 1958Een maand later, op 20 februari, verlieten Jeltje en Emmy Dokkum en vertrokken naar België. Emmy werd opgevoed door haar grootouders en Jeltje werd er vroedvrouw. Emmy ging later weer in Friesland wonen, waar Jeltje in Dokkum een woning kocht om tijdens haar vakanties dicht bij haar dochter en kleinkinderen te zijn. In 1939 zou Jeltje trouwen met de Fries Sake Woudstra die ze tijdens een vakantie in Dokkum had leren kennen. Op 16 maart 1958 kwam ze onverwacht in Dokkum te overlijden, slechts 63 jaar oud. Enkele dagen later werd ze begraven naast haar man, zoals ze beiden gewild hadden. En terwijl de meeste Belgische militaire doden in Nederland later zijn herbegraven op het Belgisch Ereveld in Harderwijk, bleef Frans Bosmans rusten in Dokkum.

Zijn graf is een stille getuige van een oorlog waaraan Nederland weliswaar niet actief deelnam, maar waarvan de sporen desondanks op veel Nederlandse begraafplaatsen te vinden zijn.

 

Meer informatie en persoonlijke foto van Frans Bosmans op wereldoorlog1418.nl

Literatuur

  • Kees Bangma e.a,. Ver van het front - Friesland en de Friezen in de Eerste Wereldoorlog (2018) p. 128-129.
  • ‘Woningen - Dokkum’ in: Leeuwarder courant (22-11-1917) via Delpher.
  • Anton Reijngoudt, Gehalveerde mensen - Het Belgenkamp in Harderwijk 1914-1918 (2004).

Internet

  • 'Frans Bosmans rust in Nederland' in: Gazet van Antwerpen(13/03/2014) (geraadpleegd 10-12-2018)
  • Kees Bangma, ‘Frans Bosmans, voor altijd in Dokkum’, (2011) op wereldoorlog1418.nl  (geraadpleegd 10-12-2018)
  • Blob 'Belgische soldaten in Nederland: Kamp Harderwijk' op hetarchief.be (geraadpleegd 15-12-2018)
  • Delpher