De funeraire plek van...

De funeraire plek van... Pierre Rhoen

 

Veel schrijvers en dichters hebben sinds de negentiende eeuw in Zeist - het deftige dorp, een naam trouwens door schrijver Johan de Meester (1860-1931) gegeven - gewoond. Een aantal is er overleden en ligt er begraven. Het merendeel van hen is in vergetelheid geraakt. Al staat hun naam nog leesbaar op de grafsteen, de bezoekers van de begraafplaats Zeister Bosrust aan de Woudenbergseweg zegt hun naam meestal niets. Een van deze vergetenen is mr. Cornelis Petrus van Rossem. Hij was een veelzijdig man: jurist, letterkundige, toneelschrijver, journalist en occultist.

Cornelis Petrus (Kees) van Rossem werd op 21 april 1885 in Rotterdam geboren. Van 1898 tot 1905 was hij leerling van het Stedelijk Gymnasium in Amersfoort. In zijn middelbare schooltijd toonde hij al bijzondere belangstelling voor de literatuur. Na het gymnasium studeerde hij rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1910 promoveerde hij tot doctor in de rechtswetenschap.

Op 9 maart 1911 trad hij in het huwelijk met Johanna Eleonora (Jo) de Monchy (1891-1970). Het jonge paar woonde tot 1915 in Rotterdam, waar hun twee kinderen werden geboren (1913, 1914).

Graf Cornelis Petrus van RossemHij had meer belangstelling voor het schrijversvak dan voor de advocatuur. In 1912 verscheen zijn eerste boek: ‘Historische causeries’. In 1914 schreef hij het toneelstuk ‘De omweg’. Toneelschrijven was een genre dat hij met succes beoefende. Vooral het blijspel. Men noemde hem een van de geestigste toneelschrijvers. Tot 1923 schreef hij maar liefst dertien toneelstukken. Zijn stukken waren zeer populair bij de toneelgezelschappen. Zij werden ook in Duitsland gespeeld.

Zijn literaire werk bestaat verder uit essays over historische onderwerpen en reisverhalen.

Als journalist schreef hij voor meerdere kranten en tijdschriften. In alle krantenartikelen die na zijn dood over hem verschenen, werd hij geprezen voor zijn schrijfstijl. Voorts gaf hij lezingen over diverse onderwerpen. Hij was een begenadigd verteller.

Waarschijnlijk om zich meer op het schrijversvak te kunnen concentreren, verhuisde hij met zijn gezin naar het rustige en in het groen gelegen Huis ter Heide (gemeente Zeist). Over dit oord zei hij in 1925: ‘Na jaren en jaren van eeuwigdurend reizen en trekken, zit ik als een respectabele rentenier opgeborgen tusschen een paar hollandsche dennetjes.’

In de jaren dat Van Rossem in Huis ter Heide woonde, reisde hij veel. Van 1922 tot 1925 maakte hij een wereldreis. Reizen inspireerde hem tot schrijven. ‘In vijf werelddelen’ (1926) is gebaseerd op zijn journalistieke wereldreis.

In de jaren 1920 werd Van Rossem een overtuigd spiritist. De belangstelling voor dit onderwerp sluimert al in het verhaal ‘De laatste eer’ in zijn boek ‘Humoresken en sarcasmen’ (1920), waarin de hoofdpersoon Krimpenaer is overleden en zijn eigen begrafenis gadeslaat.

Uit: C.P. van Rossem, Humoresken en sarcasmen, De laatste eer (Amsterdam, 1920). Tekening Isodorus van Mens (1890-1985). Op Oudejaarsavond 1934 overleed Van Rossem bij een treinongeval op het baanvak van de spoorlijn Bilthoven-Zeist. Het was een zelfgekozen levenseinde. Zijn schoonvader zei in de grafrede: ‘Het laatste jaar kon hij zijn rust niet meer vinden. De innerlijke harmonie was gebroken in zijn ziel. Overal zocht hij genezing voor zijn zwaar zieke ziel, hij heeft haar helaas niet mogen vinden.’ Onder grote belangstelling werd hij op 4 januari begraven. Zijn graf (graf vak B, nummer 119-D) wordt gedekt door een eenvoudige zerk.

In de familie Van Rossem werd na zijn dood niet meer over hem gesproken, laat staan zijn graf bezocht. Een kleindochter stond op 14 augustus 2020 voor het eerst aan zijn graf.

 

Pierre Rhoen is voormalig gemeentearchivaris van Zeist, auteur van meerdere artikelen over begraafplaatsen binnen de gemeente (zie het overzicht) en boeken, actief betrokken bij diverse historische stichtingen en samensteller van het overzicht van oorlogsdoden binnen de gemeente Zeist.