Utrecht

Soest - Rooms Katholiek kerkhof aan de Dalweg

 

 

Na de hervorming was de parochiekerk voor de katholieke gemeenschap verloren gegaan. Het verbod op het uitoefenen van de oude godsdienst dreigde een einde te maken aan het katholieke leven in Soest, hoewel de meeste inwoners de roomse kerk trouw bleven. De eerste jaren werd het oude geloof nog wel getolereerd maar in de 17de eeuw zou Soest voor zijn ziele zorg afhankelijk zijn van rondtrekkende priesters die dit werk in het geheim deden. Rond 1690 kreeg Soest weer een eigen priester die preekte in een schuurkerk nabij de huidige Petrus en Pauluskerk. Deze kregen de katholieken pas in 1852 door de inzet van pastoor Steenhoff.
PoortgebouwHet kerkhof van de parochie dat volgens sommige bronnen al in de 17de eeuw werd gebruikt, ligt op een steenworp afstand van de Petrus en Pauluskerk. Tot 1968 lag de ingang aan de Steenhoffstraat, maar met de aanleg van de huidige Dalweg werd de ingang verlegd. Hierdoor ligt het poortgebouw wat merkwaardig haaks op de Dalweg. De tegen de oosthelling van de Soestereng aangelegde begraafplaats werd in 1876 in opdracht van het rooms katholieke kerkbestuur vergroot en vernieuwd. Daarbij werd eveneens aan de noord-oostzijde een poortgebouw toegevoegd en werd het gehele terrein ommuurd. In de vleugels van het poortgebouw waren oorspronkelijk een baarhuisje en een schuur ondergebracht. Het vermoeden bestaat dat het ontwerp van het poortgebouw afkomstig is van de architect A. Tepe. Het poortgebouw met neogotische invloeden staat op een U-vormige plattegrond van één bouwlaag onder twee met leiengedekte zadeldaken en een hoog opgaand, afgeplat centraal tentdak.

Hierop is aan drie zijden een dakkapel onder een uitkragende spits gezet. De bakstenen gevels hebben een brede, uitkragende bakstenen plint en zijn met bloktandlijsten, siermetselwerk en een gemetselde sierlijst onder de dakgoot verfraaid. De kopgevels van de vleugels zijn trapgevels. De zogenaamde trappen zijn voorzien van ezelsruggen die met platte steen zijn gemetseld. Het centraal gelegen poortgedeelte heeft een gedrukte spitsboogvormige doorgang die met een eenvoudig spijlenhek kan worden afgesloten. In de doorgang is aan de linkerzijde de eerste steen aangebracht met de tekst: `Eerste steen gelegd door de leden van het R.K. kerkbestuur, W. Steenhoff, I. Kok, G. Logtensteijn, D. van den Dijssel, W. van Roomen, den X augustus MDCCCLXXVI'. De poort heeft een ribgewelf bestaande uit rode en gele baksteen. De kopgevels van de vleugels zijn voorzien van muurankers en smalle getoogde vensters op de begane grond. Op de verdieping is nog een in een spitsboogveld verdiept gelegen niet-getoogd venster aangebracht, waarvan aan weerszijden twee smalle nissen zijn gemetseld. Aan de begraafplaatszijde zijn de vleugels voorzien van een getoogde deur en een getoogd luik op de verdieping. In de jaren vijftig werd het poortgebouw nogal provisorisch hersteld en kreeg het dak onder andere goedkope dakpannen. In 1993 is het gebouw opnieuw aangepakt en teruggebracht in originele staat.
De bakstenen muur die de begraafplaats thans aan de zuid- en westzijde begrenst, is voorzien van een tandlijst en een beëindiging met ezelsrug en heeft op regelmatige afstand in de muur gemetselde muurdammen die als profiel zichtbaar zijn, maar dezelfde hoogte hebben gekregen. Op twee plaatsen in de zuidelijke muur zijn twee hoger opgaande muurdammen gemetseld die voorzien zijn van een natuurstenen afdekplaat. Deze dammen accentueren een verhoging in de muur, die nodig is omdat de begraafplaats oploopt in de richting van de spoorlijn. Mogelijk waren voor de aanpak van het kerkhof tussen de dammen nog twee ingangen gesitueerd, maar dat is niet duidelijk. Aan de buitenzijde van de muur staan forse lindebomen die het karakter van de begraafplaats in grote mate bepalen.

Het lange smalle kerkhof werd in 1900 uitgebreid, waarbij de muur aan de noordzijde werd afgebroken. Deze zijde wordt thans door een haagbeuk begrensd. Door de uitbreiding ligt het poortgebouw niet meer in de centrale as van de begraafplaats. Dit geldt ook voor het kruisbeeld dat in het verlengde van de ingang, halverwege de begraafplaats is geplaatst. Het natuurstenen kruis wordt ondersteund door een smeedijzeren staaf. Het kruis staat op een achtzijdige sokkel en gelijkvormige voet met vier treden. Naast de lindebomen en de beuken die bij het poortgebouw staan, vervullen grote coniferen op de begraafplaats een beeldondersteunende functie. Dat sommige van de bomen op de begraafplaats een respectabele leeftijd hebben mag blijken uit de constatering van een deskundige die een van de treurbeuken op de begraafplaats in 1998 moest kappen wegens afsterving. De boom werd toen door hem geschat op 185 jaar! Dat betekent dat deze bomen al rond 1813 geplant zijn.

Bij de vernieuwing van de begraafplaats in 1876 zijn veel oudere stenen verloren gegaan. Het kerkhof werd destijds onderverdeeld in 4 klassen. Daarnaast was er een apart deel voor ongedoopte baby's en kleine kinderen. Op dit deel, direct naast het poortgebouw, is later een transformatorhuisje gebouwd. Volgens de stichting die de begraafplaats sinds 1986 beheert, wordt dit huisje te zijner tijd verwijderd en zal het poortgebouw een betere uitstraling krijgen.

EngelEr zijn vandaag de dag echter nog enkele oude en bijzondere grafmonumenten te vinden, zoals het gietijzeren kruis met engel, vlak bij het hoofdpad niet ver van de ingang. Het monument dateert waarschijnlijk uit 1916 en is vervaardigd in één gietstuk, vermoedelijk in Duitsland. Het monument bestaat uit een platte representatie van een engel op een bredere basis. Het kruis dat achter de engel omhoog steekt, is strak van vormgeving. De balken van het kruis zijn gedecoreerd met een reliëf in de vorm van palmtakken. Op de kruising van de balken staat in kapitalen R.I.P.. De basis is versierd met een rozenmotief. Het geheel staat op een natuurstenen sokkeltje.
Uiteraard liggen er ook bekende Soestenaren, zoals de stichter van het kerkhof in zijn huidige vorm, de Mgr. W. Steenhoff. Zijn graftombe is wegens ernstig verval in de jaren '70 van de 20ste eeuw afgebroken. Zoals het een katholiek kerkhof betaamd kent ook deze akker een priestergraf en een grafkelder voor de zusters die het St. Josephgesticht bewoonden. Ook de adel is uiteraard vertegenwoordigd op het kerkhof.

Graf van de jonkvrouwen Cornelia en Everdina van Dam van VeenhuizenIn 1876 en in 1888 werden respectievelijk de jonkvrouwen Cornelia en Everdina van Dam van Veenhuizen op het kerkhof begraven. Hun grafmonument werd in 1933 opgeknapt. Vandaag de dag ziet het monument er vrij desolaat uit. Een deel van het hek is verdwenen. Datgene wat resteert laat op de bekroning van de spijlen een fraai motief zien, namelijk de papaverbol. Dit symbool wordt geassocieerd met de slaapverwekkende eigenschappen van papaver. Papavers vormen het attribuut van Hypnos, de god van de slaap (des doods) en van Morpheus, de god van de dromen en personificatie van de nacht. Op het graf van de dames ligt een plaat met aan het hoofdeind een brede opstaande stèle, die bekroond wordt met een eenvoudig kruis. Op de stèle is een fraai gebeeldhouwd familiewapen afgebeeld. Rond het grote kruis vinden we nog de meeste oude grafmonumenten. Verder op de begraafplaats staan ook veel nieuwe grafmonumenten. (2002-2003)

 

 

Met dank aan dhr. G.A. Hom van de stichting R.K. Begraafplaats H.H. Petrus en Paulus, dhr. G.R. Klifman, voormalig beheerder van de Algemene Begraafplaats te Soest en het Gemeentearchief van de gemeente Soest.

 

Literatuur

  • Hal, René van; 'Het R.K. Kerkhof aan de Dalweg', in: Van Zoys tot Soest, tijdschrift van de Historische Vereniging Soest; 13e jaargang, nr. 4, 1993, blz. 13 t/m 16.
  • Knaapen, F.S.I.; Uit de geschiedenis van Soest - Deel 3, De Petrus en Paulusparochie, Uitgave van de Historische Vereniging Soest.
  • Maes, Edwin; Begraafplaatsen, uit de serie Stichtse Monumenten Reeks; 1996, blz. 49.
  • Redengevende omschrijvingen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist.
  • "In oude graven tref je geen narigheid aan", artikel in de Amersfoortse Courant van 21 maart 1997.