Zuid-Holland

Zuidland - Joodse begraafplaats

 

In de negentiende eeuw leefden meerdere Joodse gezinnen verspreid over verschillende dorpen en steden op het Zuid-Hollandse eiland Voorne-Putten. De eerste Jood had zich in de zeventiende eeuw in de stad Brielle gevestigd. Hij vertrok echter in 1700 met onbekende bestemming. In de achttiende eeuw nam het aantal Joden op het eiland toe en geleidelijk ontstond een Joodse gemeenschap met Geervliet en Heenvliet als middelpunt.

Aanvankelijk lieten de Joden van Voorne-Putten zich begraven in Rotterdam, totdat in 1781 een eigen begraafplaats in Geervliet in gebruik werd genomen. Tot 1807 kwam men in Geervliet ook bijeen in een klein huisje voor de godsdienstoefeningen. De Joodse gemeente (kille) groeide snel, waardoor het huisje uiteindelijk te klein werd en op 23 januari 1807 werd in Heenvliet een synagoge in gebruik genomen. De afstand tussen de verschillende plaatsen waar de Joden woonden en de synagoge in Heenvliet was echter groot. Toen er onenigheid tussen de leden ontstond, maakten de Joden van Brielle en Hellevoetsluis in 1809 zich dan ook los.

Zuidland

De Joodse gemeente in Heenvliet bleef na het vertrek van veel families in financiële moeilijkheden achter. Met steun van de lokale overheid kon de synagoge nog behouden worden, maar voor de begraafplaats was geen geld beschikbaar. In 1887 splitste zich een aantal families uit Zuidland af van de synagoge van Heenvliet, mogelijk speelde de afstand tussen beide dorpen ook hier een rol. In Zuidland werd een synagoge ingericht in de voorkamer van het huis van Nathan Pinas Levie. Een jaar later werd een eigen begraafplaats in gebruik genomen, even buiten het dorp aan de Kerkweg.

De kleine kille kwam tot bloei en in 1899 telde deze 57 personen. Het merendeel van de Zuidlandse Joden was werkzaam in de textielhandel, de veehandel en de vleeshouwerij. Gedurende deze periode kende de gemeente ook verschillende Joodse verenigingen, zoals Avodat ha-Bajit (1908) voor jongeren en Bigdee Kodesj voor vrouwen. Op zoek naar een beter bestaan trokken verschillende families echter begin twintigste eeuw naar Rotterdam. Bovendien ontstond er in 1911 een scheuring in de kille en trokken de meeste orthodoxe leden naar Heenvliet. Vanaf dat moment werden de diensten weer in een voorkamer gehouden en in 1918 werd de synagoge verkocht om vervolgens als timmerwerkplaats te worden ingericht. Het godsdienstige leven speelde zich vanaf dat moment bijna uitsluitend af binnen het gezin.

De begraafplaats

Zuidland overzichtIn 1887 kreeg de kille van Zuidland een stuk land in erfpacht met de bedoeling hier een begraafplaats aan te leggen. Er rezen echter verschillende bezwaren en nadat het stuk land was geruild voor een beter gelegen perceel verleende B&W in april 1888 toestemming voor een begraafplaats voor de Joodse inwoners van het dorp. Als eerste werd hier in oktober 1888 begraven Saartje Wessels, nog geen maand oud. Aanvankelijk was de begraafplaats enkel via een plank over een sloot te bereiken en later via de tuin van het aangrenzende huis. Na het dempen van de sloot werd de begraafplaats afgesloten door een laag hekwerk met een kort toegangspad.

Vooraan de begraafplaats stond aanvankelijk een klein houten metaheerhuisje. Nadat het vervallen was geraakt, werd het huisje echter afgebroken. Volgens de archieven zijn er op de kleine dodenakker 13 kinderen en 8 volwassenen begraven terwijl er ter plekke slechts vijf grafmonumenten (matsewa’s) te vinden zijn. Oudere Zuidlanders kunnen zich herinneren dat er nog een zesde steen was, voor Daniël de Beer, het zoontje van Levie de Beer en Antje Levie. Daniël overleed op 15 augustus 1919 op achtjarige leeftijd.

Tweede Wereldoorlog

Zuidland ElekanIn 1940 woonden er nog maar 10 Joden in Zuidland. Bertha Elekan overleed op 2 februari 1940 op 80-jarige leeftijd en werd als laatste begraven op de Joodse begraafplaats in Zuidland. Geen van de andere Joden overleefde de oorlog. Op 28 oktober 1942 werden de Joodse inwoners van Zuidland uit woningen gehaald en overgebracht naar Rotterdam. De meesten werden rechtstreeks naar Westerbork gedeporteerd, enkelen verbleven eerst nog enige tijd in Amsterdam om vervolgens alsnog naar Westerbork gedeporteerd te worden. Van daaruit ging de reis verder naar Duitse vernietigingskampen.

De Joodse slachtoffers

Simon Levie (geboren 24 juli 1879) werd op 5 november 1942 in Auschwitz vermoord. Philippus Levi (2 april 1878) en Hendrika Hoogstraal (5 januari 1885) werden eveneens die dag in Auschwitz vermoord. Jacob Levi (14 juli 1851) werd op 9 november 1942 in Auschwitz vermoord. Het gezin Pienas Jacob Levie (9 september 1887), Wilhelmina Levie-Levie (8 juli 1888) , hun zoon Meijer Levie (18 juli 1920) en dochter Sophie Bertha Levie (25 augustus 1924) stierven ook in Duitse kampen. Vader en moeder op 16 juli 1943 in Sobibor, de zoon op 31 maart 1944 in Midden-Europa en de dochter op 4 juni 1944, eveneens in Sobibor. Gustave Emanuël Julius (Maan) Levie (9 januari 1898) kwam op 31 maart 1944 in Midden-Europa om het leven.

In 1943 werd het eigendom van het perceel in bezit genomen door de Duitse bezetter middels de Niederländischen Grundstücksverwaltung met de bedoeling het perceel te verkopen. Dat gebeurde ook. Na de oorlog werd de koop van de gronden nietig verklaard, maar het duurde uiteindelijk tot 1956 voordat dit voor de begraafplaats werd gerealiseerd en de erfgenamen in hun rechten werden hersteld.

De Joodse gemeente Zuidland werd na de oorlog, samen met die van Brielle en Heenvliet, officieel opgeheven en bij die van Rotterdam gevoegd. Voor de voormalige woningen van de Joodse inwoners in Zuidland zijn later Stolpersteine geplaatst.

In verband met uitbreidingsplannen van de gemeente Zuidland in 1964 werden onderhandelingen opgestart met het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap over een deel van de begraafplaats die niet als zodanig in gebruik was. Dit leidde tot de verkoop van een deel van het perceel, waarbij de gemeente zich bovendien vanaf 1965 verplichtte tot het onderhouden van de begraafplaats. In 1991 werd de begraafplaats opgeknapt.

Anno 2021 is de begraafplaats omgeven door een lage haag en volledig ingesloten door bebouwing. Was de begraafplaats vroeger enkel bereikbaar via een plank over een sloot en later via de tuin van het aangrenzende huis, tegenwoordig is deze afgesloten door een laag ijzeren hekwerk met een kort toegangspad vanaf de straat.

 

Literatuur

  • Leeuw van Weenen-van der Hoek, Riet de, Hanna van Toledo-Azulai e.a.; Matsewa - Joodse begraafplaatsen op Voorne-Putten - Geervliet en Zuidland
  • Michman, Jozeph, Hartog Beem en Dan Michman; Pinkas – Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, Amsterdam 1999

 

Internet