Als bloemen bij het graf

Als bloemen bij het graf - Assen III

 

Frederika, Dieuwke, Baudina en Margaretha Westra 

Twee zerken naast elkaar maken ons deelgenoot van het diepe verdriet dat ouders kan overkomen wanneer ze staan aan het graf van hun kinderen. Dit lot trof het echtpaar Westra-Fontein. Bovendien trof de moeder, Eva Westra- Fontein, in kort tijdsbestek ook nog het verlies van de vader, haar echtgenoot Hendrik Jans Westra in september 1831.

ACHT DOCHTERS DIE GODS GUNST MIJ GAF
NAM WEER ZIJN VADERHAND MIJ AF
DRIE RUSTEN ONDER DIT GESTEENT
DE MOEDER DIE ’T GEMIS BEWEENT
STAART NU VERBEIDEND OP DEN HEER
DAAR VINDT ZIJ EENS HAAR DOCHTERS WEER

De geboorte van haar acht dochters zag Eva Westra-Fontein, getuige het grafdicht, als een Godsgeschenk, maar ze heeft het ook in geloof aanvaard dat zij deze dochters moest verliezen. Wanneer in het Bijbelboek Job verteld wordt hoe Job in al de beproevingen die hem overkwamen, ook nog het bericht krijgt dat zijn kinderen omkwamen bij het instorten van het huis van hun oudste broer, waar zij feest vierden, dan spreekt Job: “De Heer heeft gegeven en de Heer heeft genomen; de naam van de Heer zij geloofd!” (Job 1: 21b). Dit geloofsgoed vinden we terug in de twee eerste regels van het grafdicht.

In 1827 overleed Frederika, die slechts 23 jaar oud werd. Op 38-jarige leeftijd overleed in januari 1831 dochter Dieuwke. Hun zus Baudina was eveneens 38 jaar toen ze stierf in 1836. In haar diep verdriet ziet de moeder verwachtingsvol op naar de Heer, die immers in Johannes 14 gesproken had van het Vaderhuis met vele woningen en gezegd had: “Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken” (Johannes 14:2). Het is daar, dat zij verwacht haar dochters weer te vinden, zoals het grafdicht zegt.

De zerken voor de zusters Westra, Noorderbegraafplaats AssenIn het grafdicht op de zerk van drie dochters wordt duidelijk dat moeder Westra in 1836 bij de begrafenis van dochter Baudina als weduwe aan het graf staat. Haar echtgenoot Hendrik Jans Westra, nog maar net tot burgemeester van Assen benoemd, overleed op 24 september 1831 in Harlingen, zijn geboortestad. Het echtpaar was van Friese origine en door de functie van Hendrik Jans Westra als directeur van ’s Rijksbelastingen omstreeks 1820 naar Assen gekomen. Naast de zerk van de drie dochters ligt de zerk van de vierde dochter, Margaretha Westra, echtgenote van notaris Herman Hubert van Lier. Zij overleed op 5 februari 1831, bijna 29 jaar oud. In hetzelfde graf rust, nog maar enkele weken oud, ook het zoontje van Margaretha en Herman Hubert van Lier, Johannes Henricus Petrus. Herman Hubert van Lier bleef achter met, zoals het grafschrift luidt, twee Jonge harer moederlijke hulp nog zeer behoevende kinderen. Op deze zerk is ook een grafdicht aangebracht:

JA WAT GIJ VADER GEEFT OF NEEMT
GIJ GEEFT EN NEEMT UIT ENKLE LIEFDE
EN ZAGEN WIJ DE TOEKOMST DOOR
HOE OOK DE SMART ONS HART DOORBOOR
HET IS UW WELDAAD DAT GIJ GRIEFDE.

Het is een grafdicht dat getuigt van een diepgelovige overgave. Ook in dit grafdicht treffen we het geloofsgoed aan dat we tegenkwamen bij het grafdicht op de zerk van de drie andere dochters van het echtpaar Westra. Waren we in staat de toekomst te doorzien, we zouden ontdekken, hoe ook het verdriet het hart doorboort, dat er niettemin sprake is van Gods weldaad. Zo althans zag en verwoordde Herman Hubert van Lier het.

Uitgaande van het grafdicht moet Eva Westra-Fontein naast de vier dochters in Assen nog vier dochters hebben verloren en dat vóór 1836. Naar alle waarschijnlijkheid in de periode dat het echtpaar nog in Friesland woonde.


© 2021 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.