Beeldbepalend voor het dorp Bierum is de oude middeleeuwse kerk, gewijd aan Sint Sebastiaan. Een opvallende steunbeer tegen de westgevel van de toren behoedt deze tegen verzakkingen. Van 1811 tot 1989 was Bierum hoofddorp van de gelijknamige gemeente, die de dorpen Bierum, Holwierde, Godlinze, Krewerd, Losdorp en Spijk omvatte. Na 1989 verloor de gemeente haar zelfstandigheid en ging op in de gemeente Delfzijl.

 

De Spijkster dodenakker als een dichtbundel op het Groninger Hoogeland

‘t Is alles eenvoud wat uw stoerheid sierde,
En alledaagsch bij werelds wufte pronk:
Het zwaatlend koren rond de heilge wierden,
Uw kolken waar kasteel en kerk in zonk;

Zuiderbegraafplaats in AssenDe grafsteen op het graf van Jannes Smit
 op de Zuiderbegraafplaats in Assen ademt een diep geloof.
 Onder het gekroonde kruis zijn de
 woorden: God is liefde aangebracht.
 De grafsteen is voorzien van een grafdicht:



Roem wereld uw schatten

Gij kunt niet bevatten

Hoe rijk ik wel ben
‚
k Heb alles verloren

Mijn Jezus verkoren

Wiens eigen ik ben


Het is een couplet uit het stichtelijk
 gedicht van Hieronymus van Alphen:
 De rijke Bedelaar .
De nabestaanden hebben de woorden van dit couplet als door Jannes uitgesproken op de steen laten plaatsen.
 Om het couplet heel persoonlijk te laten zijn, 
heeft men de oorspronkelijke 
laatste twee regels:
 Maar Jezus verkoren
 Wiens rijkdom ik ken, 
gewijzigd in de woorden:
 Mijn Jezus verkoren
 Wiens eigen ik ben.

 

NieuweschansGrote sociale tegenstellingen hebben het gebied waarvan Nieuweschans deel uitmaakt getekend. De schrijver Frank Westerman beschreef het in zijn 'Graanrepubliek'; de zanger en regionaal radiopresentator Alex Vissering bezong het in het lied 'De Groanrepubliek'. De diepe kloven, die ontstonden, waren en zijn vaak nog moeilijk te overbruggen.

In het grafdicht op de achterzijde van het grafmonument van het echtpaar Zuidland-Jansen wordt de tegenstelling aangestipt in de woorden heer en bedelaar, maar ook de gelijkheid van mensen, wanneer ze gestorven zijn.

hier rust heer en bedelaar
allen vredig naast elkaar
en is hun woning nog zo fijn
d’ inhoud blijft gelijk net mijn

Die gelijkheid is treffend weergegeven in de zin: d’ inhoud blijft gelijk. Bedoelde inhoud is de inhoud van het graf, dat in het grafdicht hun woning wordt genoemd. Duidt de eerste regel op de tegenstelling: heer en bedelaar, de tweede regel geeft de overbrugging van die tegenstelling aan: allen vredig naast elkaar. In het grafdicht wordt ook gewezen op ongelijkheid, wanneer de dichter spreekt: en is hun woning nog zo fijn, het ene graf is immers wat uitstraling betreft het andere niet; nog maar te zwijgen over de verschillenden “klassen” op een begraafplaats.
In elk geval is de boodschap van het grafdicht duidelijk.



NIEUW IN DE WEBSHOP


© 2018 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.