Als bloemen bij het graf

Als bloemen bij het graf - Urk

 

Ds. Jacob Nentjes (10-6-1818  -  16-1-1873)

predikant der Christelijke Gereformeerde Gemeente te Urk


Hier rust, hij, die een reeks
Van zesentwintig jaren,
Gods kerke heeft gediend,
Door ’t woord ons te verklaren.
Hij was een brandend licht,
’t Welk in den dienst verteerde,
Totdat hij in de schoot
Der aarde weder keerde.
Hij rust naar ’s Heeren woord.
In ’t graf als de slaapstede,
d’ Oprechten toebereid,
Geniet de volle vrede
Als ’t loon hem toegezegd.
Met al de hemelingen,
Die eeuwig voor den troon
Het driemaal heilig zingen.

Het grafdicht op de zerk van het graf van dominee Nentjes spreekt voor zich. Zesentwintig jaren was Jacob Nentjes predikant van de Christelijke Gereformeerde Gemeente op Urk. Met grote toewijding heeft hij zijn ambtGrafmonument Jacob Nentjes vervuld tot zijn overlijden op 16 januari 1873, nog maar 54 jaar oud.

Wanneer Jezus in het evangelie van Johannes het heeft over Johannes de Doper, dan zegt hij van Johannes: “Hij was een brandende en lichtgevende lamp, en u hebt u voor een korte tijd in zijn licht willen verheugen.” In dat licht heeft de Christelijke Gereformeerde Gemeente haar predikant gezien. Bedenken we hoe hij zich heeft ingezet in de gemeente en voor de gemeenschap, dan begrijpen we ook de keuze voor het werkwoord verteren. Ongetwijfeld zal het beeld van het brandend licht ook zijn ingegeven door de voor de vissersgemeenschap van Urk zo belangrijke vuurtoren van het eiland. Het deel van het grafdicht dat betrekking heeft op het graf van Jacob Nentjes, ontleende de grafdichter aan de woorden van de profeet Jesaja, waar deze zegt in Jesaja 57: 2b: “ …zij zullen rusten op hun slaapsteden, een ieder die in zijn oprechtheid wandelt.” De laatste drie regels vinden hun oorsprong in het Bijbelboek de Openbaring van Johannes, met name het vierde hoofdstuk.

Het isolement van het eiland Urk, het verzet van de plaatselijke hervormde kerkenraad en van de classis Hoorn waaronder Urk viel, heeft dominee Hendrik de Cock, die zich in 1834 afscheidde van de Hervormde Kerk, niet verhinderd het eiland te bezoeken. Na de eerste synode van de afgescheiden kerken, gehouden te Amsterdam in maart 1836, zette de Cock koers naar Urk. Het komt dan nog niet direct tot het institueren van een gemeente, maar op 13 juli 1836 vindt dat wel plaats. Een groot aantal hervormden sloot zich aan bij de Afscheiding. Hun eerste voorganger werd Pier Johannes Schaap, afkomstig uit het Friese Workum. Eerst als ouderling-oefenaar en na examinering door de dominees Hendrik de Cock en Simon van Velzen vanaf 1841 als predikant. Op 26 april 1843 echter overleed hij. Het duurt dan nog enkele jaren voor de afgescheidenen weer een predikant hebben. In november 1846 deed Jacob Nentjes zijn intrede. Nentjes, Urker van geboorte, had gestudeerd op kosten van zijn oom Pieter Jacobsz Nentjes, burgemeester van Urk en de zaak van de afgescheidenen toegedaan. Wanneer De Cock in 1836 komt preken op Urk, zit deze met zijn gezin onder diens gehoor.

Portret Jacob NentjesJacob Nentjes, officieel nog geen predikant, speelde blijkbaar al wel een rol op het eiland in 1844 toen een pokkenepidemie uitbrak op Urk met rampzalige gevolgen. Door ziekte van de dokter van het eiland kon er weinig worden gedaan aan de bestrijding van de epidemie. Op verzoek van burgemeester Nentjes wees de gouverneur van de provincie de jonge arts Cornelius Heynsius uit Amsterdam aan om naar Urk te gaan, om daar te proberen de ziekte te bestrijden. Daar kreeg Heynsius te maken met vooroordelen van de bevolking en vooral bezwaren van de afgescheidenen tegen inenting. Op 27 januari 1845 schreef Heynsius naar huis: “Veel last heb ik tegen de inenting gehad doordien de afgescheidenen- die hier alleen nagenoeg zijn, en nagenoeg geene andere- er zeer tegen zijn, vooral ook de dominee der afgescheidenen en de burgemeester. Beiden zijn echter thans van het geoorloofde overtuigd”. Uit deze briefwisseling kunnen we opmaken, dat Jacob Nentjes actief betrokken was bij de kerkelijke gemeente en toen al doorging voor hun dominee.

De tijd van dominee Nentjes werd een bloeitijd voor de afgescheidenen. Het kleine kerkgebouw moest al spoedig plaats maken voor een nieuwe en grotere kerk, waarvoor zelfs van buiten Urk financiële bijdragen binnenkwamen. Ook op het dagelijks leven van het eiland heeft Nentjes zijn invloed laten gelden. Zoals op zondag geen visvangst en vishandel en in 1848 een voorstel om een gemeentelijke biddag in het voorjaar in te stellen, voordat de vissers weer de zee opgingen. Hetgeen ook gebeurde. Bij al zijn werkzaamheden op Urk was Nentjes van 1859 tot 1862 ook nog predikant van de afgescheidenen in Harlingen.

De Christelijke Gereformeerde Gemeente was het resultaat van de eerste kerkscheuring op Urk, er zouden er nog vele volgen.


© 2022 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.