Als bloemen bij het graf

Als bloemen bij het graf - Winschoten II

 

Johan Bloemendal

geb. 3 februari 1882 en overleden 17 juni 1909

 

De Joodse begraafplaats van Winschoten aan de Sint Vitusholt herinnert aan een grote Joodse gemeenschap in Noord-Nederland vóór de Tweede Wereldoorlog. Op deze begraafplaats treffen we op het grafmonument voor Johan Bloemendal een grafdicht aan. 

Johan, zoon van Izak Marcus Bloemendal en Rozette Polak, was 27 jaar toen hij in 1909 overleed.

Jeugdig is hij van
ons heengegaan
Oprecht en goed was
steeds zijn levensbaan
Heldhaftig droeg hij
steeds zijn smart
Al riep de dood reeds vroeg
hem uit zijn lijden.
Nooit zal zijn beeld uit
onze gedachte scheiden.

Grafmonument voor Johan BloemendalGrafmonument voor Johan Bloemendal.

Johan overleed in het Clemenshospital te Münster, zoals we lezen in een overlijdensbericht. De vraag waarom hij daar in het ziekenhuis was opgenomen, is niet bekend. Hij moet erg ziek zijn geweest. Het grafdicht spreekt in elk geval van zijn smartelijk lijden.

Zoals te doen gebruikelijk is op Joodse grafstenen, treffen we ook op zijn steen de vijf Hebreeuwse letters תנצבה aan, waarmee de Hebreeuwse tekst eindigt en die betekenen:

“Moge zijn ziel verbonden zijn in de bundel des levens”

(=moge de dode voortleven in de herinnering van de levenden)

Op het onderste deel van het grafmonument staan teksten in het Hebreeuws en in het Nederlands, waaronder het grafdicht. Boven op het basement staat de gesluierde afgebroken zuil, die duidt op het jong afgebroken leven van Johan. Het monument laat zien dat vleeschhouwer (slager) Izak Marcus Bloemendal niet onbemiddeld moet zijn geweest. De tijd was voorbij dat de Joodse inwoners van Winschoten allen een betrekkelijk armoedig bestaan leidden. De Joodse middenstand en elite hadden hun positie aanzienlijk verbeterd. In de loop van hun geschiedenis was het getal van de Joodse inwoners dusdanig toegenomen dat Winschoten, na Amsterdam, procentueel de stad met de grootste Joodse gemeenschap in Nederland was geworden.

Detail grafmonument.Detail grafmonument.

Een geschiedenis met veel onderlinge onenigheden, die ongetwijfeld samenhingen met de zwakke economische positie van veel joden, tot in de negentiende eeuw. “Eene twistzieke natie”, zoals buitenstaanders de situatie kwalificeerden. Toch veranderde dat begin twintigste eeuw en werd de Joodse gemeenschap een gewaardeerd onderdeel van de stad. Burgemeesters waren aanwezig bij verschillende Joodse gelegenheden, evenals Winschoter predikanten. Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de synagoge verscheen in de Winschoter Courant van 11 augustus 1934 een gedicht van de Winschoter S.W. Schortinghuis, opgedragen aan de Joodse gemeenschap:

De mannen en vrouwen van d’ oude stam
Zien ’t feest met vreugde genaken,
Zij prijzen den Schepper, die zo trouw
Voor zijne belijders bleef waken

In d’ oude Geschiedenisboeken kunnen wij
Van vele eeuwen vóór dezen
De lotgevallen van Israëls volk
Met warme belangstelling lezen:
Met lof aan den Schepper, die ’t al gebiedt
Betraden God’s kinderen de drempel
Zóó is het gegaan van Geslacht tot Geslacht
Zóó is het gegaan tot op heden

En als onze Joodsche burgers weldra
Hun’ Synagoge betreden
Om dank te zeggen voor het heil
Hun driekwart eeuw bewezen,
Dan klinkt het Jubellied omhoog:
“De Schepper zij geprezen!”

Het Joodsche Volk, zoo vaak miskend,
Vervolgd in andere streken
Mag in het vrije Nederland
Van gulden vrijheid spreken

En hier, in onze kleine stad,
Voelt elk hun blijdschap mede
Bij ’t vieren van hun Jubelfeest
God schenke hun Zijn’ Vrede!

Net als elders in Nederland kende uiteraard ook Winschoten uitingen van antisemitisme. Maar het meest ingrijpend zijn de oorlogsjaren geweest met het wegvoeren van de Joodse inwoners. De Holocaust betekende voor Winschoten in 1943 het einde van tweeënhalve eeuw Joods leven.

De begraafplaats

De Joodse begraafplaats aan de Sint Vitusholt, in gebruik genomen in 1829, verving de begraafplaats aan de Liefkensstraat. Deze begraafplaats functioneerde van 1785 tot 1829, toen het verboden werd binnen de bebouwde kom te begraven. In 1969 werden de graven op de oude begraafplaats geruimd en de stoffelijke resten van 54 overledenen overgebracht naar de nieuwe begraafplaats. Er werden echter, zoals later bleek, 18 graven over het hoofd gezien. Bij herinrichting van het gebied in 2016, stuitte men op stoffelijke resten. Besloten werd om de plek te behouden, als herinnering aan de oude begraafplaats. De locatie werd voorzien van een hekwerk met daarop aangebracht de Menorah (de zevenarmige kandelaar) en midden op de oude begraafplaats het oude herinneringsmonument.

 


© 2022 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.