Als bloemen bij het graf

Als bloemen bij het graf - Meeden

 

Poëzie voor de gestorvenen

meeden

De grafzerken op het kerkhof rond de hervormde kerk van Meeden weerspiegelen de rijkdom van weleer. Althans de rijkdom van sommigen; bijvoorbeeld de "dikke" boeren, zoals men ze placht te noemen.
Op de tribune, die zich aan de westzijde in het kerkgebouw bevindt en waarop zich eertijds het orgel bevond, lezen we als randschrift: DIT ORGEL IS TER EEREN GODES GEMAAKT TER TIJD ALS WESSELIUS KNOCK PASTOR. TIDDO SYERTS EN TONCKO AYOLTS KERKVOOGDEN DESES CARSPELS WAREN DOOR A.A.HINS Aº MDCCLI
De in het randschrift genoemde Ayolt Tonkes, kerkvoogd op de Meeden, zoals de zerk vermeldt, werd begraven in een familiegraf aan de zuidzijde van het kerkgebouw. De zerken zijn zeer fraai bewerkt , voorzien van familiewapens en enkele grafdichten. Men was zich van zijn stand zeer bewust! Op die van Ayolt Tonkes, die in 1783 op 69- jarige leeftijd overleed, staat het grafdicht:

De dood maait aller leven af
De oudsten rukt hij naar het graf
Die hier in aanzien waaren
De scepter spadt arm en rijk
Maakt hij door zijnen zeis gelijk
En gaat hier niemandt sparen
Gelukkig die zig zelven kendt
En het naar Christus heene wendt

De moeilijkheid van dit gedicht zit in de dichtregel: de scepter spadt arm en rijk. Duidelijk is hier het werkwoord spaden, onderspitten gebruikt. Staat de scepter als symbool voor macht, dan wordt de betekenis mijns inziens: de dood in zijn macht spit arm en rijk onder. Wat poëtischer vertaald: de machtige dood delft arm en rijk een graf. Op de zerk van de eerzame Tetje Harms, wedw van wijlen Ayolt Tonkes, in leven kerkvoogd op de Meeden, werd als grafdicht aangebracht:

Hier onder dezen steen beneden
Rust, naast haar man, 't ontzielde lijf
Van haar die juist is overleden
Na tachtig jaren aardsch verblijf
Nu van haar aardschen post ontslagen
Deelt zij thans in haar eeuwig lot
Haar ligchaam werd in 't graf gedragen
De plaats waar vleesch en been verrot

Een zekere nuchterheid kan het gedicht, gezien de laatste regel, niet worden ontzegd.
Dertig jaar na het overlijden van haar man, overleed Tetje Harms in 1813. Ze werd tachtig jaar oud.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van november 2007


© 2021 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.