Rampen

Hollum – Massagraf De Valk 1799

 

Hoog op het Engelsmanduin ten noorden van Hollum op het waddeneiland Ameland ligt een massagraf. De naam geeft al een beetje van het verhaal weg. Het gaat inderdaad om Engelse mannen. In de nasleep van een mislukte invasie met een Engels-Russisch leger om de Fransen te verdrijven, wisten zij eind 1799 het vege lijf te redden door aan boord te gaan van fregatschip De Valk. Met 444 opvarenden vertrok het schip begin november uit Den Helder.

De Valk was een Hollands schip dat in 1797 door de bemanning zonder slag of stoot was overgedaan aan de Engelsen en die hadden het schip in 1799 ingezet bij de invasie van de Bataafse Republiek. Bij de evacuatie uit Den Helder hadden zich drie compagnieën ingescheept van het 23rd Regiment of Foot (Royal Welch Fusiliers). Dit betrof volgens sommige bronnen 5 officieren, 262 overige manschappen en 25 vrouwen en kinderen. Verder waren er 115 bemanningsleden aan boord met 12 Hollandse vrouwen en kinderen die het land ontvluchten. Andere bronnen komen tot wel 525 of zelfs 540 opvarenden.

Prent van het vertrek van de Engelsen en Russen in 1799 door Dirk Langendijk. Een van de schepen achtergrond zou De Valk kunnen zijn (Collectie Rijksmuseum Amsterdam).Prent van het vertrek van de Engelsen en Russen in 1799 door Dirk Langendijk. Een van de schepen achtergrond zou De Valk kunnen zijn (Collectie Rijksmuseum Amsterdam).

Door een storm kon het schip geen Engelse haven binnenlopen en raakte het zelfs op drift. Op 10 november 1799 strandde het schip ten noorden van Hollum. De golven beukten op het schip in, dat al snel versplinterde. Wat zich precies afgespeeld heeft is onbekend, maar de eerste doden die men vond werden naar het kerkhof van Hollum en Ballum gebracht. Toen echter duidelijk werd dat het om tientallen doden ging, raakte het hout voor grafkisten op en ook zou er wel eens ruimtegebrek kunnen ontstaan op de kerkhoven. De doden werden daarna elders begraven, met name in de duinen. Een van de massagraven werd aangelegd op het “Bliekeduun”, een hoge duin ten noorden van Hollum. Dit duin werd daarna in de volksmond het Engelsmanduin genoemd en die naam is ook zo in de kaarten terecht gekomen.

Slechts 25 opvarenden overleefden de stranding. Zouden er meer overlevenden zijn geweest, dan had het eiland een groot probleem gehad, want op dat moment was er maar weinig eten beschikbaar. Met meel dat uit het schip werd gered, kon men weer even vooruit. Op 16 november werden de overlevenden met een ‘snik’ naar Den Helder gebracht.

In 1999 werd op het duin waar de meeste slachtoffers zijn begraven een monument onthuld. Als materiaal werd gebruik gemaakt van een blok graniet uit een in 1909 gestrand schip. Dat schip Johan Willem Friso was onderweg van Zweden naar Rotterdam met aan boord graniet voor het te nog te bouwen Vredespaleis. Bij de onthulling waren nazaten aanwezig van de slachtoffers. Met het plaatsen van het monument werd een van de grootste massagraven uit de Nederlandse geschiedenis weer tastbaar. De locatie van veel andere graven is nog steeds onbekend.

 

Literatuur

  • Pannekeet, C.G.J.; De oorlog van 1799 in Noord-Holland, Slootdorp 2019

Internet

 


© 2022 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.