Limburg

Sevenum - Katholieke kerkhof

 

Wie het kerkhof van Sevenum bezoekt, moet alvorens de begraafplaats te betreden door een lange gang met aan de ene kant een manshoge muur en aan de andere kant delen van het kerkgebouw. Langs de muur staan talloze grafkruizen met jaartallen die teruggaan tot het begin van de zestiende eeuw. Vervolgens komt men via een fraaie poort op het kerkhof. In een sluitsteen op de poort staat het jaartal 1880.

De kerk van Sevenum rond 1830 met het oorspronkelijke kerkhof rond de kerk (Kadastrale tekening, Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).Het kerkhof zelf toont zich relatief jong met veel twintigste-eeuwse grafmonumenten, maar centraal staat ook een klassiek ogende kapel. Terugkijkend naar de naoorlogse kerk, in de wetenschap dat Sevenum altijd een klein agrarisch dorp is geweest, kan men niet anders concluderen dat men hier niet op het oorspronkelijke kerkhof loopt. Maar waarom ligt het dan toch zo dicht achter de kerk? Een kort onderzoek leert dat hier in de negentiende eeuw sprake is geweest van een verschuiving van het kerkhof. Dat men niet, zoals in veel andere dorpen, een begraafplaats buiten de bebouwde kom aan heeft gelegd, heeft te maken met het feit dat de kerk van Sevenum aan de oostzijde grensde aan het open veld. Ook de bouwgeschiedenis van de kerk is van belang geweest voor de verschuiving en de keuze voor de locatie van het kerkhof.

Sevenum

Hoewel Sevenum (Sevenheym) pas in 1317 voor het eerst wordt vermeld in een kerkelijke aflaatbrief, werd het gebied al veel langer bewoond. De uitgang “um” of “heym” wijst op een vroegmiddeleeuwse oorsprong. De ligging van het dorp aan de rand van de Peel was ongetwijfeld gunstig. Op de zandige grond konden gewassen verbouwd worden en water kwam via kleine waterlopen uit de moerassige Peel, dat zelf nagenoeg ondoordringbaar was en zo bescherming bood. Rondom het dorp ontstonden in de loop der tijd verschillende landbouwvelden, alle met een eigen aanduiding. In de loop der tijd groeiden deze magere zandgronden uit tot een areaal van meer dan 1.300 hectare rond 1800. De woeste gronden daarbuiten werden vooral benut voor het steken van heideplaggen of het weiden van vee.

Sevenum viel tot eind dertiende eeuw onder het graafschap Kessel waarna het in handen kwam van de hertogen van Gelre. Gelre was verdeeld in vier kwartieren en Sevenum viel onder het zogenaamde Overkwartier met als hoofdstad Geldern, dat zo’n 25 kilometer naar het noordoosten ligt in het tegenwoordige Duitsland. Door vererving kwam Gelre in handen van de Habsburgers en viel het twee eeuwen onder het bewind van de Spaanse koning. Vanaf 1713 tot 1794 viel Sevenum onder Opper-Gelre dat in handen was van de Pruisen. In 1794 werd Sevenum Frans totdat de Fransen in 1813 verdreven werden. Nu werd Sevenum onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden maar dat was ook weer van korte duur. In 1830 kwam dit deel van Limburg tijdelijk aan België. Dit duurde tot 1839, waarna Sevenum tot op heden deel uitmaakt van Nederland. De regio Noord-Limburg was tot 1839 een lappendeken van aparte gebieden en in het ene gebied waren ten aanzien van begraven andere regels van toepassing. Zo moest Roermond onder de Oostenrijkers al in 1785 overgaan tot de aanleg van een begraafplaats buiten de stad. Ook in de delen die door de Fransen werden ingenomen, moesten maatregelen genomen worden, zoals het staken van begraven in de kerken.

Pas in de loop van de negentiende eeuw zou Sevenum verder uitgroeien. Die groei vertaalde zich onder meer in de bouw van een nieuwe kerk in het laatste kwart van de negentiende eeuw.

De kerk

Zo oud als Sevenum ook is, er zal niet meteen een kerk hebben gestaan. Sporen van oudere begraafplaatsen zijn wel in de omgeving gevonden, zoals uit de ijzertijd. Permanente bewoning zal er tijdenlang niet geweest zijn, totdat het in de achtste en negende eeuw weer gunstig genoeg was om zich hier te vestigen. Uit opgravingen in 1948 bleek dat de eerste kerk vermoedelijk niet vooraf gegaan werd door een houten exemplaar (al spreken de bronnen elkaar daarover tegen). De houten paalgaten die veelvuldig werden aangetroffen staan waarschijnlijk meer in verband met de eveneens aangetroffen put. Mogelijk is de kerk op deze plek gebouwd vanwege die put. Hoe dan ook, er schijnt dat er al vrij snel binnen de muren van de kerk begraven werd, gezien deze graven over de inmiddels gedempte put waren gegraven. De locatie van de kerk lag op een punt waar een doorgang was naar de hoger gelegen Peel vanuit het Maasdal. In de eerder aangehaalde aflaatbrief uit 1317 wordt verteld over de kerk van Sevenum, onder meer dat er een kerkhof is. Dat lag ongetwijfeld rondom de kerk, zoals destijds gebruikelijk was. Die eerste kerk is in de loop der tijd telkenmale vergroot en in 1514 werd de westtoren herbouwd nadat deze bij strijdhandelingen in 1474 was verwoest. Niet lang daarna is de kerk verbreed, wat mogelijk ten koste ging van het kerkhof. Wel komt uit de archieven naar voren dat het kerkhof in 1439 al eens vergroot werd, maar dat er wel een muur rondom moest blijven staan. In 1723 werd de oude muur rond het kerkhof, die bestond uit mergel, vernieuwd. De mergelsteen werd verkocht en een nieuwe muur werd opgetrokken van baksteen. Rond 1821, toen de kadastrale situatie werd vastgelegd, had het kerkhof een grootte van 2050 m2.

Beeld van de ravage na het opblazen van de kerk in 1944 (foto: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)Op 22 november 1944 bliezen de Duitsers de toren van de kerk op. Die zou de naderende vijand dan niet meer kunnen dienen als uitkijkpunt. De Duitsers keken echter niet zo nauw met de springlading en niet alleen de toren, maar ook het schip van de kerk en gebouwen in de omgeving raakten zo zwaar beschadigd dat van herbouw geen sprake meer kon zijn. In 1949 werd besloten dat architect Hendrik Valk een ontwerp mocht leveren voor de nieuwe kerk. In 1955 kon deze in gebruik worden genomen.

Begraven in de kerk

Uiteraard werd er ook in de kerk begraven. Bij opgravingen in 1948 werden sporen van mergelstenen grafkelders gevonden. Deze zullen dateren uit de periode dat het koor van de eerste kerk werd uitgebreid, waarschijnlijk in de vijftiende eeuw. Van de familie Schenck van Nydeggen is bekend dat ze een kelder in de kerk hadden, getuige zeven rouwborden uit de achttiende eeuw. Deze kassen zijn verloren gegaan in de oorlog. Al in de achttiende eeuw liep het begraven in de kerk terug. Pastoors en andere aanzienlijke lieden vonden nog wel een plek in de kerk. Waarschijnlijk waren er bij het begraven in de kerk geen bijzondere zerken geplaatst, want in 1843 blijkt dat er een geheel nieuwe vloer gelegd is. Het begraven in de kerk zal met de komst van de Fransen een tijd lang zijn verboden en daarna conform het verbod uit 1829 geheel gestaakt zijn. Op een plattegrond van omstreeks 1895 is het kerkhof op de nieuwe locatie zichtbaar.De complete vervanging van de kerk in 1879 zal de laatste resten van begraven in de kerk hebben doen verdwijnen. In dat jaar werd de oude kerk vervangen door een driebeukige hallenkerk in neogotische stijl naar ontwerp van Pierre Cuypers. Omdat de nieuwe kerk veel groter werd, was een van de werkzaamheden de verplaatsing van het kerkhof naar een perceel achter de kerk. Achter de tuin van de pastorie werden daartoe in 1877 al twee percelen aangekocht.

Het oude kerkhof

Het oudste grafkruis dat afkomstig is van het kerkhof staat nu langs het pad dat toegang geeft tot het huidige kerkhof.We zag al dat het hof rondom de kerk in het begin van de negentiende eeuw iets meer dan 2.000m2 groot was. Zij die niet in de kerk werden begraven, vonden hun laatste rustplaats op het kerkhof. Verschillende bewaard gebleven zeventiende- en achttiende-eeuwse hardstenen grafkruizen getuigen van een zekere welvaart. Het oudste grafkruis dat van dit kerkhof komt, verwijst naar Denys Jacopsen die overleed in 1524. Een aantal andere kruisen betreft typische voorbeelden van kruisen die ook elders in Limburg nog veelvuldig kunnen worden aangetroffen. Uit de zeventiende eeuw is dat een grafkruis voor de in 1635 gestorven Reiner van Genney Birck. Het grafkruis bevat in de top het monogram I.H.S. terwijl de afsluitende zin “God trost die sel(e)” typisch is voor deze streek en verwijst naar de Middelduitse invloeden.

Uit het eerste kwart van de negentiende eeuw is een beschrijving van het kerkhof overgeleverd die spreekt van een kerkhof dat omringd is door een twee meter hoge bakstenen muur. In 1846 werd op het kerkhof een kapel gebouwd, tegen de achterzijde van het priesterkoor. In 1861 werd de muur van het kerkhof opnieuw opgetrokken. Het oorspronkelijke kerkhof werd met de bouw van de nieuwe kerk in 1879 grotendeels opgeruimd. Een zestiental oudere grafstenen werd overgebracht naar het nieuwe kerkhof of naar het toegangspad dat naar het nieuwe kerkhof voert.

Het nieuwe kerkhof

Met de aankoop van twee percelen achter de pastorie was een bedrag van 360 gulden gemoeid. De inzegening van het kerkhof vond plaats in 1877. In 1879, samen met de aanbesteding van het schip van de kerk, werd ook een kapel op het kerkhof en een ringmuur aanbesteed. De ontwerpen daarvoor waren gemaakt door Pierre Cuypers. In 1884 werden tegelijk met andere werkzaamheden de beschildering van de kapel voltooid door schilder Guillaume Beumans uit Oirsbeek. De kapel werd geplaatst tegen de muur die aan de achterzijde de begraafplaats afsloot. Dat het kerkhof ommuurd was, weten we van de aanbesteding uit 1879, maar ook van de verschillende topografische kaarten waarop een dikke rode lijn rondom het nagenoeg vierkante kerkhof de muur verbeeldt. Het oostelijke deel van de oude kerkhofmuur werd afgebroken en rondom werd dus de nieuwe muur opgetrokken. De toegang liep langs de kerk via een pad dat feitelijk door de pastoorstuin liep. Bij de ingang naar het nieuwe kerkhof werd een bakstenen poort gebouwd. De poort uit 1880 siert vandaag de dag nog steeds de ingang van het kerkhof.De doorgang werd uitgevoerd als spitsboog met centraal een kleine sluitsteen met daarop het bouwjaar “1880”. Onderaan de boog werden nog twee aanzetstenen ingemetseld, alle van mergel. Boven de boog werd de poort getrapt uitgemetseld waarbij de horizontale delen voorzien werden van een ezelsrug van platte bakstenen. In de poort is een dubbel smeedijzeren hekwerk aangebracht met onderin dubbele spijlen, drie dwarsstangen en een gebogen stang die het hek stevigheid geeft. Een van de middenstijlen loopt door en is uitgewerkt als kruis. Krulmotieven in het smeedwerk decoreren het geheel.

De kapel werd ingezegend op 12 november 1880 en daarmee was het kerkhof geheel klaar. Door de groei van Sevenum kwam er echter al snel ruimtegebrek op het kerkhof en moest gekeken worden naar een uitbreiding. Door de aankoop van een perceel ten zuiden van het kerkhof, ter grootte van 3.200 m2 kon een flinke uitbreiding plaatsvinden. De in 1880 gebouwde muur achter de kapel werd afgebroken en rondom het nieuwe deel opnieuw opgetrokken. Twee grote grafvelden konden zo toegevoegd worden aan het kerkhof, terwijl de kapel nu centraal op het kerkhof kwam te liggen. In 1987 deed zich de gelegenheid voor om een stuk grond van ruim 2.000 m2 aan de noord- en oostzijde bij het kerkhof te trekken. Daarvoor werd de oude muur afgebroken en rondom het vergrote perceel werd een nieuwe muur opgetrokken. Aan de noordzijde grensde het kerkhof nu weer direct aan de oude pastorietuin en in deze strook werd in 1991 een urnenmuur gebouwd die later nog eens uitgebreid is. De strook ten oosten is nog grotendeels een grasveld. Op een deel hiervan is niet lang geleden een ruimte gecreëerd voor asverstrooiing.

Het kerkhof anno nu

Langs een hoge baksteenmuur aan de ene kant en wat gebouwen die bij de kerk horen aan de andere kant, bereikt men het kerkhof. Links en rechts heeft men zich dan al kunnen verwonderen over de verschillende grafkruizen van het oude kerkhof. Ze zijn gelukkig niet ingemetseld, maar staan tegen de muur aan. De poort, inmiddels gemeentelijk monument, vormt een fraaie overgang naar het lichte en open kerkhof. De bomen die er nu staan, met name langs de hoofdas, lijken nog niet zo oud. Dat klopt ook, want eind vorige eeuw zijn de uitgegroeide oude bomen vervangen die op het kerkhof stonden. Het is nu de laan met haagbeuken die opvalt en kapel wat aan het oog onttrekt. Vanaf het middenpad kan men de kapel echter niet missen. De voorzijde van de kapel.De kapel is opgetrokken uit baksteen en staat op een brede plint waarvan de hoeken met natuursteen zijn afgewerkt. Aan de voorzijde is de kapel open, maar de puntgevel is dichtgezet met houten delen. Het zadeldak is belegd met leien. Het geheel oogt vrij traditionalistisch, terwijl het interieur wat meer kenmerkend is voor het werk van Cuypers. Het is dus goed mogelijk dat de kapel feitelijk de herbouw betreft van de oude missiekapel die in 1846 op het oude kerkhof was gebouwd. Het binnenste van de kapel is rijk beschilderd en tegen de achterwand is een kruis met corpus geplaatst tegen een schildering (die in 1953 is aangebracht door Réne Smeets). De schildering stelt scenes voor uit de bijbel, zoals de verbanning van Adam en Eva uit het paradijs. Er is een altaar dat steunt op drie grafnissen en voorzien is van een rotsachtige achtergrond waarop het kruis is geplaatst. Het kruis wordt geflankeerd door houten beelden. Fraai detail is ook hier een slang die om de voeten van Maria kronkelt. De grafnissen zijn voor verschillende pastoors uit Sevenum en andere dorpen. De nissen zijn nep, want onder de kapel is de echte kelder die toegankelijk is via een trap naast de linker gevel. Voorheen lag er een grote steen op de vloer met de namen van de priester, maar die was zodanig verweerd dat ze vervangen is.

De urnenmuur met daarvoor de absouteplaats waar afscheid genomen wordt van de overledene.Rondom de kapel is de ruimte bestraat, maar daarbuiten, behalve de hoofdas, liggen de graven aan zandpaden. Feitelijk liggen de grafmonumenten zo dicht op elkaar dat er nauwelijks sprake is van paden. Dit herinnert nog aan de oude opzet van het kerkhof. Nabij de urnenmuur is een zogenaamde absouteplaats opgenomen waar men tijdens de uitvaart afscheid neemt van de overledene. Centraal is in het straatwerk een kruis opgenomen.

Bijzondere grafmonumenten

De vele grafmonumenten op het kerkhof geven een nogal divers beeld. Er staan moderne granieten stenen, maar er is ook nog een aantal, voor de regio, traditionele grafmonumenten te vinden. Veel grafmonumenten herinneren aan personen die van betekenis zijn geweest voor Sevenum, zoals de pastoors die in de kapel zijn bijgezet. De eerste pastoor die daar bijgezet werd, is Gerardus Johannes Wijnhoven (1835-1908). Hij was pastoor in Sevenum van 1887 tot 1908 en maakte de groei mee van het dorp. Veel andere pastoors van Sevenum vonden elders hun laatste rustplaats, maar er liggen op het kerkhof ook pastoors van andere parochies, zoals Pieter W. Vullinghs (1899-1970) die als priester doceerde aan het college in Weert en diens neef Pieter M.J. Vullinghs (1923-1977), kapelaan in diverse parochies en later docent aan de UTS in Heerlen. Het grafmonument van de familie Vullinghs ligt over meerdere graven op de eerste uitbreiding en valt op door het forse kruis waarin centraal een Christusfiguur is opgenomen met een lam in zijn nek en een herdershoed op. De decoraties met allerlei florale voorstellingen maken dit tot een bijzonder monument.

Andere fraaie monumenten zijn er onder andere voor de familie Baeten. Het monument staat wat verloren links van de kapel, nog op het oude gedeelte van het kerkhof. Het betreft een hoog kruis met uitzwenkende armen, met centraal een porseleinen Christuskop, op een hoog neogotisch basement met marmeren tekstplaat dat op zich weer op een getrapte sokkel staat. Op de sokkel is nog eens een marmeren tekstplaat opgenomen voor enkele later bijgezette familieleden. Een gelijkend monument staat niet ver van de ingang, maar dit keer met glazen tekstplaten en een corpus aan het kruis. Dit is een monument voor de familie Van Enckevort.

Het grafmonument voor Pieter Hubert Everts en zijn familie.De familie Everts speelde een belangrijke rol in het dorp en heeft op het kerkhof dan ook een aantal interessante grafmonumenten nagelaten. Vanaf begin negentiende eeuw tot 1960 waren maar liefst zes opeenvolgende burgemeesters afkomstig uit de familie Everts. Zo was Pieter Hubert Everts (1853-1925) van 1880 tot 1902 burgemeester van Sevenum en tevens van Grubbenvorst. Vanaf 1902 was hij lid van Gedeputeerde Staten van Limburg. Hij ligt met een aantal familieleden onder een groot grafmonument waarop, net als bij de familie Vullinghs, een breed grafmonument is geplaatst. Het middendeel is een hoge stèle met in de top, in een verdiepte nis een bezwerende Christus. Daaronder is de tekst voor Pieter Hubert en zijn twee vrouwen opgenomen. Op een lagere tekstplaat aan de rechterzijde is de tekst opgenomen voor zoon Pieter Servaas (1888-1972) die priester werd en onder meer rector was van het gymnasium Rolduc bij Kerkrade. Een andere zoon, Willem Pius (1895-1977), hier ook begraven met zijn vrouw, werd in 1923 burgemeester van Sevenum nadat een broer van Pieter Hubert eerst nog burgemeester was geweest. Aan de rechterzijde van het grafmonument is op een tekstplaat te zien dat er veel kinderleed was, want hier worden enkel kinderen genoemd die allen op jonge leeftijd stierven. De vader van Pieter Hubert ligt aan de andere kant van het kerkhof. Grafmonument voor Petrus Servatius Everts en familieleden.Petrus Servatius Everts (1817-1885) was de tweede burgemeester van Sevenum uit de familie Everts van 1848 tot 1880, opvolger van diens vader. Het grafmonument betreft een hoge hardstenen stèle die uitloopt in een kruis dat deels opengewerkt is en allerlei florale motieven bevat. Rechts van deze hoge stèle ligt Hubert Maria Gerard Everts (1856-1931) die tussen 1902 en 1923 burgemeester was en dus zijn oudere broer opvolgde. In het grafvak dat omgeven is met ene laag smeedijzeren hekwerk ligt nog een drietal grafmonumenten.

Op hetzelfde gedeelte van het kerkhof bevinden zich nog een aantal typische grafmonumenten die over meerdere graven zijn geplaatst met centraal een uitbeelding van Christus. Zo is er een monument voor de familie Doeschate waarvan de tekstplaten op de sokkels vernieuwd zijn. Een prachtig voorbeeld van gebruik van een grafmonument door de tijd wordt gevormd door het brede graf voor de familie Nabben. Het betreft een eenvoudige bakstenen muur met centraal een hardstenen grafkruis voor Gerardus Nabben, overleden in 1799 en zijn vrouw die al in 1767 overleed. Op het kruis is niet alleen een archaïsch gebeeldhouwde Christus aan het kruis opgenomen, maar ook een doodskop met daaronder twee gekruiste beenderen. Op de muur zijn enkele keramische beelden geplaatst met Bijbelse voorstellingen en daaronder in eveneens keramiek, letters met de tekst “Zy geloofden in de verlossing door het kruis”. Aan de voorzijde zijn moderne tekstplaten opgenomen voor enkele familieleden die in de twintigste eeuw zijn overleden.

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog

Grafmonument ter herinnering aan het noodlottige ongeluk in 1943.Op het kerkhof zijn verschillende graven te vinden die herinneren aan de jaren tussen 1940 en 1945, toen Nederland bezet was door de Duitsers. Niet alle doden zijn door directe oorlogshandelingen gevallen, maar zeker wel indirect. Dat geldt bijvoorbeeld voor zeven jongens uit Sevenum, in de leeftijd van 16 tot 35 jaar. Op woensdag 20 januari 1943 was een groep jongens uit Sevenum een kijkje gaan nemen bij een Engelse bommenwerper die ten zuiden van Sevenum was neergestort. Het vliegtuig was op 9 januari gecrasht en lag daarna onbewaakt. De jongens hadden een vrije dag vanwege het feest van de Sevenumse patroonheiligen Fabianus en Sebastianus. Bij het vliegtuig had iemand een projectiel gevonden dat daarna onder grote belangstelling op een paal werd bevestigd. Bij die handelingen ontplofte het projectiel en vier van de omstanders waren onmiddellijk dood. Drie andere jongens werden naar het ziekenhuis in Venlo gebracht, maar overleden daar in de loop van de volgende dag. Op een eenvoudig monument, liggend op twee graven, zijn de zeven namen van de jongens opgenomen. Centraal torent een kruis boven het monument uit. Onder het kruis een kleine plaat met de tekst “O, barmhartige God; erbarmd u; over onze welbeminden”. Daaronder een grote tekstplaat met de namen en geboortedata van de slachtoffers met als laatste zin “overleden door een noodlottig ongeluk 20 januari 1943”.

Op het oudste stuk van het kerkhof ligt een grafmonument met daarop zeven namen, waarvan zes met de familienaam Groot. Twee namen vallen op omdat ze beide dezelfde sterfdatum van 20 september 1944 tonen. Het gaat ook nog eens om twee keer Simon Groot, waarbij wel bij de tweede vermeld staat dat die een neef van de eerste is. Wat er met hen gebeurd is, is vastgelegd in verschillende bronnen. De boerderij van de familie Groot in Sevenum was in de oorlog een bron van verzet. Er werden onderduikers ondergebracht en het verzet kwam hier regelmatig bijeen. Op woensdag 20 september 1944 kwamen drie Duitsers ter plekke waarna een vuurgevecht ontstond. Daarbij sneuvelden niet alleen twee Duitsers, maar ook Simon Petrus Groot (20 jaar oud) en Simon Stendert Groot (33 jaar oud) werden getroffen door kogels en overleden aan hun verwondingen.

Het eenvoudige kruis voor Peter Smits.Meer naar achteren op het kerkhof ligt een enkel graf voor Peter Johannes Smits (1899-1944). Hij was een arbeider die vanuit Blerick in Sevenum was ondergedoken, mogelijk om te ontkomen aan de arbeidseinsatz. Op 16 oktober 1944 vond in Sevenum een razzia plaats waaraan Smits zich probeerde te onttrekken door het veld in te vluchten. Daarbij werd hij echter doodgeschoten door Duitse soldaten. Op het graf van Smits prijkt een eenvoudig smeedijzeren kruis op een uitgewerkt voet met aan de voorzijde een hartvormig tekstplaatje. Het monumentje dateert mogelijk van veel later. Een maand na de razzia werd Sevenum bevrijd door Britse troepen. Op de dag van de bevrijding, 22 november 1944, werd de toren van de kerk opgeblazen met als gevolg dat de hele kerk in een hoop puin veranderde. Daarmee was de oorlog niet klaar voor Sevenum. Op 30 december 1944 werd het dorp opgeschrikt door de explosie van een granaat. Wat er gebeurde is niet duidelijk, maar de ontploffing kostte het leven aan Jan Pubben, geboren in 1922. Hij ligt achteraan op het kerkhof in een graf waar later ook zijn ouders zijn bijgezet.

Toekomst

Het kerkhof ligt vandaag de dag midden in het dorp.Het afwisselende aanzicht van het kerkhof zal nog wel even blijven. Wie na dertig jaar grafrecht het grafmonument blijft onderhouden is ervan verzekerd dat het graf kan blijven liggen. Dat gebeurt niet overal in de omgeving. In Sevenum wordt wel geruimd, maar er blijft voldoende over om het verhaal van meerdere eeuwen over het dorp te kunnen vertellen. Dat is allereerst door de herinneringen aan het oude kerkhof die her en der te vinden zijn, maar ook door de grafmonumenten die vanaf 1877 hier zijn geplaatst. Het lijkt er ook op dat er voorlopig nog ruimte genoeg is om ook de toekomstige verhalen over het dorp veilig te stellen.

 

Literatuur:

  • Heemkundekring Sevenum, Sevenum en zijn kerk. Duizend jaar dorp en parochie, Horst 2005
  • Belonje, J., Genealogische en Heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Limburg, Maastricht 1961
  • Begraven verhalen. Kerkhof Sevenum (16/16), in: Hallo Horst aan de Maas, 04-09-2014
  • Kooistra, Jack e.a., Represailles in Limburg. Gewapend verzet en bloedige wraak. 1940-1945, Grou 2013.

 

Bronnen:


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.