Utrecht

Utrecht - De laatste bisschoppelijke graftombe in de Dom

 

De Domkerk in Utrecht moet vroeger rijk zijn geweest aan een aantal grote en imposante graftombes. Zo zouden er tussen de drieëntwintig en achtentwintig bisschoppen zijn begraven in de kerk, hun aantal is echter niet precies bekend.
Tot in de 10e eeuw werden bisschoppen uitsluitend in de Salvatorkerk begraven. Bisschop Balderik herstelde de door de Noormannen beschadigde Dom en vond er als eerste bisschop in 976 zijn laatste rustplaats. Ook is zeker dat bisschop Hendrik van Vianden, die in 1254 de eerste steen legde voor de bouw van de gotische Dom, in de Domkerk is begraven.
De meeste grafmonumenten zijn in de loop der tijd verdwenen. Ook de Domkerk ontkwam niet aan de beeldenstorm van 1580, hoewel destijds de vernielingen waarschijnlijk wel meevielen. De jaren na 1580 hebben de kannunikken die in de Domkerk aanwezig bleven, een aantal grafmonumenten en altaren gedemonteerd. Mogelijk heeft het interieur van de kerk meer schade opgelopen bij de talrijke restauraties dan bij de daadwerkelijke beeldenstorm zelf. Kapel met graftombeBovendien stortte in 1674 het schip in, de daar aanwezige grafmonumenten zijn daarbij verloren gegaan.

 

De graftombe van Guy van Avesnes

Het oudste grafmonument dat nog in de Dom is te zien is de graftombe van Guy (Gwijde) van Avesnes. Hij overleed in 1317. Het is een van de zeer weinige bisschoppelijke grafbeelden in Nederland. De tombe staat in de, later, naar hem vernoemde kapel in de zuidelijke koorzijbeuk.

Guy van Avesnes stamde van vaderszijde af van de graven van Henegouwen en Vlaanderen, van moederszijde van het Hollandse gravenhuis. Hij was de broer van Jan II, hertog van Henegouwen, Holland en Utrecht. Hij behoorde dus tot de regerende families van de Lage Landen. In 1301 werd Guy van Avesnes benoemd tot bisschop. Enkele jaren later, in 1304, werd hij gevangen genomen in Zeeland, maar na een mislukte poging om Guy van Vlaanderen op de bisschopsstoel te krijgen, werd hij weer vrijgelaten. In 1306 schonk hij stadsrechten aan Amsterdam. Hieraan herinnert zijn afbeelding op het zegel van de stad Amsterdam. Pas in 1309 ontving Guy van Avesnes de vorstelijke voorrechten van de koning van het Heilige Roomse Rijk en werd hij door het wereldlijk gezag volledig als bisschop erkend.
Guy van Avesnes werd geprezen als wereldlijk vorst, maar hem werd verweten dat hij te weinig tijd nam voor het geestelijke bestuur van zijn bisdom. Om het bisdom van zijn schulden te ontlasten, brak de bisschop zijn kostbare hofhouding op en begaf zich als particulier persoon in 1313 naar Frankrijk, waar in Avignon de Paus zetelde. Guy van Avesnes trad in 1311 al op tijdens het eerste Avignonse Concillie te Vienne. De kerk werd gedurende zijn verblijf in het buitenland bestuurd door wijbisschoppen en kapittels.
In 1317 keerde Guy van Avesnes terug naar Utrecht om een Friese opstand in Overijssel te keren. Korte tijd later stierf hij op 29 mei. Het gerucht ging dat hij vergiftigd was. Hij zou zijn bijgezet in de kapel naast zijn voorganger, Willem II van Mechelen. Het is echter de vraag of het lichaam van deze bisschop tussen 1301 en 1317 in deze kapel is begraven. De bronnen zijn hier niet duidelijk over.

Tombe van Doornikse steenDe Doornikse steen (zwart kalksteen) van de graftombe komt uit Henegouwen en heeft grote stilististische overeenkomsten met andere Doornikse grafbeelden.
De zijkanten van de tombe zijn versierd met nisjes met pleuranten, waarvan de hoofden zijn vernield.

Op de dekplaat ligt de bisschop in vol ornaat, onder een baldakijn in biddende houding en met de voeten op een leeuw. Pleuranten met afgehakte hoofdenGoedbeschouwd is de bisschop staand afgebeeld en als het ware neergelegd. Door beschadigingen kunnen we niet meer zien of de ogen geopend waren of gesloten.

Het beeld is gericht naar het oosten, waarbij geopende ogen de blik gericht op het Laatste Oordeel zou versterken. De uithollingen in de mijter, de handschoenen en de randen rond het beeld waren vroeger gevuld met gekleurde stenen. De bisschopsstaf is ook Duidelijk zichtbaar is hoe zwaar gehavend de beeltenis van de bisschop is.verdwenen, maar twee holten wijzen nog de plaats aan waar deze zich bevond. De eerste vernielingen zullen plaats hebben gevonden in 1580, mogelijk zullen in latere jaren ook anderen bijgedragen hebben aan de vernielingen.
Tijdens de restauratie van de grafkelder in 1921 werden verschillende voorwerpen in de grafkelder gevonden. De gevonden grafgiften bevinden zich nu in het Centraal Museum in Utrecht.
In 1960 is de tombe geconserveerd, waarbij de missende delen niet werden aangevuld.

In de kapel naast die van Guy van Avesnes heeft een vergelijkbare graftombe van Doornikse steen gestaan. De graftombe van Jan van Arkel werd echter al in 1661 gesloopt. Enkele stukken werden in de vloer gemetseld, terwijl delen van de zijwanden werden verwerkt in het nu nog aanwezige hek. (2002)

 

Literatuur

  • Mirjam Beerman, Frans van Burkom, Frans Grijzenhout (red.): Beeldengids Nederland; Rotterdam (1994)
  • P. Borst, A. de Groot, J.G. Jonker-Klijn, R. Roks: Graven en begraven in de Dom van Utrecht; Bunnik (1997)
  • G.C. van Nieuwenhuizen: Gwijde van Avesnes, Bisschop van Utrecht 1301-1317; scriptie RUU (1976)
  • G. van der Zee: Vaderlandsche Kerkgeschiedenis; Kampen (1936)

 

 


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.