Utrecht

Veenendaal - Katholieke begraafplaats

 

Ten noorden van Veenendaal bevond zich in de achttiende eeuw een katholiek buurtschap, ook wel de Buursteeg genaamd. Door de snelle groei van de industriële nijverheid in Veenendaal halverwege de negentiende eeuw nam ook daar het aantal inwoners gestaag toe. In 1859 werd hier daarom een nieuwe kerk gebouwd. Niet veel later volgde een begraafplaats.

Aan het begin van de achttiende eeuw werd er in de Buursteeg een schuilkerk gebouwd, op het grondgebied van Renswoude. In Veenendaal zelf werd de bouw van een katholieke schuilkerk niet toegestaan. Met toestemming van Dirk van Rheede, vrijheer van Renswoude, werd op diens grondgebied een eenvoudige houten schuur gebouwd die als kerk diende. Na een overstroming in 1855 stond de kerk zo’n zes weken onder water en waren diensten niet mogelijk. Omdat de staat van het kerkgebouw nog slechter was geworden dan die al was, werd nu besloten tot de bouw van een nieuwe kerk. Die kerk kwam in 1859 gereed en was gewijd aan Sint Willibrordus.

Op de plattegrond eind negentiende eeuw is goed te zien dat de begraafplaats in een andere gemeente ligt dan de kerkDe industriële bedrijvigheid van de linnen-, wolnijverheid en sigarenfabricage in Veenendaal trok veel nieuwe inwoners, waaronder ook rooms-katholieken. Daarmee ontstond voor de groeiende gemeenschap de noodzaak een eigen begraafplaats aan te leggen. Tot die tijd werden katholieken waarschijnlijk in een gewijd graf begraven op de algemene begraafplaats. Schuin tegenover de kerk, gelegen aan de Straatweg, later Nieuweweg (nu Nieuweweg-Noord) in de richting de spoorlijn Utrecht-Arnhem, werd in 1884 een geschikt perceel gevonden. Het langwerpige perceel lag echter in de gemeente Ede en niet in Renswoude, zoals de kerk. Waarschijnlijk is het perceel enigszins verhoogd voor ingebruikname, wat gezien de overstroming van 1855 wel logisch leek. Rondom werd een beukenhaag geplant en bij de ingang plaatste men een ijzeren hek. Verder bouwde men een (verplicht) lijkenhuisje. Waarschijnlijk was de begraafplaats in eerste instantie half zo groot als vandaag de dag. De plaats waar het kruis staat met daarachter twee enorme treurbeuken zou de oude grens kunnen markeren. Over de geschiedenis van de begraafplaats is bijzonder weinig bekend, maar beide wereldoorlogen in de twintigste eeuw hebben er wel hun sporen nagelaten.

Eerste Wereldoorlog

Hoewel het er in eerste instantie op leek dat Nederland weinig gevolgen zou ondervinden van het geweld van de Eerste Wereldoorlog, bleek al snel het tegenovergestelde. Duizenden vluchtelingen kwamen de grens over, burgers en soldaten. Halverwege oktober 1914 kwamen de eerste Belgische vluchtelingen in Veenendaal aan. 330 zouden er komen, maar het bleken er 1.200. Na latere verdeling bleven er 700 over. De mannen konden ongetwijfeld aan het werk in de vele fabrieken omdat de Nederlandse mannen veelal waren gemobiliseerd.

Een van de eenvoudige houten kruisen die in 2007 nog aanwezig was, is nu verdwenenGetuige eerdere begravingen van Belgen op de katholieke begraafplaats was het niet de eerste groep vluchtelingen in Veenendaal. Al op 11 september 1914 werd namelijk de 20-jarige A.J. Oosterwaal op de begraafplaats begraven en in de maanden daarna zouden er nog vijf volgen. Onder hen een aantal zuigelingen, maar ook een jonge jongen van 18 jaar oud. In 1915 zouden 34 Belgische vluchtelingen begraven worden op de begraafplaats en in 1918 nog twee. In totaal vonden 42 Belgen in Veenendaal hun laatste rustplaats. Zestig procent van de begravenen betrof een kind van een jaar of jonger. Sommige van deze baby’s werden met meerdere tegelijk in een graf begraven, tot wel negen per graf. In totaal werden 10 graven benut voor het begraven van de vluchtelingen. Op sommige graven zullen eenvoudige graftekens zijn geplaatst, maar deze zijn niet meer aanwezig. Op andere graven resteert soms nog een eenvoudig houten kruis, maar in zo’n slechte staat dat herstel niet meer mogelijk is.

Tweede Wereldoorlog

Na de verwoestende oorlogsdagen van mei 1940 keerde de rust in Veenendaal snel terug. Het fort bij Buursteeg werd bezet door de Duitsers en aan de Dijkstraat en de Middelbuurtseweg richtten de Duitsers werkkampen in. Eerst voor werklozen, later kwamen hier ook krijgsgevangen terecht. In 1944 werden hier onder meer 130 Italiaanse krijgsgevangenen aan het werk gezet aan de Pantherstellung, de Duitse naam voor de Grebbelinie. Veel Italianen die in de jaren dertig naar Veenendaal waren gekomen om hier te werken, probeerden hun landgenoten te ondersteunen.

Grafsteen voor de vijf Italianen (foto René ten Dam)Op 9 november 1944 kwamen vijf van de krijgsgevangen om bij een geallieerde beschieting op het kamp. Terwijl de rest buiten het kamp aan het werk was, waren zij ziek achtergebleven in het kamp. Naar verluidt waren vier van hen op slag dood. Het vijfde slachtoffer werd zwaar gewond naar het ziekenhuis gebracht, maar overleed onderweg alsnog. Hij zou ter plekke in een veldgraf zijn begraven, maar zijn graf is nooit teruggevonden. Door tussenkomst van de Veenendaalse Italianen konden de vier andere begraven worden op de katholieke begraafplaats. Op het graf werd met behulp van de Italiaanse gemeenschap in Veenendaal een grafmonument geplaatst met Italiaanse tekst met vermelding van alle vijf slachtoffers. Na de oorlog werd het graf onderhouden door de katholieke basisschool in de buurt tot nabestaanden in 1979 het graf bezochten. Niet lang daarna werden alle resten gerepatrieerd naar Italië. Alleen de grafsteen bleef achter. Onder de namen staat de Italiaanse tekst: “la misericordia di dio sia magnanima verso le vostre anime strappate ai parenti ed ai camerati”, wat zoveel betekent als ‘Moge Gods genade grootmoedig zijn jegens uw zielen die van familie en kameraden werden weggerukt’.

Achter het oorlogsgraf voor Wilhelmus Johannes Finkenflügel staat het grafmonument voor Elisabeth Anne QuintOp de begraafplaats is nog een aantal slachtoffers van de oorlog begraven. Zo liep op 8 maart 1944 een reis naar het ziekenhuis in Arnhem voor Elisabeth Anne Quint-Finkenflügel slecht af. Mogelijk werd ze slachtoffer van een beschieting, zoals toen wel vaker voorkwam. Meer zekerheid bestaat er over het lot van Antoinetta Cornelia Verhagen. Zij stierf op 27 december 1944 nadat ze gewond was geraakt bij een beschieting van het noodhospitaal aan de Dijkstraat. Nog een slachtoffer van de oorlog die hier begraven is, betreft Wilhelmus Johannes Finkenflügel. Hij was geboren in 1920 in Mülheim, Duitsland en was kapper. In 1940 vertrok hij uit Veenendaal naar Ijsselstein, maar kennelijk werd hij te werk gesteld in Duitsland. Aldaar overleed hij in Hamburg op 21 juli 1944 als dwangarbeider.

De begraafplaats vandaag de dag

Inmiddels is de drukke weg waaraan de begraafplaats ligt een doodlopende weg geworden. Voorheen kwam nagenoeg al het verkeer uit Veenendaal dat naar De Klomp of Renswoude wilde, hier langs. Nu is het stil. In 1960 werd het gebied waar de begraafplaats ligt door een herindeling bij Veenendaal gevoegd en kreeg de gemeente formeel een katholieke begraafplaats.

Zoals eerder aangegeven is de begraafplaats waarschijnlijk ooit uitgebreid naar achteren. Dat is mogelijk nog voor de Tweede Wereldoorlog geweest. Het baarhuisje dat direct links van de ingang staat.Blikvangers zijn het eenvoudige smeedijzeren hekwerk met het ernaast gebouwde lijkenhuisje. Beide dateren uit de tijd van de aanleg van de begraafplaats. Het dubbele smeedijzeren hekwerk hangt tussen twee dunne gietijzeren pijlers die bekroond zijn met wat lijkt op een vaas met daarop een vlam. Rechts van het hekwerk is een enkelvoudig smeedijzeren hekwerk aangebracht dat dient als toegang voor wandelaars. Een deugdelijk slot zit er niet meer op. Links en rechts sluit een beukenhaag aan op het hek. Direct links van de ingang staat het bakstenen lijkenhuisje. Het smalle rechthoekige huisje is onder een met oranje pannen belegd zadeldak gebracht. Met name aan de voorzijde heeft het huisje wat meer aanzien mee gekregen. In de voorgevel is een dubbele deur aangebracht onder een licht getoogde boog. Boven de deur is een ruitvormig raam aangebracht, eenzelfde als aan de achterzijde. Het zadeldak steekt iets over en is voorzien van windveren en een gesneden makelaar als bekroning. De hoeken zijn uitgemetseld om het huisje wat meer ‘gewicht’ te geven en staat op een gepleisterde plint. De houten onderdelen verkeren anno 2020 in een niet al te beste staat.

Het bidprentje voor pastoor Kok is bewaard geblevenHet beeld van het voorste gedeelte van de begraafplaats wordt vooral bepaald door enkele rijen met gietijzeren nummerpaaltjes. Een enkel graf bevat nog een monument of een restant daarvan, soms nog met wat resanten van een houten grafmonument. Aan de linkerzijde staan wat meer grafmonumenten, met name uit de jaren dertig van de twintigste eeuw. Een centraal pad voert vanaf de ingang verder de begraafplaats op. Halverwege staat een eenvoudig gietijzeren kruis op een eveneens ijzeren voet. Ervoor ligt een eenvoudige hardstenen zerk voor pastoor Petrus Jacobus Cornelis Kok (1842-1922) die in 1881 hier pastoor werd en de aanleg van de begraafplaats heeft bewerkstelligd.

Overzicht van de voorzijde van de begraafplaats naar achterenLinks en rechts van het kruis staan twee enorme treurbeuken die in lente, zomer en herfst met hun bladeren als het ware een dak vormen. Achter het kruis liggen of staan veel meer grafmonumenten en daartussen som ook wat jongere, waaronder een begraving zo recent als 2015, want begraven is hier nog steeds mogelijk. De beukenhaag zet zich voort rondom de gehele begraafplaats en op het achterste deel staat nog een aantal gewone beuken. De haag, de bomen en een enkele conifeer laten zo nu en dan ook een kijkje toe op de omgeving waar enkele huizen staan. Aan de straatzijde staan ter weerszijden nog enkele rode beuken die vooral in het voorjaar grote indruk maken. Overigens is in de afgelopen jaar veel groen in de vorm van coniferen en dergelijke verwijderd.

In 1990 werd de begraafplaats aangewezen als gemeentelijk monument.

 

Literatuur

  • Beek, Teus van, Ontmoetingen op de begraafplaats, in: Oud Veenendaal, tijdschrift van de Historische Vereniging Oud Veenendaal, 19de jaargang, nr. 2. Juni 2004.
  • Grootheest, A.C. van en R. Bisschop (redactie); Geschiedenis van Veenendaal, uitgave van de Historische Vereniging Oud Veenendaal, Veenendaal 2000.
  • Hof, Jan van ‘t e.a.; Monumenten-inventarisatie provincie Utrecht. Veenendaal Geschiedenis en architectuur, Zeist 1992.

 

Bronnen


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.