Utrecht

Veenendaal - Oude algemene begraafplaats

 

Nadat in Veenendaal een aantal eeuwen begraven was in en bij de Oude kerk, dwong provinciale regelgeving de hervormde gemeente in 1829 om hiermee te stoppen. Niet ver van de kerk, een paar honderd meter naar het westen werd door de burgerlijke gemeente een nieuwe begraafplaats in gebruik genomen.

Dat Veenendaal verplicht was een nieuwe begraafplaats aan te leggen, had te maken met het feit dat het aantal van 2.000 inwoners fors boven maximale grens van 1.000 inwoners lag om te mogen blijven begraven bij de kerk. Dat betekende dat niet alleen het begraven ín de kerk gestaakt moest worden, maar ook dat het begraven op het kerkhof vanaf 1 januari 1829 verboden was. Aan de Achterkerkstraat werd op een rechthoekig perceel een nieuwe begraafplaats aangelegd. Ligging van de begraafplaats op de Topografische kaart rond 1870.Het bouwland dat hier voordien lag, werd nog voor het verbod in werking trad, aangekocht door de gemeentebesturen van het Gelderse Ede en het Utrechtse Veenendaal. Dat Ede een derde deel meebetaalde had te maken met het feit dat een deel van Veenendaal toen nog op Gelders grondgebied lag. Het stuk grond, genaamd Het Heuveltje, lag tussen de kerk en de Oude Molen. De omgeving was toen nog een kale bedoening aangezien Veenendaal zich toen nog vooral uitstrekte langs de Grift en de Kerkweg. De aanleg van de begraafplaats was eenvoudig. Het perceel, ter grootte van 6.000 m2, kreeg aan de zuidzijde een ingang met recht daarop een hoofdas die in noord-zuid richting liep, met haaks daarop dwarspaden. De eerste begrafenis was in 1829 al een feit. Tot 1884 zou het de enige begraafplaats blijven in de gemeente Veenendaal. In dat jaar werd namelijk ten noorden van Veenendaal, in het gehucht Buursteeg, een katholieke begraafplaats aangelegd.

In gebruik

Hoe de begraafplaats gebruikt is, valt eigenlijk alleen nog op te maken uit de registers. Ter plekke herinneren alleen nog enkele tientallen grafmonumenten aan het oude gebruik van het perceel, maar ze liggen op vier na, niet meer op hun oorspronkelijke locatie. Waarschijnlijk kende de begraafplaats verschillende afdelingen en waren veel grafmonumenten heel eenvoudig, de meeste van hout of andere eenvoudige materialen. De uitgegroeide beukenhaag aan de oostzijde van de begraafplaats.Dat waren de zogenaamde zandgraven. Rijkere inwoners van Veenendaal werden begraven in grafkelders en kregen grote monumenten op het graf, omgeven door een smeed- of gietijzeren hekwerk. Naar schatting werden hier zo’n 6.000 tot 7.000 overledenen begraven. Op oude foto’s van de begraafplaats is goed te zien dat de aankleding van de begraafplaats bestond uit veel groen. Langs de oostrand van de begraafplaats stond een beukenhaag die lange tijd verwaarloosd is en nu bestaat uit een rij doorgeschoten beukenbomen.

Sluiting

Veenendaal groeide in de negentiende eeuw uit tot een industrieel bolwerk, getuige de fabrieken die grensden tot aan de begraafplaats. Aan het begin van de twintigste eeuw leek het duidelijk dat de kleine begraafplaats niet voldoende zou zijn om alle toekomstige doden een plek te geven. In 1917 werd ten noorden van Veenendaal daarom een nieuwe begraafplaats aangelegd. Daarna werd op de oude begraafplaats alleen nog bijgezet in de zogenaamde eigen graven. De keuze voor een nieuwe begraafplaats was op tijd gemaakt, want in 1918 en 1919 was de sterfte groter dan gebruikelijk door de Spaanse griep.

Vanaf het moment dat de nieuwe begraafplaats aan de Munnikenweg geopend was, namen veel families de moeite om een vergunning aan te vragen om de stoffelijke resten van hun familieleden over te brengen naar de nieuwe begraafplaats. Wat ook gebeurde was dat veel rechthebbenden de bestaande graven op de oude begraafplaats voorzagen van banden waarop in sommige gevallen palen met kettingen ertussen werden geplaatst. Waarschijnlijk probeerden ze daarmee de locatie van het graf beter te markeren, zoals toen meer gebruikelijk was.

Foto van de situatie rond 1950, opgenomen op het informatiebord bij de begraafplaats.In 1945 werd op de oude begraafplaats voor het laatst begraven in een eigen graf. Daarna volgde de officiële sluiting in 1948. Na de sluiting stelde de gemeente de rechthebbenden nog in de gelegenheid graven over te brengen naar de nieuwe begraafplaats. Daarvan is tot ongeveer 1965 gebruik van gemaakt. Er zullen op de begraafplaats flinke gaten zijn gevallen, maar meer nog door de verwaarlozing die nadien optrad.

Ombouw

Winters plaatje van oude algemene begraafplaats.In het midden van de jaren tachtig van de twintigste eeuw besloot de gemeente de begraafplaats te handhaven als groenvoorziening. Er werd niet ondergronds geruimd, maar de meeste grafmonumenten werden wel verwijderd. Dit alles naar een ontwerp van tuin- en landschapsarchitect D. Brandsma uit 1986. In het plan van Brandsma lag de nadruk op de beplanting. Slechts een aantal grotere en bijzondere zerken werd gehandhaafd en langs het middenpad opgesteld, tussen beplanting. Andere grafmonumenten die er nog lagen, zijn vernietigd. Er werden veel nieuwe bomen en struiken aangeplant, waardoor het beeld van de begraafplaats drastisch veranderde.

Wat ook bewaard bleef, waren de oude bakstenen hekpijlers bij de ingang, met elkaar verbonden met een metalen boog met gekrulde uiteinden. Tussen de pijlers werd wel een modern, laag metalen hekwerk gehangen.

Huidige gebruik

De huidige ingang met restanten van de oude poort.Na een opwaardering van het groenontwerp en een zogenaamd herstel van de begraafplaats in oude luister in 2009, ligt de begraafplaats er anno 2020 bij als een klein park. Er staat een net hekwerk rondom, her en der staan wat bomen en er zijn meerdere toegangen aangebracht. Niet alle toegangen zijn evenwel geopend, wat de bezoeker dwingt om de oude begraafplaats te betreden via de oude, oorspronkelijke ingang. Daar hangen bordjes waarop allereerst staat dat dit de ingang van een wandelpark is en daaronder dat het gaat om een historische begraafplaats. Bij de ingang staan enkele informatieborden met nu de naam “Gedenkpark de oude begraafplaats”, met een stuk geschiedenis over de plek. Enkele oude foto’s laten zien hoe de begraafplaats er pakweg vijftig jaar geleden uitzag. Een ander bord bij de ingang verhaalt over Veenendaal en de Slag bij Waterloo. Een aantal oud-strijders dat in 1865 een herdenkingskruis kreeg, staat hier genoemd omdat ze waarschijnlijk begraven werden op deze begraafplaats. In 2015 is aan dit stuk geschiedenis aandacht besteed door het aanplanten van een beuk en het plaatsen van het betreffende informatiebord. Via een met klinkers beslagen pad kan men vervolgens verder de begraafplaats oplopen. Langs het hoofdpad ligt nog een aantal hardstenen zerken en ook zijn er enkele stèles neergelegd. Onder de grafmonumenten bevinden zich behoorlijk oude exemplaren, zoals voor Willem Hiensch die stierf in 1830 (maar mogelijk pas later een steen heeft gekregen). De hardstenen grafzerk voor burgemeester Westerveld ligt er nog steeds.Ook vinden we hier nog de steen voor burgemeester Willem Westerveld (burgemeester van 1828 tot 1843), onder wiens gezag de begraafplaats werd aangelegd. Westerveld stierf in 1850.

Veel verder naar achteren vinden we nog een drietal hekwerken met daarbinnen een grafmonument. Ook staan hier nog enkele nummerpalen opgesteld, waarvan een aantal van zandsteen. Op dit gedeelte wordt kennelijk een andersoortig beheer toegepast en hier staat dan ook een informatiebord over ecologisch beheer van de begraafplaats. Er wordt in het achterste gedeelte maar een keer per jaar gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Door verschraling is het de verwachting dat hier bijzondere planten een kans krijgen.

Op het voorste deel van de begraafplaats staan prullenbakken en bankjes en op een zomerse dag maken buurtbewoners inderdaad gebruik van het parkje. De informatie die geboden wordt, de verharde paden en de zorg die er is voor het groen maken het geheel tot een bijzondere plek. De laatste resten van wat ooit een druk gebruikte begraafplaats was, spreken verder voor zich.

 

Literatuur:

  • Beek, Teus van, Ontmoetingen op de begraafplaats, in: Oud Veenendaal, tijdschrift van de Historische Vereniging Oud Veenendaal, 19de jaargang, nr. 2. Juni 2004.
  • Diepeveen, H., De Oude- of St. Salvatorkerk. Geschiedenis van De Oude Kerk en de Markt te Veenendaal, Veenendaal 1986.
  • Grootheest, A.C. van en R. Bisschop (redactie), Geschiedenis van Veenendaal, uitgave van de Historische Vereniging Oud Veenendaal, Veenendaal 2000.
  • Hof, Jan van ‘t e.a., Monumenten-inventarisatie provincie Utrecht. Veenendaal Geschiedenis en architectuur, Zeist 1992.

© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.