Utrecht

Woerden - Begraafplaatsen

 

(Dit artikel zal op korte termijn aangepast worden.)

De gemeente Woerden bestaat naast Woerden uit de kernen Harmelen, Kamerik en Zegveld en het kerkdorp Kanis. Van oudsher werd in deze plaatsen in en om de kerken begraven. In Woerden ligt het voormalige kerkhof aan de noordzijde van de Petruskerk. Het is geruimd en doet tegenwoordig dienst als kerktuin. Naast de Rooms-Katholieke St. Hippolytuskerk in Kamerik ligt de katholieke begraafplaats. De kerk stamt uit 1914 en is gebouwd op de plaats van een oudere voorganger uit 1856. De begraafplaats met het bakstenen baarhuisje stammen nog uit deze eerdere periode. Het oudste grafmonument is de grafkelder voor Anthonius van Schaik (1813-1897), die negenentwintig jaar pastoor is geweest van Kamerik. De begraafplaats achter de Nederlands Hervormde kerk in Kamerik is eenvoudig van opzet en wordt omgeven door een ijzeren spijlen hekwerk. De kerk bestaat uit een laatgotische vijftiende-eeuwse toren met een aangebouwde kerkzaal uit de eerste helft van de negentiende eeuw. In 1980 werd in Kamerik een nieuwe algemene begraafplaats aan de Van Teylingenweg, wegens ruimtegebrek op de oudere begraafplaatsen, in gebruik genomen. De Nederlands Hervormde kerk uit 1862 in het dorp Zegveld, is gebouwd op de plaats waar in 1312 de eerste kerk van het kerspel Zegveld gesticht werd. Achter de kerk ligt de begraafplaats, die via een smeedijzeren spijlenhek toegankelijk is. De begraafplaats heeft een eenvoudig rechthoekig padenplan. 

Algemene Begraafplaats aan de Hogewal

Gebroken zerkenIn 1829 werd de algemene begraafplaats aan de Hogewal in Woerden aangelegd als gevolg van het Koninklijke Besluit om in grote gemeenten niet meer in en om de kerk te begraven. Op 11 januari van dat jaar vond de eerste begrafenis plaats. De min of meer rechthoekige begraafplaats wordt omzoomd door bomen en wordt aan de straatkant afgesloten door een spijlenhekwerk in een witgepleisterd, neoclassicistisch poortgebouw uit 1830. In de poortdoorgang bevinden zich aan weerszijden dienstruimten, een dodenbaarvertrek en een opslagruimte voor gereedschap en andere materialen. Doodssymboliek op het fronton, in de vorm van een krans met vlinder en geknakte en verdorde bloemen, onderstreept de functie van het gebouw. Wegens ruimtegebrek werd in 1935 de nieuwe algemene begraafplaats aan de Meeuwenlaan in gebruik genomen. De begraafplaats is tegenwoordig gesloten, hoewel er nog wel bijzettingen plaatsvinden. De begraafplaats wordt echter niet meer onderhouden en dat resulteert in een deplorabele staat van veel grafmonumenten. Diverse zerken zijn gescheurd of gebroken met als gevolg dat weer en wind vrij spel hebben. In 2002 heeft er voor het laatst een bijzetting plaatsgevonden.

In de zomer van 2009 werd begonnen met restauratiewerkzaamheden aan het poortgebouw en de ommuring van de begraafplaats. Direct aanleiding waren de beschadigingen die het gebouw had opgelopen bij een storm in het najaar van 2008. Bij de restauratie kreeg het poortgebouw de historische kleuren uit de periode 1900-1950 weer terug. De restauratie werd in april 2010 afgerond. In de loop van 2012 zullen de grafvelden onder handen genomen worden. 

Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Meeuwenlaan

AulaDe aanleg van de Nieuwe Algemene Begraafplaats is mede bepaald door het ter plekke afgraven van het zand, noodzakelijk voor het ophogen van de begraafplaats. In de vrijgekomen zandgaten ontstonden waterpartijen. Hierdoor ligt de begraafplaats als een schiereiland in het water. De tuinarchitect Leonard Springer ontwierp de beplantingsaanleg voor de begraafplaats en de Woerdense architect J. Slager de aula. Deze aula is een bakstenen gebouw in de stijl van de Amsterdamse School en is gerestaureerd in 2008 en daarbij opnieuw ingericht. Nadat deze begraafplaats in 1976 vol dreigde te raken, werd begraafplaats Rijnhof op Geestdorp in gebruik genomen. 

Rooms-Katholieke begraafplaats aan de Hogewal

Deze gedeeltelijke ommuurde begraafplaats werd in 1829 aangelegd. In het verlengde van de ingang staat een aula uit 1963. Sinds 1978 was de begraafplaats buiten gebruik, maar sinds 2003 mag er weer beperkt begraven worden. 

Israëlitische Begraafplaats aan de Westdam

In 1849 deden de kerkmeesters van de joodse gemeente van Woerden een verzoek tot aanleg van een Israëlitische begraafplaats voor de joodse gedetineerden in het Kasteel te Woerden. Als deze kwamen te overlijden moesten zij voor veel geld naar Gouda worden overgebracht.. In 1856 werd uiteindelijk het terrein aan de Westdam aangeboden. In 1880 vond een uitbreiding plaats en werd een twee meter hoge houten schutiing geplaatst. In 1927 werd deze vervangen door de huidige muur. De toegang tot de begraafplaats is via een in baksteen opgetrokken dienstgebouwtje. Aan de voorzijde is binnen een gepleisterde omlijsting een dubbele houten deur aangebracht voorzien van decoratief smeedwerk. Op de topgevel boven de ingang is een hebreeuwse tekst uit Jesaja 26:19a aangebracht. Vertaald: 'herleven zullen uw doden - ook mijn lijk - opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt gij die woont in het stof'. Tegenwoordig wordt het gebouwtje gebruikt door de plantsoenendienst, die, als dank voor het gebruik, voor het onderhoud van de begraafplaats zorgt. Van de bijna 40 aanwezige zerken, zijn er ook enkele afkomstig van de geruimde joodse begraafplaats in Gouda. 

Familiebegraafplaats Groeneveld

Tijdens de Franse overheersing aan het begin van de negentiende eeuw werd het begraven in kerken verboden, waar het na het vertrek van de Fransen in 1813 weer werd toegestaan. Dionysius Groeneveld was kastelein van café 'De Roos' en een vermogend man. Hoewel in het bezit van een eigen graf in de Petruskerk besloot hij omstreeks 1813 een eigen begraafplaats op te richten. Aanvankelijk lag de begraafplaats in een weiland omzoomd door bomen met een oppervlakte van 1480 vierkante meter, tegenwoordig ligt de begraafplaats in de bebouwde kom aan de De Brauwstraat. In 1919 werd de Groeneveldstichting opgericht met als doel 'het kosteloos verschaffen van grafruimte aan de wettige afstammelingen en hunne echtgenoten van wijlen Dionysius Groeneveld, overleden op 29 juli 1813 en het onderhoud van de desbetreffende begraafplaats'. Tot 1963 is er begraven. In de hondervijftig jaar dat de begraafplaats in gebruik is geweest zijn er 68 personen begraven. De ingang tot de begraafplaats wordt gemarkeerd door een toegangshek bestaande uit een tweevleugelig spijlenhek tussen twee gietijzeren hekpalen, bekroond door gevleugelde zandlopers en aan de onderzijde versierd met naar beneden gerichte brandende toortsen. In 1969 zijn voorstellen gedaan om de, op dat moment, sterk verwaarloosde begraafplaats te ruimen. Eind 1992 is de begraafplaats in gemeentelijke handen overgegaan voor het symbolische bedrag van één gulden. De begraafplaats werd op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst en werd in 1993 gerestaureerd.

 

 

Literatuur

  • Jan van Es, Saskia van Ginkel-Meester: 'Woerden, Geschiedenis en Architectuur' in: Monumenten-inventarisatie provincie Utrecht
  • L.Ck.M. Peters, 'Begraafplaatsen in verleden en heden' in: Info: personeelsblad van de gemeente Woerden, jg. 1 (1992), nr.3
  • 'De joodse begraafplaatsen in Nederland', Themanummer Misjpogge, jg. III, (1990), nr. 4
  • Cees van Raak, Dodenakkers, Amsterdam 1995 

Internet

  • Gemeente Woerden - Restauratie poortgebouw Hogewal voltooid (geraadpleegd 15-04-2010)
  • RPLFM Woerden - Gerestaureerd poortgebouw geopend (geraadpleegd 14-11-2010)

 


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.